Hoofdstuk 25

Zout; zwavel; aarde en steen; gips, kalk en cement

1 Aantekeningen IDR

1 (1; 2; 3; 4).

Voor zover uit de context van de posten of uit aantekening 4 op dit hoofdstuk niet het tegendeel blijkt, vallen onder dit hoofdstuk uitsluitend: producten in ruwe staat en producten die zijn gewassen (ook met behulp van chemicaliën die onzuiverheden verwijderen zonder de aard van het product te wijzigen), fijngestampt, gemalen, geslibd, gezeefd of gekalibreerd, ook indien geconcentreerd door flotatie, door magnetische afscheiding of door andere mechanische of fysische werkwijzen (met uitzondering van kristallisatie). Producten die gebrand of geroost zijn of zijn verkregen door vermenging, dan wel een bewerking hebben ondergaan die uitgaat boven de in de verschillende posten aangegeven bewerkingen, zijn evenwel van dit hoofdstuk uitgezonderd.

Aan de producten van dit hoofdstuk mag een zelfstandigheid zijn toegevoegd om het verstuiven tegen te gaan, voor zover deze toevoeging de producten niet méér geschikt maakt voor bijzondere toepassingen dan voor hun gebruik in het algemeen.

1
Toelichting IDR

Ingevolge het bepaalde bij Aantekening 1 IDR op hoofdstuk 25, omvat dit hoofdstuk tenzij uit de context het tegendeel blijkt, alleen minerale producten in ruwe of onbewerkte staat, alsmede minerale producten die zijn gewassen (ook met behulp van chemicaliën die onzuiverheden verwijderen zonder de aard van het product te wijzigen), fijngestampt, gemalen, geslibd, gezeefd of gekalibreerd, geconcentreerd door flotatie, magnetische afscheiding of andere mechanische of fysische werkwijzen (met uitzondering van kristallisatie). De bij dit hoofdstuk bedoelde producten mogen ook een thermische behandeling ondergaan om vocht of onzuiverheden te verwijderen of voor andere doeleinden, voor zover de thermische behandeling de chemische of kristallijne structuur van het product niet wijzigt. Andere thermische behandelingen (bijvoorbeeld roosten, smelten of branden) zijn evenwel niet toegelaten, voor zover uit de bewoording van de post niet het tegendeel blijkt. Zo is bijvoorbeeld een thermische behandeling die een wijziging in de chemische of kristallijne structuur teweegbrengt toegestaan voor de producten van de posten 25.13 en 25.17, omdat in de bewoording van deze posten expliciet wordt verwezen naar een thermische behandeling.

Aan de producten bedoeld bij dit hoofdstuk mag een zelfstandigheid om het verstuiven tegen te gaan zijn toegevoegd, mits deze toevoeging de producten niet méér geschikt maakt voor bijzondere toepassingen dan voor hun gebruik in het algemeen. Minerale producten, die een verdere bewerking hebben ondergaan (bijvoorbeeld gezuiverd door herhaalde kristallisatie) of waarvan werken zijn gemaakt (door houwen, beitelen, enz.) of die bestaan uit een mengsel van minerale producten bedoeld bij een of meer posten van dit hoofdstuk, worden daarentegen onder andere hoofdstukken ingedeeld (bijvoorbeeld hoofdstuk 28 of 68).

In bepaalde posten van dit hoofdstuk wordt evenwel van deze regel afgeweken:

1. hetzij omdat daaronder goederen worden genoemd die wegens hun aard een bewerking hebben ondergaan uitgaande boven die bedoeld in de hiervoor aangehaalde Aantekening 1 IDR op hoofdstuk 25, zoals zuivere natriumchloride (post 25.01), geraffineerde zwavel (post 25.03), chamotteaarde (post 25.08), gebrande gips (post 25.20), kalk (post 25.22), hydraulisch cement (post 25.23);

2. hetzij omdat in de omschrijving ervan bepaalde bewerkingen zijn genoemd, die uitgaan boven die bedoeld in vorengenoemde Aantekening 1 IDR, zoals het branden van natuurlijk bariumcarbonaat of witheriet (post 25.11), van diatomeeënaarde en andere dergelijke kiezelaarde (post 25.12) en van dolomiet (post 25.18), natuurlijk magnesiumcarbonaat (magnesiet) en magnesia (post 25.19) mogen gesmolten of gebrand (doodgebrand of bijtendgebrand) zijn. In het geval van doodgebrande magnesia mogen andere oxiden (bijvoorbeeld ijzeroxide, chroomoxide) eraan zijn toegevoegd om het sinteren te vergemakkelijken.

Evenzo mogen de stoffen die onder de posten 25.06, 25.14, 25.15, 25.16, 25.18 en 25.26 worden ingedeeld, enkel kantrecht behouwen, dan wel in blokken of in platen van vierkante of rechthoekige vorm zijn, verkregen door zagen, door splijten of op dergelijke wijze.

Producten die zowel onder post 25.17 als onder een andere post van dit hoofdstuk kunnen worden ingedeeld, moeten worden ingedeeld onder post 25.17.

Stenen bedoeld bij dit hoofdstuk, met het karakter van edelsteen of halfedelsteen, worden ingedeeld onder hoofdstuk 71.

2
Toelichting EG

Flotatie heeft ten doel de waardevolle bestanddelen van het ganggesteente af te scheiden door het te verzamelen aan de oppervlakte van het water waarin het is ondergedompeld, terwijl het ganggesteente naar de bodem zakt.

3
EG Verordening

Bepaalde kattenbakvulling moet onder post 38.24 worden ingedeeld. De vulling bestaat uit natuurlijk bentoniet (kleisoort) dat is gedroogd en met een antibacterieel middel is behandeld en met actieve kool is vermengd om bacteriegroei en geurvorming te voorkomen. Het bentoniet vertegenwoordigt meer dan 94 gewichtspercenten van het product.

Het product is verkregen door vermenging van bentoniet met een antibacterieel middel en actieve kool. Indeling onder post 25.08 als andere klei is derhalve uitgesloten (Aantekening 1 IDR op hoofdstuk 25). Zie Verordening (EU) nr. 699/2013, punt 1, in aant. 3 op post 38.24.

4
Jurisprudentie

Het onderling of met andere stoffen vermengen van de onder hoofdstuk 25 vallende goederen behoort niet tot de voor deze goederen in Aantekening 1 IDR op genoemd hoofdstuk vermelde toegestane bewerkingen. TC 18 oktober 1965, nr. 9945 T (UTC 1966/27). OT.

Het product ‘Hydragloss E’, een kaoline-slurry die voor een gehalte van ongeveer 70 à 72% bestaat uit de droge stof kaolien en voor het overige uit water, moet onder post 25.07 worden ingedeeld. De behandelingen die het goed heeft ondergaan, overschrijden niet de grenzen van de in Aantekening 1 IDR op hoofdstuk 25 omschreven handelingen. Met name de toevoeging van water, zonder dat daardoor het product van aard verandert, valt naar het oordeel van de TC onder de in die Aantekening met betrekking tot het ruwe product toegelaten handeling ‘slibben’. Zie TC 14 november 2000, nr. 0089/97, in aant. 4 op post 25.07.

Producten op basis van klei met toegevoegd zuur, verkregen door gecontroleerde toevoeging van zwavelzuur aan natuurlijke palygorskiet (attapulgiet)-smectiet klei, moeten onder post 38.02 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 3802.90/1 op post 38.02 in aant. 4 op die post.

Producten op de basis van klei, die gewassen zijn met zuur waardoor de zuurgraad wordt verlaagd en het absorberend vermogen wordt vergroot, moeten volgens de DK onder post 38.02 worden ingedeeld. Zie DK 23 december 2010, nr. 09/00700 en 09/0701 in aant. 4 op post 38.02.

Het begrip ‘onzuiverheden verwijderen’, als bedoeld in Aantekening 1 IDR op hoofdstuk 25, moet aldus worden uitgelegd dat dit de verwijdering omvat van chemische deeltjes die door natuurlijke omstandigheden in een mineraal product in ruwe staat zijn opgenomen, voor zover deze verwijdering leidt tot een verbetering van het vermogen van de betrokken producten om de inherente bestemming ervan te vervullen, aldus het Hof.

Het staat aan de nationale rechter om dit na te gaan. Zie HvJ 23 januari 2014, nr. C-380/12, in aant. 4 op post 25.08.

De HR stelt in cassatie dat in de bestreden uitspraak van het Hof is geoordeeld dat door de behandeling van de onderhavige producten met zwavelzuur en water niet alleen sprake is geweest van het verwijderen van onzuiverheden (calciumionen) maar door die behandeling ook de oppervlaktestructuur van de producten is gewijzigd. Gelet op dat oordeel en de daaraan verbonden conclusie, moeten deze producten onder post 38.02 van de gecombineerde nomenclatuur worden ingedeeld. Zie HR 13 juni 2014, nr. 11/00519, in aant. 4 op post 38.02.

2.

2.

Dit hoofdstuk omvat niet:

a. gesublimeerde of geprecipiteerde zwavel en colloïdale zwavel (post 28.02);

b. natuurlijke ijzerhoudende verfaarden die in totaal 70 of meer gewichtspercenten ijzerverbindingen, berekend als Fe2O3, bevatten (post 28.21);

c. geneesmiddelen en andere producten, bedoeld bij hoofdstuk 30;

d. parfumerieën, toiletartikelen en cosmetische producten (hoofdstuk 33) (3);

e. stamp- en strijkmassa van dolomiet (post 38.16);

f. stenen voor bestrating, plaveien en trottoirbanden (post 68.01); blokjes en dergelijke voor mozaïeken (post 68.02); dakleien en leien voor bouwwerken (post 68.03);

g. edelstenen en halfedelstenen (post 71.02 of 71.03);

h. gecultiveerde kristallen (andere dan optische elementen), wegende per stuk 2,5 g of meer, van natriumchloride of van magnesiumoxide, bedoeld bij post 38.24; optische elementen van natriumchloride of van magnesiumoxide (post 90.01);

ij. biljartkrijt (post 95.04);

k. schrijf- of tekenkrijt en kleermakerskrijt (post 96.09).

1 en 2
Gereserveerd
3
EG Verordening

Vloeibare producten die worden gebruikt om in noodgevallen de ogen te spoelen en zo vreemde deeltjes en chemische stoffen te verwijderen moeten onder post 33.07 worden ingedeeld.

Aangezien het product is opgemaakt in verpakkingen voor de verkoop in het klein en geschikt is voor gebruik als cosmetisch product of toiletartikel, wordt het aangemerkt als een cosmetisch product of toiletartikel. Indeling onder hoofdstuk 25 is derhalve uitgesloten. Zie Verordening (EU) nr. 766/2014, punt 1, in aant. 3 op post 33.07.

3.

3.

Producten die zowel onder post 25.17 als onder een andere post van hoofdstuk 25 kunnen vallen, worden ingedeeld onder post 25.17.

4.

4.

Post 25.30 omvat onder meer: vermiculiet, perliet en chloriet, niet geëxpandeerd; verfaarden, ook indien gebrand of onderling vermengd; natuurlijk ijzerglimmer; meerschuim, ook in gepolijste stukken, en barnsteen (amber); samengekit meerschuim en samengekit barnsteen (ambroïde), enkel gemouleerd in platen, staven of in dergelijke vormen; git; strontianiet (natuurlijk strontiumcarbonaat), ook indien gebrand, met uitzondering van strontiumoxide; stukken en scherven van aardewerk, brokken steen en brokken beton.


 

ZOUT; ZWAVEL; AARDE EN STEEN; GIPS, KALK EN CEMENT

 

 

AANTEKENINGEN

 

 

1.Voorzover uit de context van de posten of uit aantekening 4 op dit hoofdstuk niet het tegendeel blijkt, vallen onder dit hoofdstuk uitsluitend : producten in ruwe staat en producten die zijn gewassen (ook met behulp van chemicaliën die onzuiverheden verwijderen zonder de aard van het product te wijzigen), fijngestampt, gemalen, geslibd, gezeefd of gekalibreerd, ook indien geconcentreerd door flotatie, door magnetische afscheiding of door andere mechanische of fysische werkwijzen (met uitzondering van kristallisatie). Producten die gebrand of geroost zijn of zijn verkregen door vermenging, dan wel een bewerking hebben ondergaan die uitgaat boven de in de verschillende posten aangegeven bewerkingen, zijn evenwel van dit hoofdstuk uitgezonderd.

 

Aan de producten van dit hoofdstuk mag een zelfstandigheid zijn toegevoegd om het verstuiven tegen te gaan, voorzover deze toevoeging de producten niet méér geschikt maakt voor bijzondere toepassingen dan voor hun gebruik in het algemeen.

 

 

2.Dit hoofdstuk omvat niet:

 

a.gesublimeerde of geprecipiteerde zwavel en colloïdale zwavel (post 28.02);

 

b.natuurlijke ijzerhoudende verfaarden die in totaal 70 of meer gewichtspercenten ijzerverbindingen, berekend als Fe2O3, bevatten (post 28.21);

 

c.geneesmiddelen en andere producten, bedoeld bij hoofdstuk 30;

 

d.parfumerieën, toiletartikelen en cosmetische producten (hoofdstuk 33);

e. stamp- en strijkmassa van dolomiet (post 3816);  

f.stenen voor bestrating, plaveien en trottoirbanden (post 68.01); blokjes en dergelijke voor mozaïeken (post 68.02); dakleien en leien voor bouwwerken (post 68.03);

 

f.edelstenen en halfedelstenen (post 71.02 of 71.03);

 

h. gecultiveerde kristallen (andere dan optische elementen), wegende per stuk 2,5 g of meer, van natriumchloride of van magnesiumoxide, bedoeld bij post 38.24; optische elementen van natriumchloride of van magnesiumoxide (post 90.01);

 

ij. biljartkrijt (post 95.04);

 

k. schrijf- of tekenkrijt en kleermakerskrijt (post 96.09);

 

 

3.Producten die zowel onder post 25.17 als onder een andere post van hoofdstuk 25 kunnen vallen, worden ingedeeld onder post 25.17.

 

 

4.Post 25.30 omvat onder meer : vermiculiet, perliet en chloriet, niet geëxpandeerd; verfaarden, ook indien gebrand of onderling vermengd; natuurlijk ijzerglimmer; meerschuim, ook in gepolijste stukken, en barnsteen (am-ber); samengekit meerschuim en samengekit barnsteen (ambroïde), enkel gemouleerd in platen, staven of in dergelijke vormen; git; strontianiet (natuurlijk strontiumcarbonaat), ook indien gebrand, met uitzondering van strontium-oxide; stukken en scherven van aardewerk, brokken steen en brokken beton.