Hoofdstuk 38

Diverse producten van de chemische industrie

1
Toelichting IDR

Dit hoofdstuk omvat een groot aantal producten van de chemische of van aanverwante industrieën.

Het heeft geen betrekking op andere geïsoleerde chemisch welbepaalde producten (deze worden in de regel onder de hoofdstukken 28 en 29 ingedeeld) dan die, welke in navolgende limitatieve lijst zijn genoemd:

1. kunstmatig grafiet (post 38.01);

2. insectendodende middelen, schimmelwerende middelen, onkruidbestrijdingsmiddelen, desinfecteermiddelen, enz. in vormen of verpakkingen voor de verkoop in het klein (post 38.08);

3. brandblusmiddelen in de vorm van ladingen voor brandblusapparaten of in de vorm van brandblusbommen (post 38.13);

4. gecultiveerde kristallen (andere dan optische elementen) wegende per stuk 2,5 g of meer, van magnesiumoxide, alkalimetaalhalogeniden of aardalkalimetaalhalogeniden (post 38.24);

5. radeervloeistoffen in verpakkingen voor de verkoop in het klein (post 38.24). Algemene opmerkingen.

1 IDR

1 (1).

Dit hoofdstuk omvat niet:

a. geïsoleerde chemisch welbepaalde verbindingen andere dan de hierna genoemde:

1. kunstmatig grafiet (post 38.01);

2. insectendodende middelen, rattenbestrijdingsmiddelen, schimmelwerende middelen, onkruidbestrijdingsmiddelen, middelen om het kiemen tegen te gaan, middelen om de plantengroei te regelen, desinfecteermiddelen en dergelijke producten, opgemaakt in de in post 38.08 omschreven vormen of verpakkingen (3; 4);

3. brandblusmiddelen in de vorm van ladingen voor brandblusapparaten of in de vorm van brandblusbommen (post 38.13);

4. de in aantekening 2 hierna bedoelde gecertificeerde referentiematerialen;

5. de in aantekening 3, onder a en c, hierna bedoelde producten;

b. mengsels van chemicaliën met voedingsstoffen of met andere stoffen die voedingswaarde bezitten, van de soort gebruikt bij de bereiding van producten voor menselijke consumptie (in het algemeen post 21.06) (7; 8);

c. producten bedoeld bij post 24.04;

d. slakken, assen en residuen (slib, ander dan slib van afvalwater, daaronder begrepen) die metalen, arseen of mengsels daarvan bevatten en die voldoen aan de voorwaarden van aantekening 3, onder a of b, op hoofdstuk 26 (post 26.20);

e. geneesmiddelen (post 30.03 of 30.04);

f. onwerkzaam geworden katalysatoren van de soort gebruikt voor de winning van onedele metalen of voor de vervaardiging van chemische verbindingen van onedele metalen (post 26.20), onwerkzaam geworden katalysatoren van de soort voornamelijk gebruikt voor het terugwinnen van edele metalen (post 71.12) en katalysatoren die bestaan uit metalen of uit metaallegeringen in de vorm van bijvoorbeeld fijn poeder of metaaldoek (afdeling XIV of XV).

 

1
Toelichting IDR

Voor de toepassing van Aantekening 1 b IDR op hoofdstuk 38 omvat de uitdrukking ‘voedingsmiddelen en andere stoffen met voedingswaarde’ hoofdzakelijk eetbare producten bedoeld bij de afdelingen I tot en met IV.

De uitdrukking ‘voedingsmiddelen en andere stoffen met voedingswaarde’ omvat eveneens bepaalde andere producten, bijvoorbeeld producten van hoofdstuk 28 gebruikt als minerale toevoeging in voedingspreparaten, suikeralcoholen van post 29.05, essentiële aminozuren van post 29.22, lecithine van post 29.23, provitaminen en vitaminen van post 29.36, suikers van post 29.40, dierlijke bloedfracties van post 30.02 voor gebruik in voedingspreparaten, caseïne en caseïnaten van post 35.01, albuminen van post 35.02, eetbare gelatine van post 35.03, eetbare proteïnestoffen van post 35.04, dextrine en ander eetbaar gewijzigd zetmeel van post 35.05, sorbitol van post 38.24, eetbare producten van hoofdstuk 39 (zoals amylopectine en amylose van post 39.13). Er wordt op gewezen dat deze lijst van producten slechts dient ter illustratie en niet als limitatief moet worden beschouwd.

Het louter aanwezig zijn van ‘voedingsmiddelen en andere stoffen met voedingswaarde’ in een mengsel is niet voldoende om het mengsel, met toepassing van Aantekening 1 b IDR, van hoofdstuk 38 uit te sluiten. Stoffen die een voedingswaarde bezitten die slechts bijkomstig is ten opzichte van hun functie als chemisch product, bijvoorbeeld als levensmiddelenadditieven of hulp bij de bereiding, worden niet aangemerkt als ‘voedingsstoffen of andere stoffen die voedingswaarde bezitten’ voor de toepassing van deze Aantekening. De mengsels die met toepassing van Aantekening 1 b IDR van hoofdstuk 38 zijn uitgezonderd, zijn die van de soort gebruikt bij de bereiding van producten voor menselijke consumptie, waarvan de waarde berust op hun voedingskwaliteiten. Algemene opmerkingen.

2
Gereserveerd
3
EG Verordening

Technisch methropeen niet opgemaakt voor de verkoop in het klein, moet onder post 29.18 worden ingedeeld. Zie Verordening (EEG) nr. 1825/93, punt 1, in aant. 3 op post 29.18.

4
Jurisprudentie

Een tussenbereiding voor onkruidbestrijdingsmiddelen moet onder meer met toepassing van Aantekening 1 a 2 IDR op hoofdstuk 38, onder post 38.08 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 3808.93/1 op post 38.08 in aant. 4 op die post.

5 t/m 6
Gereserveerd
7
EG-verordeningen

Sorbitol met 1 promille sacharine moet onder post 21.06 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 2695/95, punt 4, in aant. 3 op post 21.06.

Een emulgeermiddel voor bakkerijproducten moet onder post 21.06 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 2696/95, punt 1, in aant. 3 op post 21.06.

Een bepaald product in poedervorm moet onder post 21.06 worden ingedeeld. Het bestaat uit (in gewichtspercenten):

- calciumcarbonaat

97

- zetmeel

3.

Het product kan op diverse uiteenlopende gebieden worden gebruikt, bijvoorbeeld in producten voor menselijke consumptie, geneesmiddelen en vulstoffen voor verf.

Het product kan worden gebruikt bij de vervaardiging van calciumtabletten.

Door de samenstelling van het product is indeling onder hoofdstuk 38 uitgesloten op grond van Aantekening 1 b IDR op dat hoofdstuk (zie ook de toelichting EG, algemene opmerkingen, op hoofdstuk 38). Zie Verordening (EU) nr. 328/2013 in aant. 3 op post 21.06.

Witte tabletten bevattende steviolglycosiden, natriumcarbonaat, natriumcitraat, leucine moeten onder post 21.06 worden ingedeeld.
Het product heeft een calorische waarde van 0,06 kcal per tablet.
Overeenkomstig Aantekening 1 b IDR op hoofdstuk 38 kan het product niet worden aangemerkt als een product van de chemische industrie als bedoeld bij hoofdstuk 38, aangezien het stoffen bevat die voedingswaarde bezitten, van de soort gebruikt bij de bereiding van producten voor menselijke consumptie. Er is geen drempel voor de voedingswaarde.
Het product moet daarom onder post 21.06 worden ingedeeld als andere producten voor menselijke consumptie als bedoeld bij onderverdeling 2106 9092. Zie Verordening (EU) 2017/268 in aant. 3 op post 21.06.

Een bepaald product bestemd voor verdere verwerking in de levensmiddelen-, de diervoeder- en de farmaceutische industrie moet onder post 21.06 worden ingedeeld. Het product is lichtgeel en vloeibaar en bestaat uit 93% ethylesters van vetzuren en 7% oligomeren en partiële glyceriden.
Indeling van het product onder hoofdstuk 38 is uitgesloten omdat het product voedingswaarde bezit en wordt gebruikt bij de bereiding van producten voor menselijke consumptie. Zie Verordening (EU) 2019/1661 in aant. 3 op post 21.06.

8
Jurisprudentie

Bepaalde emulgatoren moeten onder post 21.06 worden ingedeeld. Zie HvJ nr. C-14/91 in aant. 4 op post 21.06.

Bepaalde toevoegingsmiddelen voor bakkerijen moeten onder post 21.06 worden ingedeeld. Zie tariferingen IDR 2106.90/26 en 2106.90/27 op post 21.06 in aant. 4 op die post.

Mengsels in poedervorm, bestaande uit 90 tot 99,5 gewichtspercenten mononatriumglutamaat en 0,5 tot 10% gewichtspercenten natriumchloride, moeten onder post 38.24 worden ingedeeld. Aantekening 1 b IDR op hoofdstuk op 38 is niet van toepassing omdat natriumchloride (gelet op de geringe hoeveelheid) en mononatriumglutamaat niet worden aangemerkt als stoffen met een voedingswaarde (zie ook de toelichting IDR, algemene opmerkingen, op hoofdstuk 38 (opgenomen in aant. 1 op Aantekening 1 IDR op dat hoofdstuk)). Zie statement 68e vergadering Comité douanewetboek op post 38.24 in aant. 4 op die post.

Een mengsel van aminozuren moet onder post 21.06 worden ingedeeld. Zie conclusie 203e vergadering Comité douanewetboek op post 21.06 in aant. 4 op die post.

Een waterige oplossing verkregen door thermische ontbinding van dextrose en die onder meer bestaat uit aldehyden en in water oplosbare ketonen, en waarvan de eventuele voedingsvoorwaarde van deze oplossing bijkomstig is ten opzichte van de functie ervan als chemisch product en levensmiddelenadditief, moet onder post 38.24 worden ingedeeld.
Uit Aantekening 1 b IDR op hoofdstuk 38 blijkt dat dit hoofdstuk niet ziet op ‘mengsels van chemicaliën met voedingsstoffen of andere stoffen die voedingswaarde bezitten, van de soort gebruikt bij de bereiding van producten voor menselijke consumptie’. In de toelichting IDR op hoofdstuk 38 staat te lezen dat de omschrijving ‘voedingsstoffen of andere stoffen die voedingswaarde bezitten’ voornamelijk doelt op eetbare producten van de afdelingen I tot en met IV. Tevens is daarin vermeld dat ‘[d]e enkele aanwezigheid van voedingsstoffen of andere stoffen die voedingswaarde bezitten in een mengsel [...] niet voldoende [is] om dit mengsel door toepassing van Aantekening 1 b IDR op hoofdstuk 38 hiervan uit te sluiten’, en dat ‘[s]toffen waarvan de voedingswaarde ten aanzien van hun functie als chemisch product, bijvoorbeeld als levensmiddelenadditief of technische hulpstof, enkel bijzaak is [...] geen voedingsstoffen [zijn] of stoffen die voedingswaarde bezitten in de zin van deze aantekening’. Deze toelichting vermeldt voorts dat ‘mengsels die door deze Aantekening 1 b IDR uitgesloten zijn van hoofdstuk 38 behoren tot die soort van producten die bij de vervaardiging van levensmiddelen gebruikt worden en waarvan de waarde op hun voedingseigenschappen berust’.
Onder hoofdstuk 38 valt met name post 38.24 en meer in het bijzonder onderverdeling 3824 9992, die betrekking heeft op ‘chemische producten of preparaten, voornamelijk samengesteld uit organische verbindingen, elders genoemd noch elders onder begrepen, in vloeibare vorm bij 20 °C’, en een restcategorie binnen die post vormt.
Het product wordt in de voedingsindustrie onder de benaming ‘karamel’ (E 150a) gebruikt als kleurstof of rookaroma als bedoeld in Verordening nr. 1333/2008, deel B, punt 1. Een dergelijk gebruik kan erop wijzen dat dit product als voornaamste functie heeft te worden gebruikt als levensmiddelenadditief, ook al heeft het daarnaast voedingswaarde. Onder voorbehoud van deze verificatie door de verwijzende rechter kan het in het hoofdgeding aan de orde zijnde product onder onderverdeling 3824 9992 vallen. Zie HvJ 3 juni 2021, nr. C-822/19, in aant. 4 op post 38.24.

2.

2.

A. Voor de toepassing van post 38.22 worden als ‘gecertificeerde referentiematerialen’ aangemerkt, referentiematerialen die worden begeleid door een certificaat waarop staan vermeld de waarde van de gecertificeerde eigenschappen, de methoden die zijn gebruikt om deze waarden vast te stellen en de graad van nauwkeurigheid van elke waarde en die geschikt zijn voor analytische, kalibrerings- of referentiedoeleinden.

B. Met uitzondering van de producten bedoeld bij de hoofdstukken 28 en 29, heeft post 38.22 voor de indeling van gecertificeerde referentiematerialen voorrang boven alle andere posten van de nomenclatuur.

3.

3.

Post 38.24 omvat onder meer de navolgende goederen, die niet onder een andere post van de nomenclatuur mogen worden ingedeeld, te weten:

a. gecultiveerde kristallen (andere dan optische elementen), wegende per stuk 2,5 g of meer, van magnesiumoxide of van alkalimetaalhalogeniden of van aardalkalimetaalhalogeniden;

b. foezelolie; dippelolie (3);

c. radeervloeistoffen opgemaakt voor de verkoop in het klein;

d. producten voor het corrigeren van stencils en andere correctievloeistoffen en correctielinten (andere dan die bedoeld bij post 96.12), opgemaakt voor de verkoop in het klein;

e. segerkegels en dergelijke artikelen.

1 en 2
Gereserveerd
3
EG Verordening

Een emulsifieermiddel bestaande uit een mengsel van mono- en diglyceriden van vetzuren veresterd met monoacetylwijnsteenzuur en diacetylwijnsteenzuur (E 472 e), moet onder post 38.24 worden ingedeeld. De indeling is onder meer vastgesteld met toepassing van Aantekening 3 b IDR op hoofdstuk 38. Zie Verordening (EG) nr. 1785/94, punt 2, in aant. 3 op post 38.24.

4.

4.

In de nomenclatuur wordt als ‘stedelijk afval’ aangemerkt, afval van de soort die wordt ingezameld bij huishoudens, hotels, restaurants, ziekenhuizen, winkels, kantoren, enz., straat- en stoepveegsel, alsmede bouw- en sloopafval. Stedelijk afval bevat in het algemeen een grote verscheidenheid aan materialen, zoals kunststof, rubber, hout, papier, textiel, glas, metaal, voedingsmiddelen, kapot meubilair en andere beschadigde of afgedankte artikelen. De uitdrukking ‘stedelijk afval’ heeft echter geen betrekking op:

a. afzonderlijke materialen of artikelen die van het afval zijn gescheiden, bijvoorbeeld afvallen van kunststof, van rubber, van hout, van papier, van textiel, van glas of van metaal, en elektrische en elektronische resten en afval (gebruikte batterijen daaronder begrepen), die hun eigen indeling volgen;

b. industrieel afval;

c. farmaceutische afvallen als bedoeld bij aantekening 4, onder k, op hoofdstuk 30;

d. klinisch afval als bedoeld bij aantekening 6, onder a, hierna.

5.

5.

Voor de toepassing van post 38.25 wordt onder ‘slib van afvalwater’ verstaan, slib afkomstig van stations voor rioolwaterzuivering, met inbegrip van afval van de voorbehandeling, schuimsel en niet-gestabiliseerd slib. Gestabiliseerd slib dat geschikt is om te worden gebruikt als meststof is uitgezonderd (hoofdstuk 31).

6.

6.

Voor de toepassing van post 38.25 wordt onder 'andere afvallen' verstaan:

a. klinisch afval, dat wil zeggen verontreinigd afval afkomstig van medisch onderzoek, diagnostische handelingen of andere medische, chirurgische, tandheelkundige of veeartsenijkundige behandelingen, dat dikwijls ziektekiemen en farmaceutische stoffen bevat en op een speciale wijze moet worden vernietigd (bijvoorbeeld vervuilde zwachtels, gebruikte handschoenen en gebruikte naalden);

b. afval van organische oplosmiddelen;

c. afvallen van beitsvloeimiddelen voor metalen, van hydraulische vloeistoffen, van remvloeistoffen en van antivriesvloeistoffen;

d. andere afvallen van de chemische of van aanverwante industrieën.

De uitdrukking 'andere afvallen' heeft geen betrekking op afvallen die hoofdzakelijk aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevatten (post 27.10).

7.

7.

Voor de toepassing van post 38.26 wordt als ‘biodiesel’ aangemerkt monoalkylesters van vetzuren van de soorten die als brandstof worden gebruikt, verkregen uit dierlijke, plantaardige of microbiële vetten en oliën, ook indien gebruikt.

1
Aanvullende aantekeningen IDR

1.

 De onderverdelingen 3808.52 en 3808.59 omvatten uitsluitend goederen bedoeld bij post 3808, die een of meer van de volgende stoffen bevatten: alachloor (ISO); aldicarb (ISO); aldrine (ISO); azinfos-methyl (ISO); binapacryl (ISO); camfechloor (ISO) (toxafeen); captafol (ISO); carbofuran (ISO); chloordaan (ISO); chloordimeform (ISO); chloorbenzilaat (ISO); DDT (ISO) clofenotaan (INN), 1,1,1-trichloor-2,2-bis-(p-chloorfenyl)-ethaan); dieldrine (ISO, INN); 4,6-dinitro-o-cresol (DNOC (ISO)) en zouten daarvan; dinoseb (ISO), alsmede zouten en esters daarvan; endosulfan (ISO); ethyleendibromide (ISO) (1,2-dibroomethaan); ethyleendichloride (ISO) (1,2-dichloorethaan); fluoracetamide (ISO); fosfamidon (ISO); ; heptachloor (ISO); hexachloorbenzeen (ISO); 1,2,3,4,5,6-hexachloorcyclohexaan (HCH (ISO)), lindaan (ISO, INN) daaronder begrepen; kwikverbindingen; metamidofos (ISO); monocrotofos (ISO); oxiraan (ethyleenoxide); parathion (ISO); parathionmethyl (ISO) (methylparathion); pentachloorfenol (ISO), alsmede zouten en esters daarvan; perfluoroctaansulfonzuur en zouten daarvan; perfluoroctaansulfonamiden; perfluoroctaansulfonylfluoride; 2,4,5-T (ISO) (2,4,5-trichloorfenoxyazijnzuur), alsmede zouten en esters daarvan; tributyltinverbindingen; trichloorfon (ISO). 

2
Aanvullende aantekening IDR

2.

De onderverdelingen 3808.61 tot en met 3808.69 omvatten uitsluitend goederen bedoeld bij post 3808, bevattende alfa-cypermethrin (ISO), bendiocarb (ISO), bifenthrin (ISO), chloorfenapyr (ISO), cyfluthrin (ISO), deltamethrin (INN, ISO), etofenprox (INN), fenitrothion (ISO), lambda-cyhalothrin (ISO), malathion (ISO), pirimifos-methyl (ISO) of propoxur (ISO).

3
Aanvullende aantekening 3 IDR

3. De onderverdelingen 3824 81 tot en met 3824 89 omvatten uitsluitend mengsels en bereidingen die een of meer van de volgende stoffen bevatten: oxiraan (ethyleenoxide); polybroombifenylen (PBB’s); polychloorbifenylen (PCB’s); polychloorterfenylen (PCT’s); tris (2,3-dibroompropyl)fosfaat; aldrine (ISO); camfechloor (ISO) (toxafeen); chloordaan (ISO); chloordecon (ISO); DDT (ISO) (clofenotaan (INN); 1,1,1-trichloor-2,2-bis-(p-chloorfenyl)-ethaan); dieldrin (ISO, INN); endosulfan (ISO); endrin (ISO); heptachloor (ISO); mirex (ISO); 1,2,3,4,5,6-hexachloorcyclohexaan (HCH (ISO)), lindaan (ISO, INN) daaronder begrepen; pentachloorbenzeen (ISO); hexachloorbenzeen (ISO); perfluoroctaansulfonzuur en zouten daarvan; perfluoroctaansulfonamiden; perfluoroctaansulfonylfluoride; tetra-, penta-, hexa-, hepta- of octabroomdifenylethers; gechloreerde paraffines met een korte keten.

Gechloreerde paraffines met een korte keten zijn mengsels van verbindingen met een keten van meer dan 48 gewichtspercenten chloor, overeenkomstig de volgende molecuulformule: CxH(2x-y+2)Cly, waarbij x=10 – 13 en y= 1 – 13.

 

4
Aanvullende aantekening 4 IDR

Voor de toepassing van de onderverdelingen 3825.41 en 3825.49 wordt onder ‘afval van organische oplosmiddelen’ verstaan, afval dat hoofdzakelijk organische oplosmiddelen bevat, in de staat waarin het wordt aangeboden niet geschikt voor het oorspronkelijk doel, al dan niet bestemd voor het terugwinnen van oplosmiddelen.


1. Dit hoofdstuk omvat niet:

a. geïsoleerde chemisch welbepaalde verbindingen andere dan de hierna genoemde:

1. kunstmatig grafiet (post 38.01);

2. insectendodende middelen, rattenbestrijdingsmiddelen, schimmelwerende middelen, onkruidbestrijdingsmiddelen, middelen om het kiemen tegen te gaan, middelen om de plantengroei te regelen, desinfecteermiddelen en dergelijke producten, opgemaakt in de in post 38.08 omschreven vormen of verpakkingen;

3. brandblusmiddelen in de vorm van ladingen voor brandblusapparaten of in de vorm van brandblusbommen (post 38.13);

de in aantekening 2 hierna bedoelde gecertificeerde referentiematerialen;

de in aantekening 3, onder a en c, hierna bedoelde producten;

b. mengsels van chemicaliën met voedingsstoffen of met andere stoffen die voedingswaarde bezitten, van de soort gebruikt bij de bereiding van producten voor menselijke consumptie (in het algemeen post 21.06);
c. producten bedoeld bij post 2404;
d. slakken, assen en residuen (slib, ander dan slib van afvalwater, daaronder begrepen) die metalen, arseen of mengsels daarvan bevatten en die voldoen aan de voorwaarden van aantekening 3, onder a of b, op hoofdstuk 26 (post 26.20);

e. geneesmiddelen (post 30.03 of 30.04);

f. onwerkzaam geworden kataysatoren van de soort gebruikt voor de winning van onedelde metalen of voor de vervaardiging van chemische verbindingen van onedele metalen (post 26.20), onwerkzaam geworden katalysatoren van de soort voornamelijk gebruikt voor het terugwinnen van edele metalen (post 71.12) en katalysatoren die bestaan uit metalen of uit metaallegeringen in de vorm van bijvoorbeeld fijn poeder of metaaldoek (afdeling XIV of XV).

2. A. Voor de toepassing van post 38.22 worden als 'gecertificeerde referentiematerialen' aangemerkt, referentiematerialen die worden begeleid door een certificaat waarop staan vermeld de waarde van de gecertificeerde eigenschappen, de methoden die zijn gebruikt om deze waarden vast te stellen en de graad van nauwkeurigheid van elke waarde en die geschikt zijn voor analytische, kalibrerings- of referentiedoeleinden.

B. Met uitzondering van de producten bedoeld bij de hoofdstukken 28 en 29, heeft post 38.22 voor de indeling van gecertificeerde referentiematerialen voorrang boven alle andere posten van de nomenclatuur.

3. Post 38.24 omvat onder meer de navolgende goederen, die niet onder een andere post van de nomenclatuur mogen worden ingedeeld, te weten:

a. gecultiveerde kristallen (andere dan optisch elementen), wegende per stuk 2,5 g of meer, van magnesiumoxide of van alkalimetaalhalogeniden of van aardalkalimetaalhalogeniden;

b. foezelolie; dippelolie;

c. radeervloeistoffen opgemaakt voor de verkoop in het klein;

d. producten voor het corrigeren van stencils en andere correctievloeistoffen en correctielinten (andere dan die bedoeld bij post 96.12), opgemaakt voor de verkoop in het klein; en

e. segerkegels en dergelijke artikelen.

 

4. In de nomenclatuur wordt als 'stedelijk afval' aangemerkt, afval van die soort die wordt ingezameld bij huishoudens, hotels, restaurants, ziekenhuizen, winkels, kantoren enz., straat- en stoepveegsel, alsmede bouw- en sloopafval. Stedelijk afval bevat in het algemeen een grote verscheidenheid aan materialen, zoals kunststof, rubber, hout, papier, textiel, glas, metaal, voedingsmiddelen, kapot meubilair en andere beschadigde of afgedankte artikelen. De uitdrukking 'stedelijk afval' heeft echter geen betrekking op:

a. afzonderlijke materialen of artikelen die van het afval zijn gescheiden, bijvoorbeeld afvallen van kunststof, van rubber, van hout, van papier, van textiel, van glas of van metaal, en elektrische en elektronische resten en afval (gebruikte batterijen daaronder begrepen), die hun eigen indeling volgen;

b. industrieel afval;

c. farmaceutische afvallen als bedoeld bij aantekening 4, onder k., op hoofdstuk 30

d. klinisch afval als bedoeld bij aantekening 6, onder a, hierna.

5. Voor de toepassing van post 38.25 wordt onder 'slib van afvalwater' verstaan, slib afkomstig van stations voor rioolwaterzuivering, met inbegrip van afval van de voorbehandeling, schuimsel en niet-gestabiliseerd slib. Gestabiliseerd slib dat geschikt is om te worden gebruikt als meststof is uitgezonderd (hoofdstuk 31).

6. Voor de toepassing van post 38.25 wordt onder 'andere afvallen' verstaan:

a. klinisch afval, dat wil zeggen verontreinigd afval afkomstig van medisch onderzoek, diagnostische handelingen of andere medische, chirurgische, tandheelkundige of veeartsenijkundige behandelingen, dat dikwijls ziektekiemen en farmaceutische stoffen bevat en op een speciale wijze moet worden vernietigd (bijvoorbeeld vervuilde zwachtels, gebruikte handschoenen en gebruikte naalden);

b. afval van organische oplosmiddelen;

c. afvallen van beitsvloeimiddelen voor metalen, van hydraulische vloeistoffen, van remvloeistoffen en van antivriesvloeistoffen;

d. andere afvallen van de chemische en aanverwante industrieën.

De uitdrukking 'andere afvallen' heeft geen betrekking op afvallen die hoofzakelijk aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevatten (post 27.10).

7. Voor de toepassing van post 38.26 wordt als ‘biodiesel' aangemerkt monoalkylesters van vetzuren van de soorten die als brandstof worden gebruikt, verkregen uit dierlijke of plantaardige of microbiële vetten en oliën, ook indien gebruikt. 

 

Aanvullende aantekeningen

1. De onderverdelingen 3808 52 en 3808 59 omvatten uitsluitend goederen bedoeld bij post 3808, die een of meer van de volgende stoffen bevatten: alachloor (ISO); aldicarb (ISO); aldrine (ISO); azinfos-methyl (ISO); binapacryl (ISO); camfechloor (ISO) (toxafeen); captafol (ISO); carbofuran (ISO); chloordaan (ISO); chloordimeform (ISO); chloorbenzilaat (ISO); DDT (ISO) clofenotaan (INN), 1,1,1-trichloor-2,2-bis-(-chloorfenyl)-ethaan); dieldrine (ISO, INN); 4,6-dinitro-o-cresol (DNOC (ISO)) en zouten daarvan; dinoseb (ISO), alsmede zouten en esters daarvan; endosulfan (ISO); ethyleendibromide (ISO) (1,2-dibroomethaan); ethyleendichloride (ISO) (1,2-dichloorethaan); fluoracetamide (ISO); fosfam- idon (ISO); ; heptachloor (ISO); hexachloorbenzeen (ISO); 1,2,3,4,5,6-hexachloorcyclohexaan (HCH (ISO)), lindaan (ISO, INN) daaronder begrepen; kwikverbindingen; metamidofos (ISO); monocrotofos (ISO); oxiraan (ethyleenoxide); parathion (ISO); para- thionmethyl (ISO) (methylparathion); pentachloorfenol (ISO), alsmede zouten en esters daarvan; perfluoroctaansulfonzuur en zouten daarvan; perfluoroctaansulfonamiden; perfluoroctaansulfonylfluoride; 2,4,5-T (ISO) (2,4,5-trichloorfenoxyazijnzuur), alsmede zouten en esters daarvan; tributyltinverbindingen; trichloorfon (ISO).

2. De onderverdelingen 380861 tot en met 380869 omvatten uitsluitend goederen bedoeld bij post 3808, bevattende alfa- cypermethrin (ISO), bendiocarb (ISO), bifenthrin (ISO), chloorfenapyr (ISO), cyfluthrin (ISO), deltamethrin (INN, ISO), etofenprox (INN), fenitrothion (ISO), lambda-cyhalothrin (ISO), malathion (ISO), pirimifos-methyl (ISO) of propoxur (ISO).

3. De onderverdelingen 3824 81 tot en met 3824 89 omvatten uitsluitend mengsels en bereidingen die een of meer van de volgende stoffen bevatten: oxiraan (ethyleenoxide), polybroombifenylen (PBB's), polychloorbifenylen (PCB's), polychloorterfenylen (PCT's), tris (2,3-dibroompropyl)fosfaat, aldrine (ISO); camfechloor (ISO) (toxafeen), chloordaan (ISO), chloordecon (ISO); DDT (ISO) (clofenotaan (INN), 1,1,1-trichloor- 2,2-bis-(p-chloorfenyl)ethaan); dieldrine (ISO, INN), endosulfan (ISO), endrin (ISO); heptachloor (ISO), mirex (ISO); 1,2,3,4,5,6-hexachloorcyclohexaan (HCH (ISO)), lindaan (ISO, INN) daaronder begrepen, pentachloorbenzeen (ISO); hexachloorbenzeen (ISO), perfluoroctaansulfonzuur en zouten daarvan, perfluoroctaansulfonamiden; perfluoroctaansulfonylfluoride; tetra-, penta-, hexa-, hepta- of octabroomdifenylethers; gechloreerde paraffines met een korte keten.
Gechloreerde paraffines met een korte keten zijn mengsels van verbindingen met een keten van meer dan 48 gewichtspercenten chloor, overeenkomstig de volgende molecuulformule: CxH(2x-y+2)Cly, waarbij x=10 - 13 en y= 1 - 13.

4. Voor de toepassing van de onderverdelingen 3825 41 en 3825 49 wordt onder „afval van organische oplosmiddelen' verstaan, afval dat hoofdzakelijk organische oplosmiddelen bevat, in de staat waarin het wordt aangeboden niet geschikt voor het oorspronkelijk doel, al dan niet bestemd voor het terugwinnen van oplosmiddelen.

0. Gereserveerd
1
Gereserveerd
2
Toelichting EG

Zie voor de interpretatie van de Aantekeningen 1, 2 en 3 IDR op deze afdeling, de toelichting IDR (algemene opmerkingen) opgenomen in aant. 1 op de desbetreffende Aantekeningen IDR.

1 Aantekeningen IDR

1 (1).

A. Producten (andere dan radioactieve metaalertsen) die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.44 of 28.45 moeten worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur (4).

B. Behoudens het bepaalde onder A hiervoor, moeten producten die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.43, 28.46 of 28.52 worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van afdeling VI.

1
Toelichting IDR

Ingevolge het bepaalde bij Aantekening 1 A IDR worden onder post 28.44 ingedeeld, alle radioactieve chemische elementen en radioactieve isotopen, alsmede chemische verbindingen daarvan (anorganische of organische, al dan niet van chemisch welbepaalde samenstelling) ook al beantwoorden zij aan de omschrijving van andere posten van de nomenclatuur. Zo behoren bijvoorbeeld radioactief natriumchloride en radioactieve glycerol tot post 28.44 en niet tot de posten 25.01 of 29.05. In dezelfde gedachtegang worden ethylalcohol, goud of kobalt, indien zij radioactief zijn, steeds onder post 28.44 ingedeeld. Opgemerkt wordt echter dat radioactieve ertsen onder afdeling V van de nomenclatuur worden ingedeeld.

Wat de niet-radioactieve isotopen en hun verbindingen betreft bepaalt de Aantekening dat deze onder post 28.45 en niet elders worden ingedeeld, ongeacht of ze organisch of anorganisch zijn en of ze al dan niet chemisch welbepaald zijn. Daarom wordt een koolstofisotoop onder post 28.45 ingedeeld en niet onder 28.03.

Ingevolge Aantekening 1 B IDR worden producten, bedoeld bij een der posten 28.43, 28.46 of 28.52, onder deze posten ingedeeld en niet onder een andere post van afdeling VI, echter onder voorwaarde, dat zij niet radioactief zijn en niet als isotopen worden aangeboden (in welke gevallen zij respectievelijk tot post 28.44 of post 28.45 behoren). Krachtens het bepaalde in letter B wordt bijvoorbeeld zilvercaseïnaat onder post 28.43 en niet onder post 35.01 ingedeeld en zilvernitraat, ook indien verpakt voor verkoop in het klein en gereed voor fotografisch gebruik, onder post 28.43 en niet onder post 37.07.

Opgemerkt wordt echter dat de posten 28.43, 28.46 en 28.52 slechts voorrang hebben op de overige posten van afdeling VI. Indien producten die aan de omschrijving van post 28.43, post 28.46 of post 28.52 beantwoorden, tevens onder de omschrijving van posten van andere afdelingen van de nomenclatuur vallen, moet de indeling van dergelijke goederen geschieden aan de hand van de aantekeningen op de afdelingen en hoofdstukken en zo nodig  aan de hand van de algemene bepalingen voor de toepassing van de nomenclatuur. Gadoliniet, een verbinding van zeldzame aardmetalen, als zodanig vallende onder post 28.46, wordt onder post 25.30 ingedeeld, omdat Aantekening 3 a IDR op hoofdstuk 28 een uitzondering bevat voor alle minerale producten die tot afdeling V behoren. Algemene opmerkingen.

2 en 3
Gereserveerd
4
Jurisprudentie

Kobalt-60 capsules moeten onder post 28.44 worden ingedeeld. Zie TC 3 maart 1982, nr. 11 696 T in aant. 4 op post 28.44.

2

2 (1; 3; 4; 6).

Behoudens het bepaalde in aantekening 1 hiervoor, moeten alle producten die behoren tot een der posten 30.04, 30.05, 30.06, 32.12, 33.03, 33.04, 33.05, 33.06, 33.07, 35.06, 37.07 of 38.08, hetzij omdat ze zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein, hetzij omdat ze voorkomen in afgemeten hoeveelheden, worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur.

2
Toelichting IDR

Aantekening 2 IDR op deze afdeling bepaalt dat producten (andere dan die bedoeld bij de posten 28.43 tot en met 28.46 of 28.52) die in afgemeten hoeveelheden voorkomen of gereed zijn voor de verkoop in het klein en tot een der posten 30.04, 30.05, 30.06, 32.12, 33.03, 33.04, 33.05, 33.06, 33.07, 35.06, 37.07 of 38.08 behoren, onder die posten moeten worden ingedeeld, ook al zouden zij aan de omschrijving van andere posten van de nomenclatuur beantwoorden. Zo wordt bijvoorbeeld zwavel voor therapeutische doeleinden, gereed voor de verkoop in het klein, onder post 30.04 ingedeeld en niet onder post 25.03 of 28.02. Dextrine, gereed voor de verkoop in het klein als lijm, wordt onder post 35.06 ingedeeld en niet onder post 35.05. Algemene opmerkingen.

 

2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Een monster van parfum in de vorm van een pasteuze massa, aangebracht op reclamedrukwerk, moet worden ingedeeld onder post 33.03. Zie Verordening (EEG) nr. 840/92 in aant. 3 op post 33.03.

Een make-upset, bestaande uit een nabootsing van een menselijke schedel van kunststof, waarvan de oog-, neus- en mondopeningen zijn opgevuld met make-upbereidingen in verschillende kleuren, moet onder post 33.04 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1508/2000, punt 2, in aant. 3 op post 33.04.

Mondspray, opgemaakt voor de verkoop in het klein, in een spuitfles met een inhoud van 30 ml, moet onder post 33.06 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1114/2006, punt 6, in aant. 3 op post 33.06.

Zelfklevend envelopje, ongeveer 40 × 50 mm, bestaande uit twee stroken van een uit kunststof en aluminium samengestelde folie, afgesloten door een thermische behandeling, met daarin een parfummonster in de vorm van een gel, moet, onder meer met toepassing van Aantekening 2 IDR op afdeling VI, onder post 33.03 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1440/2007, punt 1, in aant. 3 op post 33.03.

Doekjes van gebonden textielvlies geïmpregneerd met water, propyleenglycol, parfum, tetranatrium EDTA, aloë vera-extract, bronopol, citroenzuur en een mengsel van methylchloroisothiazolinon en methylisothiazolinon, gebruikt als verfrissingsdoekjes, moeten onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 1172/2012 in aant. 3 op post 33.07.

Een artikel bestaande uit 25 doekjes van gebonden textielvlies met een afmeting van ongeveer 15 cm × 20 cm per doekje, moet onder meer met toepassing van Aantekening 2 IDR op afdeling VI, onder post 33.04 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 385/2013 in aant. 3 op post 33.04.

Vloeibare producten die worden gebruikt om in noodgevallen de ogen te spoelen en zo vreemde deeltjes en chemische stoffen te verwijderen moeten onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 766/2014, punt 1, in aant. 3 op post 33.07.

Vloeibare producten die worden gebruikt om in noodgevallen de ogen te spoelen en zo zuren en basen in de ogen te neutraliseren moeten onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 766/2014, punt 2, in aant. 3 op post 33.07.

4
Jurisprudentie

Een monster voor geurige vluchtige oliën moet onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 3307.90/3 op post 33.07 in aant. 4 op die post.

Verbandgaas voor medisch gebruik, vervaardigd van 100% wit katoen geweven door middel van platbinding, overlangs dubbelgevouwen (schijnbare breedte 45 cm) en opgemaakt voor de verkoop in het klein, moet onder post 30.05 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 3005.90/1 op post 30.05 in aant. 4 op die post.

5
Gereserveerd
6
Nadere verwijzing

Zie voor hetgeen men moet verstaan onder ‘opgemaakt voor de verkoop in het klein’ en onder ‘in afgemeten hoeveelheden’ de Aantekeningen IDR op de genoemde hoofdstukken of posten en de toelichting IDR daarop.

3

3 (1; 4).

Goederen aangeboden in stellen of assortimenten en bestaande uit twee of meer bestanddelen die geheel of gedeeltelijk tot een der posten van deze afdeling behoren en waarvan kan worden onderkend dat zij bestemd zijn om, door vermenging, een product bedoeld bij afdeling VI of VII te verkrijgen, worden ingedeeld onder de post die betrekking heeft op dit product, mits:

a. duidelijk kan worden onderkend dat zij, gezien de wijze van opmaak, bestemd zijn om gezamenlijk te worden gebruikt, zonder eerst opnieuw te worden verpakt;

b. zij gelijktijdig worden aangeboden;

c. onderkend kan worden dat zij, gezien aard of hoeveelheid, elkaars complement zijn.

1
Toelichting IDR

Aantekening 3 IDR op deze afdeling behandelt de indeling van goederen opgemaakt in stellen of assortimenten bestaande uit twee of meer bestanddelen die geheel of gedeeltelijk worden ingedeeld onder afdeling VI. De Aantekening blijft echter beperkt tot stellen of assortimenten waarvan de bestanddelen bestemd zijn om te worden vermengd teneinde een product van afdeling VI of VII te verkrijgen. Dergelijke stellen of assortimenten moeten worden ingedeeld onder de post behorende bij dat product mits de bestanddelen voldoen aan de voorwaarden a, b en c van de Aantekening.

Als voorbeelden van goederen in stellen of assortimenten kunnen worden genoemd tandtechnisch cement en andere tandtechnische vullingen van post 30.06 en bepaalde vernissen en verven van post 32.08 tot en met 32.10 en mastiek, enz. van post 32.14. Met betrekking tot de indeling van goederen die zijn opgemaakt in stellen of assortimenten zonder de benodigde harder, wordt in het bijzonder verwezen naar de toelichting IDR (algemene opmerkingen) opgenomen in aant. 1 op het opschrift van hoofdstuk 32 en de toelichting IDR op de post 32.14.

Opgemerkt wordt dat goederen opgemaakt in stellen of assortimenten bestaande uit twee of meer bestanddelen, die geheel of gedeeltelijk worden ingedeeld onder afdeling VI en die bestemd zijn om achtereenvolgens zonder voorafgaande vermenging te worden gebruikt, worden ingedeeld aan de hand van de algemene bepalingen voor de toepassing van de nomenclatuur (in het algemeen bepaling 3 b), en niet door toepassing van deze Aantekening. Goederen niet opgemaakt in stellen of assortimenten voor de verkoop in het klein, worden afzonderlijk ingedeeld. Algemene opmerkingen.

2 en 3
Gereserveerd
4
Jurisprudentie

Een pigmentstof voor het kleuren van de haren moet onder post 33.05 worden ingedeeld. Belanghebbende was de mening toegedaan dat het product – dat uitsluitend door kappers en haarverzorgers wordt gebruikt – onder post 32.03 moest worden ingedeeld. De inspecteur daarentegen stelde dat het product (Ultraglitz blue green) gelijktijdig met een ander product (Sun Energy) werd ingevoerd en daarmee in kleinhandelsverpakking als blonderingsmiddel werd aangeboden. Op grond van Aantekening 3 IDR op afdeling VI moest naar zijn mening het product onder post 33.05 worden ingedeeld.

De TC constateerde dat het product niet gelijktijdig met een ander product was ingevoerd, zodat niet kon worden vastgesteld of op het moment van de invoer aan de voorwaarden van Aantekening 3 IDR was voldaan. Daar belanghebbende echter duidelijk had gesteld dat het product geen haarverf was, uitsluitend werd geleverd aan kappers en haarverzorgers en een ander gebruik van de goederen niet mogelijk was, kwam de TC tot het oordeel dat de goederen onder post 33.05 moesten worden ingedeeld. TC 8 juli 1996, nr. 13 358 (UTC 1996/36).

4

4.

Wanneer een product voldoet aan de omschrijving in een of meer posten van afdeling VI op grond van de omschrijving aan de hand van de naam of de functie, en tevens voldoet aan de bewoording van post 38.27, moet het worden ingedeeld onder een post die verwijst naar de naam of de functie van het product en niet onder post 38.27.


 

 

AANTEKENINGEN

 

 

1. A. Producten (andere dan radioactieve metaalertsen) die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.44 of 28.45, moeten worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur.

 

B. Behoudens het bepaalde onder A. hiervoor, moeten producten die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.43 of 28.46 of 28.52 worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van afdeling VI.

 

 

2. Behoudens het bepaalde in aantekening 1 hiervoor, moeten alle producten die behoren tot een der posten 30.04, 30.05, 30.06, 32.12, 33.03, 33.04, 33.05, 33.06, 33.07, 35.06, 37.07 of 38.08, hetzij omdat ze zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein, hetzij omdat ze voorkomen in afgemeten hoeveelheden, worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur.

 

 

3. Goederen aangeboden in stellen of assortimenten en bestaande uit twee of meer bestanddelen die geheel of gedeeltelijk tot een der posten van deze afdeling behoren en waarvan kan worden onderkend dat zij bestemd zijn om, door vermenging, een product bedoeld bij afdeling VI of VII te verkrijgen, worden ingedeeld onder de post die betrekking heeft op dit product, mits:

a. duidelijk kan worden onderkend dat zij, gezien de wijze van opmaak, bestemd zijn om gezamenlijk te worden gebruikt, zonder eerst opnieuw te worden verpakt;

b. zij gelijktijdig worden aangeboden;

c. onderkend kan worden dat zij, gezien aard of hoeveelheid, elkaars complement zijn.

4. Wanneer een product voldoet aan de omschrijving in een of meer posten van afdeling VI op grond van de omschrijving aan de hand van de naam of de functie, en tevens voldoet aan de bewoording van post 3827, moet het worden ingedeeld onder een post die verwijst naar de naam of de functie van het product en niet onder post 3827.