Hoofdstuk 47

Houtpulp en pulp van andere cellulosehoudende vezelstoffen; papier en karton voor het terugwinnen (resten en afval)

1
Toelichting IDR

De pulp van dit hoofdstuk bestaat uit cellulosevezels, die worden verkregen uit verschillende plantaardige stoffen met hoog cellulosegehalte of uit textielafval van plantaardige oorsprong.

In de internationale handel is houtpulp verreweg de belangrijkste pulp. Naargelang van de vervaardigingswijze wordt deze houtslijp (mechanische houtstof of houtpulp), houtcellulose (chemische houtstof) of halfchemische of chemisch-mechanische houtpulp genoemd. De meest gebruikte houtsoorten zijn den, spar, populier en esp, maar hardere houtsoorten, zoals beuk, kastanje, eucalyptus en sommige tropische houtsoorten worden ook gebruikt.

Van de andere grondstoffen dan hout voor de vervaardiging van pulp kunnen worden genoemd:

1. katoenlinters;

2. papier en karton voor het terugwinnen (resten en afval);

3. lompen (in het bijzonder van katoen, vlas en hennep) en ander textielafval, zoals oud touwwerk;

4. stro, alfa, vlas, ramee, jute, hennep, sisal, ampas, bamboe, riet en andere houtachtige of grasachtige stoffen.

Houtpulp kan bruin of wit zijn. Zij kan half gebleekt of gebleekt zijn door middel van chemicaliën of ongebleekt. Pulp wordt beschouwd als half gebleekt of gebleekt wanneer zij na de vervaardiging een behandeling ondergaan heeft om de witheid te verhogen.

Behalve in de papierindustrie vinden bepaalde soorten pulp, vooral de gebleekte, ruime toepassing als cellulosegrondstof voor de vervaardiging van kunstmatige textielstoffen, kunststof, vernis, springstoffen, veevoeder, enz.

Pulp komt gewoonlijk voor in al dan niet geperforeerde, in balen geperste vellen (gedroogd of vochtig), doch soms ook in platen, op rollen, in poeder of in vlokken.

Van dit hoofdstuk zijn uitgezonderd:

a. katoenlinters (post 14.04);

b. synthetische papierpulp in vellen, bestaande uit niet-samenhangende vezels van polyethyleen of polypropyleen (post 39.20);

c. vezelplaten (post 44.11);

d. blokken en platen van papierstof, voor filtreerdoeleinden (post 48.12);

e. andere werken van papierstof, bedoeld bij hoofdstuk 48. Algemene opmerkingen.

2
Toelichting EG

Zie voor de interpretatie van de begrippen ‘half gebleekt’ of ‘gebleekt’ de toelichting IDR (algemene opmerkingen) vierde alinea, opgenomen in aant. 1 op het opschrift van hoofdstuk 47.

Pulp moet als half gebleekt of gebleekt worden beschouwd indien zij na de vervaardiging een min of meer vergaande behandeling heeft ondergaan met het doel de witheid (de reflectie) te vergroten, met name door het verwijderen of het min of meer sterk wijzigen van de stoffen die de pulp kleuren of gewoon door witmakers toe te voegen. Algemene opmerkingen.

1. Aantekening IDR

1.

Voor de toepassing van post 47.02 wordt als ‘houtcellulose voor oplossingen ("dissolving grades")’ aangemerkt, houtcellulose waarvan, na een uur inwerking bij 20 °C van natronloog met een gehalte aan natriumhydroxide van 18%, een niet oplosbare fractie overblijft van 92 of meer gewichtspercenten voor zover het natron- of sulfaatcellulose betreft, of van 88 of meer gewichtspercenten voor zover het sulfietcellulose betreft, met dien verstande dat het asgehalte aan sulfietcellulose niet meer mag bedragen dan 0,15 gewichtspercent.


HOUTPULP EN PULP VAN ANDERE CELLULOSEHOUDENDE VEZELSTOFFEN; PAPIER EN KARTON VOOR HET TERUGWINNEN (RESTEN EN AFVAL)

 

 

AANTEKENING

 

1. Voor de toepassing van post 47.02 wordt als 'houtcellulose voor oplossingen ('dissolving grades')' aangemerkt, houtcellulose waarvan, na één uur inwerking bij 20ºC van natronloog met een gehalte aan natriumhydroxyde van 18 %, een niet oplosbare fractie overblijft van 92 of meer gewichtspercenten voor zover het natron- of sulfaatcellulose betreft, of van 88 of meer gewichtspercenten voor zover het sulfietcellulose betreft, met dien verstande dat het asgehalte aan sulfietcellulose niet meer mag bedragen dan 0,15 gewichtspercent.