Hoofdstuk 42

Lederwaren; zadel- en tuigmakerswerk; reisartikelen, handtassen en dergelijke bergingsmiddelen; werken van darmen

1. Toelichting IDR

Dit hoofdstuk omvat hoofdzakelijk artikelen, die van leder of kunstleder zijn vervaardigd. Dit hoofdstuk heeft eveneens betrekking op bepaalde artikelen van andere stoffen, zijnde producten van de lederverwerkende industrie, in het bijzonder artikelen bedoeld bij de posten 42.01 en 42.02. Het omvat ten slotte ook bepaalde werken van darmen, goudvlies (goudslagershuidjes), blazen of pezen.

Leder.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt ‘leder’ omschreven in Aantekening 1 IDR op dit hoofdstuk. Als ‘leder’ wordt eveneens aangemerkt zeemleder (gecombineerd gelooid zeemleder daaronder begrepen), lakleder, gelamineerd lakleder en gemetalliseerd leder, dat wil zeggen de producten omschreven in post 41.14.

Bepaalde werken zijn evenwel uitgezonderd van hoofdstuk 42; voor deze uitzonderingen wordt verwezen naar de toelichting IDR op de posten van dit hoofdstuk. Algemene opmerkingen.

1. Aantekeningen IDR

1 (3).

Voor de toepassing van dit hoofdstuk omvat het begrip ‘leder’ eveneens zeemleder (gecombineerd gelooid zeemleder daaronder begrepen), lakleder, gelamineerd lakleder daaronder begrepen en gemetalliseerd leder.

2.

2.

Dit hoofdstuk omvat niet:

a. steriel catgut en dergelijke steriele hechtmiddelen voor chirurgisch gebruik (post 30.06);

b. kleding en kledingtoebehoren (andere dan handschoenen (met of zonder vingers) en wanten), van leder, gevoerd met echt bont of met namaakbont, of waarop, aan de buitenzijde, delen van echt bont of van namaakbont zijn aangebracht, indien bedoelde delen meer betekenen dan een eenvoudige garnering (posten 43.03 en 43.04);

c. geconfectioneerde artikelen bedoeld bij post 56.08;

d. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 64;

e. hoofddeksels en delen daarvan, bedoeld bij hoofdstuk 65;

f. zwepen, rijzwepen en andere artikelen, bedoeld bij post 66.02;

g. manchetknopen, armbanden en andere fancybijouterieën (post 71.17);

h. toebehoren en artikelen voor garnering van zadel- en tuigmakerswerk (bijvoorbeeld bitten, stijgbeugels, gespen), indien afzonderlijk aangeboden (in het algemeen afdeling XV)

ij. snaren voor muziekinstrumenten, vellen voor trommels en voor andere muziekinstrumenten en andere delen van muziekinstrumenten (post 92.09);

k. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 94 (bijvoorbeeld meubelen, lichtarmaturen en verlichtingsartikelen);

l. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 95 (bijvoorbeeld speelgoed, spellen, sportartikelen);

m. knopen, drukknopen, knoopvormen en andere delen van knopen, alsmede knopen in voorwerpsvorm, bedoeld bij post 96.06.

3.

3.

A. Post 42.02 omvat, naast de uitzonderingen genoemd in aantekening 2 op dit hoofdstuk, niet:

a. draagtassen van kunststof in vellen, ook indien bedrukt, met handvat, niet geschikt voor herhaaldelijk gebruik (post 39.23);

b. artikelen van vlechtstoffen (post 46.02).

B. Artikelen bedoeld bij de posten 42.02 en 42.03 die delen bevatten van edel metaal, van metaal geplateerd met edel metaal, van echte of gekweekte parels of van edel- of halfedelstenen (natuurlijke, synthetische of gereconstrueerde) blijven onder deze posten ingedeeld, zelfs indien dergelijke delen meer betekenen dan een eenvoudig toebehoren of een eenvoudige garnering, voor zover de artikelen niet hun wezenlijke karakter aan deze delen ontlenen. Indien echter de artikelen hun wezenlijke karakter aan deze delen ontlenen, worden zij ingedeeld onder hoofdstuk 71.

4.

4.

Voor de toepassing van post 42.03 wordt onder ‘kleding en kledingtoebehoren’ onder meer verstaan: handschoenen (met of zonder vingers) en wanten (die voor sport of voor bescherming daaronder begrepen), voorschoten en andere uitrustingsstukken voor individuele bescherming, ongeacht voor welk ambacht of voor welk bedrijf, alsmede bretels, gordels, koppelriemen, draagbanden en polsgewrichtsbanden. Horlogebandjes worden echter ingedeeld onder post 91.13.

1. Aanvullende aantekening EG

1. (3)

Voor de toepassing van de onderverdelingen van post 42.02 wordt onder ‘buitenkant’ verstaan het materiaal dat aan de buitenzijde van het bergingsmiddel zichtbaar is met het blote oog, ook indien dit materiaal de buitenste laag vormt van een samengestelde stof die het buitenmateriaal van het bergingsmiddel vormt.

1 en 2
Gereserveerd
3
EG Verordening

Een zogenoemde ‘smartphonearmband’ moet onder post 42.02 worden ingedeeld. Het artikel bestaat uit een etui voor een mobiele telefoon en een elastische band, die dient om het aan de bovenarm te bevestigen.

Aan de achterzijde van het etui zit een spleetvormige opening waarin een mobiele telefoon kan worden geschoven. Aan de voorkant van het artikel bevindt zich een rechthoekig transparant paneel van kunststof in vellen. Het transparante paneel is gevat in transparante folie van kunststof met celstructuur, die ook de voorzijde van het korte einde van de band bedekt. De achterkant van het artikel en de vaste band bestaan uit gegummeerde weefsels (buitenste lagen van textiel met een laag van rubber met celstructuur daartussen). De band is voorzien van een klittenbandstrip; de band wordt door twee gleuven in het korte einde geleid en kan zo rond de bovenarm van de gebruiker passend worden gemaakt.

Indeling binnen post 42.02 geschiedt onder meer met toepassing van Aanvullende aantekening 1 EG op hoofdstuk 42. Zie Verordening (EU) 2015/2318 in aant. 3 op post 42.02.


1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk omvat het begrip ‘leder’ eveneens zeemleder (gecombineerd gelooid zeemleder daaronder       begrepen), lakleder, gelamineerd lakleder daaronder begrepen en gemetalliseerd leder.

2.Dit hoofdstuk omvat niet:

a.steriel catgut en dergelijke steriele hechtmiddelen voor chirurgisch gebruik (post 30.06);

b.kleding en kledingtoebehoren (andere dan handschoenen (met of zonder vingers) en wanten), van leder, gevoerd met echt bont of met namaakbont, of waarop, aan de buitenzijde, delen van echt bont of van namaakbont zijn aangebracht, indien bedoelde delen meer betekenen dan een eenvoudige garnering (posten 43.03 en 43.04);

c.geconfectioneerde artikelen bedoeld bij post 56.08;

d.artikelen bedoeld bij hoofdstuk 64;

e.hoofddeksels en delen daarvan, bedoeld bij hoofdstuk 65;

f.zwepen, rijzwepen en andere artikelen, bedoeld bij post 66.02;

g.manchetknopen, armbanden en andere fancybijouterieën (post 71.17);

h.toebehoren en artikelen voor garnering van zadel- en tuigmakerswerk (bijvoorbeeld bitten, stijgbeugels, gespen), indien afzonderlijk aangeboden (in het algemeen afdeling XV);

ij.snaren voor muziekinstrumenten, vellen voor trommels en voor andere muziekinstrumenten en andere delen van muziekinstrumenten (post 92.09);

k.artikelen bedoeld bij hoofdstuk 94 (bijvoorbeeld meubelen, lichtarmaturen en verlichtingsartikelen);

l.artikelen bedoeld bij hoofdstuk 95 (bijvoorbeeld speelgoed, spellen, sportartikelen);

m.knopen, drukknopen, knoopvormen en andere delen van knopen, alsmede knopen in voorwerpsvorm, bedoeld bij post 96.06.

3. A.Post 42.02 omvat, naast de uitzonderingen genoemd in aantekening 2 op dit hoofdstuk, niet:

a)draagtassen van kunststof in vellen, ook indien bedrukt, met handvat, niet geschikt voor herhaald gebruik (post 39.23);

b)artikelen van vlechtstoffen (post 46.02).

B.Artikelen bedoeld bij de posten 42.02 en 42.03 die delen bevatten van edel metaal, van metaal geplateerd met edel metaal, van echte of gekweekte parels of van edel- of halfedelstenen (natuurlijke, synthetische of gereconstrueerde) blijven onder deze posten ingedeeld, zelfs indien dergelijke delen meer betekenen dan een eenvoudig toebehoren of een eenvoudige garnering, voorzover de artikelen niet hun wezenlijke karakter aan deze delen ontlenen. Indien echter de artikelen hun wezenlijke karakter aan deze delen ontlenen, worden zij ingedeeld onder hoofdstuk 71.

4. Voor de toepassing van post 42.03 wordt onder 'kleding en kledingtoebehoren' onder meer verstaan:

handschoenen (met of zonder vingers) en wanten (die voor sport of voor bescherming daaronder begrepen), voorschoten en andere uitrustingsstukken voor individuele bescherming, ongeacht voor welk ambacht of voor welk bedrijf, alsmede bretels, gordels, koppelriemen, draagbanden en polsgewrichtsbanden. Horlogebandjes worden echter ingedeeld onder post 91.13.

AANVULLENDE AANTEKENING (GN)

1.Voor de toepassing van de onderverdelingen van post 42.02 wordt onder 'buitenkant' verstaan het materiaal dat aan de buitenzijde van het bergingsmiddel zichtbaar is met het blote oog, ook indien dit materiaal de buitenste laag vormt van een samengestelde stof die het buitenmateriaal van het bergingsmiddel vormt.