Hoofdstuk 83

Allerlei werken van onedele metalen

1
Toelichting IDR

Terwijl onder de hoofdstukken 73 tot en met 76 en 78 tot en met 81 werken van onedel metaal worden gegroepeerd volgens het samenstellend metaal, omvat dit hoofdstuk – evenals hoofdstuk 82 – een beperkt aantal welbepaalde artikelen, ongeacht het onedel metaal waaruit ze zijn vervaardigd.

In het algemeen worden delen van onedel metaal ingedeeld onder de post met de goederen waarvoor zij bestemd zijn. Van hoofdstuk 83 zijn echter uitgezonderd veren (bijvoorbeeld veren voor sloten), kettingen (voor verlichtingstoestellen, enz.), kabel, bout- en schroefwerk en artikelen van de spijkerindustrie (hoofdstukken 73 tot en met 76 en 78 tot en met 81) (zie Aantekening 2 IDR op afdeling XV en Aantekening 1 IDR op hoofdstuk 83). Algemene opmerkingen.

1. Aantekeningen IDR

1 (3). Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden delen van onedel metaal ingedeeld onder dezelfde post als het artikel waarop ze betrekking hebben. Artikelen van gietijzer, van ijzer of van staal, bedoeld bij de posten 73.12, 73.15, 73.17, 73.18 en 73.20 en dergelijke artikelen van andere onedele metalen (hoofdstukken 74 tot en met 76 en 78 tot en met 81) worden echter in geen geval aangemerkt als delen van werken bedoeld bij dit hoofdstuk.

1 en 2
Gereserveerd
3
EG Verordening

Een product van staal met een schacht die gedeeltelijk is voorzien van schroefdraad en gedeeltelijk met kunststof is bekleed, moet onder post 73.18 worden ingedeeld. De schroefkop heeft een kruissnede. Het product loopt niet spits toe en is evenmin puntig aan het uiteinde. Het heeft een lengte van ongeveer 45 mm en een uitwendige diameter van ongeveer 7 mm.

Dit product is ontworpen om deel uit te maken van een bevestiging voor meubelen. Het van schroefdraad voorziene uiteinde van het product wordt aan een kant van het meubel in een voorgeboord gat geschroefd. De kop wordt in een voorgeboord gat in een ander deel van het meubel geplaatst. De twee delen van het meubel worden met elkaar verbonden door de kop in de groef van het andere deel van de bevestiging (niet inbegrepen bij het aanbieden) te vergrendelen.

Indeling onder post 83.02 als garnituren voor meubelen van onedele metalen is uitgesloten, aangezien het product slechts een onderdeel vormt van een volledige bevestiging en het de kenmerken heeft van een artikel met schroefdraad van post 73.18 (zie Aantekening 1 IDR op hoofdstuk 83). Zie Verordening (EU) nr. 646/2014 in aant. 3 op post 73.18.

2.

2. Voor de toepassing van post 83.02 worden als ‘zwenkwielen’ aangemerkt, de zwenkwielen met een diameter (eventueel met inbegrip van de band) van niet meer dan 75 mm, alsmede zwenkwielen met een diameter (eventueel met inbegrip van de band) van meer dan 75 mm, voor zover de breedte van het wiel of van de daarop aangebrachte band minder dan 30 mm bedraagt.


ALLERLEI WERKEN VAN ONEDELE METALEN

AANTEKENINGEN

1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden delen van onedel metaal ingedeeld onder dezelfde post als het artikel waarop ze betrekking hebben. Artikelen van gietijzer, van ijzer of van staal, bedoeld bij de posten 73.12, 73.15, 73.17, 73.18 en 73.20 en soortgelijke artikelen van andere onedele metalen (hoofdstukken 74 tot en met 76 en 78 tot en met 81) worden echter in geen geval aangemerkt als delen van werken bedoeld bij dit hoofdstuk.

2. Voor de toepassing van post 83.02 worden als 'zwenkwielen' aangemerkt, de zwenkwielen met een diameter (eventueel met inbegrip van de band) van niet meer dan 75 mm, alsmede zwenkwielen met een diameter (eventueel met inbegrip van de band) van meer dan 75 mm, voor zover de breedte van het wiel of van de daarop aangebrachte band minder dan 30 mm bedraagt.

1
Toelichting IDR

Deze afdeling omvat de onedele metalen (ook indien chemisch zuiver) en de werken daarvan, onder voorbehoud evenwel van bepaalde uitzonderingen, in verband waarmede naar het slot van deze toelichting wordt verwezen. Tot deze afdeling behoren ook metalen in gedegen toestand, die afgescheiden zijn van het ganggesteente en eveneens kopersteen en matte van nikkel of kobalt. Metaalertsen, gedegen metalen in hun ganggesteente daaronder begrepen, vallen onder de posten 26.01 tot en met 26.17.

Overeenkomstig Aantekening 3 IDR op deze afdeling worden als ‘onedele metalen’ aangemerkt: gietijzer, ijzer en staal, koper, nikkel, aluminium, lood, zink, tin, wolfraam, molybdeen, tantaal, magnesium, kobalt, bismut, cadmium, titaan, zirkonium, antimoon, mangaan, beryllium, chroom, germanium, vanadium, gallium, hafnium, (celltum), indium, niobium (columbium), rhenium en thallium.

De hoofdstukken 72 tot en met 76 en 78 tot en met 81 omvatten onedele metalen in ruwe staat en in de vorm van producten zoals staven, draad of platen, alsmede werken daarvan, met uitzondering echter van de in de hoofdstukken 82 en 83 limitatief genoemde werken, ongeacht het metaal waaruit zij zijn vervaardigd. Algemene opmerkingen.

2
Toelichting EG

Schroot, resten en afvallen van non-ferrometalen, die zijn gesmolten en gegoten tot ingots, gietelingen, blokken of dergelijke vormen, worden ingedeeld als het ruwe metaal en niet als schroot, resten en afvallen. Zij worden bijvoorbeeld ingedeeld onder post 76.01 (aluminium), 78.01 (lood), 79.01 (zink) of onder onderverdeling 8104 1100 of 8104 1900 (magnesium).

De uitdrukking ‘metaal’ omvat eveneens metaal met een amorfe (niet-kristallijne) structuur, zoals metaalglas en producten van de poedermetallurgie. Algemene opmerkingen.

Aantekeningen IDR

1 (1).

Deze afdeling omvat niet:

a. verf, inkt en dergelijke producten, bereid met metaalpoeder of met metaalschilfers, alsmede stempelfoliën (posten 32.07 tot en met 32.10, 32.12, 32.13 en 32.15);

b. ferrocerium en andere vonkende legeringen (post 36.06);

c. hoofddeksels en delen daarvan, van metaal, bedoeld bij de posten 65.06 en 65.07;

d. geraamten van paraplu’s en andere artikelen bedoeld bij post 66.03;

e. producten bedoeld bij hoofdstuk 71 (bijvoorbeeld legeringen van edele metalen, onedele metalen geplateerd met edele metalen, fancybijouterieën);

f. artikelen bedoeld bij afdeling XVI (machines, toestellen en elektrotechnisch materieel) (3; 4);

g. sporen (post 86.08) en andere artikelen bedoeld bij afdeling XVII (vervoermaterieel) (4);

h. instrumenten en toestellen, bedoeld bij afdeling XVIII, veren voor uurwerken daaronder begrepen;

ij. hagel (post 93.06) en andere artikelen bedoeld bij afdeling XIX (wapens en munitie);

k. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 94 (bijvoorbeeld meubelen, matrassen, lichtarmaturen en verlichtingstoestellen, lichtreclame, geprefabriceerde bouwwerken);

l. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 95 (bijvoorbeeld speelgoed, spellen, sportartikelen);

m. handzeven, knopen, penhouders, vulpotloden, schrijfpennen, statieven met één, twee of drie poten en dergelijke artikelen, alsmede andere artikelen bedoeld bij hoofdstuk 96 (diverse werken);

n. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 97 (bijvoorbeeld kunstvoorwerpen).

1
Toelichting IDR

Naast de in Aantekening 1 IDR op deze afdeling genoemde uitzonderingen, zijn onder meer van deze afdeling uitgesloten:

a. amalgamen van onedele metalen (post 28.52);

b. onedele metalen in colloïdale toestand (in de regel post 30.03 of 30.04);

c. tandcement en andere producten voor tandvulling (post 30.06);

d. fotografische platen van metaal, lichtgevoelig, die in het bijzonder worden gebruikt voor fotogravures (post 37.01);

e. producten voor flitslicht, gebezigd bij het fotograferen, bedoeld bij post 37.07;

f. metaalgarens (post 56.05); weefsels van metaaldraad of metaalgarens voor kleding, stoffering of dergelijk gebruik (post 58.09);

g. borduurwerk en andere artikelen uit metaaldraad en metaalgarens, bedoeld bij afdeling XI;

h. delen van schoeisel, andere dan die genoemd in Aantekening 2 IDR op hoofdstuk 64 (met name schoenbeschermers, ogen, haken en gespen) (post 64.06);

ij. munten (post 71.18);

k. resten en afval, van de elektrische elementen, van elektrische batterijen en van elektrische accumulatoren; gebruikte elektrische elementen, gebruikte elektrische batterijen en gebruikte elektrische accumulatoren (post 85.48);

l. staalborstels en andere borstels van onedel metaal (post 96.03). Algemene opmerkingen.

2
Gereserveerd
3
EG-verordening

Een rupsketting van gegoten staal, bestaande uit kettingschakels die zijn verbonden door middel van pennen/scharnieren, moet onder meer met toepassing van Aantekening 1 f IDR op afdeling XV onder post 84.31 worden ingedeeld.
In de schakels zijn gaten geboord om er rechthoekige platen (zogenoemde ‘rupsplaten’) aan vast te maken; deze zijn niet inbegrepen bij de aanbieding.
Het ontwerp van het artikel, met name de aanwezigheid van de geboorde gaten waaraan de ‘rupsplaten’ moeten worden vastgemaakt, maakt het artikel identificeerbaar als een rupsband (waarmee zowel de drijfkracht wordt geleverd als de machines en toestellen worden ondersteund om voort te bewegen), geschikt om uitsluitend of hoofdzakelijk te worden gebruikt met grondverzetmachines bedoeld bij post 84.29.
De objectieve kenmerken van het artikel (grootte en vorm) zijn die van een rupsband die is ontworpen om te worden gebruikt met machines en toestellen bedoeld bij post 84.29. Indeling onder post 73.15 als kettingen van gietijzer, van ijzer of van staal is derhalve uitgesloten. Zie Verordening (EU) 2019/646 in aant. 3 op post 84.31.

4
Jurisprudentie

Een motorkapkabel, benzineklepkabel, handremkabel, gaskabel en koppelingskabel, bestaande uit een soepele buitenommanteling en een beweegbare binnenkabel, moeten met toepassing van Aantekening 1 g IDR op afdeling XV onder post 87.08 worden ingedeeld. De buitenommanteling is een buis bestaande uit een spiraal van staaldraad, bedekt met kunststof. Zij worden op lengte gesneden aangeboden en zijn ontworpen voor gebruik in motorvoertuigen. Zie de tariferingen IDR 8708.29/1, 8708.30/1, 8708.99/2 en 8708.93/1 op post 87.08 in aant. 4 op die post.

Kabeltrommels, veerpluggen en bodemconsoles vervaardigd van aluminium, exclusief gemaakt en bestemd om te functioneren binnen het bedieningssyteem van overheaddeuren, moeten met inachtneming van Aantekening 2 b IDR op afdeling XVI worden ingedeeld onder de post waaronder de machines waarvoor zij zijn bestemd, worden ingedeeld. Omdat de goederen moeten worden ingedeeld onder post 84.79 als delen van ‘machines en mechanische toestellen met een eigen functie, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van dit hoofdstuk’ is op grond van Aantekening 1 IDR op afdeling XV indeling onder post 76.10 niet aan de orde. Zie DKH 12 maart 2012, nr. AWB 10/2852, in aant. 4 op de post 84.79.

In cassatie heeft HR geoordeeld dat bij de indeling van de kabeltrommels post 73.26 (onderverdeling 7326 9050) betrokken dient te worden. De HR heeft de zaak naar de DK terugverwezen. Zie HR 12 augustus 2016, nr. 14/03196, in aant. 4 op post 84.79.

Een gesmede, niet-afgewerkte buitenring voor een kegellagereenheid met flens moet onder meer met toepassing van Aantekening 1 f IDR op afdeling XV, onder post 87.08 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 8708.50/4 op post 87.08 in aant. 4 op die post.

2.

2 (1).

In de nomenclatuur worden als ‘delen voor algemeen gebruik’ aangemerkt:

a. artikelen bedoeld bij de posten 73.07, 73.12, 73.15, 73.17 en 73.18, alsmede dergelijke artikelen van andere onedele metalen, andere dan artikelen speciaal ontworpen om uitsluitend te worden gebruikt als implantaten in de geneeskunde, de chirurgie, de tandheelkunde of de veeartsenijkunde (post 90.21) (3; 4):

b. veren en veerbladen, van onedele metalen, andere dan veren voor uurwerken (post 91.14);

c. artikelen bedoeld bij de posten 83.01, 83.02, 83.08 en 83.10, alsmede lijsten en spiegels van onedel metaal, bedoeld bij post 83.06 (3).

Waar in de hoofdstukken 73 tot en met 76 en 78 tot en met 82 (behalve in post 73.15) ‘delen’ worden genoemd, slaat zulks niet op ‘delen voor algemeen gebruik’ in bovenbedoelde zin.

Met inachtneming van het bepaalde bij het voorgaande lid en bij aantekening 1 op hoofdstuk 83, zijn de artikelen bedoeld bij de hoofdstukken 82 en 83 uitgezonderd van de hoofdstukken 72 tot en met 76 en 78 tot en met 81.

1
Toelichting IDR

In de regel worden artikelen waarvan kan worden onderkend dat zij delen van werken zijn, ingedeeld als delen in de daarvoor geldende posten.

Daarentegen worden delen voor algemeen gebruik (zie Aantekening 2 IDR op deze afdeling) die afzonderlijk worden aangeboden, niet als delen aangemerkt; zij volgen hun eigen tarifering. Zulks is bijvoorbeeld het geval met bouten die speciaal zijn bestemd voor radiators voor centrale verwarming, of met speciale veren voor motorrijtuigen. De bouten worden ingedeeld onder post 73.18 en niet als delen van radiators onder post 73.22, terwijl de veren tot post 73.20 behoren en niet tot post 87.08 (delen en toebehoren van motorvoertuigen).

Opgemerkt wordt evenwel dat in Aantekening 2 b IDR op deze afdeling een uitzondering wordt gemaakt voor veren van uurwerken, die onder post 91.14 worden ingedeeld. Algemene opmerkingen, letter C.

2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Een gecanuleerd, cilindervormig en van schroefdraad voorzien product uit een zeer harde titaniumlegering, met een lengte tussen 20 en 56 mm, moet onder post 90.21 worden ingedeeld.

Gezien zijn objectieve kenmerken, met name de aanwezigheid van de gecanuleerde steel, komt het product niet volledig overeen met een schroef van onedel metaal. Het kan bijgevolg niet worden aangemerkt als een deel voor algemeen gebruik (schroef) in de zin van Aantekening 2 IDR op afdeling XV. Indeling onder post 81.08 is derhalve uitgesloten. Zie Verordening (EU) nr. 1213/2014 in aant. 3 op post 90.21.

Een zogenaamde Pangeaschroef met dubbele kern, moet onder post 90.21 worden ingedeeld. Het betreft een massief, cilindervormig en van schroefdraad voorzien product uit een zeer harde titaniumlegering, met een lengte tussen 20 tot 45 mm.
Gezien zijn objectieve kenmerken, met name de aanwezigheid van de polyaxiale, U-vormige kop met de schroefkap, komt het product niet volledig overeen met een schroef van onedel metaal. Het kan bijgevolg niet worden aangemerkt als een deel voor algemeen gebruik (schroef) in de zin van Aantekening 2 IDR op afdeling XV. Indeling onder post 81.08 is derhalve uitgesloten. Zie Verordening (EU) nr. 1214/2014 in aant. 3 op post 90.21.

Een T-vormig artikel van staal moet, met toepassing van Aantekening 2 a IDR op afdeling XV, onder post 73.07 worden ingedeeld.

Het artikel heeft de objectieve kenmerken van hulpstukken (fittings) voor buisleidingen die worden ingedeeld onder post 73.07. Artikelen van post 73.07 zijn, overeenkomstig Aantekening 2 a IDR op afdeling XV, delen voor algemeen gebruik. Zie Verordening (EU) 2015/23 in aant. 3 op post 73.07.

Een artikel voor het ordenen van kabels moet onder post 83.02 worden ingedeeld. Het artikel ontleent zijn wezenlijke karakter aan de stalen plaat, omdat het de plaat is die aan de kasten wordt bevestigd en de houders ondersteunt en op de plaats houdt.
Post 83.02 omvat indelingen voor algemene doeleinden van beslag en garnituren, van onedel metaal, die in de regel worden gebruikt voor meubelen, deuren, vensters, koetswerk enz., ook als zij voor bijzondere doeleinden zijn ontworpen.
Kasten van staal worden ingedeeld als meubelen in de zin van Aantekening 2 IDR op hoofdstuk 94.
Het artikel heeft de objectieve kenmerken van beslag van onedel metaal, geschikt voor meubelen ingedeeld onder post 83.02. Overeenkomstig Aantekening 2 c IDR op afdeling XV, zijn artikelen van post 83.02 delen voor algemeen gebruik. Zie Verordening (EU) 2019/643 in aant. 3 op post 83.02.

4
Jurisprudentie

IJzeren crankspieën voor rijwielen moeten, onder meer met toepassing van Aantekening 2 a IDR op afdeling XV, onder post 73.18 worden ingedeeld. Zie TC 11 april 1961, nr. 8414 T, in aant. 4 op post 73.18.

Expanders van ijzer voor rijwielsturen moeten, onder meer met toepassing van Aantekening 2 a IDR op afdeling XV, onder post 73.18 worden ingedeeld. Zie TC 21 januari 1964, nr. 9624 T, in aant. 4 op post 73.18.

Een enkelwandige dikwandige gasdichte bocht van aluminium voor een centraleverwarmingsketel, moet onder post 76.09 worden ingedeeld. Indeling onder afdeling XVI is, gezien het bepaalde in Aantekening 2 IDR op afdeling XV en het bepaalde in Aantekening 1 g IDR op afdeling XVI betreffende ‘delen voor algemeen gebruik’, niet mogelijk. Zie DK 17 juni 2004, nr. 01/90 002 DK, in aant. 4 op post 76.09.

Een bepaalde schroef, ontworpen voor gebruik op het gebied traumachirurgie als onderdeel van een systeem voor posterieure stabilisering van de wervelkolom, vervaardigd van een extra harde titaniumlegering, met een lengte van 20 tot 45 mm, moet onder post 90.21 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 9021.10/3 op post 90.21 in aant. 4 op die post.

3.

3. (3)

In de nomenclatuur worden als ‘onedele metalen’ aangemerkt: ijzer en staal, koper, nikkel, aluminium, lood, zink, tin, wolfraam, molybdeen, tantaal, magnesium, kobalt, bismut, cadmium, titaan, zirkonium, antimoon, mangaan, beryllium, chroom, germanium, vanadium, gallium, hafnium (celtium), indium, niobium (columbium), rhenium en thallium.

3
EG-verordeningen

Een paar gespen voor het vergrendelingsmechanisme van veiligheidsgordels, moet onder onder meer met toepassing van Aantekening 3 IDR op afdeling XV, onder post 83.08 worden ingedeeld.
In verhouding tot de totale samenstelling van het product in gewichtspercenten bestaat het product voor 56% uit koolstofstaal, voor 21% uit kunststoffen, voor 13% uit textiel en voor 10% uit andere materialen.
Het product maakt deel uit van een veiligheidsgordelconstructie, bijvoorbeeld voor stoelen in een motorvoertuig. Zie Verordening (EU) 2017/636 in aant. 3 op post 83.08.

Een artikel van staal en kunststof, voor het ordenen van kabels moet onder meer met toepassing van Aantekening 3 IDR op afdeling XV, onder post 83.02 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) 2019/643 in aant. 3 op post 83.02.

Een zogenoemde schroefpaal moet onder meer met toepassing van Aantekening 3 IDR op afdeling XV, onder post 73.08 worden ingedeeld.
Het artikel bestaat uit een rond profiel, is ongeveer 55 cm lang met een buitendiameter van 6 cm en is vervaardigd uit thermisch verzinkt plaatstaal. Zie Verordening (EU) 2019/822 in aant. 3 op post 73.08.

Een lege buis van zirkoniumlegering die aan beide uiteinden open is, met een lengte van ongeveer 4 m en een gewicht van ongeveer 0,5 kg, moet onder meer met toepassing van Aantekening 3 IDR op afdeling XV, onder post 81.09 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) 2020/516 in aant. 3 op post 81.09.

Staven van wolfraamlegering, die zijn ontworpen om te worden aangepunt en gebruikt als laselektroden voor TIG-lassen (Tungsten Inert Gas), moeten onder meer met toepassing van Aantekening 3 IDR op afdeling XV, onder post 81.01 worden ingedeeld. De staven worden niet alleen verkregen door sinteren; zij zijn niet voorzien van een deklaag en niet gevuld met vloeimiddelen. De staven zijn stomp (d.w.z. niet spits) aan de uiteinden en afzonderlijk met een kleur gemarkeerd. De kleurmarkering geeft het legeringselement en het wolfraamgehalte aan. De staven zijn in partijen verpakt.
De staven zijn ontworpen om te worden aangepunt en gebruikt als laselektroden voor TIG-lassen (Tungsten Inert Gas). Het doel van de elektrode tijdens dit lasprocedé is de boog tussen de elektrode en het werkstuk te vormen. De elektrode smelt tijdens het proces niet en wordt dus niet verbruikt. Zie Verordening (EU) 2021/600 in aant. 3 op post 81.01.

 

4.

4 (3).

In de nomenclatuur worden als ‘cermets’ aangemerkt producten bevattende een microscopische, heterogene samenstelling van een metallische component en een keramische component. De term ‘cermets’ omvat eveneens hardmetalen (gesinterde metaalcarbiden), zijnde metaalcarbiden gesinterd met een metaal.

3
EG-verordening

Staafjes van cermets met een uniforme ronde dwarsdoorsnede moeten onder meer op basis van de Aantekening 4 IDR op afdeling XV onder post 81.13 worden ingedeeld. De artikelen van verschillende lengte en diameters hebben stompe uiteinden en kunnen massief of geperforeerd zijn en koelkanalen hebben. Sommige artikelen zijn afgeschuind.
De artikelen zijn vervaardigd van cermets, met name van gesinterd metaalcarbide op basis van wolfraamcarbide met kobalt als bindmiddel.
Aangezien de artikelen slechts in beperkte mate zijn bewerkt en een eenvoudige vorm hebben, kunnen deze worden gebruikt voor een breed scala aan toepassingen, bijvoorbeeld als verstevigingselementen. Als de artikelen verder worden bewerkt, kunnen deze worden gebruikt voor gereedschap en als gereedschap. Zie Verordening (EU) 2021/910 in aant. 3 op post 81.13.

5.

5 (1; 3).

Regels betreffende de legeringen (andere dan ferrolegeringen en toeslaglegeringen, omschreven in de hoofdstukken 72 en 74):

a. legeringen van onedele metalen worden ingedeeld als legeringen van het metaal, waarvan het gewichtspercentage dat van elk der andere metalen van de legeringen overtreft;

b. legeringen van onedele metalen bedoeld bij afdeling XV met elementen niet bedoeld bij afdeling XV worden ingedeeld als legeringen van onedele metalen bedoeld bij afdeling XV, indien het totale gewichtspercentage van de onedele metalen gelijk is aan of groter is dan het totale gewichtspercentage van de overige elementen;

c. gesinterde mengsels van metaalpoeders, heterogene mengsels verkregen door samensmelten (andere dan cermets) en intermetallische verbindingen, worden eveneens als legeringen aangemerkt.

1
Toelichting IDR

Legeringen van onedele metalen moeten, overeenkomstig Aantekening 5 IDR op hoofdstuk 71 en Aantekening 5 IDR op deze afdeling, als volgt worden ingedeeld:

1. Legeringen van onedele metalen met edele metalen.

Deze legeringen worden als onedele metalen ingedeeld, indien zij minder dan 2 gewichtspercenten zilver, minder dan 2 gewichtspercenten goud en minder dan 2 gewichtspercenten platina bevatten. Andere legeringen van onedele metalen vallen onder hoofdstuk 71;

2. Legeringen van onedele metalen.

Legeringen van onedele metalen worden ingedeeld als legeringen van het metaal waarvan het gewichtspercentage dat van elk der overige metalen overtreft, met uitzondering echter van ferrolegeringen (zie de toelichting IDR op post 72.02) en toeslaglegeringen van koper (zie de toelichting IDR op post 74.05);

3. Legeringen van metalen die tot deze afdeling behoren, met niet-metalen of met metalen bedoeld bij post 28.05.

Deze legeringen worden ingedeeld als legeringen van onedele metalen overeenkomstig punt 2 hiervoor, indien het totale gewichtspercentage van de onedele metalen gelijk is aan of groter is dan het totale gewichtspercentage van de overige elementen. Indien zulks niet het geval is, worden deze legeringen in de regel onder post 38.24 ingedeeld;

4. Gesinterde mengsels, mengsels verkregen door samensmelten (andere dan cermets) en samenstellingen van intermetalen.

Gesinterde mengsels van metaalpoeders en metaalmengsels verkregen door samensmelten (andere dan cermets), worden eveneens als legeringen ingedeeld. Laatstgenoemde mengsels komen in het bijzonder voor als ingots van verschillende samenstelling, verkregen door omsmelting van metaalafvallen.

Niet-gesinterde mengsels van metaalpoeders worden ingedeeld overeenkomstig Aantekening 7 IDR op deze afdeling (regel betreffende de samengestelde artikelen).

Intermetallische verbindingen, bestaande uit twee of meer onedele metalen, worden eveneens als legeringen ingedeeld. Zij verschillen wezenlijk van de legeringen, doordat de rangschikking van de verschillende soorten atomen in hun kristalrooster regelmatig is, terwijl die bij legeringen onregelmatig is. Algemene opmerkingen, letter A.

3
EG-verordening

Een lege buis van zirkoniumlegering die aan beide uiteinden open is, met een lengte van ongeveer 4 m en een gewicht van ongeveer 0,5 kg, moet onder meer met toepassing van Aantekening 5 IDR op afdeling XV, onder post 81.09 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) 2020/516 in aant. 3 op post 81.09.
Noot. In de verordening is de samenstelling van de legering niet aangegeven.

Staven van wolfraamlegering, die zijn ontworpen om te worden aangepunt en gebruikt als laselektroden voor TIG-lassen (Tungsten Inert Gas) moeten onder meer met toepassing van Aantekening 5 a IDR op afdeling XV, onder post 81.01 worden ingedeeld. De staven worden niet alleen verkregen door sinteren; zij zijn niet voorzien van een deklaag en niet gevuld met vloeimiddelen. De staven zijn stomp (d.w.z. niet spits) aan de uiteinden en afzonderlijk met een kleur gemarkeerd. De kleurmarkering geeft het legeringselement en het wolfraamgehalte aan. De staven zijn in partijen verpakt.
De staven zijn ontworpen om te worden aangepunt en gebruikt als laselektroden voor TIG-lassen (Tungsten Inert Gas). Het doel van de elektrode tijdens dit lasprocedé is de boog tussen de elektrode en het werkstuk te vormen. De elektrode smelt tijdens het proces niet en wordt dus niet verbruikt. Zie Verordening (EU) 2021/600 in aant. 3 op post 81.01.

6.

6 (1; 3).

Waar in de nomenclatuur een onedel metaal met name is genoemd, slaat zulks – voor zover niet anders is bepaald – eveneens op de legeringen, die op grond van het bepaalde bij aantekening 5 hiervoor, als legeringen van dat metaal worden aangemerkt.

1
Toelichting IDR

Indien een metaal met name is genoemd in de hoofdstukken 72 tot en met 76 en 78 tot en met 81 of elders in de nomenclatuur, slaat deze benaming, overeenkomstig Aantekening 6 IDR op deze afdeling en voor zover uit de context niet het tegendeel blijkt (met name bij gelegeerd staal), eveneens op de legeringen van dat metaal. Voorts worden zowel in de hoofdstukken 82 en 83 als elders onder onedele metalen mede verstaan legeringen die als legeringen van onedele metalen moeten worden aangemerkt. Algemene opmerkingen, letter A.

3
EG-verordening

Een lege buis van zirkoniumlegering die aan beide uiteinden open is, met een lengte van ongeveer 4 m en een gewicht van ongeveer 0,5 kg, moet onder meer met toepassing van Aantekening 6 IDR op afdeling XV, onder post 81.09 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) 2020/516 in aant. 3 op post 81.09.

7.

7 (1).

Regels betreffende de samengestelde artikelen:

Voor zover in de tekst van de posten niet anders is bepaald, worden werken van onedel metaal (daaronder begrepen de werken van gemengde materialen die worden beschouwd als werken van onedel metaal op grond van de algemene interpretatieregels) die uit twee of meer onedele metalen zijn samengesteld, ingedeeld als werken van het metaal waarvan het gewichtspercentage dat van elk van de andere metalen overtreft.

Voor de toepassing van deze regel worden:

a. gietijzer, ijzer en staal als één metaal aangemerkt;

b. legeringen voor hun totaalgewicht geacht te bestaan uit het metaal, waarvan zij de indeling op grond van het bepaalde bij aantekening 3 hiervoor volgen;

c. cermets bedoeld bij post 81.13 aangemerkt als één enkel onedel metaal.

1
Toelichting IDR

Overeenkomstig Aantekening 7 IDR op deze afdeling, worden werken van onedel metaal die uit twee of meer onedele metalen zijn samengesteld ingedeeld als werken van het metaal, waarvan het gewichtspercentage dat van elk der andere metalen overtreft, voor zover elders niet anders is bepaald (zo worden bijvoorbeeld spijkers van ijzer of staal met koperen kop ingedeeld als spijkers van koper, ongeacht de verhouding van de samenstellende delen). Deze regel geldt eveneens ten aanzien van de werken die ten dele uit andere stoffen dan metalen bestaan, voor zover overeenkomstig de algemene bepalingen voor de toepassing van de nomenclatuur de werken hun wezenlijke karakter ontlenen aan het onedel metaal.

Voor de toepassing van deze regel worden:

1. gietijzer, ijzer en staal als één metaal aangemerkt;

2. legeringen voor hun totale gewicht geacht te bestaan uit het metaal, waarvan zij de indeling volgen. Messing (legering van koper en zink) wordt aldus aangemerkt als koper;

3. cermets van post 81.13 als één metaal aangemerkt. Algemene opmerkingen, letter B.

8.

8.

In deze afdeling worden aangemerkt als:

a. resten en afval (3; 4):

1. alle resten en afval van metaal;

2. werken van metaal die als zodanig definitief onbruikbaar zijn geworden door breuk, versnijden, slijtage of dergelijke;

b. poeder:
producten die voor 90 of meer gewichtspercenten door een zeef met een maaswijdte van 1 mm gaan.

1 en 2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Gedeeltelijk beschadigd en vervormd draad van niet-gelegeerd aluminium moet onder post 76.05 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 2147/2004, punt 1, in aant. 3 op post 76.05.

Rollen draad van aluminium, gedeeltelijk beschadigd en vervormd alvorens zij aan elke kant van de opening van de rol zijn afgeknipt met een hydraulische krokodillenschaar, moeten onder post 76.05 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 2147/2004, punt 2, in aant. 3 op post 76.05.

4
Jurisprudentie

Ingevoerd werden oude koperen walsrollen voor het bedrukken van behangselpapier of textiel. De motieven op deze rollen waren gedeeltelijk verwijderd, zodat zij als zodanig niet meer bruikbaar waren. In de factuur waren zij omschreven als ‘déchets de cuivre sous forme de vieux rouleaux d’impression non alliés et non chromés coupés’.

De TC overwoog:

dat het geschil de vraag betreft of de ingevoerde goederen in verband met het bepaalde bij Aantekening 8 IDR op afdeling XV van het tarief van invoerrechten, als ‘resten en afvallen van koper’ ingedeeld dienen te worden onder post 74.04;

dat uit voornoemde Aantekening blijkt, gelijk in de toelichtingen op de posten 74.04 en 72.04 in onderling verband bevestigd wordt, dat de onderwerpelijke goederen alleen ‘afvallen van metaal’ zijn, indien zij versleten zijn en geheel onbruikbaar geworden voor hun oorspronkelijk doel, tevens niet meer geschikt zijn voor hun oorspronkelijk doel, ook niet na herstelling en indien zij evenmin voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt;

dat indeling van de goederen wordt bepaald aan de hand van de aard van de goederen, niet aan de hand van hun subjectieve bestemming, dan wel hun omschrijving op de factuur of op het controlecertificaat;

dat gebruikte walsen als de onderwerpelijke niet worden verhandeld om voor hun oorspronkelijk doel te dienen, noch in deze staat, noch na herstelling, en dat deze walsen ook niet voor andere doeleinden worden gebruikt;

dat deze walsen maatschappelijk uitsluitend als ‘afval van metaal’ dienen voor het terugwinnen van het metaal, hetgeen de aard van de goederen bepaalt, ongeacht hun verschijningsvorm;

dat bovendien de inkoopprijs van de onderwerpelijke goederen een aanwijzing vormt dat hier sprake is van afval van koper.

Zij besliste, dat de ingevoerde rollen voldoen aan de in Aantekening 8 IDR op afdeling XV gestelde eisen van ‘afvallen van metaal’ en uit dien hoofde ingedeeld dienen te worden onder post 74.04. Zij kunnen niet meer als ‘gebruikte’ drukrollen voor machines voor het bedrukken van textiel of papier onder post 84.42 worden ingedeeld. TC 28 maart 1966, nr. 10 292 T (UTC 1966/64). OT.

Noot. In de toelichting IDR op post 72.04 – welke ook geldt voor afvallen van andere metalen dan ijzer – wordt gezegd, dat deze post onder meer betrekking heeft op versleten of gebroken werken, welke onbruikbaar geworden zijn voor hun oorspronkelijk doel. Deze omschrijving is dermate ruim dat daar in feite ieder ‘afgedankt’ goed onder is te brengen, bijvoorbeeld een locomotief. Zulks is echter niet de bedoeling. Een andere eis ten aanzien van afvallen gesteld, is namelijk dat de goederen ook niet voor andere doeleinden (dan het recupereren van het metaal of het daaruit winnen van chemicaliën) kunnen worden gebruikt. Om deze reden wordt een gebruikte machine die niet meer bruikbaar is voor het oorspronkelijk doel, niet als afval beschouwd. Bij de sloop zullen immers veelal nog goederen vrijkomen (raderen, bouten, buizen), die opnieuw als zodanig worden gebruikt. Uit het vorenstaande volgt dat het begrip afvallen met betrekking tot gebruikte goederen, beperkt moet worden uitgelegd. In de praktijk worden gebruikte goederen als regel dan ook slechts als afvallen aangemerkt, indien zij zodanig zijn gebroken (stukgeslagen, vernield) dat gebruik voor andere doeleinden praktisch niet meer mogelijk is. Naar het voorkomt, behoeft de onderwerpelijke beslissing niet tot de conclusie te leiden, dat de TC een ruimer begrip `afval’ voor ogen staat.

Door de TC werd koperdraad, afkomstig van oude kabels die op mechanische wijze van het bekledingsmateriaal waren ontdaan, als afval onder post 74.04 ingedeeld. De partij was op slordige wijze op haspels gerold, gevlekt en beschadigd. Belanghebbende was de mening toegedaan dat het product als afval onder post 74.04 moest worden ingedeeld, doch de inspecteur verdedigde indeling onder post 74.07. Er stond volgens hem niet vast dat van het koperdraad niet opnieuw kabels zouden kunnen worden gemaakt of dat omwalsing tot een ander product onmogelijk was.

De TC deelde het koperdraad echter als afval in onder post 74.04. Ingevolge het gestelde in Aantekening 8 a IDR op afdeling XV kunnen de goederen namelijk slechts onder post 74.04 worden ingedeeld indien komt vast te staan dat zij opnieuw als deel van een kabel of voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt, dan wel kunnen worden verwerkt tot andere artikelen. Belanghebbende had foto’s overgelegd waaruit de slechte staat, waarin het koperdraad zich ten tijde van de invoer bevond, bleek. Dat de goederen niettemin nog bruikbaar waren als deel van een kabel of voor verwerking tot andere artikelen, was door de inspecteur noch het laboratorium aannemelijk gemaakt. TC 30 december 1994, nr. 12 921 (UTC 1995/31).

Een product dat is ontstaan door het sinteren van molybdeenpoeder moet als ruw molybdeen worden aangemerkt. Bij het sinteren wordt het molybdeenpoeder verhit en ontstaat een zeer hard staafvormig materiaal (molybdeen). Voor zover dit materiaal van goede kwaliteit is, wordt het verwerkt tot halffabricaten en werken van molybdeen.

Bij het sinteren ontstaat ook molybdeen dat niet geschikt is voor een dergelijke verwerking. In de branche wordt dit ‘scrap’ genoemd. Het wordt gebruikt bij de productie van staallegeringen. In dit geval gaat het om (brokstukken van) scrap. Zie HR 8 februari 2013, nr. 11/02807, in aant. 4 op post 81.02.

9.

9

Voor de toepassing van de hoofdstukken 74 tot en met 76 en 78 tot en met 81, wordt verstaan onder:

a. staven

niet-opgerolde, massieve producten, gewalst, getrokken, geperst of gesmeed, met een over de gehele lengte gelijke dwarsdoorsnede in de vorm van een cirkel, een ovaal, een rechthoek, een vierkant, een gelijkzijdige driehoek of een regelmatige convexe veelhoek (daaronder begrepen ‘afgeplatte cirkels’ en ‘gewijzigde rechthoeken’, waarvan twee tegenover elkaar liggende zijden de vorm hebben van een convexe cirkelboog en de beide andere zijden recht, parallel en van gelijke lengte zijn). Producten met een rechthoekige, vierkante, driehoekige of veelhoekige dwarsdoorsnede mogen over de gehele lengte afgeronde hoeken hebben. Bij producten met een rechthoekige dwarsdoorsnede (‘gewijzigde rechthoeken’ daaronder begrepen) dient de dikte een tiende van de breedte te overtreffen. Als staven worden eveneens aangemerkt gegoten of gesinterde producten met dezelfde vormen en afmetingen, die verder zijn bewerkt dan enkel grof afgebraamd, voor zover bedoelde producten daardoor niet het karakter hebben verkregen van onder andere posten in te delen artikelen of werken.

Wire-bars en billets bedoeld bij hoofdstuk 74, waarvan de uiteinden zijn aangepunt of op een andere wijze zijn bewerkt, enkel om het inbrengen in de machines waarmee zij zullen worden verwerkt tot bijvoorbeeld walsdraad of buizen te vergemakkelijken, worden evenwel als ruw koper bedoeld bij post 74.03 aangemerkt. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op de producten bedoeld bij hoofdstuk 81;

b. profielen

gewalste, getrokken, geperste of gesmede producten, dan wel door buigen of vouwen verkregen producten, ook indien opgerold, met een over de gehele lengte gelijke dwarsdoorsnede, die niet beantwoorden aan de definities van staven, draad, platen, bladen, strippen, buizen of pijpen. Als profielen worden eveneens aangemerkt gegoten of gesinterde producten met dezelfde vormen, die verder zijn bewerkt dan enkel grof afgebraamd, voor zover bedoelde producten daardoor niet het karakter hebben verkregen van onder andere posten in te delen artikelen of werken;

c. draad

opgerolde, massieve producten, gewalst, getrokken, geperst of gesmeed, met een over de gehele lengte gelijke dwarsdoorsnede in de vorm van een cirkel, een ovaal, een rechthoek, een vierkant, een gelijkzijdige driehoek of een regelmatige convexe veelhoek (daaronder begrepen ‘afgeplatte cirkels’ en ‘gewijzigde rechthoeken’, waarvan twee tegenover elkaar liggende zijden de vorm hebben van een convexe cirkelboog en de beide andere zijden recht, parallel en van gelijke lengte zijn). Producten met een rechthoekige, vierkante, driehoekige of veelhoekige dwarsdoorsnede mogen over de gehele lengte afgeronde hoeken hebben. Bij producten met een rechthoekige dwarsdoorsnede (‘gewijzigde rechthoeken’ daaronder begrepen) dient de dikte een tiende van de breedte te overtreffen;

d. platen, bladen en strippen

massieve, platte producten (andere dan de ruwe producten), ook indien opgerold, met een rechthoekige dwarsdoorsnede (daaronder begrepen ‘gewijzigde rechthoeken’, waarvan twee tegenover elkaar liggende zijden de vorm hebben van een convexe cirkelboog en de beide andere zijden recht, parallel en van gelijke lengte zijn), ook indien met afgeronde hoeken, met gelijkblijvende dikte, en die:

- vierkant of rechthoekig zijn en waarvan de dikte een tiende van de breedte niet overtreft;

- anders dan vierkant of rechthoekig zijn, ongeacht de afmetingen, voor zover zij niet het karakter hebben van elders bedoelde artikelen of werken.

Onder de posten voor platen, bladen en strippen blijven ingedeeld platen, bladen en strippen, voorzien van motieven (bijvoorbeeld groeven, ribbels, wafels, ruiten, druppels), dan wel geperforeerd, gegolfd, gepolijst of bekleed, voor zover zij door deze bewerkingen niet het karakter hebben verkregen van elders bedoelde artikelen of werken;

e. buizen en pijpen

holle producten, ook indien opgerold, waarvan de over de gehele lengte gelijke dwarsdoorsnede, met slechts één omsloten holte, de vorm heeft van een cirkel, een ovaal, een rechthoek, een vierkant, een gelijkzijdige driehoek of een regelmatige convexe veelhoek, en waarvan de wanden overal van gelijke dikte zijn. Als buizen en pijpen worden eveneens aangemerkt, producten met een dwarsdoorsnede in de vorm van een vierkant, van een rechthoek, van een gelijkzijdige driehoek of van een regelmatige convexe veelhoek die over de gehele lengte afgeronde hoeken mogen hebben, voor zover de dwarsdoorsnede aan binnen- en buitenzijde concentrisch is en dezelfde vorm en dezelfde oriëntatie heeft. De buizen en pijpen met de hiervoor vermelde dwarsdoorsneden mogen zijn gepolijst, bekleed, gebogen, van schroefdraad voorzien, uitgeboord, van gaten voorzien, vernauwd of verwijd, taps toelopend gemaakt of van flenzen, kragen of ringen voorzien.


 

AANTEKENINGEN

 

1. Deze afdeling omvat niet:

 

a. verf, inkt en dergelijke producten, bereid met metaalpoeder of met metaalschilfers, alsmede stempelfoliën (posten 32.07 tot en met 32.10, 32.12, 32.13 en 32.15);

 

b. ferrocerium en andere vonkende legeringen (post 36.06);

 

c. hoofddeksels en delen daarvan, van metaal, bedoeld bij de posten 65.06 en 65.07;

 

d. geraamten van paraplu's en andere artikelen bedoeld bij post 66.03;

 

e. producten bedoeld bij hoofdstuk 71 (bij voorbeeld legeringen van edele metalen, onedele metalen geplateerd met edele metalen, fancybijouterieën);

 

f. artikelen bedoeld bij afdeling XVI (machines, toestellen en elektronisch materieel);

 

g. sporen (post 86.08) en andere artikelen bedoeld bij afdeling XVII (vervoermaterieel);

 

h. instrumenten en toestellen, bedoeld bij afdeling XVIII, veren voor uurwerken daaronder begrepen;

 

ij. hagel (post 93.06) en andere artikelen bedoeld bij afdeling XIX (wapens en munitie);

 

k. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 94 (bij voorbeeld meubelen, matrassen, lichtarmaturen en verlichtingstoestellen, lichtreclames, geprefabriceerde bouwwerken);

 

l. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 95 (bij voorbeeld speelgoed, spellen, sportartikelen);

 

m. handzeven, knopen, penhouders, vulpotloden, schrijfpennen, statieven met één, twee of drie poten en dergelijke artikelen, alsmede andere artikelen bedoeld bij hoofdstuk 96 (diverse werken);

 

n. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 97 (bij voorbeeld kunstvoorwerpen).

 

2. In de nomenclatuur worden als 'delen voor algemeen gebruik' aangemerkt:

 

a. artikelen bedoeld bij de posten 7307, 7312, 7315, 7317 en 7318, alsmede dergelijke artikelen van andere onedele metalen, andere dan artikelen speciaal ontworpen om uitsluitend te worden gebruikt als implantaten in de geneeskunde, de chirurgie, de tandheelkunde of de veeartsenijkunde (post 9021);

 

b. veren en veerbladen, van onedele metalen, andere dan veren voor uurwerken (post 91.14);

 

c. artikelen bedoeld bij de posten 83.01, 83.02, 83.08 en 83.10, alsmede lijsten en spiegels van onedel metaal bedoeld bij post 83.06.

 

Waar in de hoofdstukkken 73 tot en met 76 en 78 tot en met 82 (behalve in post 73.15) 'delen' worden genoemd, slaat zulks niet op 'delen voor algemeen gebruik' in bovenbedoelde zin.

 

Met inachtneming van het bepaalde bij het voorgaande lid en bij aantekening 1 op hoofdstuk 83, zijn de artikelen bedoeld bij de hoofdstukken 82 en 83 uitgezonderd van de hoofdstukken 72 tot en met 76 en 78 tot en met 81.

 

3. In de nomenclatuur worden als 'onedele metalen' aangemerkt : ijzer en staal, koper, nikkel, aluminium, lood, zink, tin, wolfraam, molybdeen, tantaal, magnesium, kobalt, bismut, cadmium, titaan, zirkonium, antimoon, mangaan, beryllium, chroom, germanium, vanadium, gallium, hafnium (celtium), indium, niobium (columbium), rhenium en thalium.

 

4. In de nomenclatuur worden als 'cermets' aangemerkt producten bevattende een microscopische, heterogene samenstelling van een metallische component en een keramische component. De term 'cermets' omvat eveneens hardmetalen (gesinterde metaalcarbiden), zijnde metaalcarbiden gesinterd met een metaal.

 

5. Regels betreffende de legeringen (andere dan ferrolegeringen en toeslaglegeringen, omschreven in de hoofdstukken 72 en 74):

 

a. legeringen van onedele metalen worden ingedeeld als legeringen van het metaal, waarvan het gewichtspercentage dat van elk der andere metalen van de legeringen overtreft;

 

b. legeringen van onedele metalen bedoeld bij afdeling XV met elementen niet bedoeld bij afdeling XV worden ingedeeld als legeringen van onedele metalen bedoeld bij afdeling XV, indien het totale gewichtspercentage van de onedele metalen gelijk is aan of groter is dan het totale gewichtspercentage van de overige elementen;

 

c. gesinterde mengsels van metaalpoeders, heterogene mengsels verkregen door samensmelten (andere dan cermets) en intermetallische verbindingen, worden eveneens als legeringen aangemerkt.

 

6. Waar in de nomenclatuur een onedel metaal met name is genoemd, slaats zulks - voorzover niet anders is bepaald - eveneens op de legeringen, die op grond van het bepaalde bij aantekening 3 hiervoor, als legeringen van dat metaal worden aangemerkt.

 

7. Regel betreffende de samengestelde artikelen:

 

Voorzover in de tekst van de posten niet anders is bepaald, worden werken van onedel metaal, die uit twee of meer onedele metalen samengesteld zijn, ingedeeld als werken van het metaal, waarvan het gewichtspercentage dat van elk der andere metalen overtreft. Hetzelfde geldt ten aanzien van de werken die moeten worden aangemerkt als werken van onedel metaal (daaronder begrepen de werken van gemengde materialen die worden beschouwd als werken van onedel metaal op grond van de algemene interpretatieregels) die uit twee of meer onedele metalen zijn samengesteld, ingedeeld als werken van het metaal waarvan het gewichtspercentage dat van elk van de andere metalen overtreft.

 

Voor de toepassing van die regel worden:

 

a. gietijzer, ijzer en staal als een en hetzelfde metaal aangemerkt;

 

b. legeringen voor hun totaalgewicht geacht te bestaan uit het metaal, waarvan zij de indeling op grond van het bepaalde bij aantekening 3 hiervoor volgen;

 

c. cermets bedoeld bij post 81.13 aangemerkt als een enkel onedel metaal.

 

8. In deze afdeling worden aangemerkt als:

 

a. resten en afval:

 

1) alle resten en afval van metaal;
2) werken van metaal die als zodanig definitief onbruikbaar zijn geworden door breuk, versnijden, slijtage of dergelijke.

 

b. poeder:

 

producten die voor 90 of meer gewichtspercenten door een zeef met een maaswijdte van 1 mm gaan.9. Voor de toepassing van de hoofdstukken 74 tot en met 76 en 78 tot en met 81, wordt verstaan onder:
a) staven
niet-opgerolde, massieve producten, gewalst, getrokken, geperst of gesmeed, met een over de gehele lengte gelijke dwarsdoorsnede in de vorm van een cirkel, een ovaal, een rechthoek, een vierkant, een gelijkzijdige driehoek of een regelmatige convexe veelhoek (daaronder begrepen 'afgeplatte cirkels' en 'gewijzigde rechthoeken', waarvan twee tegenover elkaar liggende zijden de vorm hebben van een convexe cirkelboog en de beide andere zijden recht, parallel en van gelijke lengte zijn). Producten met een rechthoekige, vierkante, driehoekige of veelhoekige dwarsdoorsnede mogen over de gehele lengte afgeronde hoeken hebben. Bij producten met een rechthoekige dwarsdoorsnede ('gewijzigde rechthoeken' daaronder begrepen) dient de dikte een tiende van de breedte te overtreffen. Als staven worden eveneens aangemerkt gegoten of gesinterde producten met dezelfde vormen en afmetingen, die verder zijn bewerkt dan enkel grof afgebraamd, voor zover bedoelde producten daardoor niet het karakter hebben verkregen van onder andere posten in te delen artikelen of werken.

Wire-bars en billets bedoeld bij hoofdstuk 74, waarvan de uiteinden zijn aangepunt of op een andere wijze zijn bewerkt, enkel om het inbrengen in de machines waarmee zij zullen worden verwerkt tot bijvoorbeeld walsdraad of buizen te vergemakkelijken, worden evenwel als ruw koper bedoeld bij post 7403 aangemerkt. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op de pro- ducten bedoeld bij hoofdstuk 81;
b) profielen

gewalste, getrokken, geperste of gesmede producten, dan wel door buigen of vouwen verkregen producten, ook indien opgerold, met een over de gehele lengte gelijke dwarsdoorsnede, die niet beantwoorden aan de definities van staven, draad, platen, bladen, strippen, buizen of pijpen. Als profielen worden eveneens aangemerkt gegoten of gesinterde producten met dezelfde vormen, die verder zijn bewerkt dan enkel grof afgebraamd, voor zover bedoelde producten daardoor niet het karakter hebben verkregen van onder andere posten in te delen artikelen of werken.
c) draad
opgerolde, massieve producten, gewalst, getrokken, geperst of gesmeed, met een over de gehele lengte gelijke dwarsdoorsnede in de vorm van een cirkel, een ovaal, een rechthoek, een vierkant, een gelijkzijdige driehoek of een regelmatige convexe veelhoek (daaronder begrepen 'afgeplatte cirkels' en 'gewijzigde rechthoeken', waarvan twee tegenover elkaar liggende zijden de vorm hebben van een convexe cirkelboog en de beide andere zijden recht, parallel en van gelijke lengte zijn). Producten met een rechthoekige, vierkante, driehoekige of veelhoekige dwarsdoorsnede mogen over de gehele lengte afgeronde hoeken hebben. Bij producten met een rechthoekige dwarsdoorsnede ('gewijzigde rechthoeken' daaronder begrepen) dient de dikte een tiende van de breedte te overtreffen.
d) platen, bladen en strippen
massieve, platte producten (andere dan de ruwe producten), ook indien opgerold, met een rechthoekige dwarsdoorsnede (daaronder begrepen 'gewijzigde rechthoeken', waarvan twee tegenover elkaar liggende zijden de vorm hebben van een convexe cirkelboog en de beide andere zijden recht, parallel en van gelijke lengte zijn), ook indien met afgeronde hoeken, met gelijkblijvende dikte, en die:
- vierkant of rechthoekig zijn en waarvan de dikte een tiende van de breedte niet overtreft;
- anders dan vierkant of rechthoekig zijn, ongeacht de afmetingen, voor zover zij niet het karakter hebben van elders bedoelde artikelen of werken.
Onder de posten voor platen, bladen en strippen blijven ingedeeld platen, bladen en strippen, voorzien van motieven (bijvoorbeeld groeven, ribbels, wafels, ruiten, druppels), dan wel geperforeerd, gegolfd, gepolijst of bekleed, voor zover zij door deze bewerkingen niet het karakter hebben verkregen van elders bedoelde artikelen of werken;
e) buizen en pijpen
holle producten, ook indien opgerold, waarvan de over de gehele lengte gelijke dwarsdoorsnede, met slechts één omsloten holte, de vorm heeft van een cirkel, een ovaal, een rechthoek, een vierkant, een gelijkzijdige driehoek of een regelmatige convexe veelhoek, en waarvan de wanden overal van gelijke dikte zijn. Als buizen en pijpen worden eveneens aangemerkt, producten met een dwarsdoorsnede in de vorm van een vierkant, van een rechthoek, van een gelijkzijdige driehoek of van een regelmatige convexe veelhoek die over de gehele lengte afgeronde hoeken mogen hebben, voor zover de dwarsdoorsnede aan binnen- en buitenzijde concentrisch is en dezelfde vorm en dezelfde oriëntatie heeft. De buizen en pijpen met de hiervoor vermelde dwars- doorsneden mogen zijn gepolijst, bekleed, gebogen, van schroefdraad voorzien, uitgeboord, van gaten voorzien, vernauwd of verwijd, taps toelopend gemaakt of van flenzen, kragen of ringen voorzien.