Hoofdstuk 33

Etherische olien en harsaroma's; parfumerieen, toiletartikelen en cosmetische producten

1
Toelichting IDR

De etherische oliën en door extractie verkregen oleoharsen bedoeld bij post 33.01 zijn alle geëxtraheerd uit plantaardig materiaal. De gebruikte extractiemethode is bepalend voor het type te verkrijgen product. Bijvoorbeeld, afhankelijk of stoomdistillatie of een proces met een organisch oplosmiddel is gebruikt, kunnen sommige planten (bijvoorbeeld kaneel) ofwel een etherische olie of een door extractie verkregen oleohars opleveren. Algemene opmerkingen.

1. Aantekeningen IDR

1.

Dit hoofdstuk omvat niet:

a. natuurlijke oleoharsen en plantaardige extracten bedoeld bij de posten 13.01 en 13.02;

b. zeep en andere producten, bedoeld bij post 34.01;

c. terpentijnolie, houtterpentijnolie, sulfaatterpentijnolie en andere producten, bedoeld bij post 38.05.

2.

2 (3).

Als ‘reukstoffen’ in de zin van post 33.02 worden slechts aangemerkt de stoffen bedoeld bij post 33.01, geurige bestanddelen die uit dergelijke stoffen zijn geïsoleerd en synthetische aromatische stoffen.

1 en 2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Een aromatiserend preparaat, zoals hierna omschreven, moet onder post 33.02 worden ingedeeld. Het betreft een preparaat bestaande uit een mengsel van reukstoffen (carvacrol, kaneelaldehyde en capsicum oleoharsen) en gehydrogeneerd plantaardig vet (micro-encapsulatie).

Het product bestaat uit reukstoffen in de zin van Aantekening 2 IDR op hoofdstuk 33. Zie Verordening (EU) nr. 1272/2011, punt 1, in aant. 3 op post 33.02.

Een aromatiserend preparaat, zoals hierna omschreven, moet onder post 33.02 worden ingedeeld. Het betreft een preparaat bestaande uit capsicum oleoharsen in gehydrogeneerd plantaardig vet (micro-encapsulatie) met hydroxypropylmethylcellulose als bindmiddel.

Het product bestaat uit een reukstof in de zin van Aantekening 2 IDR op hoofdstuk 33. Zie Verordening (EU) nr. 1272/2011, punt 2, in aant. 3 op post 33.02.

Een aromatiserend preparaat, zoals hierna omschreven, moet onder post 33.02 worden ingedeeld. Het betreft een preparaat bestaande uit een mengsel van reukstoffen (kaneelaldehyde, eugenol) op een drager van siliciumdioxide, in cellulose en methylcellulose (micro-encapsulatie).

De producten bestaan uit reukstoffen in de zin van Aantekening 2 IDR op hoofdstuk 33. Zie Verordening (EU) nr. 1272/2011, punt 3, in aant. 3 op post 33.02.

Een zogenoemde ‘masterbatch’, zijnde een product in de vorm van thermoplastische pellets, bestaande uit lavendelolie, pepermuntolie, citronellal, natriumbenzoaat, een polymeer (ethyleenvinylacetaat (EVA) of lagedichtheidpolyethyleen (LDPE)), moet onder meer met toepassing van Aantekening 2 IDR op hoofdstuk 33, onder post 33.02 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) 2018/267, punt 1, in aant. 3 op post 33.02.

 

4
Jurisprudentie

Een bereiding met een basis van reukstoffen in een alcoholhoudende oplossing, bestaande uit ethylalcohol moet onder post 33.02 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 3302.90/1 op post 33.02 in aant. 4 op die post.

3

3 (1; 3; 4).

De posten 33.03 tot en met 33.07 omvatten onder meer al dan niet vermengde producten (ander dan gedistilleerd aromatisch water en waterige oplossingen van etherische oliën), geschikt om als product van deze posten te worden gebruikt en die met het oog hierop zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein.

1
Toelichting IDR

De posten 33.03 tot en met 33.07 omvatten al dan niet vermengde producten (ander dan gedistilleerd aromatisch water en waterige oplossingen van etherische oliën), geschikt om als product van deze posten te worden gebruikt en die met het oog hierop zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein (zie Aantekening 3 IDR op dit hoofdstuk).

De producten van de posten 33.03 tot en met 33.07 blijven onder deze posten ingedeeld indien zij bijkomstig bepaalde farmaceutische zelfstandigheden of ontsmettingsmiddelen bevatten of indien daaraan bijkomstig therapeutische of profylactische eigenschappen worden toegeschreven (zie Aantekening 1 e IDR op hoofdstuk 30). Preparaten voor het neutraliseren van geuren in vertrekken blijven echter ingedeeld onder post 33.07, ook indien daaraan meer dan bijkomstige ontsmettende eigenschappen kunnen worden toegeschreven.

Preparaten (zoals vernis) en onvermengde producten (niet-geparfumeerd talkpoeder, bleekaarde, aceton, aluin, enz.), die niet alleen voor bovenbedoeld gebruik dienen, maar ook voor andere doeleinden worden gebezigd, behoren slechts dan tot de posten 33.03 tot en met 33.07:

a. indien ze zijn opgemaakt in verpakkingen waarin zij aan de gebruiker worden afgeleverd en uit etiketten, opschriften of anderszins, blijkt dat zij bestemd zijn om te worden gebruikt als parfumerieën, toiletartikelen, cosmetische producten of als deodorantia voor vertrekken;

b. indien ze zijn opgemaakt in speciale verpakkingen of vormen, waaruit blijkt dat zij kennelijk bestemd zijn om voor dezelfde doeleinden te worden gebruikt (zulks geldt bijvoorbeeld voor flesjes nagellak waarvan de stop voorzien is van het penseeltje waarmede de lak wordt uitgestreken).

Van dit hoofdstuk zijn uitgezonderd:

a. vaseline, andere dan die geschikt is om te worden gebruikt voor huidverzorging, opgemaakt voor de verkoop in het klein met het oog op dat gebruik (post 27.12);

b. medicinale preparaten, die bijkomstig gebruikt worden als parfumerieën, als toiletartikelen of als cosmetische producten (post 30.03 of 30.04);

c. bereidingen in de vorm van een gel die worden toegepast bij de mens- of diergeneeskunde op bepaalde delen van het lichaam als glijmiddel bij chirurgische handelingen of medisch onderzoek of als koppelmiddel tussen het lichaam en de medische instrumenten (post 30.06);

d. zeep, alsmede papier, watten, vilt en gebonden textielvlies, geïmpregneerd of bedekt met zeep of met detergentia (post 34.01). Algemene opmerkingen.

2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Een monster van parfum in de vorm van een pasteuze massa, aangebracht op reclamedrukwerk, moet worden ingedeeld onder post 33.03. Zie Verordening (EEG) nr. 840/92 in aant. 3 op post 33.03.

Een make-upset, bestaande uit een nabootsing van een menselijke schedel van kunststof, waarvan de oog-, neus- en mondopeningen zijn opgevuld met make-upbereidingen in verschillende kleuren, moet onder post 33.04 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1508/2000, punt 2, in aant. 3 op post 33.04.

Een vloeibaar product dat als mondspoeling kan worden gebruikt, waarbij 25 druppels naar behoefte in water worden verdund, opgemaakt voor de verkoop in het klein in een fles met een inhoud van 30 ml, met een effectief alcoholvolumegehalte van 70% vol, moet onder post 22.08 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1114/2006, punt 4, in aant. 3 op post 22.08.

Mondspray, opgemaakt voor de verkoop in het klein, in een spuitfles met een inhoud van 30 ml, moet onder post 33.06 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1114/2006, punt 6, in aant. 3 op post 33.06.

Vloeibare producten die worden gebruikt om in noodgevallen de ogen te spoelen en zo vreemde deeltjes en chemische stoffen te verwijderen moeten onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 766/2014, punt 1, in aant. 3 op post 33.07.

Vloeibare producten die worden gebruikt om in noodgevallen de ogen te spoelen en zo zuren en basen in de ogen te neutraliseren moeten onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 766/2014, punt 2, in aant. 3 op post 33.07.

4
Jurisprudentie

Erotische massageoliën en badpreparaten moeten onder meer met toepassing van Aantekening 3 IDR op hoofdstuk 33 onder post 33.07 worden ingedeeld. De DK kwam tot deze uitspraak in hoger beroep (DKH 30 januari 2012 – niet opgenomen).

De DK overwoog onder meer dat Aantekening 3 IDR op hoofdstuk 33 bepaalt dat de posten 33.03 tot en met 33.07 onder meer omvatten ‘al dan niet vermengde producten (…), geschikt om als product van deze posten te worden gebruikt en die met het oog hierop zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein’.

Uit de bewoordingen van deze Aantekening volgt dat de posten 33.03 tot en met 33.07 producten omvatten die geschikt zijn voor gebruik als product van één of meer van de posten 33.03 tot en met 33.07 en met het oog op dit gebruik zijn opgemaakt voor verkoop in het klein. Derhalve dient, met toepassing van Aantekening 3 IDR op hoofdstuk 33 te worden vastgesteld met het oog op welk gebruik de producten zijn opgemaakt, teneinde de aard van de in te delen producten te kunnen vaststellen. Zie DK 11 juli 2013, nrs. 12/00175 t/m 12/00181 in aant. 4 op post 33.07.

4

4 (3; 4).

Als ‘parfumerieën, toiletartikelen en cosmetische producten’ in de zin van post 33.07 worden onder meer de volgende producten aangemerkt: zakjes met welriekende plantendelen; preparaten die bij verbranding een welriekende geur verspreiden; geparfumeerd papier en papier geïmpregneerd of bedekt met cosmetische producten; vloeistoffen voor contactlenzen; watten, vilt en gebonden textielvlies, geïmpregneerd, bekleed of bedekt met parfum of met cosmetische producten; toiletartikelen voor dieren.

1 en 2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Een oogverzorgingsproduct (oogdruppels) bereid en opgemaakt voor therapeutisch gebruik als bevochtigingsmiddel en kunsttranen voor droge ogen of andere oogaandoeningen, moet onder post 30.04 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1414/2004 in aant. 3 op post 30.04.

Doekjes van gebonden textielvlies geïmpregneerd met water, propyleenglycol, parfum, tetranatrium EDTA, aloë vera-extract, bronopol, citroenzuur en een mengsel van methylchloroisothiazolinon en methylisothiazolinon, gebruikt als verfrissingsdoekjes, moeten onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 1172/2012 in aant. 3 op post 33.07.

Een artikel bestaande uit 25 doekjes van gebonden textielvlies met een afmeting van ongeveer 15 cm × 20 cm per doekje, moet onder post 33.04 worden ingedeeld.

Aantekening 4 IDR op hoofdstuk 33 kan niet worden toegepast omdat het wezenlijke karakter van het artikel de huidverzorging betreft. Indeling onder post 33.07 is daarom uitgesloten. Zie Verordening (EU) nr. 385/2013 in aant. 3 op post 33.04.


4
Jurisprudentie

Een monster voor geurige vluchtige oliën moet onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 3307.90/3 op post 33.07 in aant. 4 op die post


 

AANTEKENINGEN

 

1. Dit hoofdstuk omvat niet:

 

a. natuurlijke alcoharsen en plantaardige extracten bij de posten 13.01 en 13.02;

 

b. zeep en andere producten, bedoeld bij post 34.01;

 

c. terpentijnolie, houtterpentijnolie, sulfaatterpentijnolie en andere producten, bedoeld bij post 38.05.

 

2. Als 'reukstoffen' in de zin van post 33.02 worden slechts aangemerkt de stoffen bedoeld bij post 33.01, geurige bestanddelen die uit dergelijke stoffen zijn geïsoleerd en synthetische aromatische stoffen.

 

3. De posten 33.03 tot en met 33.07 omvatten onder meer al dan niet vermengde producten (ander dan gedistilleerd aromatisch water en waterige oplossingen van etherische oliën), geschikt om als product van deze posten te worden gebruikt en die met het oog hierop zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein.

 

4. Als 'parfumerieën, toiletartikelen en cosmetische producten' in de zin van post 33.07 worden onder meer de volgende producten aangemerkt : zakjes met welriekende plantedelen; preparaten die bij verbranding een welriekende geur verspreiden; geparfumeerd papier en papier geïmpregneerd of bedekt met cosmetische producten; vloeistoffen voor contactlenzen, watten, vilt en gebonden textielvlies, geïmpregneerd, bekleed of bedekt met parfum of met cosmetische producten, toiletartikelen voor dieren.

0. Gereserveerd
1
Gereserveerd
2
Toelichting EG

Zie voor de interpretatie van de Aantekeningen 1, 2 en 3 IDR op deze afdeling, de toelichting IDR (algemene opmerkingen) opgenomen in aant. 1 op de desbetreffende Aantekeningen IDR.

1 Aantekeningen IDR

1 (1).

A. Producten (andere dan radioactieve metaalertsen) die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.44 of 28.45 moeten worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur (4).

B. Behoudens het bepaalde onder A hiervoor, moeten producten die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.43, 28.46 of 28.52 worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van afdeling VI.

1
Toelichting IDR

Ingevolge het bepaalde bij Aantekening 1 A IDR worden onder post 28.44 ingedeeld, alle radioactieve chemische elementen en radioactieve isotopen, alsmede chemische verbindingen daarvan (anorganische of organische, al dan niet van chemisch welbepaalde samenstelling) ook al beantwoorden zij aan de omschrijving van andere posten van de nomenclatuur. Zo behoren bijvoorbeeld radioactief natriumchloride en radioactieve glycerol tot post 28.44 en niet tot de posten 25.01 of 29.05. In dezelfde gedachtegang worden ethylalcohol, goud of kobalt, indien zij radioactief zijn, steeds onder post 28.44 ingedeeld. Opgemerkt wordt echter dat radioactieve ertsen onder afdeling V van de nomenclatuur worden ingedeeld.

Wat de niet-radioactieve isotopen en hun verbindingen betreft bepaalt de Aantekening dat deze onder post 28.45 en niet elders worden ingedeeld, ongeacht of ze organisch of anorganisch zijn en of ze al dan niet chemisch welbepaald zijn. Daarom wordt een koolstofisotoop onder post 28.45 ingedeeld en niet onder 28.03.

Ingevolge Aantekening 1 B IDR worden producten, bedoeld bij een der posten 28.43, 28.46 of 28.52, onder deze posten ingedeeld en niet onder een andere post van afdeling VI, echter onder voorwaarde, dat zij niet radioactief zijn en niet als isotopen worden aangeboden (in welke gevallen zij respectievelijk tot post 28.44 of post 28.45 behoren). Krachtens het bepaalde in letter B wordt bijvoorbeeld zilvercaseïnaat onder post 28.43 en niet onder post 35.01 ingedeeld en zilvernitraat, ook indien verpakt voor verkoop in het klein en gereed voor fotografisch gebruik, onder post 28.43 en niet onder post 37.07.

Opgemerkt wordt echter dat de posten 28.43, 28.46 en 28.52 slechts voorrang hebben op de overige posten van afdeling VI. Indien producten die aan de omschrijving van post 28.43, post 28.46 of post 28.52 beantwoorden, tevens onder de omschrijving van posten van andere afdelingen van de nomenclatuur vallen, moet de indeling van dergelijke goederen geschieden aan de hand van de aantekeningen op de afdelingen en hoofdstukken en zo nodig  aan de hand van de algemene bepalingen voor de toepassing van de nomenclatuur. Gadoliniet, een verbinding van zeldzame aardmetalen, als zodanig vallende onder post 28.46, wordt onder post 25.30 ingedeeld, omdat Aantekening 3 a IDR op hoofdstuk 28 een uitzondering bevat voor alle minerale producten die tot afdeling V behoren. Algemene opmerkingen.

2 en 3
Gereserveerd
4
Jurisprudentie

Kobalt-60 capsules moeten onder post 28.44 worden ingedeeld. Zie TC 3 maart 1982, nr. 11 696 T in aant. 4 op post 28.44.

2

2 (1; 3; 4; 6).

Behoudens het bepaalde in aantekening 1 hiervoor, moeten alle producten die behoren tot een der posten 30.04, 30.05, 30.06, 32.12, 33.03, 33.04, 33.05, 33.06, 33.07, 35.06, 37.07 of 38.08, hetzij omdat ze zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein, hetzij omdat ze voorkomen in afgemeten hoeveelheden, worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur.

2
Toelichting IDR

Aantekening 2 IDR op deze afdeling bepaalt dat producten (andere dan die bedoeld bij de posten 28.43 tot en met 28.46 of 28.52) die in afgemeten hoeveelheden voorkomen of gereed zijn voor de verkoop in het klein en tot een der posten 30.04, 30.05, 30.06, 32.12, 33.03, 33.04, 33.05, 33.06, 33.07, 35.06, 37.07 of 38.08 behoren, onder die posten moeten worden ingedeeld, ook al zouden zij aan de omschrijving van andere posten van de nomenclatuur beantwoorden. Zo wordt bijvoorbeeld zwavel voor therapeutische doeleinden, gereed voor de verkoop in het klein, onder post 30.04 ingedeeld en niet onder post 25.03 of 28.02. Dextrine, gereed voor de verkoop in het klein als lijm, wordt onder post 35.06 ingedeeld en niet onder post 35.05. Algemene opmerkingen.

 

2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Een monster van parfum in de vorm van een pasteuze massa, aangebracht op reclamedrukwerk, moet worden ingedeeld onder post 33.03. Zie Verordening (EEG) nr. 840/92 in aant. 3 op post 33.03.

Een make-upset, bestaande uit een nabootsing van een menselijke schedel van kunststof, waarvan de oog-, neus- en mondopeningen zijn opgevuld met make-upbereidingen in verschillende kleuren, moet onder post 33.04 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1508/2000, punt 2, in aant. 3 op post 33.04.

Mondspray, opgemaakt voor de verkoop in het klein, in een spuitfles met een inhoud van 30 ml, moet onder post 33.06 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1114/2006, punt 6, in aant. 3 op post 33.06.

Zelfklevend envelopje, ongeveer 40 × 50 mm, bestaande uit twee stroken van een uit kunststof en aluminium samengestelde folie, afgesloten door een thermische behandeling, met daarin een parfummonster in de vorm van een gel, moet, onder meer met toepassing van Aantekening 2 IDR op afdeling VI, onder post 33.03 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1440/2007, punt 1, in aant. 3 op post 33.03.

Doekjes van gebonden textielvlies geïmpregneerd met water, propyleenglycol, parfum, tetranatrium EDTA, aloë vera-extract, bronopol, citroenzuur en een mengsel van methylchloroisothiazolinon en methylisothiazolinon, gebruikt als verfrissingsdoekjes, moeten onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 1172/2012 in aant. 3 op post 33.07.

Een artikel bestaande uit 25 doekjes van gebonden textielvlies met een afmeting van ongeveer 15 cm × 20 cm per doekje, moet onder meer met toepassing van Aantekening 2 IDR op afdeling VI, onder post 33.04 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 385/2013 in aant. 3 op post 33.04.

Vloeibare producten die worden gebruikt om in noodgevallen de ogen te spoelen en zo vreemde deeltjes en chemische stoffen te verwijderen moeten onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 766/2014, punt 1, in aant. 3 op post 33.07.

Vloeibare producten die worden gebruikt om in noodgevallen de ogen te spoelen en zo zuren en basen in de ogen te neutraliseren moeten onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 766/2014, punt 2, in aant. 3 op post 33.07.

4
Jurisprudentie

Een monster voor geurige vluchtige oliën moet onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 3307.90/3 op post 33.07 in aant. 4 op die post.

Verbandgaas voor medisch gebruik, vervaardigd van 100% wit katoen geweven door middel van platbinding, overlangs dubbelgevouwen (schijnbare breedte 45 cm) en opgemaakt voor de verkoop in het klein, moet onder post 30.05 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 3005.90/1 op post 30.05 in aant. 4 op die post.

5
Gereserveerd
6
Nadere verwijzing

Zie voor hetgeen men moet verstaan onder ‘opgemaakt voor de verkoop in het klein’ en onder ‘in afgemeten hoeveelheden’ de Aantekeningen IDR op de genoemde hoofdstukken of posten en de toelichting IDR daarop.

3

3 (1; 4).

Goederen aangeboden in stellen of assortimenten en bestaande uit twee of meer bestanddelen die geheel of gedeeltelijk tot een der posten van deze afdeling behoren en waarvan kan worden onderkend dat zij bestemd zijn om, door vermenging, een product bedoeld bij afdeling VI of VII te verkrijgen, worden ingedeeld onder de post die betrekking heeft op dit product, mits:

a. duidelijk kan worden onderkend dat zij, gezien de wijze van opmaak, bestemd zijn om gezamenlijk te worden gebruikt, zonder eerst opnieuw te worden verpakt;

b. zij gelijktijdig worden aangeboden;

c. onderkend kan worden dat zij, gezien aard of hoeveelheid, elkaars complement zijn.

1
Toelichting IDR

Aantekening 3 IDR op deze afdeling behandelt de indeling van goederen opgemaakt in stellen of assortimenten bestaande uit twee of meer bestanddelen die geheel of gedeeltelijk worden ingedeeld onder afdeling VI. De Aantekening blijft echter beperkt tot stellen of assortimenten waarvan de bestanddelen bestemd zijn om te worden vermengd teneinde een product van afdeling VI of VII te verkrijgen. Dergelijke stellen of assortimenten moeten worden ingedeeld onder de post behorende bij dat product mits de bestanddelen voldoen aan de voorwaarden a, b en c van de Aantekening.

Als voorbeelden van goederen in stellen of assortimenten kunnen worden genoemd tandtechnisch cement en andere tandtechnische vullingen van post 30.06 en bepaalde vernissen en verven van post 32.08 tot en met 32.10 en mastiek, enz. van post 32.14. Met betrekking tot de indeling van goederen die zijn opgemaakt in stellen of assortimenten zonder de benodigde harder, wordt in het bijzonder verwezen naar de toelichting IDR (algemene opmerkingen) opgenomen in aant. 1 op het opschrift van hoofdstuk 32 en de toelichting IDR op de post 32.14.

Opgemerkt wordt dat goederen opgemaakt in stellen of assortimenten bestaande uit twee of meer bestanddelen, die geheel of gedeeltelijk worden ingedeeld onder afdeling VI en die bestemd zijn om achtereenvolgens zonder voorafgaande vermenging te worden gebruikt, worden ingedeeld aan de hand van de algemene bepalingen voor de toepassing van de nomenclatuur (in het algemeen bepaling 3 b), en niet door toepassing van deze Aantekening. Goederen niet opgemaakt in stellen of assortimenten voor de verkoop in het klein, worden afzonderlijk ingedeeld. Algemene opmerkingen.

2 en 3
Gereserveerd
4
Jurisprudentie

Een pigmentstof voor het kleuren van de haren moet onder post 33.05 worden ingedeeld. Belanghebbende was de mening toegedaan dat het product – dat uitsluitend door kappers en haarverzorgers wordt gebruikt – onder post 32.03 moest worden ingedeeld. De inspecteur daarentegen stelde dat het product (Ultraglitz blue green) gelijktijdig met een ander product (Sun Energy) werd ingevoerd en daarmee in kleinhandelsverpakking als blonderingsmiddel werd aangeboden. Op grond van Aantekening 3 IDR op afdeling VI moest naar zijn mening het product onder post 33.05 worden ingedeeld.

De TC constateerde dat het product niet gelijktijdig met een ander product was ingevoerd, zodat niet kon worden vastgesteld of op het moment van de invoer aan de voorwaarden van Aantekening 3 IDR was voldaan. Daar belanghebbende echter duidelijk had gesteld dat het product geen haarverf was, uitsluitend werd geleverd aan kappers en haarverzorgers en een ander gebruik van de goederen niet mogelijk was, kwam de TC tot het oordeel dat de goederen onder post 33.05 moesten worden ingedeeld. TC 8 juli 1996, nr. 13 358 (UTC 1996/36).

4

4.

Wanneer een product voldoet aan de omschrijving in een of meer posten van afdeling VI op grond van de omschrijving aan de hand van de naam of de functie, en tevens voldoet aan de bewoording van post 38.27, moet het worden ingedeeld onder een post die verwijst naar de naam of de functie van het product en niet onder post 38.27.


 

 

AANTEKENINGEN

 

 

1. A. Producten (andere dan radioactieve metaalertsen) die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.44 of 28.45, moeten worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur.

 

B. Behoudens het bepaalde onder A. hiervoor, moeten producten die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.43 of 28.46 of 28.52 worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van afdeling VI.

 

 

2. Behoudens het bepaalde in aantekening 1 hiervoor, moeten alle producten die behoren tot een der posten 30.04, 30.05, 30.06, 32.12, 33.03, 33.04, 33.05, 33.06, 33.07, 35.06, 37.07 of 38.08, hetzij omdat ze zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein, hetzij omdat ze voorkomen in afgemeten hoeveelheden, worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur.

 

 

3. Goederen aangeboden in stellen of assortimenten en bestaande uit twee of meer bestanddelen die geheel of gedeeltelijk tot een der posten van deze afdeling behoren en waarvan kan worden onderkend dat zij bestemd zijn om, door vermenging, een product bedoeld bij afdeling VI of VII te verkrijgen, worden ingedeeld onder de post die betrekking heeft op dit product, mits:

a. duidelijk kan worden onderkend dat zij, gezien de wijze van opmaak, bestemd zijn om gezamenlijk te worden gebruikt, zonder eerst opnieuw te worden verpakt;

b. zij gelijktijdig worden aangeboden;

c. onderkend kan worden dat zij, gezien aard of hoeveelheid, elkaars complement zijn.

4. Wanneer een product voldoet aan de omschrijving in een of meer posten van afdeling VI op grond van de omschrijving aan de hand van de naam of de functie, en tevens voldoet aan de bewoording van post 3827, moet het worden ingedeeld onder een post die verwijst naar de naam of de functie van het product en niet onder post 3827.