Hoofdstuk 43

Pelterijen en bontwerk; namaakbont

1
Toelichting IDR

Dit hoofdstuk omvat:

1. pelterijen, niet gelooid noch anderszins bereid, andere dan de ongelooide huiden en vellen bedoeld bij de posten 41.01, 41.02 en 41.03;

2. niet-onthaarde huiden en vellen, enkel gelooid of anderszins bereid om als pelterijen te dienen, al dan niet samengevoegd;

3. kleding, kledingtoebehoren en andere artikelen vervaardigd uit bovengenoemde huiden en vellen (met inachtneming van de uitzonderingen opgenomen in de toelichting IDR in aant. 1 op post 43.03);

4. namaakbont en artikelen van namaakbont.

Vogelhuiden en delen daarvan, bezet met haren of dons, zijn van dit hoofdstuk uitgezonderd en vallen onder post 05.05 of 67.01.

Er wordt op gewezen dat onder de posten 43.01 tot en met 43.03 pelterijen en bontwerk van bepaalde in het wild levende diersoorten, waarvan het voortbestaan wordt of zal worden bedreigd, worden ingedeeld. Deze diersoorten worden genoemd in het ‘aanhangsel van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten’ (Overeenkomst van Washington). Algemene opmerkingen.

1. Aantekeningen IDR

1.

Afgezien van de pelterijen bedoeld bij post 43.01, moet in de nomenclatuur onder ‘bont (pelterijen)’ worden verstaan, de niet-onthaarde, gelooide of anderszins bereide huiden en vellen van alle dieren.

2.

2.

Dit hoofdstuk omvat niet:

a. met veren of met dons bezette vogelhuiden en delen daarvan, bedoeld bij post 05.05 of 67.01;

b. niet-onthaarde, ongelooide huiden en vellen van de soorten, die op grond van aantekening 1, onder c, op hoofdstuk 41 onder dat hoofdstuk worden ingedeeld;

c. handschoenen (met of zonder vingers) en wanten, waaraan naast leder ook bont of namaakbont is verwerkt (post 42.03);

d. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 64;

e. hoofddeksels en delen daarvan, bedoeld bij hoofdstuk 65;

f. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 95 (bijvoorbeeld speelgoed, spellen, sportartikelen).

3.

3.

Onder post 43.03 worden eveneens ingedeeld, pelterijen en delen daarvan, samengevoegd met andere materialen, alsmede pelterijen en delen daarvan die tot kleding, tot delen van kleding, tot toebehoren van kleding of tot andere artikelen aaneengenaaid zijn.

4.

4.

Onder post 43.03 of 43.04 worden ingedeeld, kleding en kledingtoebehoren van alle soorten (andere dan die welke volgens aantekening 2 op dit hoofdstuk zijn uitgezonderd), gevoerd met bont of met namaakbont, of waarop, aan de buitenzijde, bont of namaakbont is aangebracht, indien bedoelde delen meer betekenen dan een eenvoudige garnering.

5.

5.

In de nomenclatuur wordt onder ‘namaakbont’ verstaan, imitaties van bont, verkregen door het oplijmen of het opnaaien van wol, van haar of van andere vezels op leder, op weefsel of op andere materialen, met uitzondering evenwel van door weven of door breien verkregen namaakbont (in het algemeen post 58.01 of 60.01).


PELTERIJEN EN BONTWERK; NAMAAKBONT

AANTEKENINGEN

1.Afgezien van de pelterijen bedoeld bij post 43.01, moet in de nomenclatuur onder 'bont (pelterijen)' worden verstaan, de niet-onthaarde, gelooide of anderszins bereide huiden en vellen van alle dieren.

2.Dit hoofdstuk omvat niet:

a.met veren of met dons bezette vogelhuiden en delen daarvan, bedoeld bij post 05.05 of 67.01;

b.niet-onthaarde, ongelooide huiden en vellen van de soorten, die op grond van aantekening 1, onder c op hoofd-stuk 41 onder dat hoofdstuk worden ingedeeld;

c.handschoenen (met of zonder vingers) en wanten waaraan naast leder ook bont of namaakbont is verwerkt (post 42.03);

d.artikelen bedoeld bij hoofdstuk 64;

e.hoofddeksels en delen daarvan, bedoeld bij hoofdstuk 65;

f.artikelen bedoeld bij hoofdstuk 95 (bijvoorbeeld speelgoed, spellen, sportartikelen).

3.Onder post 43.03 worden eveneens ingedeeld, pelterijen en delen daarvan, samengevoegd met andere materialen, alsmede pelterijen en delen daarvan die tot kleding, tot delen van kleding, tot toebehoren van kleding of tot andere artikelen aaneengenaaid zijn.

4.Onder post 43.03 of 43.04 worden ingedeeld, kleding en kledingtoebehoren van alle soorten (andere dan die welke volgens aantekening 2 op dit hoofdstuk zijn uitgezonderd), gevoerd met bont of met namaakbont, of waarop aan de buitenzijde bont of namaakbont is aangebracht, indien bedoelde delen meer betekenen dan een eenvoudige garnering.

5.In de nomenclatuur wordt onder 'namaakbont' verstaan, imitaties van bont, verkregen door het oplijmen of het opnaaien van wol, van haar of van andere vezels op leder, op weefsel of op andere materialen, met uitzondering evenwel van de door weven of door breien verkregen namaakbont (in het algemeen post 58.01 of 60.01).