Hoofdstuk 48

Papier en karton; cellulose-, papier- en kartonwaren

1
Toelichting IDR

Reikwijdte van het hoofdstuk

Dit hoofdstuk omvat:

I. papier en karton, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels, van alle soorten, op bobijnen, op rollen of in bladen, die als volgt zijn onderverdeeld:

A. posten 48.01, 48.02, 48.04 en 48.05 omvatten machinaal vervaardigd papier en karton, niet gestreken en niet voorzien van een deklaag, die een lijming of eenvoudige afwerkingsbehandelingen hebben ondergaan (bijvoorbeeld kalanderen, satineren, glanzen). Post 48.02 omvat ook handgeschept papier, niet gestreken en niet voorzien van een deklaag, dat dezelfde bewerkingen kan hebben ondergaan. Post 48.03 heeft betrekking op niet gestreken en niet van een deklaag voorzien papier voor huishoudelijk, hygiënisch of toiletgebruik, op cellulosewatten en op vliezen van cellulosevezels, die bewerkingen, vermeld in de post, kunnen hebben ondergaan. Aantekening 3 IDR op het hoofdstuk bepaalt de bewerkingen die papier, karton, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels van de posten 48.01 tot en met 48.05 mogen ondergaan.

De bewerkingen die toegelaten zijn in de posten 48.01 tot en met 48.05 hebben als kenmerk dat ze deel uitmaken van de gewone reeks behandelingen bij de papiervervaardiging. Kenmerkend voor het papier van deze posten is dat het voorkomen en de textuur van het natuurlijke oppervlak behouden blijven. Bij gestreken papier worden de onregelmatigheden van het natuurlijke papieroppervlak in grote mate verwijderd door de strijkpap die aan het papier een nieuw, niet celluloseachtig, beter uitziend oppervlak verleent;

B. posten 48.06 tot en met 48.11 daarentegen, hebben betrekking op papier of karton dat op een speciale manier vervaardigd is (bijvoorbeeld vetvrij papier, kristalpapier en dergelijke) of op papier, karton, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels die meer doorgedreven bewerkingen of behandelingen ondergaan hebben (bijvoorbeeld geperkamenteerd, aaneengelijmd, gegolfd, gecrept, gegaufreerd, geperforeerd, gelijnd, gelinieerd, gestreken, van een deklaag voorzien, geïmpregneerd, gekleurd).

Post 48.11 bevat eveneens bepaalde vloerbedekking op een drager van papier of karton.
Voor zover uit de tekst van de posten niet het tegendeel blijkt, worden papier en karton die onder meer dan een van de hiervoor vermelde posten kunnen worden ingedeeld, ingedeeld onder de post die in de volgorde van nummering het laatst is geplaatst (Aantekening 7 IDR op dit hoofdstuk).

Er wordt ten slotte op gewezen dat de posten 48.03 tot en met 48.09 uitsluitend betrekking hebben op papier, karton, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels in de volgende vormen:

1. in stroken of op rollen van meer dan 36 cm breedte;

2. in vierkante of rechthoekige bladen, waarvan in ongevouwen toestand de lengte van een zijde meer dan 36 cm en de lengte van de andere zijde meer dan 15 cm bedraagt.

Daarentegen omvatten de posten 48.02, 48.10 en 48.11 papier en karton, op rollen of in vierkante of rechthoekige bladen, ongeacht het formaat. Behoudens het bepaalde in Aantekening 7 IDR blijven handgeschept papier en handgeschept karton, ongeacht vorm en formaat, toch ingedeeld onder post 48.02 indien het nog de vorm en het formaat heeft, waarin het werd geschept, dat wil zeggen indien het nog alle schepranden vertoont;

II. blokken en platen van papierstof, voor filtreerdoeleinden (post 48.12), sigarettenpapier, ook indien op maat gesneden of in boekjes of in hulzen (post 48.13), behangselpapier en dergelijke wandbekleding (gedefinieerd in Aantekening 9 IDR op dit hoofdstuk), vitrofanies (post 48.14);

III. papier, karton, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels (andere dan die vermeld in de posten 48.02, 48.10 en 48.11, of onder II hiervoor) op rollen of in bladen, waarvan de afmetingen kleiner zijn dan onder I is aangeduid of die anders dan vierkant of rechthoekig zijn gesneden en artikelen van papierstof, papier, karton, cellulosewatten of vliezen van cellulosevezels. Deze producten vallen onder de posten 48.16 tot en met 48.23.

Voor de toepassing van de posten 48.12, 48.18, 48.22 en 48.23 en van de overeenkomstige toelichtingen IDR omvat de term papierstof het geheel van de producten die vallen onder de posten 47.01 tot en met 47.06, dat wil zeggen houtpulp of andere cellulosehoudende vezelstoffen.

Dit hoofdstuk omvat evenwel geen artikelen die ervan uitgezonderd zijn krachtens de Aantekeningen 2 en 12 IDR op dit hoofdstuk. Algemene opmerkingen.

2
Toelichting IDR

In de volgende toelichtingen IDR en voor zover niet anders is bepaald, omvat de benaming ‘papier’ zowel papier als karton, waarbij geen rekening wordt gehouden met de dikte of het gewicht per m2.

Papier bestaat uit cellulosevezels van de pulp van hoofdstuk 47, samengeperst in bladvorm. Talrijke producten, zoals bepaalde stoffen die gebruikt worden voor de vervaardiging van theezakjes, bestaan uit een mengeling van cellulosevezels en textielvezels (met name synthetische of kunstmatige vezels, zoals bepaald in Aantekening 1 IDR op hoofdstuk 54). Wanneer de textielvezels in gewicht overheersen, worden deze producten niet als papier aangemerkt, maar ze zijn in te delen als gebonden textielvlies (post 56.03).

Teneinde iedere discrepantie te vermijden die zou kunnen voortvloeien uit het gebruik van verschillende methodes, is het zeer gewenst dat alle administraties gebruik maken van dezelfde testmethodes van de Internationale Organisatie voor Standaardisatie (ISO) voor het bepalen van de fysieke eigenschappen van papier en karton, bedoeld bij hoofdstuk 48. Telkens als er in dit hoofdstuk wordt gerefereerd aan de volgende analytische en fysieke eigenschappen, dienen de navolgende ISO-normen te worden gebezigd:

Asgehalte:

ISO 2144

Papier en karton

bepaling van het asgehalte

Witheid:

ISO 2470

Papier en karton

meting van de reflectiefactor van diffuus blauw (ISO-witheid)

Berststerkte en berstindex:

ISO 2758

Papier

bepaling van de berststerkte

ISO 2759

Karton

bepaling van de berststerkte

CMT 60 (samendrukweerstand):

ISO 7263

Gegolfd papier voor golfkarton

bepaling van de vlakke samendrukweerstand na canneleren in het laboratorium

Bepaling van de samenstelling van de vezel:

ISO 9184/1-3

Papier, karton en pulp

de vezel levert de analyse

Grammage (gewicht):

ISO 536

Papier en karton

bepaling van grammage

Parker Print-surf oppervlakteruwheid:

ISO 8791/4

Papier en karton

bepaling van de oppervlakteruwheid/gladheid (luchtlek-methodes)

Dikte van een enkel blad (krompasser):

ISO 534

Papier en karton

bepaling van de dikte en schijnbare bulkdichtheid of schijnbare bladdichtheid

Scheurweerstand:

ISO 1974

Papier

bepaling van de scheurweerstand (methode Elmendorf)

Treksterkte:

ISO 1924/2

Papier en karton

bepaling van trekeigenschappen–deel 2: Methode voor de maatstaf van de constante verlenging.

De vervaardiging, zowel van handgeschept papier als van machinaal papier, bestaat uit drie fasen: de bereiding van de pulp, de vorming van het papiervel en de afwerking.

Bereiding van de pulp

De bereiding gebeurt door toevoeging van water onder voortdurend roeren, tot de papierstof (al dan niet samengesteld uit verschillende soorten pulp) is omgezet in een papierbrij van geschikte consistentie, eventueel na toevoeging van vulstoffen, lijmmiddelen en kleurstoffen.

De vulstoffen, die meestal van anorganische oorsprong zijn (bijvoorbeeld kaolien, titaniumdioxide, calciumcarbonaat), dienen vooral om het papier minder doorschijnend te maken, om het beter geschikt te maken voor het drukken en om pulp uit te sparen. Door toevoeging van lijm- of bindmiddelen (in de regel gelatine of door aluin oplosbaar gemaakte harsen) wordt het papier lijmvast (dit is de eigenschap die het doorvloeien, in het bijzonder van inkt, verhindert).

Vorming van het papiervel

A. machinaal papier en machinaal karton

In de veel gebruikte langzeef-papiermachine (fourdrinierproces) wordt de bereide pulp via een knopenvanger (zeefplaat, oploopkast van de pulp) naar de zeeftafel gevoerd.

Deze zeeftafel is een soort roltapijt, bestaande uit een brede strook doek zonder eind, van synthetische of kunstmatige monofilamenten, van koper of van brons, waaraan een schuddende beweging wordt gegeven om de vervilting van de vezels te bevorderen, terwijl het water door de dichte mazen van het doek dringt en wegvloeit door de zwaartekracht en door middel van toestellen als registerwalsen, foils en zuigkasten die onder het metaaldoek geplaatst zijn. In sommige machines komt de nog slappe papierlaag dan over een met metaaldoek omspannen voordrukwals, ook ‘egoutteur’ of dandywals genoemd, waardoor het water verder wordt verwijderd en de stevigheid van het papier wordt verhoogd. Wanneer watermerken of waterlijnen in het papier moeten voorkomen, worden de merken of lijnen in reliëf op de dandywals aangebracht, met het gevolg dat op de gedrukte plaatsen het papier iets dunner en doorschijnender wordt. Aan het eind van de zeeftafel wordt de papierlaag op natvilten zonder eind geleid naar de natpersen, die zijn omkleed met vervilt weefsel (moffen), en waar door zware druk meer water wordt afgeperst. Het resterend water wordt verwijderd door de papierlaag via een meelopend droogvilt over met stoom verwarmde droogtrommels (droogpersen) te leiden.

Een andere werkmethode, vooral gebruikt in de krantenpapierindustrie, is die van het dubbele doek. De pulp gaat tussen twee bewerkingsrollen en wordt vervoerd tussen twee doeken. Intussen wordt het water dat door de doeken werd opgeslorpt, verwijderd door de zuigkasten en de zuigcilinders. De aldus gevormde papierlaag wordt naar de pers- en droogafdelingen gevoerd. Door deze methode verkrijgt men een product met twee gelijke zijden, waarbij men dus de viltzijde en de doekzijde van het product dat met de langzeefpapiermachine vervaardigd werd, uitschakelt.

In andere types van papiermachines is de zeeftafel van Fourdrinier vervangen door een met metaaldoek bespannen roterende trommel, die ten dele in een met papierbrij gevulde kuip ronddraait (rondzeefmachine). Op de draaiende trommel hecht zich een laagje papierbrij, dat uitdrupten min of meer vervilt. De papierlaag wordt continu of als vellen, die door schotten worden afgescheiden, op een koetsvilt naar natpersen gevoerd. Een variant van deze machines levert, blad per blad, karton bestaande uit een of meer lagen.

Voor de vervaardiging van multiplexkarton, bestaande uit meerdere lagen papierstof, die onmiddellijk na het vormen nog nat op elkaar worden geperst, zodat zonder kleefstof een innig verband ontstaat, wordt gebruik gemaakt van langzeefmachines met verscheidene boven elkaar geplaatste zeeftafels, ofwel van een zogenaamde kartonmachine, zijnde een rondzeefmachine met meerdere trommels, of nog een combinatie van langzeef- en rondzeefmachine. Kleur en kwaliteit van de papierlagen kunnen verschillen.

B. Handgeschept papier en handgeschept karton

Bij de vervaardiging van handgeschept papier en handgeschept karton wordt de essentiële behandeling, zijnde het vormen van het vel, met de hand uitgevoerd, ook indien andere bewerkingen machinaal plaatsvonden.

In principe kan handgeschept papier verkregen worden uit elke soort papierstof, maar in de regel gebruikt men als grondstof de beste kwaliteit linnen of katoenen lompen.

Voor het vormen van een vel wordt papierstof uitgeschept op een zeef, waaraan daarna een schuddende beweging wordt gegeven, zodat het water grotendeels doorsijpelt en de vezels gaan vervilten. De aldus verkregen vellen worden vervolgens tussen wollen vilten geperst en ten slotte gedroogd.

De gebruikte zeef kan bestaan uit evenwijdige koperdraden (hiermede verkrijgt men het vergé, dit is geribd papier) of uit kopergaas (waarmede velijn verkregen wordt). Op de zeef kunnen tevens figuren of lettertekens worden aangebracht ter verkrijging van watermerken.

Handgeschept papier (en handgeschept karton) is sterk, duurzaam en fijn van korrel. Wegens deze eigenschappen wordt het gebruikt voor bijzondere doeleinden, onder meer voor luxe-uitgaven (boeken, gravures, sterkwatertekeningen of etsen, enz.), luxebriefpapier, tekenpapier, papier voor fiscale doeleinden, bankbiljettenpapier, registerpapier, speciaal filterpapier, enz. Het dient ook voor de vervaardiging van wenskaarten, papier met briefhoofd, kalenders, enz.

Handgeschept papier en handgeschept karton worden meestal dadelijk op het gewenste formaat vervaardigd, zodat de schepranden onregelmatig van vorm zijn en scherp toelopen; voorts zijn de vellen niet overal even dik. Dit zijn echter geen vaststaande kenmerken, omdat het papier en het karton soms worden versneden en omdat mooi machinaal papier, in het bijzonder hetgeen is verkregen op de rondzeefmachine, wel eens van onregelmatige randen wordt voorzien, hoewel deze randen dan netjes zijn afgelijnd en niet scherp toelopen.

Afwerking

Na het matriseren (teruggeven aan het papier van enige vochtigheid) kan het papier dan verder afgewerkt worden (machineglad gemaakt aan één zijde of aan beide zijden, of zelfs voorzien worden van een vals watermerk) door middel van kalanders, die al dan niet in de papiermachine zijn ingebouwd. Praktisch alle soorten schrijf-, druk- of tekenpapier ondergaan ook een oppervlaktelijming, die bijvoorbeeld bestaat uit een soort lijm of een zetmeeloplossing. Dit dient gewoonlijk om de oppervlakteweerstand, alsmede de weerstand tegen indringing of verspreiding van waterige vloeistoffen, bijvoorbeeld schrijfinkt, te verbeteren.

Papier en karton, gestreken of voorzien van een deklaag

Deze benamingen duiden papier aan, waarvan het oppervlak gestreken is of voorzien van een deklaag, om het een hogere glans te geven of om het geschikt te maken voor bepaalde bijzondere doelstellingen.

De strijkpap bestaat gewoonlijk uit minerale stoffen, bindmiddelen en andere toevoegsels die nodig zijn voor het bestrijken, zoals hardingsmiddelen en dispergeermiddelen.

Carbonpapier, zelfkopiërend papier en ander papier voor het maken van doorslagen, op rollen of in bladen van bepaalde afmetingen, vallen onder post 48.09.

Papier en karton, gestreken met kaolien of met andere anorganische stoffen, ook indien met bindmiddel, op rollen of in bladen, vallen onder post 48.10. Naast kaolien omvatten de anorganische stoffen gebruikt voor het strijken: bariumsulfaat, calciumcarbonaat, calciumsulfaat, magnesiumsilicaat, zinkoxide en metaalpoeder. Deze strijkmiddelen worden gewoonlijk aangebracht door middel van een bindmiddel zoals lijm, gelatine, zetmeelachtige stoffen (bijvoorbeeld stijfsel, dextrine), gomlak, albumine, synthetische latex. De producten worden gestreken met bijvoorbeeld kaolien, om een geglansd, dof of mat oppervlak te bekomen. Voorbeelden van producten die met kaolien zijn gestreken of van een deklaag van andere anorganische stoffen zijn voorzien, zijn:

van een deklaag voorzien drukpapier (met inbegrip van kunstdrukpapier en chromopapier voor steendruk), gestreken vouwkarton voor verpakkingen, gemetalliseerd papier (ander dan stempelfoliën van post 32.12), papier met een laag micapoeder, gevernist of geëmailleerd papier (voor de vervaardiging van etiketten, voor de bekleding van dozen).

Er valt op te merken dat de bindmiddelen zoals lijm, zetmeelachtige stoffen, die worden gebruikt om de deklaag vast te houden, ook dienen als oppervlaktelijm voor papier en karton, maar dat bij ongestreken aan het oppervlak gelijmd papier het strijkpigment afwezig is.

Behoudens de uitzonderingen vermeld in de bewoordingen van de post vallen papier en karton met een deklaag van teer, bitumen, asfalt, kunststof of andere organische stoffen zoals was, stearine, scheerhaar, textielvezeltjes, zaagsel, gegranuleerde kurk, gomlak, vernis, aangeboden op rollen of in bladen, onder post 48.11. Voor het aanbrengen van deze dekmaterialen is een bindmiddel niet altijd noodzakelijk. Zij worden gebruikt om de fysische kenmerken te verkrijgen die nodig zijn voor een breed toepassingsveld: bijvoorbeeld papier en karton voor waterdichte verpakking, aftrek- of releasepapier en -karton. Dit gestreken en van een deklaag voorzien papier en karton omvat papier voorzien van een kleefmiddel, fluweelpapier (met een deklaag van scheerhaar en gebruikt voor het garneren van dozen of voor de vervaardiging van behangselpapier), kurkpapier (voor verpakking), gegrafiteerd papier en geteerd papier voor verpakking.

Aan de strijkpap zowel als aan de deklaag worden dikwijls kleurstoffen toegevoegd.

Veel gestreken of van een deklaag voorziene papier- en kartonsoorten worden bovendien door speciaal kalanderen sterk geglansd of gevernist om de deklaag tegen vocht te beschermen (bijvoorbeeld afwasbaar behangselpapier).

Door gebruik te maken van een combinatie van verschillende chemische of fysische onderzoeksmethoden kan men oppervlaktelijming onderscheiden van het voorzien van een deklaag of het strijken. In de meeste gevallen is het onderscheid gemakkelijk vast te stellen, ofwel op basis van de aard of van de hoeveelheid van de aanwezige stof, ofwel op basis van de algemene kenmerken van het onderzochte papier of karton. In het algemeen blijft in het geval van oppervlaktelijming het voorkomen en de textuur van het natuurlijke papieroppervlak behouden, terwijl in het geval van gestreken of van een deklaag voorzien papier de onregelmatigheden van het natuurlijke oppervlak in grote mate door de deklaag verwijderd zijn.

Moeilijkheden kunnen opduiken in grensgevallen, met name om de volgende redenen: licht gestreken papier kan verkregen zijn in de lijmpers. Bepaalde zelfstandigheden die in de strijkpap voorkomen, maken ook deel uit van het papier zelf (bijvoorbeeld vulstoffen) en de vezels kunnen ook zichtbaar zijn in het geval van papier dat gestreken is met of voorzien van een deklaag van niet-gepigmenteerde stoffen (bijvoorbeeld een waterige dispersie van poly(vinylchloride)). Toch blijft het mogelijk de papiersoort te bepalen, wanneer men een of meer van de volgende methodes toepast.

Dikwijls onderscheidt gestreken papier, zoals kunstdrukpapier, zich op het eerste gezicht niet van sterk gesatineerd drukpapier. Nochtans kan de aanwezigheid van een deklaag meestal worden vastgesteld door het papier af te krabben of de deklaag te verwijderen door indompeling in water.

Een van de onderzoeksmethoden waarmee men kan bepalen of papier gestreken is (vooral met anorganische stoffen) bestaat erin het papier aan een kleefband vast te maken. Zodra de kleefband wordt losgemaakt, blijft het grootste deel van de deklaag eraan hangen. Vervolgens moet men de cellulosevezels en het stijfsel die aan de kleefband hangen, oplossen in koperethyleendiamine. De aan- of afwezigheid van een deklaag komt tot uiting door het gewicht van de kleefband voor en na die bewerkingen te vergelijken. Deze methode kan soms worden gebruikt voor papier dat gestreken is met organische stoffen.

Andere technieken voor het identificeren van gestreken of van een deklaag voorzien papier en karton zijn bijvoorbeeld: scannerelectronenmicroscopie, röntgenstraaldiffractie en infraroodspectrofotometrie. Deze kunnen worden gebruikt voor het papier en karton van de posten 48.10 en 48.11.

Papier en karton, aan het oppervlak gekleurd of bedrukt

Hieronder valt papier of karton, dat ongeacht op welke wijze, in een of meer kleuren, is bedrukt of aan het oppervlak gekleurd, alsmede papier en karton met strepen, versieringsmotieven, tekeningen, enz. Hiervan kunnen in het bijzonder worden genoemd: geïndiënneerd papier of aan het oppervlak gemarmerd of gespikkeld papier en karton. Deze producten worden voor verschillende doeleinden gebruikt, zoals bekleding van dozen en inbinden van boeken.

Het papier kan bedrukt zijn met inkt van onverschillig welke kleur, met al dan niet evenwijdig lopende, dan wel gekruiste lijnen. Dergelijk papier wordt vooral gebruikt voor de vervaardiging van comptabiliteitsboeken, schriften, tekenboeken, muziekpapier of -schriften, tekenpapier voor weefpatronen, diagrammen, briefpapier, zakboekjes, enz.

Dit hoofdstuk omvat bedrukt papier, zoals pakpapier voor de handel, met daarop een firmanaam, een handelsmerk, een tekening of de gebruiksaanwijzing van de goederen, enz., voor zover de gedrukte tekst slechts bijkomstig is en niet van dien aard dat hij de primaire bestemming van het papier of karton heeft gewijzigd of daaraan het karakter heeft gegeven van artikelen bedoeld bij hoofdstuk 49 (zie Aantekening 12 IDR op dit hoofdstuk).

Geïmpregneerd papier en karton

Het hierbedoelde papier en karton is grondig doortrokken met bijvoorbeeld olie, was, kunststof, ter verkrijging van bijzondere eigenschappen, zoals waterdichtheid, doorzichtigheid, enz. Geïmpregneerd papier en karton wordt voornamelijk gebruikt voor de verpakking of voor elektrische isolering.

Als geïmpregneerd papier en karton kan men vermelden, bijvoorbeeld: oliepapier voor emballage, oliepapier en papier met waslaag voor lichtdruk, stencilpapier, papier en karton voor isolatiedoeleinden geïmpregneerd met kunststof, met rubber behandeld papier, papier en karton enkel geïmpregneerd met teer of bitumen.

Bepaalde soorten papier, zoals grondpapier voor behangselpapier, kunnen geïmpregneerd zijn met insectendodende middelen of met chemicaliën.

Cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels zijn samengesteld uit een variabel aantal lagen zeer dunne, los vervilte cellulosevezels, die in vochtige staat zodanig zijn gewalst, dat de lagen bij het drogen hier en daar loslaten. Algemene opmerkingen.

3
Toelichting EG

Rollen papier waarvan de buitenste lagen door water gedeeltelijk zijn aangetast of op andere wijze zijn beschadigd, blijven ingedeeld onder de betreffende onderverdelingen van de posten 48.01 tot en met 48.11. Algemene opmerkingen.

1. Aantekeningen IDR

1.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en voor zover niet anders is bepaald, omvat de benaming ‘papier’ zowel papier als karton, ongeacht de dikte of het gewicht per m2.

2.

2.

Dit hoofdstuk omvat niet:

a. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 30;

b. stempelfoliën bedoeld bij post 32.12;

c. geparfumeerd papier en papier, geïmpregneerd of bedekt met cosmetische producten (hoofdstuk 33);

d. papier en cellulosewatten, geïmpregneerd of bedekt met zeep of met detergentia (post 34.01), dan wel met poetsmiddelen, met polijstmiddelen, met schuurpasta’s of met dergelijke preparaten (post 34.05);

e. lichtgevoelig papier of karton, bedoeld bij de posten 37.01 tot en met 37.04;

f. papier geïmpregneerd met reageermiddelen voor diagnose of voor laboratoriumgebruik (post 38.22);

g. gelaagde kunststof met inlagen van papier of van karton en producten bestaande uit een laag papier of karton voorzien van een deklaag van of bekleed met kunststof, voor zover de dikte van de kunststof de helft van de totale dikte overtreft, alsmede werken daarvan, ander dan wandbekleding bedoeld bij post 48.14 (hoofdstuk 39);

h. artikelen bedoeld bij post 42.02 (bijvoorbeeld reisartikelen) (3);

ij. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 46 (vlechtwerk en mandenmakerswerk);

k. papiergarens en textielwaren daarvan (afdeling XI);

l. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 64 of 65;

m. schuur-, slijp- en polijstmiddelen, op een onderlaag van papier of van karton (post 68.05) en mica bevestigd op papier of op karton (post 68.14); papier en karton, bedekt met micapoeder valt daarentegen onder dit hoofdstuk;

n. bladmetaal op een drager van papier of van karton (in het algemeen afdeling XIV of XV);

o. artikelen bedoeld bij post 92.09;

p. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 95 (bijvoorbeeld speelgoed, spellen, sportbenodigdheden);

q. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 96 (bijvoorbeeld knopen, maandverbanden en tampons, luiers en inlegluiers).

1 en 2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Een doosje van stevig karton met afneembaar dekseltje (zonder scharnier of andere sluiting) (‘juwelendoosje') moet onder post 42.02 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 781/2006 in aant. 3 op post 42.02.

Een artikel in de vorm van een rechthoekige doos vervaardigd uit stevig karton, aan de buitenzijde bekleed met een laag van kunststof die niet meer dan de helft van de totale dikte uitmaakt, moet onder post 42.02 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 1228/2013 in aant. 3 op post 42.02.


3.

3.

Behoudens het bepaalde bij aantekening 7 worden onder de posten 48.01 tot en met 48.05 ingedeeld papier en karton, door kalanderen of anderszins gladgemaakt, gesatineerd, gelustreerd, geglansd, gepolijst of op een dergelijke wijze afgewerkt, dan wel van een onecht watermerk voorzien of dat een oppervlaktelijming heeft ondergaan, alsmede papier, karton, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels, in de massa (anders dan aan het oppervlak) gekleurd of gemarmerd, ongeacht de toegepaste werkwijze. Voor zover bij post 48.03 niet anders is bepaald, worden papier, karton, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels, die een andere bewerking hebben ondergaan niet onder de voornoemde posten ingedeeld.

4.

4.

In dit hoofdstuk wordt onder ‘krantenpapier’ verstaan, papier, niet gestreken en niet voorzien van een deklaag, van de soort gebruikt voor het drukken van kranten, dat voor 50 of meer gewichtspercenten van de totale vezelmassa bestaat uit houtvezels verkregen via een mechanisch of chemisch-mechanisch procedé, dat niet of zeer licht is gelijmd, waarvan het indicatiecijfer voor de oppervlakteruwheid volgens het Parker Print Surf-apparaat (1 MPa) aan elk der zijden hoger ligt dan 2,5 micrometer en met een gewicht van 40 of meer doch niet meer dan 65 g/m², uitsluitend aangeboden: a) in stroken of op rollen van meer dan 28 cm breedte; of b) in vierkante of rechthoekige bladen waarvan in ongevouwen staat de lengte van één zijde meer dan 28 cm en de lengte van de andere zijde meer dan 15 cm bedraagt.

5.

5.

Voor de toepassing van post 48.02 worden onder ‘papier en karton van de soort gebruikt om te worden beschreven of bedrukt of voor andere grafische doeleinden’ en ‘papier en karton, niet-geperforeerd, voor ponskaarten of ponsband’, verstaan, papier en karton hoofdzakelijk vervaardigd van gebleekte pulp of van pulp verkregen langs mechanische of chemisch-mechanische weg en dat voldoet aan een van de volgende criteria:

A. papier en karton met een gewicht van niet meer dan 150 g/m2:

a. bevattende 10% of meer langs mechanische of chemisch-mechanische weg verkregen vezels, en

1. met een gewicht van niet meer dan 80 g/m2, of

2. gekleurd in de massa; of

b. bevattende meer dan 8% as, en

1. met een gewicht van niet meer dan 80 g/m2, of

2. gekleurd in de massa; of

c. bevattende meer dan 3% as en met een witheid van 60% of meer; of

d. bevattende meer dan 3% doch niet meer dan 8% as, met een witheid van minder dan 60% en met een indicatiecijfer voor de berststerkte van niet meer dan2,5 kPa·m2/g; of

e. bevattende niet meer dan 3% as, met een witheid van 60% of meer en met een indicatiecijfer voor de berststerkte van niet meer dan 2,5 kPa·m2/g; 

B. papier en karton met een gewicht van meer dan 150 g/m2:

a. gekleurd in de massa; of

b. met een witheid van 60% of meer, en

1. met een dikte van niet meer dan 225 micrometer, of

2. met een dikte van meer dan 225 doch niet meer dan 508 micrometer en met een asgehalte van meer dan 3%; of

c. met een witheid van minder dan 60%, met een dikte van niet meer dan 254 micrometer en met een asgehalte van meer dan 8%.

Post 48.02 omvat echter niet filtreerpapier en -karton (papier voor theezakjes daaronder begrepen), viltpapier en -karton.

 

6.

6.

In dit hoofdstuk wordt onder ‘kraftpapier en kraftkarton’ verstaan, papier en karton dat voor 80 of meer gewichtspercenten van de totale vezelmassa uit met behulp van het sulfaat- of natronproces ontsloten vezels bestaat.

7.

7.

Voor zover uit de tekst van de posten niet het tegendeel blijkt, worden papier, karton, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels, die kunnen worden ingedeeld onder meer dan een der posten 48.01 tot en met 48.11, ingedeeld onder de post die in de volgorde van nummering het laatst geplaatst is.

8.

8.

Onder de posten 48.03 tot en met 48.09 vallen uitsluitend papier, karton, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels:

a. in stroken of op rollen van meer dan 36 cm breedte; of

b. in vierkante of rechthoekige bladen waarvan in ongevouwen staat de lengte van één zijde meer dan 36 cm en de lengte van de andere zijde meer dan 15 cm bedraagt.

9.

9.

Voor de toepassing van post 48.14 wordt als ‘behangselpapier en dergelijke wandbekleding’ aangemerkt:

a. papier op rollen, met een breedte van 45 of meer doch niet meer dan 160 cm, geschikt voor het bekleden van muren of van plafonds:

1. gegreineerd, gegaufreerd, aan het oppervlak gekleurd, met motieven bedrukt of op andere wijze aan het oppervlak versierd (bijvoorbeeld met scheerhaar), ook indien voorzien van een deklaag van of bekleed met doorzichtige beschermende kunststof;

2. met een korrelig oppervlak verkregen door in het papier verwerkte hout-, stro- of andere deeltjes;

3. aan de voorzijde voorzien van een deklaag van of bekleed met kunststof die is gegreineerd, gegaufreerd, gekleurd, met motieven bedrukt of op andere wijze versierd; of

4. aan de voorzijde bedekt met vlechtstoffen, ook indien deze zijn samengebonden of plat geweven;

b. randen of boorden en friezen, van papier, op bovenstaande wijze behandeld, ook indien op rollen, geschikt voor het bekleden van muren of van plafonds;

c. wandbekleding van papier, bestaande uit verschillende panelen, op rollen of in bladen, op zodanige wijze bedrukt dat zij een landschap, voorstelling of motief vormen nadat zij op de wand zijn aangebracht.

Producten op een drager van papier of karton, die zowel geschikt zijn voor vloerbedekking als voor wandbekleding, worden ingedeeld onder post 48.23.

10.

10.

Post 48.20 omvat niet losse vellen of kaarten, op maat gesneden, ook indien bedrukt, gegaufreerd, gegreineerd of geperforeerd.

11.

11.

Onder post 48.23 valt onder meer papier en karton met geponste patronen voor jacquardmachines en dergelijke machines, alsmede kantpapier.

12.

12 (3).

Met uitzondering van de bij de posten 48.14 en 48.21 bedoelde artikelen worden onder hoofdstuk 49 ingedeeld papier, karton en cellulosewatten, alsmede werken daarvan, waarop gedrukte teksten of illustraties voorkomen, die een meer dan subsidiair karakter hebben bij het primaire gebruik van de goederen.

1 t/m 2
Gereserveerd
3
EG Verordening

Een artikel in de vorm van negen uitgesneden, bedrukte kartonnen stickers, die verschillende insecten en andere wezentjes voorstellen en zijn versierd met kunststeentjes en glitter, op een vel van kunststof van ongeveer 30 × 30 cm, moet onder post 49.11 worden ingedeeld.
Overeenkomstig Aantekening 12 IDR op hoofdstuk 48 valt karton waarop gedrukte teksten of illustraties voorkomen, die een meer dan bijkomstig karakter hebben bij het primaire gebruik van de goederen, onder hoofdstuk 49. Het artikel is drukwerk met uitsluitend afbeeldingen en wordt gebruikt voor decoratieve doeleinden. Indeling onder post 48.23 als ander karton is daarom uitgesloten. Zie Verordening (EU) nr. 1111/2012 in aant. 3 op post 49.11.

1. Aanvullende aantekeningen IDR

1 (1).

Voor de toepassing van de onderverdelingen 4804.11 en 4804.19 wordt onder ‘kraftliner’ verstaan, machineglad of eenzijdig glad papier en karton, op rollen, dat voor 80 of meer gewichtspercenten van de totale vezelmassa uit met behulp van het sulfaat- of natronproces ontsloten houtvezels bestaat, met een gewicht van meer dan 115 g/m2 en met een minimum Mullen berststerkte als aangegeven in de volgende tabel, of voor ieder ander gewicht het lineair geïnterpoleerde of geëxtrapoleerde equivalent:

Gewicht (g/m2)

minimum Mullen berststerkte (kPa)

115

393

125

417

200

637

300

824

400

961

1
Aanvullende toelichting IDR

In deze Aanvullende aantekening IDR wordt de minimum Mullen berststerkte in kilopascal (kPa) uitgedrukt. Equivalente waarden uitgedrukt in g/cm2 zijn de volgende:

Gewicht g/m2

kPa

g/cm2

115

393

4030

125

417

4250

200

637

5500

300

824

8400

400

961

9800

De berekening voor de tussenwaarden (interpolatie) of voor eventuele waarden hoger dan 400 g (extrapolatie) kan door middel van de volgende formules gebeuren:

Basisgewicht

Minimum Mullen berststerkte g/cm2

Niet meer dan 125 g/m2

Basisgewicht (g/m2) × 22 + 1500

Meer dan 125 g/m2, doch niet meer dan 200 g/m2

Basisgewicht (g/m2) × 30 + 500

Meer dan 200 g/m2 doch niet meer dan 300 g/m2

Basisgewicht (g/m2) × 19 + 2700

Meer dan 300 g/m2

Basisgewicht (g/m2) × 14 + 4200

Algemene opmerkingen.

2.

2 (1).

Voor de toepassing van de onderverdelingen 4804.21 en 4804.29 wordt onder ‘kraftpapier voor de vervaardiging van grote zakken’ verstaan, machineglad papier, op rollen, dat voor 80 of meer gewichtspercenten van de totale vezelmassa uit met behulp van het sulfaat- of natronproces ontsloten vezels bestaat, met een gewicht van 60 of meer doch niet meer dan 115 g/m2 en dat voldoet aan een van de volgende criteria:

a. met een indicatiecijfer voor de berststerkte bepaald volgens Mullen, van 3,7 kPa.m2/g of meer en een rekbaarheid van meer dan 4,5% in de dwarsrichting en van meer dan 2% in de lengterichting;

b. met minima voor scheurweerstand en treksterkte die niet lager mogen zijn dan aangegeven in de navolgende tabel, of voor ieder ander gewicht het lineair geïnterpoleerde equivalent:

minimum voor scheurweerstand

(mN)

minimum voor treksterkte

(kN/m)

gewicht (g/m2)

lengterichting

lengterichting en dwarsrichting

dwarsrichting

lengterichting en dwarsrichting

60

700

1510

1,9

6

70

830

1790

2,3

7,2

80

965

2070

2,8

8,3

100

1230

2635

3,7

10,6

115

1425

3060

4,4

12,3

1
Aanvullende toelichting IDR

Voor papier met een gewicht dat zich bevindt tussen de uitersten bepaald in deze Aanvullende aantekening IDR kan de minimumweerstand door middel van de formules in de navolgende tabel worden berekend (met een afwijking van niet meer dan 2%):

Minimumwaarden

Scheurweerstand, lengterichting (mN) (cijfer afgerond naar het volgende veelvoud van 5 millinewton)

Basisgewicht (g/m2) × 13,23 – 94,64

Scheurweerstand, lengte- én dwarsrichting (mN) (cijfer afgerond als hierboven)

Basisgewicht (g/m2) × 28,22 – 186,2

Rekbaarheid, dwarsrichting (kN/m)

Basisgewicht (g/m2) × 0,0449 – 0,8186

Rekbaarheid, lengte- en dwarsrichting (kN/m)

Basisgewicht (g/m2) × 0,1143 – 0,829

Algemene opmerkingen.

3.

3.

Voor de toepassing van onderverdeling 4805.11 wordt onder ‘halfchemisch papier voor riffels’ verstaan, papier op rollen, dat voor 65 of meer gewichtspercenten van de totale vezelmassa bestaat uit door de combinatie van een mechanische en een chemische behandeling verkregen ongebleekte vezels van loofhout en dat een samendrukbaarheid heeft van meer dan 1,8 newton/g/m2, bepaald volgens de CMT 30-methode (Corrugated Medium Test na conditionering gedurende 30 minuten) bij een relatieve vochtigheid van 50% en bij een temperatuur van 23 °C.

4.

4.

Onderverdeling 4805.12 omvat papier, op rollen, hoofdzakelijk samengesteld uit pulp van stro, verkregen door de combinatie van een mechanische en een chemische behandeling, met een gewicht van 130 g/m2 of meer en een samendrukbaarheid van meer dan 1,4 newton/g/m2, bepaald volgens de CMT 30-methode (Corrugated Medium Test na conditionering gedurende 30 minuten) bij een relatieve vochtigheid van 50% en bij een temperatuur van 23 °C.

5.

5.

De onderverdelingen 4805.24 en 4805.25 omvatten papier en karton, uitsluitend of hoofdzakelijk samengesteld uit pulp van teruggewonnen papier of karton (resten en afval). Zogenaamde ‘testliner’ kan aan het oppervlak ook zijn voorzien van een laag papier die is gekleurd of is samengesteld uit gebleekte of ongebleekte, niet-terugwonnen pulp. Deze producten hebben een indicatiecijfer voor de berststerkte bepaald volgens Mullen van 2 kPa.m2/g of meer.

6.

6.

Voor de toepassing van onderverdeling 4805.30 wordt als ‘sulfietpakpapier’ aangemerkt, eenzijdig glad papier, dat voor meer dan 40 gewichtspercenten van de totale vezelmassa uit met behulp van het sulfietproces ontsloten houtvezels bestaat, met een asgehalte van niet meer dan 8% en met een indicatiecijfer voor de berststerkte bepaald volgens Mullen van 1,47 kPa.m2/g of meer.

7.

7.

Voor de toepassing van onderverdeling 4810.22 wordt als ‘licht gestreken papier (zogenaamd L.W.C.-papier)’ aangemerkt, aan beide zijden gestreken papier met een totaal gewicht van niet meer dan 72 g/m2 en met een strijklaag, per zijde, van niet meer dan 15 g/m2, op een drager die voor 50 of meer gewichtspercenten van de totale vezelmassa uit langs mechanische weg verkregen houtvezels bestaat.


1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk en voorzover niet anders is bepaald, omvat de benaming 'papier' zowel papier als karton, ongeacht de dikte of het gewicht per m².

2. Dit hoofdstuk omvat niet:

a. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 30;

b. stempelfoliën bedoeld bij post 32.12;

c. geparfumeerd papier en papier, geïmpregneerd of bedekt met cosmetische producten (hoofdstuk 33);

d. papier en cellulosewatten, geïmpregneerd of bedekt met zeep of met detergentia (post 34.01), dan wel met poetsmiddelen, met polijstmiddelen, met schuurpasta's of met dergelijke preparaten (post 34.05);

e. lichtgevoelig papier of karton, bedoeld bij de posten 37.01 tot en met 37.04;

f. papier geïmpregneerd met reageermiddelen voor diagnose of voor laboratoriumgebruik (post 38.22).

g. gelaagde kunststof met inlagen van papier of van karton en producten bestaande uit een laag papier of karton voorzien van een deklaag van of bekleed met kunststof, voorzover de dikte van de kunststof de helft van de totale dikte overtreft, alsmede werken daarvan, ander dan wandbekleding bedoeld bij post 48.14 (hoofdstuk 39);

h. artikelen bedoeld bij post 42.02 (bijvoorbeeld reisartikelen);

ij. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 46 (vlechtwerk en mandenmakerwerk);

k. papiergarens en textielwaren daarvan (afdeling XI);

l. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 64 of 65;

m. schuur-, slijp- en polijstmiddelen, op een onderlaag van papier of van karton (post 68.05) en mica bevestigd op papier of op karton (post 68.14); papier en karton, bedekt met micapoeder valt daarentegen onder dit hoofdstuk;

n. bladmetaal op een drager van papier of van karton (in het algemeen afdeling XIV of XV);

o. artikelen bedoeld bij post 92.09;

p. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 95 (bijvoorbeeld speelgoed, spellen, sportbenodigdheden);


q. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 96 (bijvoorbeeld knopen, maandverbanden en tampons, luiers en inlegluiers).

3. Behoudens het bepaalde bij aantekening 7 worden onder de posten 48.01 tot en met 48.05 ingedeeld papier en karton, door kalanderen of anderszins gladgemaakt, gesatineerd, gelustreerd, geglansd, gepolijst of op een dergelijke wijze afgewerkt, dan wel van een onecht watermerk voorzien of dat een oppervlaktelijming heeft ondergaan, alsmede papier, karton, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels, in de massa (anders dan aan het oppervlak) gekleurd of gemarmerd, ongeacht de toegepaste werkwijze. Voorzover bij post 48.03 niet anders is bepaald, worden papier, karton, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels, die een andere bewerking hebben ondergaan niet onder de voornoemde posten ingedeeld.

4. In dit hoofdstuk wordt onder „krantenpapier' verstaan, papier, niet gestreken en niet voorzien van een deklaag, van de soort gebruikt voor het drukken van kranten, dat voor 50 of meer gewichtspercenten van de totale vezelmassa bestaat uit houtvezels verkregen via een mechanisch of chemisch-mechanisch procedé, dat niet of zeer licht is gelijmd, waarvan het indicatiecijfer voor de oppervlakteruwheid volgens het Parker Print Surf-apparaat (1 MPa) aan elk der zijden hoger ligt dan 2,5 micrometer en met een gewicht van 40 of meer doch niet meer dan 65 g/m2, uitsluitend aangeboden: a) in stroken of op rollen van meer dan 28 cm breedte; of b) in vierkante of rechthoekige bladen waarvan in ongevouwen staat de lengte van één zijde meer dan 28 cm en de lengte van de andere zijde meer dan 15 cm bedraagt.

5. Voor de toepassing van post 48.02 worden onder 'papier en karton van de soort gebruikt om te worden beschreven of bedrukt of voor andere grafische doeleinden' en 'papier en karton niet-geperforeerd, voor ponskaarten of ponsband', verstaan papier en karton hoofdzakelijk vervaardigd van gebleekte pulp of van pulp verkregen langs mechanische of chemisch-mechanische weg en dat voldoet aan een van de volgende criteria:

- papier en karton met een gewicht van niet meer dan 150 g/m2.

a. bevattende 10 % of meer langs mechanische of chemisch-mechanische weg verkregen vezels, en

1. met een gewicht van niet meer dan 80 g/m2, of

2. gekleurd in de massa; of

b. bevattende meer dan 8 % as, en

1. met een gewicht van niet meer dan 80 g/m2, of

2. gekleurd in de massa; of

c. bevattende meer dan 3 % as en met een witheid van 60 % of meer; of

d. bevattende meer dan 3 % doch niet meer dan 8 % as, met een witheid van minder dan 60 % en met een indicatiecijfer voor de berststerkte van niet meer dan 2,5 kPa.m2/g, of

e. bevattende niet meer dan 3 % as, met een witheid van 60 % of meer en met een indicatiecijfer voor de berststerkte van niet meer dan 2,5 kPa.m2/g.

- papier en karton met een gewicht van meer dan 150 g/m2:

a. gekleurd in de massa; of

b. met een witheid van 60 % of meer, en

1. met een dikte van niet meer dan 225 micrometer, of

2. met een dikte van meer dan 225 micrometer doch niet meer dan 508 micrometer en met een asgehalte van meer dan 3 %; of

c. met een witheid van minder dan 60 %, met een dikte van niet meer dan 254 micrometer en met een asgehalte van meer dan 8 %.

Post 48.02 omvat echter geen filtreerpapier en -karton (papier voor theezakjes daaronder begrepen), viltpapier en -karton.

6. In dit hoofdstuk wordt onder 'kraftpapier en kraftkarton' verstaan, papier en karton dat voor 80 of meer gewichtspercenten van de totale vezelmassa uit met behulp van het sulfaat- of natronproces ontsloten vezels bestaat.

7. Voor zover uit de tekst van de posten niet het tegendeel blijkt, worden papier, karton, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels, die kunnen worden ingedeeld onder meer dan één der posten 48.01 tot en met 48.11, ingedeeld onder de post die in de volgorde van nummering het laatst geplaatst is.

8. Onder de posten 48.01 en 48.03 tot en met 48.09 vallen uitsluitend papier, karton, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels:

a. in stroken of op rollen, van meer dan 36 cm breedte; of

b. in vierkante of rechthoekige bladen waarvan in ongevouwen staat de lengte van een zijde meer dan 36 cm en de lengte van de andere zijde meer dan 15 cm bedraagt.

9. Voor de toepassing van post 48.14 wordt als 'behangselpapier en dergelijke wandbekleding' aangemerkt:

a. papier op rollen, met een breedte van 45 of meer doch niet meer dan 160 cm, geschikt voor het bekleden van muren of van plafonds:

1. gegreineerd, gegaufreerd, aan het oppervlak gekleurd, met motieven bedrukt of op andere wijze aan het oppervlak versierd (bijvoorbeeld met scheerhaar), ook indien voorzien van een deklaag van of bekleed met doorzichtige beschermende kunststof;

2. met een korrelig oppervlak verkregen door in het papier verwerkte hout-, stro- of andere deeltjes;

3. aan de voorzijde voorzien van een deklaag van of bekleed met kunststof die is gegreineerd, gegaufreerd, gekleurd, met motieven bedrukt of op andere wijze versierd; of

4. aan de voorzijde bedekt met vlechtstoffen, ook indien deze zijn samengebonden of plat geweven;

b. randen of boorden en friezen, van papier, op bovenstaande wijze behandeld, ook indien op rollen, geschikt voor het bekleden van muren of van plafonds;

c. wandbekleding van papier, bestaande uit verschillende panelen, op rollen of in bladen, op zodanige wijze bedrukt dat zij een landschap, voorstelling of motief vormen nadat zij op de wand zijn aangebracht.

Producten op een drager van papier of karton, die zowel geschikt zijn voor vloerbedekking als voor wandbekleding, worden ingedeeld onder post 48.23.

10. Post 48.20 omvat niet losse vellen of kaarten, op maat gesneden, ook indien bedrukt, gegaufreerd, gegreineerd of geperforeerd.

11. Onder post 48.23 valt onder meer papier en karton met geponste patronen voor jacquardmachines en dergelijke machines, alsmede kantpapier.

12. Met uitzondering van de bij de posten 48.14 en 48.21 bedoelde artikelen worden onder hoofdstuk 49 ingedeeld papier, karton en cellulosewatten, alsmede werken daarvan, waarop gedrukte teksten of illustraties voorkomen, die een meer dan bijkomstig karakter hebben bij het primaire gebruik van de goederen.

AANVULLENDE AANTEKENINGEN

1. Voor de toepassing van de onderverdelingen 48.04.11 en 48.04.19 wordt onder 'kraftliner' verstaan, machineglad of eenzijdig glad papier en karton, op rollen, dat voor 80 of meer gewichtspercenten van de totale vezelmassa uit met behulp van het sulfaat- of natronproces ontsloten houtvezels bestaat, met een gewicht van meer dan 115 g/m2 en met een minimum Mullen berststerkte als aangegeven in de volgende tabel, of voor ieder ander gewicht het lineair geïnterpoleerde of geëxtrapoleerde equivalent:

- voor 115 g/m² : 393 kPa minimum Mullen berststerkte;

- voor 125 g/m² : 417 kPa minimum Mullen berststerkte;

- voor 200 g/m² : 637 kPa minimum Mullen berststerkte;

- voor 300 g/m² : 824 kPa minimum Mullen berststerkte;

- voor 400 g/m² : 961 kPa minimum Mullen berststerkte.

2. Voor de toepassing van de onderverdeling 48.04.21 en 48.04.29 wordt onder 'kraftpapier voor de vervaardiging van grote zakken' verstaan, machineglad papier, op rollen, dat voor 80 of meer gewichtspercenten van de totale vezelmassa uit met behulp van het sulfaat- of natronproces ontsloten vezels bestaat, met een gewicht van 60 of meer doch niet meer dan 115 g/m2 en dat voldoet aan één van de volgende criteria:

a. met een indicatiecijfer voor de berststerkte bepaald volgens Mullen, van 3,7 kPa.m2/g of meer en een rekbaarheid van meer dan 4,5 % in de dwarsrichting en van meer dan 2 % in de lengterichting;

b. met minima voor scheurweerstand en treksterkte die niet lager mogen zijn dan aangegeven in de navolgende tabel, of voor ieder ander gewicht het lineair geïnterpoleerde equivalent:

- 60 g/m² : minima voor scheurweerstand : 700 mN (lengterichting), 1.510 mN (lengterichting en dwarsrichting);

- 60 g/m² : minima voor treksterkte : 1,9 kN/m (dwarsrichting), 6,0 kN/m (lengterichting en dwarsrichting).

- 70 g/m² : minima voor scheurweerstand : 830 mN (lengterichting), 1.790 mN (lengterichting en dwarsrichting);

- 70 g/m² : minima voor treksterkte : 2,3 kN/m (dwarsrichting), 7,2 kN/m (lengterichting en dwarsrichting).

- 80 g/m² : minima voor scheurweerstand : 965 mN (lengterichting), 2.070 mN (lengterichting en dwarsrichting);

- 80 g/m² : minima voor treksterkte : 2,8 kN/m (dwarsrichting), 8,3 kN/m (lengterichting en dwarsrichting).

- 100 g/m² : minima voor scheurweerstand : 1.230 mN (lengterichting), 2.635 mN (lengterichting en dwarsrichting);

- 100 g/m² : minima voor treksterkte : 3,7 kN/m (dwarsrichting), 10,6 kN/m (lengterichting en dwarsrichting).

- 115 g/m² : minima voor scheurweerstand : 1.425 mN (lengterichting), 3.060 mN (lengterichting en dwarsrichting);

- 115 g/m² : minima voor treksterkte : 4,4 kN/m (dwarsrichting), 12,3 kN/m (lengterichting en dwarsrichting).

 

3. Voor de toepassing van onderverdeling 4805 11 wordt onder ’halfchemisch papier voor riffels’ verstaan: papier op rollen, dat voor 65 of meer gewichtspercenten van de totale vezelmassa bestaat uit door de combinatie van een mechanische en chemische behandeling verkregen ongebleekte vezels van loofhout en dat een samendrukbaarheid heeft van meer dan 1,8 newton/g/m2, bepaald volgens de CMT 30-methode (Corrugated Medium Test na conditionering gedurende 30 minuten) bij een relatieve vochtigheid van 50% en bij een temperatuur van 23 °C.

4. Onderverdeling 4805 12 omvat papier, op rollen, hoofdzakelijk samengesteld uit pulp van stro, verkregen door de combinatie van een mechanische en een chemische behandeling, met een gewicht van 130 g/m2 of meer en een samendrukbaarheid van meer dan 1,4 newton/g/m2, bepaald volgens de CMT 30-methode (Corrugated Medium Test na conditionering gedurende 30 minuten) bij een relatieve vochtigheid van 50% en bij een temperatuur van 23 °C.
 

5. De onderverdelingen 48.05.24 en 48.05.25 omvatten papier en karton uitsluitend of hoofzakelijk samengesteld uit pulp van teruggewonnen papier of karton (resten en afval). Zogenaamde 'testliner' kan aan het oppervlak ook zijn voorzien van een laag papier die is gekleurd of is samengesteld uit gebleekte of ongebleekte, niet-teruggewonnen pulp. Deze producten hebben een indicatiecijfer voor de berststerkte bepaald volgens Mullen van 2 kPa m2/g of meer.

6. Voor de toepassing van onderverdeling 48.05.30 wordt als 'sulfietpakpapier' aangemerkt, eenzijdig glad papier, dat voor meer dan 40 gewichtspercenten van de totale vezelmassa uit met behulp van het sulfietproces ontsloten houtvezels bestaat, met een asgehalte van niet meer dan 8 % en met een indicatiecijfer voor de berststerkte bepaald volgens Mullen van 1,47 kPa.m2/g of meer.

7. Voor de toepassing van onderverdeling 48.10.22 wordt als 'licht gestreken papier (zogenaamd L.W.C.-papier)' aangemerkt, aan beide zijden gestreken papier met een totaal gewicht van niet meer dan 72 g/m2 en met een strijklaag, per zijde, van niet meer dan 15 g/m2, op een drager die voor 50 of meer gewichtspercenten van de totale vezelmassa uit langs mechanische weg verkregen houtvezels bestaat.