Hoofdstuk 5

Andere producten van dierlijke oorsprong, elders genoemd noch elders onder begrepen

1
Toelichting IDR

Dit hoofdstuk omvat allerlei producten van dierlijke oorsprong, die ruw of onbewerkt zijn of een eenvoudige behandeling hebben ondergaan en die normaal niet als voedingsmiddelen worden gebruikt (met uitzondering van bepaald bloed en sommige darmen, blazen en magen van dieren), voor zover die producten niet zijn genoemd of niet zijn begrepen in andere hoofdstukken van de nomenclatuur. Algemene opmerkingen.

1 Aantekeningen IDR

1 (1).

Dit hoofdstuk omvat niet:

a. voor menselijke consumptie geschikte producten, andere dan darmen, blazen en magen van dieren, in hun geheel of in stukken en bloed van dieren (vloeibaar of gedroogd) (3);

b. huiden, vellen en pelterijen, andere dan de producten bedoeld bij post 05.05 en andere dan bij post 05.11 bedoelde snippers en dergelijk afval van ongelooide huiden en vellen (hoofdstuk 41 of 43);

c. textielgrondstoffen van dierlijke oorsprong, andere dan paardenhaar (crin) en afval van paardenhaar (afdeling XI);

d. gerede knotten voor borstelwerk (post 96.03).

1
Toelichting IDR

Van dit hoofdstuk zijn onder meer uitgezonderd:

a. dierlijk vet (hoofdstuk 2 of 15);

b. niet-gekookte eetbare huiden van dieren (hoofdstuk 2) of van vis (hoofdstuk 3) (Indien zij zijn gekookt, worden dergelijke huiden onder hoofdstuk 16 ingedeeld);

c. voor menselijke consumptie geschikte vinnen, koppen, staarten, zwemblazen en ander voor menselijke consumptie geschikt slachtafval van vis (hoofdstuk 3);

d. klieren en andere organen, voor opotherapeutisch gebruik, gedroogd, ook indien in poedervorm (hoofdstuk 30);

e. meststoffen van dierlijke oorsprong (hoofdstuk 31);

f. huiden, vellen en leder (hoofdstuk 41). Met veren of met dons bezette vogelhuiden en delen daarvan, ruw, dan wel gereinigd, ontsmet of op andere wijze behandeld ter voorkoming van bederf, blijven evenwel ingedeeld onder dit hoofdstuk;

g. pelterijen (hoofdstuk 43);

h. textielstoffen van dierlijke oorsprong, namelijk zijde, wol en haar (afdeling XI), met dien verstande, dat paardenhaar (crin) en afval daarvan onder dit hoofdstuk blijven ingedeeld;

ij. echte of gekweekte parels (hoofdstuk 71).

2
Gereserveerd
3
EG Verordening

Gedroogde varkensoren, eetbaar slachtafval, ook indien gebruikt als diervoeding, moeten onder post 02.10 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1125/2006, punt 1, in aant 3 op post 02.10.

2.

2.

Mensenhaar, op gelijke lengte gesorteerd, doch niet gericht (dat wil zeggen niet met respectievelijk de topeinden en de worteleinden bij elkaar), wordt aangemerkt als onbewerkt mensenhaar (post 05.01).

3.

3.

In de nomenclatuur wordt onder ‘ivoor’ verstaan: slagtanden van olifanten, van nijlpaarden, van walrussen, van narwallen of van wilde zwijnen, horens van neushoorns, alsmede tanden van alle dieren.

4.

4.

In de nomenclatuur wordt als ‘paardenhaar (crin)’ aangemerkt het haar van de manen of van de staart van paardachtigen of van runderen. Post 05.11 omvat onder meer paardenhaar (crin) en afval van paardenhaar, ook indien in vliezen, al dan niet op een onderlaag.


 

 

1. Dit hoofdstuk omvat niet:

 

a. voor menselijke consumptie geschikte producten, andere dan dan darmen, blazen en magen van dieren, in hun geheel of in stukken en bloed van dieren (vloeibaar of gedroog);

 

b. huiden, vellen en pelterijen, andere dan de producten bedoeld bij post 05.05 en andere dan bij post 05.11 bedoelde snippers en dergelijk afval van ongelooide huiden en vellen (hoofdstuk 41 of 43);

 

c. textielgrondstoffen van dierlijke oorsprong, andere dan paardenhaar (crin) en afval van paardenhaar (afdeling XI);

 

d. gerede knotten voor borstelwerk (post 96.03).

 

 

2. Mensenhaar, op gelijke lengte gesorteerd, doch niet gericht (dat wil zeggen niet met respectievelijk de topeinden en de worteleinden bij elkaar), wordt aangemerkt als onbewerkt mensenhaar (post 05.01).

 

 

3. In de nomenclatuur wordt onder 'ivoor' verstaan : slagtanden van olifanten, van nijlpaarden, van walrussen, van narwallen of van wilde zwijnen, horens van neushoorns, alsmede tanden van alle dieren.

 

 

4. In de nomenclatuur wordt als 'paardenhaar (crin)' aangemerkt het haar van de manen of van de staart van paardachtigen of van runderen. Post 0511 omvat onder meer paardenhaar (crin) en afval van paardenhaar, ook indien in vliezen, al dan niet op een onderlaag.

5. Post 07.11 heeft betrekking op groenten die een behandeling hebben ondergaan, uitsluitend bedoeld om ze voorlopig te verduurzamen ter bewaring onderweg of tijdens de periode van opslag die aan de verwerking voorafgaat (bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd), op voorwaarde dat zij als zodanig niet geschikt zijn voor dadelijke consumptie.  

1. Aantekeningen IDR

1. Voor zover niet anders is bepaald, heeft de vermelding in deze afdeling van dieren van een bepaald geslacht of soort eveneens betrekking op de jonge dieren van dat geslacht of die soort.

2.

2. Voor zover niet anders is bepaald, wordt in de nomenclatuur onder ‘gedroogd’ eveneens verstaan: gedehydreerd, geëvaporeerd of gelyofiliseerd.


1. Voor zover niet anders is bepaald, heeft de vermelding in deze afdeling van dieren van een bepaald geslacht of soort eveneens betrekking op de jonge dieren van dat geslacht of die soort.

2. Voor zover niet anders is bepaald, wordt in de nomenclatuur onder 'gedroogd' eveneens verstaan : gedehydreerd, geëvaporeerd of gelyofiliseerd.