Hoofdstuk 30

Farmaceutische producten

1. Toelichting IDR

Dit hoofdstuk omvat mede gepegyleerde producten die bestaan uit polyethyleenglycol (of PEGs) polymeren gebonden aan farmaceutische producten van hoofdstuk 30 (bijvoorbeeld functionele proteïnen en peptides, antilichaamfragmenten) om de werkzaamheid als medicijn te verbeteren. Gepegyleerde producten van posten van dit hoofdstuk blijven onder dezelfde post ingedeeld als de niet-gepegyleerde vormen (bijvoorbeeld peginterferon (INN) van post 30.02). Algemene opmerkingen.

2
Toelichting EG

De beschrijving van een product als geneesmiddel in wetgeving van de Gemeenschap (andere dan wetgeving met betrekking tot de indeling in de gecombineerde nomenclatuur), in nationale wetgeving van een lidstaat of in een farmacopee, is niet doorslaggevend voor de indeling in hoofdstuk 30. Algemene opmerkingen.

Aantekeningen IDR

1 (3).

Dit hoofdstuk omvat niet:

a. dieetvoeding, veredelde voedingsmiddelen, voedingsmiddelen voor diabetici, voedingssupplementen, opwekkende dranken (tonica) en mineraalwater, andere dan voedingspreparaten die langs intraveneuze weg worden toegediend (afdeling IV) (4);

b. producten zoals tabletten, kauwgom of pleisters (percutaan systeem), die nicotine bevatten en bedoeld zijn om te helpen het gebruik van tabak te beëindigen (post 24.04);

c. gips, speciaal gebrand of fijn gemalen voor tandtechnisch gebruik (post 25.20);

d. medicinaal gedistilleerd aromatisch water en medicinale oplossingen van etherische oliën in water (post 33.01);

e. preparaten bedoeld bij de posten 33.03 tot en met 33.07, ook indien met therapeutische of profylactische eigenschappen;

f. zeep en andere producten bedoeld bij post 34.01, waaraan medicinale zelfstandigheden zijn toegevoegd;

g. preparaten van gips voor tandtechnisch gebruik (post 34.07);

h. niet voor therapeutisch of profylactisch gebruik bereide bloedalbumine (post 35.02) (4);

ij. reageermiddelen voor diagnose bedoeld bij post 38.22.

 

1 en 2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Een vloeibare bereiding onder meer bestaande uit caseïnaten, proteïnen, olie, zouten en water, die ook door middel van een enterale sonde kan worden toegediend, moet worden ingedeeld onder post 22.02. Zie Verordening (EEG) nr. 184/89 in aant. 3 op post 22.02.

Voedingssupplementen zoals hierna omschreven moeten onder post 21.06 worden ingedeeld.

1. Bereiding in de vorm van capsules van gelatine, niet opgemaakt voor de verkoop in het klein, met per capsule de volgende samenstelling:

– sardine-olie

500,0 mg

– knoflookpoeder

60,0 mg

– bijenwas

24,0 mg

– plantaardige emulgator

11,0 mg

– antioxidant

5,0 mg

2. Bereiding in de vorm van tabletten, opgemaakt voor de verkoop in het klein, voorzien van gegevens omtrent samenstelling en gebruiksdoel, met per tablet de volgende samenstelling:

– papayablad in poedervorm

152,5 mg

– papaïne

17,5 mg

– vulstoffen

80,0 mg

Het product bevat 4 gewichtspercenten sacharose (invertsuiker daaronder begrepen).

3. Bereiding in de vorm van capsules van gelatine, bevattende knoflookextract opgelost in plantaardige olie, opgemaakt voor de verkoop in het klein, voorzien van gegevens omtrent samenstelling en gebruiksdoel.

4. Bereiding in de vorm van tabletten, niet opgemaakt voor de verkoop in het klein, met per tablet de volgende samenstelling:

– knoflookpoeder

270,0 mg

– weipoeder

216,5 mg

– biergist

27,0 mg

– alginezuur

22,0 mg

– zeewier

9,0 mg

– magnesiumstearaat

5,5 mg

Het product bevat meer dan 2,5 gewichtspercenten melkproteïnen.

5. Bereiding in de vorm van tabletten, opgemaakt voor de verkoop in het klein, voorzien van gegevens omtrent samenstelling en gebruiksdoel, met per tablet de volgende samenstelling:

– meekrap (Radix rubia)

200,0 mg

– vulstoffen

50,0 mg

Het product bevat 14 gewichtspercenten sacharose (invertsuiker daaronder begrepen).

Zie Verordening (EEG) nr. 1422/90, punten 1 t/m 5, in aant. 3 op post 21.06.

 

Een bereiding in de vorm van een capsule van gelatine, opgemaakt voor de verkoop in het klein, met per capsule de hierna opgegeven samenstelling, moet onder post 21.06 worden ingedeeld. De samenstelling is als volgt: Verordening (EEG) nr. 440/91, punt 3, in aant. 3 op post 21.06.

– lecithine

1222 mg

– glycerine

28 mg

Zie Verordening (EEG) nr. 440/91, punt 3, in ant. 3 op post 21.06.

 

Een voedingssupplement in de vorm van ovale capsules van gelatine, moet onder post 21.06 worden ingedeeld. Het product bevat waterig en olieachtig extract van gierst, tarwekiemolie, L-cystine, calciumpantothenaat, alsmede sojalecithine, was, magnesiumoxide, glycerine, gelatine en sorbitol. Zie Verordening (EG) nr. 1858/98, punt 4, in aant. 3 op post 21.06.

Producten voor menselijke consumptie in de vorm van bruistabletten (gewicht: 2 g), voor de verkoop in het klein, moeten onder post 21.06 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 214/96, punt 2, in aant. 3 op post 21.06.

Zogenaamde premelanges, bestaande uit ronidazol of uit oxytetracyclinehydrochloride, moeten onder post 23.09 worden ingedeeld. Zie Verordening (EEG) nr. 2723/90 in aant. 3 op post 23.09.

Een gearomatiseerde tandpasta moet onder post 33.06 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 4/97 in aant. 3 op post 33.06.

Een heldere, donkerbruine vloeistof met een aromatische, kruidige geur en een bittere, kruidige smaak, met een effectief alcoholvolumegehalte van 43% vol, bestaande uit een mengsel van 32 soorten geneeskrachtige kruidenextracten met karamelextract, water en alcohol, moet onder post 22.08 ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 160/2007 in aant. 3 op post 22.08

Een brilvormig artikel van soepele kunststof dat een gekleurde vloeistofoplossing bevat, moet onder post 38.24 worden ingedeeld. Het artikel heeft geen therapeutische of profylactische werking in de zin van hoofdstuk 30. Zie Verordening (EG) nr. 323/2008, punt 1, in aant. 3 op post 38.24.

Een artikel van geweven stof in de vorm van een riem bevattende zachte tarwekorrels en dat, na verwarming in een magnetron, wordt gebruikt om pijn in de onderrug te verlichten moet onder post 10.01 worden ingedeeld. Het artikel heeft geen therapeutische of profylactische werking in de zin van hoofdstuk 30. Zie Verordening (EG) nr. 323/2008, punt 3, in aant. 3 op post 10.01.

Een product in poedervorm dat meer geschikt is voor een bepaald gebruik (vervaardiging van vitaminepillen) dan voor algemeen gebruik en dat geen therapeutische of profylactische werking heeft in de zin van hoofdstuk 30, moet onder post 21.06 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 349/2009 in aant. 3 op post 21.06.

Een bepaald voedingssupplement moet onder post 21.06 worden ingedeeld. Het betreft culturen van micro-organismen aangeboden in gelatinecapsules, opgemaakt voor de verkoop in het klein. Zie Verordening (EU) nr. 727/2012 in aant. 3 op post 21.06.

Een bepaald product opgemaakt voor de verkoop in het klein in gelatinecapsules als voedingssupplement, moet onder post 21.06 worden ingedeeld. Het betreft een product dat de volgende ingrediënten (in gewichtspercenten) bevat:

– schors van katsklauw (cat's claw) in poedervorm (Uncaria tomentosa)

500 mg

– ascorbylpalmitaat

57 mg

– microkristallijne cellulose

79 mg

– rijstmeel

17 mg

– siliciumdioxide

32 mg

Volgens het etiket wordt het product aangeboden als een voedingssupplement voor menselijke consumptie.

Aangezien de concentratie van de actieve stof of stoffen in het product niet op het etiket, op de verpakking of in de bijsluiter zijn vermeld, wordt niet voldaan aan de eisen van Aanvullende aantekening 1 EG op hoofdstuk 30. Daarom is indeling onder post 30.04 als een geneesmiddel uitgesloten. Zie Verordening (EU) nr. 387/2013 in aant. 3 op post 21.06.

Een dieetsupplement voor menselijke consumptie in poedervorm, opgemaakt voor de verkoop in het klein in een doos van kunststof met een inhoud van 300 g moet onder post 21.06 worden ingedeeld.

Het product is niet bestemd om enige ziekte in de zin van post 30.04 te diagnosticeren, behandelen, bestrijden of voorkomen. Hoewel het niveau van vitamine C en E aanzienlijk hoger is dan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid, voldoet het product niet aan de vereisten van Aanvullende aantekening 1 a (EG) op hoofdstuk 30. Indeling onder post 30.04 is daarom uitgesloten. Zie Verordening (EU) 2015/1799 in aant. 3 op post 21.06.

Vloeibare producten die worden gebruikt om in noodgevallen de ogen te spoelen en zo vreemde deeltjes en chemische stoffen te verwijderen moeten onder post 33.07 worden ingedeeld.

Aangezien het product is opgemaakt in verpakkingen voor de verkoop in het klein en geschikt is voor gebruik als cosmetisch product of toiletartikel, wordt het aangemerkt als een cosmetisch product of toiletartikel. Indeling onder hoofdstuk 30 is derhalve uitgesloten (zie Aantekening 1 e IDR op hoofdstuk 30). Zie Verordening (EU) nr. 766/2014, punt 1, in aant. 3 op post 33.07.

Vloeibare producten die worden gebruikt om in noodgevallen de ogen te spoelen en zo zuren en basen in de ogen te neutraliseren moeten onder post 33.07 worden ingedeeld.

Aangezien het product is opgemaakt in verpakkingen voor de verkoop in het klein en geschikt is voor gebruik als cosmetisch product of toiletartikel, wordt het aangemerkt als een cosmetisch product of toiletartikel. Indeling onder hoofdstuk 30 is derhalve uitgesloten (zie Aantekening 1 e IDR op hoofdstuk 30). Zie Verordening (EU) nr. 766/2014, punt 2, in aant. 3 op post 33.07.

4
Jurisprudentie

Dranken als het Sangart-elixer en Quintonine moeten onder post 22.08 worden ingedeeld. Het HvJ overwoog onder meer dat samenstelling, aanbiedingsvorm en functie van de dranken bepalend zijn voor hun indeling. HvJ 14 december 1995, nr. C-106/94 en C-139/94, punten 3 en 4 (PbEG 1996, nr. C 77 en UTC 1997/10).

Kalktabletten die in de handel worden gebracht onder de naam ‘Calci-Chew’, moeten onder post 30.04 worden ingedeeld. Zie TC 21 oktober 1997, nr. 0159/96 TC, in aant. 4 op post 30.04.

Druppels op basis van Echinacea purpurea-extract moeten onder post 30.04 worden ingedeeld. Zie HvJ nr. C-405/95 in aant. 4 op post 30.04.

Aloë-vera-tabletten moeten onder post 21.06 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 2106.90/20 op post 21.06 in aant. 4 op die post.

Aloë-vera-gel in de vorm van een vloeistof moet onder post 22.02 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 2202.99/2 op post 22.02 in aant. 4 op die post.

Aloë-vera-drink gel-puur in de vorm van een vloeistof moet onder post 22.02 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 2202.99/3 op post 22.02 in aant. 4 op die post.

Een waterige elektrolytische oplossing moet onder post 22.02 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 2202.99/4 op post 22.02 in aant. 4 op die post.

Producten bestaande uit immunoglobulineconcentraten op basis van gedroogd en van vet en caseïne ontdaan colostrum dat met lactose werd gestandaardiseerd, moeten onder hoofdstuk 30 worden ingedeeld. Zie HvJ nr. C-259/00 in aant. 4 op post 30.01.

Kruiden- en enzympreparaten met nauwkeurig omschreven therapeutische en profylactische kenmerken, opgemaakt voor de verkoop in het klein, moeten onder post 30.04 worden ingedeeld. Zie DK 19 september 2002, nr. 00/90 203 DK, in aant. 4 op post 30.04.

Hoestsiroop in de vorm van een waterige oplossing met een alcoholvolumegehalte van 1,8% vol, opgemaakt in een flacon met een inhoud van 100 ml (130 g), moet onder post 21.06 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 2106.90/24 op post 21.06 in aant. 4 op die post.

Sondevoeding voor dieetbehandeling van ziektegerelateerde ondervoeding moet onder post 30.04 worden ingedeeld. Zie HR 17 oktober 2014, nr. 11/02582, in aant. 4 op post 30.04.

Een product bestemd voor vervaardiging van een voedingssupplement, moet onder post 21.06 worden ingedeeld. Het product bestaat uit (in gewichtspercenten):

methionine

25,9

cystine

12,9

calciumpantothenaat

12,9

thiaminechloorhydraat

0,3

pyridoxinechloorhydraat

2,6

p-aminobenzoëzuur

5,2

gierstextract

12,9

tarwekiemextract

12,9

gist

12,9 en

micro-elementen (ijzer, zink, koper).

 

Zie statement 18e vergadering op post 21.06 in aant. 4 op die post.

 
Een voedingssupplement zoals hierna omschreven, moet onder post 21.06 worden ingedeeld.
Het product bestaat uit (per capsule):

-

extract 4:1 van bladeren van de berendruif (Arctostaphylos uva-ursi):

10

mg

-

lactose:

185

mg

-

magnesiumstearaat:

5

mg.

Zie statement 36e vergadering op post 21.06 in aant. 4 op die post.

Een bloedalbumine die zelf geen therapeutische of profylactische werking heeft, maar is geproduceerd voor de bereiding van producten die wel therapeutische of profylactische werking hebben, en die daarvoor absoluut noodzakelijk is en naar haar aard alleen daarvoor kan worden gebruikt, wordt beschouwd als bereid voor therapeutisch of profylactisch gebruik in de zin van Aantekening 1 h IDR op hoofdstuk 30. Zie HvJ nr. C-291/11 in aant. 4 op post 30.02.

Bepaalde tabletten moeten onder post 21.06 worden ingedeeld. Het betreft tabletten die worden gebruikt als ondersteuning bij de spijsvertering, in het bijzonder na een maaltijd. Zie tarifering IDR 2106.90/29 op post 21.06 in aant. 4 op die post.

Bepaalde aminozuurmengsels moeten onder post 21.06 worden ingedeeld. Het betreft aminozuurmengsels van verschillende zeer zuivere individuele aminozuren, die zo zijn vervaardigd dat zij geen koemelkproteïnen bevatten. Onder toevoeging van koolhydraten en vetten worden zij gebruikt voor de bereiding van levensmiddelen voor zuigelingen en zeer jonge kinderen met een koemelkproteïneallergie. Zie HvJ 17 september 2015, nr. C-344/14 in aant. 4 op post 21.06.

2.

2.

Voor de toepassing van post 30.02 wordt onder ‘immunologische producten’ verstaan peptiden en eiwitten (andere dan die bedoeld bij post 29.37) die rechtstreeks betrokken zijn bij de regeling van immunologische processen, zoals monoklonale antilichamen (MAB), fragmenten van antilichaam, verbindingen van antilichaam en verbindingen van antilichaam-fragment, interleukinen, interferonen (IFN), chemokinen en bepaalde tumornecrosefactoren (TNF), groeifactoren (GF), hematopoietinen en koloniestimulerende factoren (CSF).

3.

3.

Voor de toepassing van de posten 30.03 en 30.04 en van aantekening 4, onder d, op dit hoofdstuk, worden aangemerkt:

a. als onvermengde producten:

1. onvermengde producten opgelost in water;

2. alle producten bedoeld bij hoofdstuk 28 of 29;

3. enkelvoudige plantenextracten bedoeld bij post 13.02, die enkel zijn getitreerd of opgelost in ongeacht welk oplosmiddel;

b. als vermengde producten:

1. colloïdale oplossingen en suspensies (andere dan colloïdale zwavel);

2. plantenextracten verkregen door behandeling van mengsels van plantaardige stoffen;

3. zouten en concentraten verkregen door verdamping van natuurlijke mineraalwaters.

4.

4.

Onder post 30.06, met uitsluiting van enige andere post in de nomenclatuur, worden alleen de volgende producten ingedeeld:

a. steriel catgut, dergelijk steriel hechtdraad en -garen (steriele garens die door het lichaam worden geabsorbeerd, voor de chirurgie en voor de tandheelkunde daaronder begrepen) en steriele kleefstoffen, voor het dichten van wonden in de chirurgie;

b. steriele laminaria;

c. steriele bloedstelpende artikelen, die door het lichaam worden geabsorbeerd, voor de chirurgie en voor de tandheelkunde; steriele barrièremiddelen tegen het verkleven, voor de chirurgie of voor de tandheelkunde, ook indien zij door het lichaam kunnen worden geabsorbeerd;

d. röntgencontrastmiddelen, alsmede reageermiddelen voor het stellen van een diagnose, bestemd om aan de patiënt zelf te worden toegediend en bestaande uit een onvermengd product in afgemeten hoeveelheid dan wel uit een mengsel van twee of meer producten (8);

e. placebo’s en blinde (of dubbelblinde) klinische proefkits voor gebruik in erkende klinische proeven, in afgemeten hoeveelheden, ook indien zij werkzame geneesmiddelen kunnen bevatten;

f. tandcement en andere producten voor tandvulling; beendercement (9);

g. tassen, dozen, trommels en dergelijke, gevuld met artikelen voor eerste hulp bij ongelukken;

h. chemische anticonceptionele preparaten van hormonen, van andere producten bedoeld bij post 29.37 of van spermiciden;

ij. bereidingen in de vorm van een gel die worden toegepast bij de mens- of diergeneeskunde op bepaalde delen van het lichaam als glijmiddel bij chirurgische handelingen of medisch onderzoek of als koppelmiddel tussen het lichaam en de medische instrumenten;

k. farmaceutische afvallen, dit zijn farmaceutische producten die ongeschikt zijn voor hun oorspronkelijk gebruiksdoel ten gevolge van, bijvoorbeeld, het verstrijken van de houdbaarheidsdatum;

l. hulpmiddelen die herkenbaar zijn voor gebruik in de stomazorg, te weten in vorm gesneden opvangzakken voor colostoma, ileostoma en urostoma, alsmede klevende huidbeschermers of huidplakken daarvoor.

1 t/m 7
Gereserveerd
8
Nadere verwijzing

Zie voor de begrippen ‘onvermengde producten’ en ‘vermengde producten’ de Aantekening 3 IDR op hoofdstuk 30.

9
EG Verordening

Een vloeibaar product voor tandheelkundig gebruik, moet onder meer met toepassing van Aantekening 4 f IDR op hoofdstuk 30, onder post 30.06 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 972/2014 in aant. 3 op post 30.06.

1
Aanvullende aantekening 1 IDR

1.

Voor de toepassing van de onderverdelingen 3002.13 en 3002.14 worden aangemerkt:
a. als onvermengde producten, zuivere producten, ook indien zij onzuiverheden bevatten;
b. als vermengde producten:
1. waterige oplossingen en andere oplossingen van de producten, bedoeld onder a hiervoor;
2. producten bedoeld onder a en b, onder 1, hiervoor, waaraan een stabilisator is toegevoegd, nodig voor de houdbaarheid of voor het vervoer; en
3. producten bedoeld onder a, b onder 1 en b onder 2, hiervoor, waaraan een ander additief is toegevoegd.

2
Aanvullende aantekening 2 IDR

2.

De onderverdelingen 3003.60 en 3004.60 omvatten geneesmiddelen voor orale inname die artemisinin (INN) bevatten, in combinatie met andere farmaceutische actieve bestanddelen, of die een van de volgende actieve bestanddelen bevatten, al dan niet in combinatie met andere farmaceutische actieve bestanddelen: amodiaquine (INN); artelinezuur of zouten daarvan; artenimol (INN); artemotil (INN); artemether (INN); artesunaat (INN); chloroquine (INN); dihydroartemisinine (INN); lumefantrine (INN); mefloquine (INN); piperaquine (INN); pyrimethamine (INN) of sulfadoxine (INN).

1. Aanvullende aantekening 1 EG

1 (1; 3; 4).

Tot post 30.04 behoren plantaardige geneeskrachtige bereidingen en bereidingen op basis van de volgende actieve bestanddelen: vitaminen, mineralen, essentiële aminozuren of vetzuren, opgemaakt voor de verkoop in het klein. Deze bereidingen worden onder post 30.04 ingedeeld, indien op het etiket, op de verpakking of in de bijsluiter de volgende aanwijzingen zijn vermeld:

a. de ziekten, aandoeningen of symptomen waartegen zij moeten worden gebruikt,

b. de concentratie van de actieve stof of de stoffen die zij bevatten,

c. de dosering, en

d. de wijze van toediening.

Tot deze post behoren eveneens homeopathische geneeskrachtige bereidingen, indien zij aan de vorenstaande voorwaarden onder a, c en d voldoen.

In geval van bereidingen op basis van vitaminen, mineralen, essentiële aminozuren of vetzuren, dient het gehalte aan ten minste een van deze stoffen per op het etiket aangegeven aanbevolen dagelijkse dosis aanzienlijk hoger te zijn dan de voor het behoud van de algemene gezondheid of het welzijn aanbevolen dagelijkse hoeveelheid.

1
Toelichting EG

1. Geneeskrachtige bereidingen van kruiden zijn bereidingen die gebaseerd zijn op een of meer actieve stoffen die worden geproduceerd door een plant of delen daarvan bijvoorbeeld te drogen, te pletten, te extraheren of te zuiveren.

Een actieve stof is een chemisch welbepaalde stof, een groep van chemisch welbepaalde stoffen (zoals alkaloïden, polyfenolen, anthocyaninen) of een plantenextract. Deze actieve stoffen moeten geneeskrachtige eigenschappen hebben ter voorkoming van of ter behandeling van specifieke ziekten of aandoeningen of hun symptomen.

2. Homeopathische geneeskrachtige bereidingen zijn geneeskrachtige producten die bereid zijn uit producten, stoffen of samenstellingen die homeopathische grondstoffen (moedertinctuur) worden genoemd. De mate van verdunning dient te worden aangegeven (bijvoorbeeld als D6).

3. Bereidingen van vitaminen of mineralen zijn bereidingen die zijn gebaseerd op vitaminen van post 29.36 en op mineralen, sporenelementen en mengsels daarvan daaronder begrepen. Zij worden gebruikt ter behandeling van of ter voorkoming van specifieke ziekten of aandoeningen of hun symptomen. Dergelijke bereidingen bevatten een veel grotere hoeveelheid vitaminen of mineralen, gewoonlijk ten minste driemaal meer dan de normale aanbevolen dagelijkse hoeveelheid.

Wat de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) voor bepaalde vitaminen en mineralen betreft, kan bijvoorbeeld worden verwezen naar de hieronder opgenomen tabel uit bijlage XIII bij Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten (PbEU L 304 van 22 november 2011, blz. 58): 

Vitaminen en mineralen

Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH)

Vitamine A

800 µg

Vitamine D

5 µg

Vitamine E

12 mg

Vitamine K

75 µg

Vitamine C

80 mg

Thiamine

1,1 mg

Riboflavine

1,4 mg

Niacine

16 mg

Vitamine B6

1,4 mg

Foliumzuur

200 µg

Vitamine B12

2,5 µg

Biotine

50 µg

Pantotheenzuur

6 mg

Kalium

2000 mg

Chloride

800 mg

Calcium

800 mg

Fosfor

700 mg

Magnesium

375 mg

IJzer

14 mg

Zink

10 mg

Koper

1 mg

Mangaan

2 mg

Fluoride

3,5 mg

Seleen

55 μg

Chroom

40 μg

Molybdeen

50 μg

Jood (jodium)

150 µg

Post 30.04 omvat onder andere geen voedingssupplementen of dieetvoeding (zie eveneens Aantekening 1 a IDR op hoofdstuk 30).

4. Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (RDA) van essentiële aminozuren voor volwassenen met een gewicht van 70 kg volgens de gemeenschappelijke WHO/FAO/UNU-deskundigenraadpleging van 2007.

Essentieel aminozuur RDA (mg)

Histidine

700

Isoleucine

1400

Leucine

2730

Lysine

2100

Methionine + cysteïne

1050

Cysteïne

287

Methionine

728

Fenylalanine + tyrosine

1750

Threonine

1050

Tryptofaan

280

Valine

1820

Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (RDA) van essentiële vetzuren voor volwassenen met een gewicht van 70 kg volgens de gemeenschappelijke WHO/FAO/UNU-deskundigenraadpleging van 2007.

Soorten essentiële vetzurenNaam van het essentiële vetzuurRDA (g)

Meervoudig onverzadigde n-3-vetzuren

Linoleenzuur (ALA)

2

Meervoudig onverzadigde n-3-vetzuren met lange keten

EPA plus DHA

0,25

Meervoudig onverzadigde n-6-vetzuren

Linolzuur

10

 

2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Diuretische/renale thee in zakjes opgemaakt voor de verkoop in het klein moet onder post 21.06 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) 635/2005, punt 2, in aant. 3 op post 21.06.

Een vloeibaar product op basis van arnicatinctuur (verhouding arnica/extract 1:10), opgemaakt voor de verkoop in het klein, in een fles met een inhoud van 50 ml en met een effectief alcoholvolumegehalte van 45% vol, moet onder post 22.08 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1114/2006, punt 1, in aant. 3 op post 22.08.

Een vloeibaar voedingssupplement dat volgens de aanwijzingen op de verpakking kan worden gebruikt om de ademhaling te verbeteren, opgemaakt voor de verkoop in het klein in een fles met een inhoud van 30 ml, met een effectief alcoholvolumegehalte van 68% vol, moet onder post 22.08 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1114/2006, punt 2, in aant. 3 op post 22.08.

Een heldere, donkerbruine vloeistof met een aromatische, kruidige geur en een bittere, kruidige smaak, met een effectief alcoholvolumegehalte van 43% vol, bestaande uit een mengsel van 32 soorten geneeskrachtige kruidenextracten met karamelextract, water en alcohol, moet onder post 22.08 ingedeeld. Het product mag niet worden beschouwd als geneesmiddel van hoofdstuk 30. Het etiket noch de bijgesloten gebruiksaanwijzing noch de verpakking bevat enige informatie over het type en de concentratie van de werkzame stof(fen). Zie Verordening (EG) nr. 160/2007 in aant. 3 op post 22.08.


Co-enzym Q10 capsules
moeten onder post 21.06 worden ingedeeld. Het product kan niet worden ingedeeld onder hoofdstuk 30 omdat de voorgeschreven dosering co-enzym Q10 ontoereikend is voor een therapeutisch of profylactisch gebruik. Zie Verordening (EG) nr. 438/2007 in aant. 3 op post 21.06.

Een voedingssupplement in tabletvorm aangeboden voor de detailhandel bestaande uit gerstegraspoeder, honing, tarwegraspoeder, alfalfapoeder, stearinezuur, peper en chroompicolinaat moet onder post 21.06 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 42/2010 in aant. 3 op post 21.06.


Botversterkende tabletten
moeten onder post 21.06 worden ingedeeld. Het betreft tabletten van 1772 mg, bestaande uit (in gewichtspercenten):

calciumcarbonaat (komt overeen met 630 mg calcium)

88,9

zetmeel

3,5

hydroxypropylmethylcellulose

2,7

crospovidon

1,9

maltodextrine

1,3

minerale olie

1,2

Bovendien bevat een tablet 7 μg = 284 IU (internationale eenheden) vitamine D3 (cholecalciferol). Andere stoffen zijn aanwezig in hoeveelheden van minder dan 1,0 gewichtspercent. Zie Verordening (EU) nr. 380/2010 in aant. 3 op post 21.06.

Bepaalde tabletten in verschillende kleuren en vormen van dieren, moeten onder post 21.06 worden ingedeeld. De tabletten, met een gemiddeld gewicht van telkens ongeveer 950 mg, zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein. Eén tablet bestaat uit (in gewichtspercenten):

sacharose

61

zetmeel

2,4.

Daarnaast heeft één tablet de volgende gehaltes aan:

vitamine A (50% als retinolacetaat: 375 μg en 50% als bètacaroteen: 2252 μg)

vitamine B1

1,05 mg

vitamine B2

1,2 mg

vitamine B3

13,5 mg

vitamine B6

1,05 mg

vitamine B9

300 μg

vitamine B12

4,5 μg

vitamine C

60 mg

vitamine D

10 μg

vitamine E

10 mg

Voorts zijn de volgende stoffen aanwezig: stearinezuur, maleïnezuur, magnesiumstearaat, natriumbisulfiet, gluten, katoenzaadolie, siliciumdioxide, citroenzuur, gelatine, calciumcarbonaat, mono- en diglyceriden, natuurlijke en kunstmatige aroma's en kleurstoffen voor levensmiddelen.

De op het etiket vermelde aanbevolen dagelijkse dosis is één tablet per dag.

Volgens het etiket is het product bestemd voor menselijke consumptie.

Het product voldoet niet aan de vereisten van Aanvullende aantekening 1 EG op hoofdstuk 30 aangezien het geen aanwijzingen vermeldt voor specifieke ziekten, aandoeningen of symptomen waarvoor het kan worden gebruikt. Het kan daarom niet worden ingedeeld onder post 30.04. Zie Verordening (EU) nr. 826/2011 in aant. 3 op post 21.06.

Een gel, opgemaakt voor de verlichting van pijn, moet onder post 38.24 worden ingedeeld. Het product voldoet niet aan het gestelde in Aanvullende aantekening 1 EG op hoofdstuk 30. Zie Verordening (EU) nr. 1303/2011 in aant. 3 op post 38.24.

Een bepaald product in de vorm van rolletjes moet onder post 14.04 worden ingedeeld. Het betreft en product (18 mm × 200 mm), opgemaakt voor de verkoop in het klein in een doosje dat 10 rolletjes bevat. Ieder rolletje weegt 28 g en bevat de volgende ingrediënten (naar gewichtspercenten):

- gedroogde bladeren van bijvoetkruid (Artemisia vulgaris)

95

- andere gedroogde kruiden (zoals salie)

5

Het product wordt gebruikt om patiënten te behandelen: de rolletjes worden aangestoken en dicht bij de huid van de patiënt gehouden op specifieke acupunctuurpunten, waar zij door middel van verbranding een diepgaande warmte creëren.

Het product voldoet niet aan de voorwaarden van Aanvullende aantekening 1 EG op hoofdstuk 30. Indeling onder post 30.04 als een plantaardige of homeopathische geneeskrachtige bereiding is derhalve uitgesloten. Zie Verordening (EU) nr. 327/2013 in aant. 3 op post 14.04.

Een bepaald product opgemaakt voor de verkoop in het klein in gelatinecapsules als voedingssupplement, moet onder post 21.06 worden ingedeeld. Het betreft een product dat de volgende ingrediënten (in gewichtspercenten) bevat:

- schors van katsklauw (cat's claw) in poedervorm (Uncaria tomentosa)

500 mg

- ascorbylpalmitaat

57 mg

- microkristallijne cellulose

79 mg

- rijstmeel

17 mg

- siliciumdioxide

32 mg

Het product bevat ongeveer 17 gewichtspercenten zetmeel/glucose.

Volgens het etiket wordt het product aangeboden als een voedingssupplement voor menselijke consumptie.

Aangezien de concentratie van de actieve stof of stoffen in het product niet op het etiket, op de verpakking of in de bijsluiter zijn vermeld, wordt niet voldaan aan de eisen van Aanvullende aantekening 1 EG op hoofdstuk 30. Daarom is indeling onder post 30.04 als een geneesmiddel uitgesloten. Zie Verordening (EU) nr. 387/2013 in aant. 3 op post 21.06.

Een bepaalde, alcoholvrije, gearomatiseerde en gekleurde vloeistof die na verdunning als voedingssupplement wordt gebruikt en niet onmiddellijk drinkbaar is, moet onder post 21.06 worden ingedeeld. Omdat specifieke ziekten, aandoeningen of symptomen ervan waartegen het product moet worden gebruikt, niet zijn vermeld, voldoet het product niet aan de vereisten van Aanvullende aantekening 1 EG en is indeling onder hoofdstuk 30 uitgesloten. Zie Verordening (EU) 2018/837 in aant. 3 op post 21.06.

4
Jurisprudentie

Bepaalde vitamine D3 preparaten en vitaminepreparaten B12, die weliswaar worden aangeboden voor de verkoop in het klein, maar niet aan alle voorwaarden voldoen zoals vermeld in Aanvullende aantekening 1 EG op hoofdstuk 30, moeten onder post 21.06 worden ingedeeld. Zie conclusie 179e vergadering op post 21.06 in aant. 4 op die post.

Met betrekking tot de toepassing van Aanvullende aantekening 1 EG op hoofdstuk 30 is een strikte interpretatie vereist. Een verwijzing naar een website met de productinformatie die in deze Aanvullende aantekening is vereist, is niet voldoende om te beoordelen of een product onder post 30.04 kan worden ingedeeld, als de productinformatie niet op het etiket, de verpakking of op de bijbehorende gebruikershandleiding staat (EG). Conclusie 219e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.


HOOFDSTUK 30 - FARMACEUTISCHE PRODUCTEN

AANTEKENINGEN

1.
Dit hoofdstuk omvat niet:
a) dieetvoeding, veredelde voedingsmiddelen, voedingsmiddelen voor diabetici, voedingssupplementen, opwekkende dranken (tonica) en mineraalwater, andere dan voedingspreparaten die langs intraveneuze weg worden toegediend (afdeling IV);
b) producten zoals tabletten, kauwgom of pleisters (percutaan systeem), die nicotine bevatten en bedoeld zijn om te helpen het gebruik van tabak te beëindigen (post 2404);
c) bereidingen zoals tabletten, kauwgom of pleisters (percutaan systeem), bedoeld om rokers te helpen stoppen met roken (post 2106 of 3824);
d) gips, speciaal gebrand of fijn gemalen voor tandtechnisch gebruik (post 2520);
e) medicinaal gedistilleerd aromatisch water en medicinale oplossingen van etherische oliën in water (post 3301);
f) preparaten bedoeld bij de posten 3303 tot en met 3307, ook indien met therapeutische of profylactische eigenschappen;
g) zeep en andere producten bedoeld bij post 3401, waaraan medicinale zelfstandigheden zijn toegevoegd;
h) preparaten van gips voor tandtechnisch gebruik (post 3407);
i) niet voor therapeutisch of profylactisch gebruik bereide bloedalbumine (post 3502).
ij) reageermiddelen voor diagnose bedoeld bij post 3822.

2.
Voor de toepassing van post 3002 wordt onder „immunologische producten' verstaan peptiden en eiwitten (andere dan die bedoeld bij post 2937) die rechtstreeks betrokken zijn bij de regeling van immunologische processen, zoals monoklonale antilichamen (MAB), fragmenten van antilichaam, verbindingen van antilichaam en verbindingen van antilichaam-fragment, interleukinen, interferonen (IFN), chemokinen en bepaalde tumornecrosefactoren (TNF), groeifactoren (GF), hematopoietinen en koloniestimulerende factoren (CSF).

3.
Voor de toepassing van de posten 3003 en 3004 en van aantekening 4, onder d, op dit hoofdstuk, worden aangemerkt:
a) als onvermengde producten:
- onvermengde producten opgelost in water;
- alle producten bedoeld bij hoofdstuk 28 of 29;
- enkelvoudige plantenextracten bedoeld bij post 1302, die enkel zijn getitreerd of opgelost in ongeacht welk oplosmiddel;
b) als vermengde producten:
- colloïdale oplossingen en suspensies (andere dan colloïdale zwavel);
- plantenextracten verkregen door behandeling van mengsels van plantaardige stoffen;
- zouten en concentraten verkregen door verdamping van natuurlijke mineraalwaters.

4.
Onder post 3006, met uitsluiting van enige andere post in de nomenclatuur, worden alleen de volgende producten ingedeeld:
a) steriel catgut, dergelijk steriel hechtdraad en -garen (steriele garensdie door het lichaam worden geabsorbeerd, voor de chirurgie en voor de tandheelkundedaaronder begrepen) en steriele kleefstoffen, voor het dichten van wonden in de chirurgie;
b) steriele laminaria;
c) steriele bloedstelpende artikelen, die door het lichaam worden geabsorbeerd, voor de chirurgie en voor de tandheelkunde; steriele barrièremiddelen tegen het verkleven, voor de chirurgie of voor de tandheelkunde, ook indien zij door het lichaam kunnen worden geabsorbeerd;
d) röntgencontrastmiddelen, alsmede reageermiddelen voor het stellen van een diagnose, bestemd om aan de patiënt zelf te worden toegediend en bestaande uit een onvermengd product in afgemeten hoeveelheid dan wel uit een mengsel van twee of meer producten;
e) placebo's en blinde (of dubbelblinde) klinische proefkits voor gebruik in erkende klinische proeven, in afgemeten hoeveelheden, ook indien zij werkzame geneesmiddelen kunnen bevatten;
f) reagentia voor het bepalen van bloedgroepen of van bloedfactoren;
g) tandcement en andere producten voor tandvulling; beendercement;
h) tassen, dozen, trommels en dergelijke, gevuld met artikelen voor eerste hulp bij ongelukken;
ij) chemische anticonceptionele preparaten van hormonen, van andere producten bedoeld bij post 2937 of van spermiciden.
k) bereidingen in de vorm van een gel die worden toegepast bij de mens- of diergeneeskunde op bepaalde delen van het lichaam als glijmiddel bij chirurgische handelingen of medisch onderzoek of als koppelmiddel tussen het lichaam en de medische instrumenten;
l) farmaceutische afvallen, dit zijn farmaceutische producten die ongeschikt zijn voor hun oorspronkelijk gebruiksdoel ten gevolge van, bijvoorbeeld, het verstrijken van de houdbaarheidsdatum;
m) hulpmiddelen die herkenbaar zijn voor gebruik in de stomazorg, te weten in vorm gesneden opvangzakken voor colostoma, ileostoma en urostoma, alsmede klevende huidbeschermers of huidplakken daarvoor.
AANVULLENDE AANTEKENINGEN
1.
Voor de toepassing van de onderverdelingen 3002 13 en 3002 14 worden aangemerkt:
a) als onvermengde producten, zuivere producten, ook indien zij onzuiverheden bevatten;
b) als vermengde producten:
1) waterige oplossingen en andere oplossingen van de producten, bedoeld onder a) hiervoor;
2) producten bedoeld onder a) en b), onder 1), hiervoor, waaraan een stabilisator is toegevoegd, nodig voor de houdbaarheid of voor het vervoer; en
3) producten bedoeld onder a), b) onder 1) en b) onder 2), hiervoor, waaraan een ander additief is toegevoegd.

2.
De onderverdelingen 3003 60 en 3004 60 omvatten geneesmiddelen voor orale inname die artemisinin (INN) bevatten, in combinatie met andere farmaceutische actieve bestanddelen, of die een van de volgende actieve bestanddelen bevatten, al dan niet in combinatie met andere farmaceutische actieve bestanddelen: amodiaquine (INN); artelinezuur of zouten daarvan; artenimol (INN); artemotil (INN); artemether (INN); artesunaat (INN); chloroquine (INN); dihydroartemisinine (INN); lumefantrine (INN); mefloquine (INN); piperaquine (INN); pyrimethamine (INN) of sulfadoxine (INN)
AANVULLENDE AANTEKENING (GN)
1.
Tot post 3004 behoren plantaardige geneeskrachtige bereidingen en bereidingen op basis van de volgende actieve bestandelen: vitaminen, mineralen, essentiële aminozuren of vetzuren, opgemaakt voor de verkoop in het klein. Deze bereidingen worden onder post 3004 ingedeeld, indien op het etiket, op de verpakking of in de bijsluiter de volgende aanwijzingen zijn vermeld:
a) de ziekten, aandoeningen of symptomen waartegen zij moeten worden gebruikt,
b) de concentratie van de actieve stof of stoffen die zij bevatten,
c) de dosering, en
d) de wijze van toediening.
Tot deze post behoren eveneens homeopathische geneeskrachtige bereidingen, indien zij aan de vorenstaande voorwaarden onder a), c) en d) voldoen.
In geval van bereidingen op basis van vitaminen, mineralen, essentiële aminozuren of vetzuren, dient het gehalte aan ten minste een van deze stoffen per op het etiket aangegeven aanbevolen dagelijkse dosis aanzienlijk hoger te zijn dan de voor het behoud van de algemene gezondheid of het welzijn aanbevolen dagelijkse hoeveelheid.

 

 

 

 

0. Gereserveerd
1
Gereserveerd
2
Toelichting EG

Zie voor de interpretatie van de Aantekeningen 1, 2 en 3 IDR op deze afdeling, de toelichting IDR (algemene opmerkingen) opgenomen in aant. 1 op de desbetreffende Aantekeningen IDR.

1 Aantekeningen IDR

1 (1).

A. Producten (andere dan radioactieve metaalertsen) die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.44 of 28.45 moeten worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur (4).

B. Behoudens het bepaalde onder A hiervoor, moeten producten die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.43, 28.46 of 28.52 worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van afdeling VI.

1
Toelichting IDR

Ingevolge het bepaalde bij Aantekening 1 A IDR worden onder post 28.44 ingedeeld, alle radioactieve chemische elementen en radioactieve isotopen, alsmede chemische verbindingen daarvan (anorganische of organische, al dan niet van chemisch welbepaalde samenstelling) ook al beantwoorden zij aan de omschrijving van andere posten van de nomenclatuur. Zo behoren bijvoorbeeld radioactief natriumchloride en radioactieve glycerol tot post 28.44 en niet tot de posten 25.01 of 29.05. In dezelfde gedachtegang worden ethylalcohol, goud of kobalt, indien zij radioactief zijn, steeds onder post 28.44 ingedeeld. Opgemerkt wordt echter dat radioactieve ertsen onder afdeling V van de nomenclatuur worden ingedeeld.

Wat de niet-radioactieve isotopen en hun verbindingen betreft bepaalt de Aantekening dat deze onder post 28.45 en niet elders worden ingedeeld, ongeacht of ze organisch of anorganisch zijn en of ze al dan niet chemisch welbepaald zijn. Daarom wordt een koolstofisotoop onder post 28.45 ingedeeld en niet onder 28.03.

Ingevolge Aantekening 1 B IDR worden producten, bedoeld bij een der posten 28.43, 28.46 of 28.52, onder deze posten ingedeeld en niet onder een andere post van afdeling VI, echter onder voorwaarde, dat zij niet radioactief zijn en niet als isotopen worden aangeboden (in welke gevallen zij respectievelijk tot post 28.44 of post 28.45 behoren). Krachtens het bepaalde in letter B wordt bijvoorbeeld zilvercaseïnaat onder post 28.43 en niet onder post 35.01 ingedeeld en zilvernitraat, ook indien verpakt voor verkoop in het klein en gereed voor fotografisch gebruik, onder post 28.43 en niet onder post 37.07.

Opgemerkt wordt echter dat de posten 28.43, 28.46 en 28.52 slechts voorrang hebben op de overige posten van afdeling VI. Indien producten die aan de omschrijving van post 28.43, post 28.46 of post 28.52 beantwoorden, tevens onder de omschrijving van posten van andere afdelingen van de nomenclatuur vallen, moet de indeling van dergelijke goederen geschieden aan de hand van de aantekeningen op de afdelingen en hoofdstukken en zo nodig  aan de hand van de algemene bepalingen voor de toepassing van de nomenclatuur. Gadoliniet, een verbinding van zeldzame aardmetalen, als zodanig vallende onder post 28.46, wordt onder post 25.30 ingedeeld, omdat Aantekening 3 a IDR op hoofdstuk 28 een uitzondering bevat voor alle minerale producten die tot afdeling V behoren. Algemene opmerkingen.

2 en 3
Gereserveerd
4
Jurisprudentie

Kobalt-60 capsules moeten onder post 28.44 worden ingedeeld. Zie TC 3 maart 1982, nr. 11 696 T in aant. 4 op post 28.44.

2

2 (1; 3; 4; 6).

Behoudens het bepaalde in aantekening 1 hiervoor, moeten alle producten die behoren tot een der posten 30.04, 30.05, 30.06, 32.12, 33.03, 33.04, 33.05, 33.06, 33.07, 35.06, 37.07 of 38.08, hetzij omdat ze zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein, hetzij omdat ze voorkomen in afgemeten hoeveelheden, worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur.

2
Toelichting IDR

Aantekening 2 IDR op deze afdeling bepaalt dat producten (andere dan die bedoeld bij de posten 28.43 tot en met 28.46 of 28.52) die in afgemeten hoeveelheden voorkomen of gereed zijn voor de verkoop in het klein en tot een der posten 30.04, 30.05, 30.06, 32.12, 33.03, 33.04, 33.05, 33.06, 33.07, 35.06, 37.07 of 38.08 behoren, onder die posten moeten worden ingedeeld, ook al zouden zij aan de omschrijving van andere posten van de nomenclatuur beantwoorden. Zo wordt bijvoorbeeld zwavel voor therapeutische doeleinden, gereed voor de verkoop in het klein, onder post 30.04 ingedeeld en niet onder post 25.03 of 28.02. Dextrine, gereed voor de verkoop in het klein als lijm, wordt onder post 35.06 ingedeeld en niet onder post 35.05. Algemene opmerkingen.

 

2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Een monster van parfum in de vorm van een pasteuze massa, aangebracht op reclamedrukwerk, moet worden ingedeeld onder post 33.03. Zie Verordening (EEG) nr. 840/92 in aant. 3 op post 33.03.

Een make-upset, bestaande uit een nabootsing van een menselijke schedel van kunststof, waarvan de oog-, neus- en mondopeningen zijn opgevuld met make-upbereidingen in verschillende kleuren, moet onder post 33.04 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1508/2000, punt 2, in aant. 3 op post 33.04.

Mondspray, opgemaakt voor de verkoop in het klein, in een spuitfles met een inhoud van 30 ml, moet onder post 33.06 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1114/2006, punt 6, in aant. 3 op post 33.06.

Zelfklevend envelopje, ongeveer 40 × 50 mm, bestaande uit twee stroken van een uit kunststof en aluminium samengestelde folie, afgesloten door een thermische behandeling, met daarin een parfummonster in de vorm van een gel, moet, onder meer met toepassing van Aantekening 2 IDR op afdeling VI, onder post 33.03 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1440/2007, punt 1, in aant. 3 op post 33.03.

Doekjes van gebonden textielvlies geïmpregneerd met water, propyleenglycol, parfum, tetranatrium EDTA, aloë vera-extract, bronopol, citroenzuur en een mengsel van methylchloroisothiazolinon en methylisothiazolinon, gebruikt als verfrissingsdoekjes, moeten onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 1172/2012 in aant. 3 op post 33.07.

Een artikel bestaande uit 25 doekjes van gebonden textielvlies met een afmeting van ongeveer 15 cm × 20 cm per doekje, moet onder meer met toepassing van Aantekening 2 IDR op afdeling VI, onder post 33.04 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 385/2013 in aant. 3 op post 33.04.

Vloeibare producten die worden gebruikt om in noodgevallen de ogen te spoelen en zo vreemde deeltjes en chemische stoffen te verwijderen moeten onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 766/2014, punt 1, in aant. 3 op post 33.07.

Vloeibare producten die worden gebruikt om in noodgevallen de ogen te spoelen en zo zuren en basen in de ogen te neutraliseren moeten onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 766/2014, punt 2, in aant. 3 op post 33.07.

4
Jurisprudentie

Een monster voor geurige vluchtige oliën moet onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 3307.90/3 op post 33.07 in aant. 4 op die post.

Verbandgaas voor medisch gebruik, vervaardigd van 100% wit katoen geweven door middel van platbinding, overlangs dubbelgevouwen (schijnbare breedte 45 cm) en opgemaakt voor de verkoop in het klein, moet onder post 30.05 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 3005.90/1 op post 30.05 in aant. 4 op die post.

5
Gereserveerd
6
Nadere verwijzing

Zie voor hetgeen men moet verstaan onder ‘opgemaakt voor de verkoop in het klein’ en onder ‘in afgemeten hoeveelheden’ de Aantekeningen IDR op de genoemde hoofdstukken of posten en de toelichting IDR daarop.

3

3 (1; 4).

Goederen aangeboden in stellen of assortimenten en bestaande uit twee of meer bestanddelen die geheel of gedeeltelijk tot een der posten van deze afdeling behoren en waarvan kan worden onderkend dat zij bestemd zijn om, door vermenging, een product bedoeld bij afdeling VI of VII te verkrijgen, worden ingedeeld onder de post die betrekking heeft op dit product, mits:

a. duidelijk kan worden onderkend dat zij, gezien de wijze van opmaak, bestemd zijn om gezamenlijk te worden gebruikt, zonder eerst opnieuw te worden verpakt;

b. zij gelijktijdig worden aangeboden;

c. onderkend kan worden dat zij, gezien aard of hoeveelheid, elkaars complement zijn.

1
Toelichting IDR

Aantekening 3 IDR op deze afdeling behandelt de indeling van goederen opgemaakt in stellen of assortimenten bestaande uit twee of meer bestanddelen die geheel of gedeeltelijk worden ingedeeld onder afdeling VI. De Aantekening blijft echter beperkt tot stellen of assortimenten waarvan de bestanddelen bestemd zijn om te worden vermengd teneinde een product van afdeling VI of VII te verkrijgen. Dergelijke stellen of assortimenten moeten worden ingedeeld onder de post behorende bij dat product mits de bestanddelen voldoen aan de voorwaarden a, b en c van de Aantekening.

Als voorbeelden van goederen in stellen of assortimenten kunnen worden genoemd tandtechnisch cement en andere tandtechnische vullingen van post 30.06 en bepaalde vernissen en verven van post 32.08 tot en met 32.10 en mastiek, enz. van post 32.14. Met betrekking tot de indeling van goederen die zijn opgemaakt in stellen of assortimenten zonder de benodigde harder, wordt in het bijzonder verwezen naar de toelichting IDR (algemene opmerkingen) opgenomen in aant. 1 op het opschrift van hoofdstuk 32 en de toelichting IDR op de post 32.14.

Opgemerkt wordt dat goederen opgemaakt in stellen of assortimenten bestaande uit twee of meer bestanddelen, die geheel of gedeeltelijk worden ingedeeld onder afdeling VI en die bestemd zijn om achtereenvolgens zonder voorafgaande vermenging te worden gebruikt, worden ingedeeld aan de hand van de algemene bepalingen voor de toepassing van de nomenclatuur (in het algemeen bepaling 3 b), en niet door toepassing van deze Aantekening. Goederen niet opgemaakt in stellen of assortimenten voor de verkoop in het klein, worden afzonderlijk ingedeeld. Algemene opmerkingen.

2 en 3
Gereserveerd
4
Jurisprudentie

Een pigmentstof voor het kleuren van de haren moet onder post 33.05 worden ingedeeld. Belanghebbende was de mening toegedaan dat het product – dat uitsluitend door kappers en haarverzorgers wordt gebruikt – onder post 32.03 moest worden ingedeeld. De inspecteur daarentegen stelde dat het product (Ultraglitz blue green) gelijktijdig met een ander product (Sun Energy) werd ingevoerd en daarmee in kleinhandelsverpakking als blonderingsmiddel werd aangeboden. Op grond van Aantekening 3 IDR op afdeling VI moest naar zijn mening het product onder post 33.05 worden ingedeeld.

De TC constateerde dat het product niet gelijktijdig met een ander product was ingevoerd, zodat niet kon worden vastgesteld of op het moment van de invoer aan de voorwaarden van Aantekening 3 IDR was voldaan. Daar belanghebbende echter duidelijk had gesteld dat het product geen haarverf was, uitsluitend werd geleverd aan kappers en haarverzorgers en een ander gebruik van de goederen niet mogelijk was, kwam de TC tot het oordeel dat de goederen onder post 33.05 moesten worden ingedeeld. TC 8 juli 1996, nr. 13 358 (UTC 1996/36).

4

4.

Wanneer een product voldoet aan de omschrijving in een of meer posten van afdeling VI op grond van de omschrijving aan de hand van de naam of de functie, en tevens voldoet aan de bewoording van post 38.27, moet het worden ingedeeld onder een post die verwijst naar de naam of de functie van het product en niet onder post 38.27.


 

 

AANTEKENINGEN

 

 

1. A. Producten (andere dan radioactieve metaalertsen) die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.44 of 28.45, moeten worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur.

 

B. Behoudens het bepaalde onder A. hiervoor, moeten producten die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.43 of 28.46 of 28.52 worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van afdeling VI.

 

 

2. Behoudens het bepaalde in aantekening 1 hiervoor, moeten alle producten die behoren tot een der posten 30.04, 30.05, 30.06, 32.12, 33.03, 33.04, 33.05, 33.06, 33.07, 35.06, 37.07 of 38.08, hetzij omdat ze zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein, hetzij omdat ze voorkomen in afgemeten hoeveelheden, worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur.

 

 

3. Goederen aangeboden in stellen of assortimenten en bestaande uit twee of meer bestanddelen die geheel of gedeeltelijk tot een der posten van deze afdeling behoren en waarvan kan worden onderkend dat zij bestemd zijn om, door vermenging, een product bedoeld bij afdeling VI of VII te verkrijgen, worden ingedeeld onder de post die betrekking heeft op dit product, mits:

a. duidelijk kan worden onderkend dat zij, gezien de wijze van opmaak, bestemd zijn om gezamenlijk te worden gebruikt, zonder eerst opnieuw te worden verpakt;

b. zij gelijktijdig worden aangeboden;

c. onderkend kan worden dat zij, gezien aard of hoeveelheid, elkaars complement zijn.

4. Wanneer een product voldoet aan de omschrijving in een of meer posten van afdeling VI op grond van de omschrijving aan de hand van de naam of de functie, en tevens voldoet aan de bewoording van post 3827, moet het worden ingedeeld onder een post die verwijst naar de naam of de functie van het product en niet onder post 3827.