Hoofdstuk 87

Automobielen, tractors, rijwielen, motorrijwielen en andere voertuigen voor vervoer over land, alsmede delen en toebehoren daarvan

1
Toelichting IDR

Dit hoofdstuk omvat alle voertuigen voor vervoer over land, met uitzondering van rollend materieel voor spoor- en tramwegen en van bepaalde mobiele machines bedoeld bij afdeling XVI (zie voor laatstbedoelde uitzonderingen de toelichting IDR op de posten 87.01, 87.05 en 87.16).

Hieronder worden ingedeeld:

1. tractors (post 87.01);

2. automobielen voor personenvervoer (post 87.02 of 87.03), of voor goederenvervoer (post 87.04), en automobielen voor bijzondere doeleinden (post 87.05);

3. transportwagens met eigen beweegkracht, niet voorzien van een hefsysteem, van de soort die in fabrieken, opslagplaatsen, op haventerreinen of vliegvelden gebruikt worden voor het vervoer van goederen over korte afstanden en trekkers van de soort gebruikt voor het trekken van perronwagentjes (post 87.09);

4. gevechtswagens en pantserauto’s (post 87.10);

5. motorrijwielen en zijspanwagens; rijwielen en invalidenwagens, met of zonder motor (post 87.11 tot en met 87.13);

6. kinderwagens en dergelijke wagens voor het vervoer van kinderen (post 87.15);

7. aanhangwagens en opleggers, voor alle voertuigen, alsmede andere voertuigen zonder eigen beweegkracht, bestemd om met de hand te worden getrokken of te worden voortgeduwd, of te worden getrokken door dieren of door andere voertuigen (post 87.16).

Dit hoofdstuk omvat eveneens luchtkussenvoertuigen, bestemd voor voortbeweging over land of zowel over land als over water (bijvoorbeeld moerassen) (zie Aantekening 5 IDR op afdeling XVII).

De indeling van een motorvoertuig wordt niet beïnvloed door werkzaamheden die uitgevoerd worden nadat alle delen tot een compleet voertuig zijn geassembleerd, zoals: het aanbrengen van een voertuigidentificatienummer, het vullen van het remsysteem en het ontluchten van de remmen, het laden van het stuurbekrachtigingssysteem (stuurbekrachtiging) en de koel- en airconditionsystemen, het afstellen van koplampen, het uitlijnen van de wielen (uitlijnen) en het afstellen van de remmen. Dit omvat eveneens indeling door toepassing van algemene bepaling 2 a.

Voertuigen waaraan delen ontbreken of die niet zijn afgewerkt, al dan niet geassembleerd, worden ingedeeld als complete of afgewerkte voertuigen, mits zij daarvan de essentiële kenmerken vertonen (algemene bepaling 2 a voor de toepassing van de nomenclatuur). Dit geldt onder meer voor:

A. automobielen zonder wielen of banden en zonder accumulator;

B. automobielen zonder motor of waarvan het binnenwerk van de carrosserie niet is afgewerkt;

C. een rijwiel zonder zadel en banden.

Dit hoofdstuk omvat ook delen en toebehoren, die kunnen worden onderkend als zijnde uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd voor voertuigen bedoeld bij een der posten van hoofdstuk 87 en die niet zijn uitgezonderd door de Aantekeningen IDR op afdeling XVII (zie in het bijzonder de Aantekeningen 2 en 3 IDR, met de daaropgeplaatste aantekeningen).

Amfibievoertuigen met eigen beweegkracht blijven onder dit hoofdstuk ingedeeld. Daarentegen worden luchtvaartuigen die speciaal gebouwd zijn om tevens als voertuig op de grond te dienen, als luchtvaartuigen aangemerkt (post 88.02).

Van hoofdstuk 87 zijn eveneens uitgezonderd:

a. doorsneden van voertuigen en van delen daarvan, voor het geven van demonstraties, niet bruikbaar voor andere doeleinden (post 90.23);

b. speelwagens en ander speelgoed op wielen, waaronder kinderfietsen (andere dan gewone tweewielers) (post 95.03) (zie Aantekening 4 IDR op hoofdstuk 87);

c. materieel voor wintersport, bijvoorbeeld sleden en bobsleden (post 95.06);

d. voertuigen, speciaal ingericht voor draaimolens en kermisattracties (post 95.08). Algemene opmerkingen.

2
Toelichting EG

1. Onder ‘nieuwe voertuigen’ worden voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur verstaan: voertuigen die niet door de bevoegde autoriteiten zijn geregistreerd.

2. Onder ‘gebruikte voertuigen’ worden voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur verstaan: voertuigen die ten minste eenmaal door de bevoegde autoriteiten zijn geregistreerd. Algemene opmerkingen.

3
EG Verordening

Een onvolledig en niet-geassembleerd nieuw voertuig met vier wielen moet, onder meer met toepassing van algemene bepaling 2, onder post 87.04 worden ingedeeld. Alle onderdelen worden op dezelfde plaats en op hetzelfde ogenblik bij de douane aangeboden en aangegeven.

De radiator, ruiten, banden, accu, schokdempers, zitplaats en deurbekleding zijn niet aanwezig.

Het voertuig wordt ingedeeld onder post 87.04 aangezien het, zoals het wordt aangeboden, de essentiële kenmerken van een compleet of afgewerkt voertuig vertoont (algemene bepaling 2 a, eerste zin). Zie eveneens de algemene toelichting IDR bij hoofdstuk 87.

Het feit dat het voertuig in niet-geassembleerde staat wordt aangeboden, is niet van invloed op de indeling als een compleet of afgewerkt product (algemene bepaling 2 a, tweede zin). Zie Verordening (EG) nr. 2127/2005, in aant. 3 op post 87.04.

4
Jurisprudentie

Nieuwe voertuigen die tijdelijk worden geregistreerd om te worden getransporteerd naar de plek waar zij definitief worden geregistreerd, worden als ‘nieuwe voertuigen’ aangemerkt (EG). Statement 465e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.

5
Nadere verwijzing

Post 87.12 omvat eveneens niet-complete rijwielen die de essentiële kenmerken bezitten van complete rijwielen (algemene bepaling 2 a voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur).

Een niet-compleet rijwiel, al dan niet geassembleerd, dient te worden ingedeeld onder post 87.12 indien het bestaat uit een frame, een vork en ten minste twee van de volgende onderdelen:

- een paar wielen,

- een pedaalaandrijving (trapas en crank daaronder begrepen),

- een stuureenheid (stuur en voorbouw daaronder begrepen),

- een remsysteem. Toelichting EG op post 87.12.

Aantekeningen IDR

1. Voertuigen ontworpen om zich uitsluitend langs rails voort te bewegen, zijn van dit hoofdstuk uitgezonderd.

2.

2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden als ‘tractors (trekkers)’ aangemerkt, motorvoertuigen speciaal gemaakt om andere werktuigen, voertuigen of lasten te trekken of voort te duwen, ook indien zij voorzien zijn van een bergplaats of laadplaats van bijkomstige betekenis voor het vervoer van gereedschap, zaad, meststoffen, enz., mits dit vervoer verband houdt met het voornaamste gebruik van de tractor (3; 4).

Machines en werkgereedschappen ontworpen om als verwisselbare uitrustingsstukken aan tractors bedoeld bij post 87.01 te worden gekoppeld, blijven ingedeeld onder hun eigen posten, ook indien zij worden aangeboden met de tractor, ongeacht of zij daarop zijn gemonteerd of niet (6; 7).

1 en 2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Vierwielige terreinvoertuigen (ATV’s) onder meer voorzien van een trekhaak, moeten onder post 87.03 worden ingedeeld. Hoewel de voertuigen zijn uitgerust met een trekhaak, voldoen zij niet aan de voorwaarden van Aantekening 2 IDR op hoofdstuk 87. Zie Verordening (EG) nr. 883/94, punt 7, in aant. 3 op post 87.03.

Een geleed voertuig, ontworpen voor gebruik in het terrein, voor het vervoer van rondhout op moeilijk begaanbaar terrein en over boswegen, moet onder post 87.04 worden ingedeeld. Het voertuig voldoet niet aan de voorwaarden van Aantekening 2 IDR op hoofdstuk 87, omdat het niet is ontworpen om andere werktuigen, voertuigen of lasten te trekken of voort te duwen. Zie Verordening (EG) nr. 1386/2003, punt 3, in aant. 3 op post 87.04.

Een motorvoertuig, met een motor met vonkontsteking met een cilinderinhoud van 286 cm3, met een open cabine met een zitbank voor twee personen en een kantelbare laadbak moet onder post 87.04 worden ingedeeld. Het voertuig voldoet niet aan de voorwaarden van Aantekening 2 IDR op hoofdstuk 87, omdat het niet is ontworpen om andere werktuigen, voertuigen of lasten te trekken of voort te duwen. Zie Verordening (EG) nr. 1386/2003, punt 4, in aant. 3 op post 87.04.

Een motorvoertuig, aangedreven door een elektromotor, met een open cabine met een zitbank voor twee personen en een kantelbare laadbak moet onder post 87.04 worden ingedeeld. Het voertuig voldoet niet aan de voorwaarden van Aantekening 2 IDR op hoofdstuk 87, omdat het niet is ontworpen om andere werktuigen, voertuigen of lasten te trekken of voort te duwen. Zie Verordening (EG) nr. 1386/2003, punt 5, in aant. 3 op post 87.04.

4
Jurisprudentie

All Terrain Vehicles (ATV’s) van de typen KLF 300 B en KLF 300 C 4×4 werden door de TC onder post 87.01 ingedeeld. Deze voertuigen hebben in hoofdzaak een duw- en trekfunctie voor moeilijk begaanbare landbouwterreinen en bossen. Aan deze hoofdfunctie ontlenen de goederen hun karakter. Verordening (EG) 883/94, punt 7, waarbij ATV’s onder post 87.03 werden ingedeeld, heeft niet specifiek betrekking op goederen als de onderhavige. Zie TC 10 maart 1995, nr. 13 013, in aant. 4 op post 87.01.

Terminaltrekkers zijn ontworpen en bestemd om trailers (opleggers) te verplaatsen en moeten, met toepassing van algemene bepaling 1 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, onder post 87.01 worden ingedeeld. Zie DK 21 mei 2002, nr. 0099/90 228 TC, in aant. 4 op post 87.01.

Nieuwe, vierwielige terreinvoertuigen uitgerust met één zitplaats, met een besturing van het ackerman-type welke door middel van handgrepen wordt bediend, met een trekoog, en met zodanige technische kenmerken dat zij ten minste twee keer hun eigen gewicht kunnen verplaatsen, moeten onder onderverdeling 8701 9110 of 8701 9210 (naar gelang het motorvermogen) worden ingedeeld. Het Hof overwoog onder meer dat post 87.03 dergelijke voertuigen niet omvat. HvJ 27 april 2006, nr. C-15/05 (PbEU 2006, nr. C 143 en IUN 2006/398).

Zie eveneens de noot op deze uitspraak in aant. 4 op post 87.01.

Een niet op de openbare weg te gebruiken motorvoertuig met zes wielen (2 voorwielen en 4 achterwielen) op twee assen, met een 138 pk (103 kW) dieselmotor en een maximum snelheid van 40 km/uur, speciaal ontworpen om opleggers te trekken moet onder post 87.01 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 8701.94/1 op post 87.01 in aant. 4 op die post.

Een niet op de openbare weg te gebruiken motorvoertuig met zes wielen (2 voorwielen en 4 achterwielen) op twee assen, met een 160 pk (119 kW) dieselmotor en een maximum snelheid van 40 km/uur, speciaal ontworpen om opleggers te trekken moet onder post 87.01 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 8701.94/2 op post 87.01 in aant. 4 op die post.

Een voertuig met vier wielen met een door een batterij aangedreven elektrische motor (acht 6-volt batterijen) met een vermogen van 3,7 pk moet onder post 87.03 worden ingedeeld. Het is bedoeld voor gebruik als een gebruiksvoertuig op locaties (camping of recreatieterreinen, pretparken, hotels, industriële terreinen) die voor het wegverkeer ongeschikt zijn. Zie tarifering IDR 8703.10/2 op post 87.03 in aant. 4 op die post.

Een voertuig met vier wielen, met een 351 cm3 eencilinder verbrandingsmotor met een vermogen van 11,5 pk, moet onder post 87.03 worden ingedeeld. Het is bedoeld voor gebruik als een gebruiksvoertuig op locaties (camping of recreatieterreinen, pretparken, hotels, industriële terreinen) die voor het wegverkeer ongeschikt zijn. Zie tarifering IDR 8703.10/3 op post 87.03 in aant. 4 op die post.

 

5
Gereserveerd
6
EG Verordening

Van een gazonmaaimachine bestaande uit een kleine tractor en een snijinrichting, moet de kleine tractor onder post 87.01 en de snijinrichting onder post 84.33 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 902/96, punt 3, in aant. 3 op post 87.01.

7
Jurisprudentie

Eenassige trekkers (motoculteurs) aangeboden in een gezamenlijke verpakking met 4-4 bladen (2+2) en een cirkelvormig blad voor droge aarde, moeten onder post 87.01 worden ingedeeld. De werktuigen worden onder post 84.32 ingedeeld. Zie tarifering IDR 8701.10/1 op post 87.01 in aant 4 op die post.

3.

3 (3; 4). Chassis met cabine, voor automobielen, worden ingedeeld onder een der posten 87.02 tot en met 87.04 en niet onder post 87.06.

1 en 2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Een zogenaamd kraanauto-onderstel moet onder post 87.04 worden ingedeeld. Het voertuig kan niet onder post 87.05 worden ingedeeld, aangezien het niet is voorzien van een draaikrans en evenmin kan worden aangemerkt als een ander automobiel voor bijzondere doeleinden. Zie Verordening (EG) nr. 883/94, punt 8, in aant. 3 op post 87.04.

Een nieuw driewielig motorvoertuig met een motor met zelfontsteking en een maximaal toegelaten gewicht van meer dan 20 ton, moet onder meer met toepassing van Aantekening 3 IDR op hoofdstuk 87, onder post 87.04 worden ingedeeld. Het voertuig bestaat uit een motorchassis waarop een cabine is gemonteerd. Het voertuig wordt aangeboden zonder dat het is voorzien van mogelijkheden tot transport of van landbouwwerktuigen. Zie Verordening (EG) nr. 166/2007, punt 4, in aant. 3 op post 87.04.

4
Jurisprudentie

Een Terra Gator 2004, zijnde een basismachine (motor, chauffeurscabine en chassis) met dieselmotor, moet onder post 87.04 worden ingedeeld. Zie TC 29 december 1993, nr. 12 889 in aant. 4 op post 87.04.

4.

4. Post 87.12 omvat onder meer alle tweewielige kinderfietsen. Andere kinderfietsen worden ingedeeld onder post 95.03.

Aanvullende aantekening IDR

1. Onderverdeling 8708.22 omvat:

a. voorruiten, achterruiten en andere ruiten, omlijst,

b. voorruiten, achterruiten en andere ruiten, ook indien omlijst, voorzien van verwarmingselementen of andere elektrische of elektronische voorzieningen,

waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor de motorvoertuigen bedoeld bij de posten 87.01 tot en met 87.05.

 

 

 

 

 

 

 


AUTOMOBIELEN, TRACTORS, RIJWIELEN, MOTORRIJWIELEN EN ANDERE VOERTUIGEN VOOR VERVOER OVER LAND, ALSMEDE DELEN EN TOEBEHOREN DAARVAN

 

 

AANTEKENINGEN

 

1. Voertuigen ontworpen om zich uitsluitend langs rails voort te bewegen, zijn van dit hoofdstuk uitgezonderd.

 

2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden als 'tractors (trekkers)' aangemerkt, motorvoertuigen speciaal gemaakt om andere werktuigen, voertuigen of lasten te trekken of voort te duwen, ook indien zij voorzien zijn van een bergplaats of laadplaats van bijkomstige betekenis voor het vervoer van gereedschap, zaad, meststoffen, enz., mits dit vervoer verband houdt met het voornaamste gebruik van de tractor.

 

Machines en werkgereedschappen ontworpen om als verwisselbare uitrustingsstukken aan tractors bedoeld bij post 87.01 te worden gekoppeld, blijven ingedeeld onder hun eigen posten, ook indien zij worden aangeboden met de tractor, ongeacht of zij daarop zijn gemonteerd of niet.

 

3. Chassis met cabine, voor automobielen, worden ingedeeld onder een der posten 87.02 tot en met 87.04 en niet onder post 87.06.

 

4. Post 87.12 omvat onder meer alle tweewielige kinderfietsen. Andere kinderfietsen worden ingedeeld onder post 95.03.

 Aanvullende aantekening
1. Onderverdeling 8708 22 omvat:
a) voorruiten, achterruiten en andere ruiten, omlijst,
b) voorruiten, achterruiten en andere ruiten, ook indien omlijst, voorzien van verwarmingselementen of andere elektrische of elektronische voorzieningen,
waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor de motorvoertuigen bedoeld bij de posten 8701 tot en met 8705.

1
Toelichting IDR

I. Algemene reikwijdte van de afdeling

Deze afdeling omvat rollend materieel voor spoor- en tramwegen en voor luchtkussentreinen met geleidebanen (hoofdstuk 86), automobielen en andere voertuigen voor vervoer over land met inbegrip van luchtkussenvervoermiddelen (hoofdstuk 87), toestellen voor de lucht- en ruimtevaart (hoofdstuk 88), schepen, luchtkussenvaartuigen en ander drijvend materiaal (hoofdstuk 89), echter met uitzondering van:

a. bepaalde mobiele toestellen en machines (zie onder II hierna);

b. modellen bestemd voor het geven van demonstraties, bedoeld bij post 90.23;

c. speelgoed, bepaalde artikelen voor de wintersport en speciaal ingerichte voertuigen voor kermisattracties, zoals kinderfietsjes (andere dan gewone fietsen), pedaalauto’s, speelgoedboten en speelgoedvliegtuigen (post 95.03), sleden, bobsleden en dergelijke (post 95.06) en autoscooters (post 95.08).

Naast de eigenlijke voertuigen omvat deze afdeling ook de artikelen die in de tekst van bepaalde posten zijn genoemd, zoals containers en dergelijke laadkisten, vast materieel voor spoor- en tramwegen en mechanische (inbegrepen de elektromechanische) signaaltoestellen (hoofdstuk 86), valschermen, de toestellen en inrichtingen voor het lanceren en landen van luchtvaartuigen en dergelijke, evenals de toestellen voor vliegoefeningen op de grond (hoofdstuk 88).

Met inachtneming van de in aant. 1 op de Aantekeningen 2 en 3 IDR vermelde uitzonderingen, heeft deze afdeling ook betrekking op delen en toebehoren van voertuigen of van andere artikelen, voor zover deze voertuigen en artikelen genoemd of begrepen zijn onder de hoofdstukken 86 tot en met 88.

II. Machines met eigen beweegkracht en andere mobiele machines

Machines, toestellen en apparaten, en met name degene die onder afdeling XVI worden ingedeeld, zijn veelal gemonteerd op een onderstel van een voertuig of op drijvend materieel bedoeld bij afdeling XVII. De indeling van het aldus verkregen geheel is afhankelijk van verschillende factoren en in het bijzonder van de aard van het gebezigde onderstel.

Onder hoofdstuk 89 vallen bijvoorbeeld mobiele machines, al dan niet met eigen beweegkracht, bestaande uit een op drijvend materieel gemonteerde machine of toestel (drijvende bokken, drijvende kranen, drijvende graanelevators, enz.). Voor de mobiele machines en toestellen, bestaande uit een arbeidsmachine die gemonteerd is op een spoorwagen of op een ander vervoermiddel wordt verwezen naar de toelichtingen IDR op de posten 86.04, 87.01, 87.05, 87.09 en 87.16. Algemene opmerkingen, sub I en II.

1. Aantekeningen IDR

1 (1; 3; 4). Deze afdeling omvat niet de artikelen bedoeld bij de posten 95.03 en 95.08 en evenmin priksleden, bobsleden, tobogans en dergelijke (post 95.06).

1
Toelichting IDR

Onder de afdeling vallen niet:

a. bepaalde mobiele toestellen en machines (zie aant. 1 op het opschrift van afdeling XVII);

b. modellen bestemd voor het geven van demonstraties, bedoeld bij post 90.23;

c. speelgoed, bepaalde artikelen voor de wintersport en speciaal ingerichte voertuigen voor kermisattracties, zoals kinderfietsjes (andere dan gewone fietsen), pedaalauto’s, speelgoedboten en speelgoedvliegtuigen (post 95.03), sleden, bobsleden en dergelijke (post 95.06) en autoscooters (post 95.08). Algemene opmerkingen, sub I.

2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Vliegers in de vorm van een rechthoekige parachute, zonder geraamte, moeten onder post 95.03 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 442/2000, punt 4, in aant. 3 op post 95.03.

Een bepaalde inklapbare step moet onder post 95.03 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 687/2002, punt 3, in aant. 3 op post 95.03.

4
Jurisprudentie

Een opblaasbare boot van vinyl, die in opgeblazen vorm enige gelijkenis vertoont met een auto van het type ‘Cadillac’, moet onder post 95.03 worden ingedeeld. Zie TC 10 juni 1991, nr. 12 646, in aant. 4 op post 95.03.

Een tweewielig voertuig (vouwstep) moet onder post 95.03 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 9503.00/3 op post 95.03 in aant. 4 op die post.

2.

2 (1). Als ‘delen’ en als ‘delen en toebehoren’ worden niet aangemerkt de navolgende artikelen, ook indien zij kennelijk voor vervoermaterieel bestemd zijn:

a. pakking, sluitringen en dergelijke artikelen, ongeacht de stof waarvan zij zijn vervaardigd (in te delen als werken van de stof waarvan zij zijn vervaardigd of onder post 84.84) en andere artikelen van niet-geharde gevulkaniseerde rubber (post 40.16) (3; 4);

b. delen voor algemeen gebruik in de zin van aantekening 2 op afdeling XV, van onedel metaal (afdeling XV) en dergelijke artikelen van kunststof (hoofdstuk 39) (5);

c. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 82 (gereedschap);

d. artikelen bedoeld bij post 83.06;

e. machines, apparaten en toestellen, bedoeld bij de posten 84.01 tot en met 84.79, alsmede delen daarvan, andere dan de radiatoren voor de artikelen van deze afdeling; artikelen bedoeld bij posten 84.81 en 84.82, alsmede, voor zover het integrerende motordelen zijn, artikelen bedoeld bij post 84.83 (3);

f. elektrische machines, apparaten en uitrustingsstukken (hoofdstuk 85)(3);

g. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 90 (10);

h. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 91;

ij. wapens (hoofdstuk 93);

k. lichtarmaturen en verlichtingstoestellen en delen daarvan, bedoeld bij post 9405;

l. borstels die delen van voertuigen zijn (post 96.03).

1
Toelichting IDR

Onder de desbetreffende posten van deze afdeling worden niet ingedeeld – ook indien zij kennelijk bestemd zijn voor vervoermiddelen – delen en toebehoren, die bestaan uit:

1. pakking en dergelijke artikelen, ongeacht de grondstof (leder, rubber, karton, enz.), die worden ingedeeld als werken van stof waarvan zij zijn vervaardigd of onder post 84.84, evenals de andere artikelen van niet-geharde gevulkaniseerde rubber (bijvoorbeeld spatlappen en pedaalovertrekken) (post 40.16);

2. delen en toebehoren voor algemeen gebruik, zoals omschreven in Aantekening 2 IDR op afdeling XV, bijvoorbeeld kabels en kettingen (ook indien op lengte gesneden en voorzien van eindstukken, andere dan remkabels, gaskabels en dergelijke kabels geschikt voor gebruik in voertuigen bedoeld bij hoofdstuk 87), bouten en moeren, schroeven, sluitringen, splitpennen en splitbouten, spieën, veren en veerbladen, van onedele metalen (hoofdstukken 73 tot en met 76 en 78 tot en met 81) en soortgelijke artikelen van kunststof (hoofdstuk 39), sloten, garnituren en beslag, voor carrosserieën (bijvoorbeeld sierlijst in afgepaste en gevormde stukken voor carrosserieën, handvatten en scharnieren voor portieren, leuningen, voetsteunen, opvouwbare geraamten voor huiven en kappen, raamopeners), nummerplaten, nationaliteitsplaten, enz. (van onedele metalen, hoofdstuk 83; soortgelijke artikelen van kunststof, hoofdstuk 39);

3. moersleutels, schroefsleutels en ander gereedschap bedoeld bij hoofdstuk 82;

4. fietsbellen en andere artikelen, bedoeld bij post 83.06;

5. machines en toestellen die ingedeeld worden onder de posten 84.01 tot en met 84.79, alsmede delen daarvan, zoals:

a. stoomgeneratoren en hulptoestellen daarvoor (post 84.02 of 84.04);

b. gasgeneratoren, bijvoorbeeld voor automobielen (post 84.05);

c. stoomturbines (post 84.06);

d. motoren van alle soorten, ook indien voorzien van versnellingsmechanisme, en delen daarvan (posten 84.07 tot en met 84.12);

e. pompen, compressors en ventilatoren (post 84.13 of 84.14);

f. machines en apparaten voor de regeling van het klimaat in besloten ruimten (post 84.15);

g. mechanische toestellen voor het spuiten, verstuiven of verspreiden van vloeistoffen of poeder, alsmede blusapparaten (post 84.24);

h. hef-, hijs-, laad- en losmachines en -toestellen, alsmede machines en toestellen voor het hanteren van goederen (bijvoorbeeld takels, dommekrachten, dirkkranen), machines en toestellen voor het afgraven, egaliseren, schrapen, delven of boren van of in grond, mineralen of ertsen (post 84.25, 84.26, 84.28, 84.30 of 84.31);

ij. landbouwmachines en landbouwwerktuigen bedoeld bij post 84.32 of 84.33 (eggen, zaaimachines en andere landbouwuitrusting), ontworpen om op een voertuig te worden gemonteerd;

k. machines en toestellen, bedoeld bij post 84.74;

l. ruitenwissers met motor, bedoeld bij post 84.79;

6. andere artikelen van hoofdstuk 84, zoals:

a. kranen en dergelijke artikelen, bijvoorbeeld aftapkranen voor radiators, ventielen voor binnenbanden, enz. (post 84.81);

b. kogellagers, naaldlagers, rollagers en dergelijke lagers (post 84.82);

c. aandrijf- en overbrengingsorganen die intrinsieke delen van motoren zijn (bijvoorbeeld krukassen, nokkenassen, vliegwielen) bedoeld bij post 84.83;

7. elektrische machines en apparaten, alsmede elektrische uitrustingsstukken en toebehoren bedoeld bij hoofdstuk 85, zoals:

a. elektromotoren, elektrogeneratoren, transformatoren, enz. bedoeld bij post 85.01 of 85.04;

b. elektromagneten, elektromagnetische koppelingen, remmen, enz., bedoeld bij post 85.05;

c. elektrische accumulatoren (post 85.07);

d. elektrische ontstekings- en starttoestellen voor vonkontstekings- en compressieontstekingsmotoren en andere apparaten en toestellen bedoeld bij post 85.11;

e. elektrische verlichtingstoestellen of elektrische signaal- en waarschuwingstoestellen, elektrische ruitenwissers en elektrische toestellen om ijsafzetting op of het beslaan van ruiten tegen te gaan, voor rijwielen of motorvoertuigen (post 85.12), alsmede elektrische toestellen voor hoorbare of zichtbare signalen (post 85.31) en elektrische toestellen om ijsafzetting op of het beslaan van ruiten tegen te gaan, voor vliegtoestellen, rollend spoorwegmaterieel, vaartuigen en andere voertuigen dan rijwielen en motorvoertuigen (post 85.43);

f. elektrische verwarmingstoestellen voor automobielen, spoorwagens, vliegtoestellen, enz. (post 85.16);

g. microfoons, luidsprekers en laagfrequentversterkers (post 85.18);

h. zend- en ontvangtoestellen voor radiotelefonie, radiotelegrafie, radio-omroep, enz., bedoeld bij post 85.25 of 85.27;

ij. elektrische condensatoren (post 85.32);

k. zekeringen, schakelaars, stroomafnemers en andere stroomverzamelaars voor aandrijvingsmaterieel, alsmede andere apparaten en toestellen bedoeld bij post 85.35 of 85.36;

l. lampen voor elektrische verlichting, met inbegrip van ‘sealed beam’-lampen (post 85.39);

m. andere elektrische uitrustingsstukken, zoals geïsoleerd draad en kabel (kabelbundels daaronder begrepen) en werkstukken van grafiet of van andere koolstof voor elektrisch gebruik, ook indien voorzien van verbindingsstukken, isolatoren en isolerende werkstukken (posten 85.44 tot en met 85.48);

8. instrumenten, apparaten en toestellen bedoeld bij hoofdstuk 90, en in het bijzonder die, gebruikt voor de uitrusting van bepaalde voertuigen, zoals:

a. apparaten voor de fotografie of de cinematografie (post 90.06 of 90.07);

b. instrumenten, apparaten en toestellen voor de navigatie (post 90.14);

c. instrumenten, apparaten en toestellen voor de geneeskunde, de chirurgie, de tandheelkunde of voor de veeartsenijkunde (post 90.18);

d. röntgentoestellen en andere apparaten en toestellen van post 90.22;

e. manometers (post 90.26);

f. toerentellers, taximeters, snelheidsmeters, tachometers en andere apparaten en toestellen van post 90.29;

g. meet- of verificatie-instrumenten, -apparaten, -toestellen en -machines (post 90.31);

9. uurwerken, met name klokjes voor instrumentenborden (hoofdstuk 91);

10. wapens (hoofdstuk 93);

11. verlichtingstoestellen en delen daarvan (bijvoorbeeld seinlichten voor luchtvaartuigen of koplampen voor treinen) van post 94.05;

12. borstels voor de uitrusting van veegwagens (post 96.03). Algemene opmerkingen, sub III A.

2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Aandrijfrupsbanden van gevulkaniseerde rubber, versterkt met dwarsstukken van metaal en met staaldraad, moeten onder post 40.16 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 442/2000, punt 1, in aant. 3 op post 40.16.

Een lcd-kleurenmodule moet met toepassing van Aantekening 2 f IDR op afdeling XVII onder post 85.29 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 274/2013 in aant. 3 op post 85.29.

Een zogenoemde body control module moet onder post 85.37 worden ingedeeld. Het betreft een elektronische besturingseenheid voor een werkspanning van niet meer dan 1000 V, bedoeld als deel van het elektronische besturingssysteem van een motorvoertuig, met afmetingen van circa 16 × 13 × 3 cm en omvattende:
- een besturingstoestel met een programmeerbaar geheugen met actieve en passieve componenten, bijvoorbeeld transistors, dioden, een processor, weerstanden, condensatoren en smoorspoelen,
- een ingebouwde ontvanger en een antenne die eraan is bevestigd.

De eenheid ontvangt signalen van manueel bediende knoppen en van sensoren (bijvoorbeeld regensensoren en fotosensoren), verwerkt deze en stuurt vervolgens verschillende toestellen in het voertuig aan, bijvoorbeeld de ruitenwissers, de ruitverwarming, de binnenverlichting, de voor- en achtermistlampen, de dagrijlichten. Zij stuurt ook de activering van signaleringssystemen aan, bijvoorbeeld verklikkers voor veiligheidsgordels en waarschuwingen voor te hoge snelheid.

Zij ontvangt signalen van de sleutel met afstandsbediening waardoor de deuren van het voertuig vergrendeld of ontgrendeld kunnen worden.

Indeling onder hoodfstuk 87 is uitgesloten vanwege het bepaalde in Aantekening 2 f IDR op afdeling XVII. Zie Verordening (EU) nr. 704/2013, punt 1, in aant. 3 op post 85.37.

Een zogenoemde automatische transmissie (ATM), zijnde een elektronische besturingseenheid voor een werkspanning van niet meer dan 1000 V, bedoeld als deel van het elektronische besturingssysteem van een motorvoertuig, met afmetingen van circa 8 × 6 × 3 cm, moet onder post 85.37 worden ingedeeld.

Zij omvat een besturingstoestel met actieve en passieve componenten, bijvoorbeeld transistors, dioden, een processor, weerstanden, condensatoren en smoorspoelen. Het besturingstoestel is niet programmeerbaar.

De eenheid ontvangt signalen van sensoren die de positie van de versnellingshendel registreren, verwerkt deze en stuurt vervolgens het schakelen van de automatische transmissie van het motorvoertuig naar de passende versnelling aan.

Indeling onder hoofdstuk 87 is uitgesloten vanwege het bepaalde in Aantekening 2 f IDR op afdeling XVII. Zie Verordening (EU) nr. 704/2013, punt 2, in aant. 3 op post 85.37.

Een zogenoemde smart key moet onder post 85.37 worden ingedeeld. Het betreft een elektronische besturingseenheid voor een werkspanning van niet meer dan 1000 V, bedoeld als deel van het elektronische besturingssysteem van een motorvoertuig, met afmetingen van circa 15 × 12 × 4 cm en omvattende:
- een besturingstoestel met een programmeerbaar geheugen met actieve en passieve componenten, bijvoorbeeld transistors, dioden, een processor, weerstanden, condensatoren en smoorspoelen,
- een ingebouwde ontvanger voor transpondercommunicatie (plaatsbepaling van de sleutel) tussen de sleutel en de eenheid.

De eenheid is verbonden met de antennes waarmee het voertuig is uitgerust en waardoor kan worden gedetecteerd of de sleutel zich in de nabijheid van het voertuig bevindt.

De eenheid ontvangt signalen van manueel bediende knoppen en van de antennes, verwerkt deze en stuurt vervolgens toestellen aan, bijvoorbeeld voor het vergrendelen of ontgrendelen van de voertuigdeuren of het starten van de motor. Zij stuurt ook de activering van signaleringssystemen aan, bijvoorbeeld de bedieningsfuncties voor een sleutelloze toegang, inclusief een akoestische waarschuwing wanneer de elektronische sleutel het voertuig heeft verlaten.

Indeling onder hoofdstuk 87 is uitgesloten vanwege het bepaalde in Aantekening 2 f IDR op afdeling XVII. Zie Verordening (EU) nr. 704/2013, punt 3, in aant. 3 op post 85.37.

Een radiator voor een motorvoertuig, uitgerust met koelribben en aan één zijde twee aansluitingen, een inlaat en een uitlaat, voor koelvloeistof, moet onder post 87.08 worden ingedeeld. 

Dit kubusvormige, van een aluminiumlegering vervaardigd artikel heeft afmetingen van ongeveer 370 × 194 × 42 mm en is ontworpen om in het koelsysteem van de motor te worden geplaatst (in het zogenaamde kleine koelcircuit) onder het dashboard van motorvoertuigen met zuigermotoren van de posten 87.01 tot en met 87.05.

Het artikel draagt de warmte die wordt opgenomen door de koelvloeistof (afkomstig van de motor van het voertuig) over aan de lucht. De verwarmde lucht wordt vervolgens naar de binnencabine van het voertuig gevoerd door middel van bijkomende toestellen, die niet samen met het artikel worden aangeboden. Het artikel stelt verder de motor in staat tijdens de opwarmfase zijn optimale bedrijfstemperatuur te bereiken

Het artikel vervult de functie van radiator voor artikelen bedoeld bij afdeling XVII (zie onder meer Aantekening 2 e IDR op afdeling XVII). Zie Verordening (EU) 2020/956 in aant. 3 op post 87.08.

 

4
Jurisprudentie

Rubberen remkoppen voor automobielen, van niet-geharde gevulkaniseerde rubber moeten onder post 40.16 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 4016.93/2 op post 40.16 in aant. 4 op die post.

5
Jurisprudentie

IJzeren crankspieën voor rijwielen moeten onder post 73.18 worden ingedeeld. Zie TC 11 april 1961, nr. 8414 T, in aant. 4 op post 73.18.

Expanders van ijzer voor rijwielsturen moeten onder post 73.18 worden ingedeeld. Zie TC 21 januari 1964, nr. 9624 T, in aant. 4 op post 73.18.

10
Jurisprudentie

Een zogenoemd moederbord (gedrukte schakeling) voor instrumentenpaneel van een voertuig moet onder meer met toepassing van Aantekening 2 IDR op afdeling XVII, onder post 90.29 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 9029.90/1 op post 90.29 in aant. 4 op die post.

3.

3 (1; 3; 4). Als ‘delen’ en ‘toebehoren’ in de zin van de hoofdstukken 86 tot en met 88 worden niet aangemerkt: delen en toebehoren waarvan niet kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor voertuigen of voor artikelen bedoeld bij afdeling XVII. Indien een deel of een toebehoren beantwoordt aan de omschrijving van twee of meer posten van deze afdeling, moet het worden ingedeeld onder de post waarvan de omschrijving aansluit bij het voornaamste gebruik waarvoor dat deel of dat toebehoren zal dienen.

1
Toelichting IDR

Opgemerkt wordt dat delen (andere dan scheepsrompen) en toebehoren voor schepen en drijvend materieel niet worden ingedeeld onder hoofdstuk 89. Bijgevolg worden deze delen en toebehoren elders ingedeeld naar hun aard en samenstelling, zelfs indien als dusdanig herkenbaar. In alle andere hoofdstukken van deze afdeling worden delen en toebehoren van voertuigen, enz. onder hetzelfde hoofdstuk ingedeeld.

Om onder de desbetreffende posten van de hoofdstukken 86 tot en met 88 te kunnen worden ingedeeld, moeten delen en toebehoren aan de drie volgende voorwaarden voldoen:

a. niet zijn uitgezonderd door Aantekening 2 IDR op afdeling XVII (zie die Aantekening met de daarop geplaatste aant.);

b. kunnen worden onderkend, als uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd voor de artikelen bedoeld bij een der posten van de hoofdstukken 86 tot en met 88;

c. niet zijn bedoeld onder posten met een meer specifieke omschrijving elders in de nomenclatuur. Algemene opmerkingen, sub III, aanhef.

Begrip ‘uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd voor’

1. Delen en toebehoren, die zowel onder afdeling XVII als onder andere afdelingen kunnen worden ingedeeld.

Aantekening 3 IDR op deze afdeling bepaalt dat delen en toebehoren, die niet uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor voertuigen van de hoofdstukken 86 tot en met 88, van deze hoofdstukken zijn uitgezonderd.

Op grond van deze Aantekening IDR wordt de indeling van delen en toebehoren, die zowel onder afdeling XVII als onder andere afdelingen kunnen vallen, bepaald door het gebruik dat daarvan in hoofdzaak wordt gemaakt. Zo worden bijvoorbeeld stuurinrichtingen, reminrichtingen en wielen die bruikbaar zijn voor tal van mobiele machines bedoeld bij hoofdstuk 84, maar die normaal voor voertuigen bedoeld bij hoofdstuk 87 geschikt zijn, onder afdeling XVII ingedeeld.

2. Delen en toebehoren die onder twee of meer posten van afdeling XVII zouden kunnen worden ingedeeld.

Bepaalde delen en bepaald toebehoren, zoals remmen, stuurinrichtingen, wielen en wielassen, kunnen zowel worden gebruikt voor automobielen als voor vliegtoestellen, motorrijwielen, enz. Deze artikelen moeten worden ingedeeld onder de post die betrekking heeft op delen en toebehoren van de voertuigen waarvoor zij in hoofdzaak worden gebruikt. Algemene opmerkingen, sub III B.

Post met de meest specifieke omschrijving

Delen en toebehoren moeten, ook wanneer kan worden onderkend dat zij voor vervoermaterieel bestemd zijn, van afdeling XVII worden uitgezonderd, indien zij elders meer specifiek zijn omschreven.

Dit is bijvoorbeeld het geval met:

1. profielen van niet-geharde gevulkaniseerde rubber, ook indien op lengte gesneden (post 40.08);

2. drijfriemen en drijfsnaren van gevulkaniseerde rubber (post 40.10);

3. rubberbanden (binnenbanden en buitenbanden, massieve banden, enz.) en velglinten, evenals verwisselbare loopvlakken voor rubberbanden (post 40.11 tot en met 40.13);

4. gereedschapstassen van leder, kunstleder, vulkanfiber, enz. (post 42.02);

5. netten voor rijwielen of luchtballons (post 56.08);

6. sleepkabels (post 56.09);

7. vloerbedekking van textielstof (hoofdstuk 57);

8. niet-omlijst veiligheidsglas, ook in de vorm van windschermen of van andere ruiten, voor auto- mobielen en andere voertuigen (post 70.07);

9. achteruitkijkspiegels (post 70.09 of hoofdstuk 90 – zie de desbetreffende toelichting IDR);

10. niet-omlijste glazen voor koplampen (post 70.14), en in het algemeen artikelen van glas bedoeld bij hoofdstuk 70;

11. buigzame assen voor snelheidsmeters of toerentellers (post 84.83);

12. zittingen voor voertuigen, bedoeld bij post 94.01. Algemene opmerkingen, sub III C.

2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Een zogenoemd ‘opblaassysteem voor airbags’ moet, onder meer met toepassing van Aantekening 3 IDR op afdeling XVII, onder post 87.08 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 604/2011, punt 1, in aant. 3 op post 87.08.

Een zogenoemd ‘opblaassysteem voor airbags’ moet, onder meer met toepassing van Aantekening 3 IDR op afdeling XVII, onder post 87.08 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 604/2011, punt 2, in aant. 3 op post 87.08.

De helft van een behuizing van kunststof (ontworpen om te worden gebruikt als deel van de behuizing van het sluitmechanisme van de gesp van een veiligheidsgordel), moet onder post 39.26 worden ingedeeld. Het betreft een artikel met diverse gleuven en bevestigingselementen, zodanig gevormd en vervaardigd dat het op de andere helft kan worden geklemd, ter grootte van ongeveer 7,5 × 5 cm.

Het artikel is ontworpen om te worden gebruikt als deel van de behuizing van het sluitmechanisme van de gesp van een veiligheidsgordel die bijvoorbeeld in motorvoertuigen wordt gebruikt.

Indeling onder post 87.08 is uitgesloten omdat die post uitsluitend veiligheidsgordels omvat van voertuigen bedoeld bij de posten 87.01 tot en met 87.05 en niet de delen daarvan. Zie Verordening (EU) nr. 535/2013 in aant. 3 op post 39,26.

Een cilindervormig artikel vervaardigd van een aluminiumlegering, met gaten en uitsparingen, dat een lengte van circa 8 cm en een diameter van circa 4 cm heeft, moet onder post 76.16 worden ingedeeld.

Het artikel wordt gebruikt als deel van het oprolsysteem van een veiligheidsgordel, bijvoorbeeld in motorvoertuigen, speedboten en trapliften.

Indeling onder post 87.08 is uitgesloten omdat die post uitsluitend veiligheidsgordels van voertuigen bedoeld bij de posten 87.01 tot en met 87.05 omvat en niet de delen daarvan. Zie Verordening (EU) nr. 615/2013 in aant. 3 op post 76.16.

Een artikel dat bestaat uit twee buizen die door klemmen worden vastgehouden en is ontworpen om te worden gebruikt in motorvoertuigen om de koelvloeistof van de motor naar de warmtewisselaar onder het dashboard van het voertuig te brengen, moet onder post 76.08 worden ingedeeld.
Indeling onder post 87.08 als andere delen van radiatoren van motorvoertuigen is uitgesloten omdat het artikel op basis van zijn objectieve kenmerken niet identificeerbaar is als uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd voor gebruik met dergelijke artikelen (zie Aantekening 3 IDR op afdeling XVII). Zie Verordening (EU) 2018/553 in aant. 3 op post 76.08.

Een radiator voor een motorvoertuig, uitgerust met koelribben en aan één zijde twee aansluitingen, een inlaat en een uitlaat, voor koelvloeistof, moet onder meer met toepassing van Aantekening 3 IDR op afdeling XVII, onder post 87.08 worden ingedeeld. 

Dit kubusvormige, van een aluminiumlegering vervaardigd artikel, heeft afmetingen van ongeveer 370 × 194 × 42 mm en is ontworpen om in het koelsysteem van de motor te worden geplaatst (in het zogenaamde kleine koelcircuit) onder het dashboard van motorvoertuigen met zuigermotoren van de posten 87.01 tot en met 87.05.

Het artikel draagt de warmte die wordt opgenomen door de koelvloeistof (afkomstig van de motor van het voertuig) over aan de lucht. De verwarmde lucht wordt vervolgens naar de binnencabine van het voertuig gevoerd door middel van bijkomende toestellen, die niet samen met het artikel worden aangeboden. Het artikel stelt verder de motor in staat tijdens de opwarmfase zijn optimale bedrijfstemperatuur te bereiken

Het artikel vervult de functie van radiator voor artikelen bedoeld bij afdeling XVII. Zie Verordening (EU) 2020/956 in aant. 3 op post 87.08.

 

4
Jurisprudentie

Kogeltransmissies moeten als volgt worden ingedeeld:

1. indien kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk geschikt zijn voor gebruik in een bepaalde machine of bepaald toestel of voertuig: als deel van die machine of dat toestel of voertuig;

2. indien zij gelijkelijk geschikt zijn om te worden gebruikt:

a. op verschillende typen machines van hoofdstuk 84 met toepassing van Aantekening 2 c IDR op afdeling XVI: post 84.87;

b. op verschillende voertuigen, vliegtuigen, vaartuigen, enz., van afdeling XVII: indeling met toepassing van Aantekening 3 IDR op afdeling XVII;

c. zowel op machines en toestellen van afdeling XVI, als op voertuigen, vliegtuigen, vaartuigen, enz. van afdeling XVII: post 84.87;

d. op verschillende machines, apparaten, toestellen, enz. van hoofdstuk 90: post 90.33 (IDR). Tarifering IDR 8487.90/2.

Een half motorvoertuig moet als ‘deel’ van een motorvoertuig onder post 87.08 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 8708.99/3 op post 87.08 in aant. 4 op die post.

Met betrekking tot de indeling van een zogenoemd torensysteem, heeft het Hof bepaald dat een dergelijk systeem, dat is ingevoerd voor de productie of de assemblage van gevechtstanks en dat nadien daadwerkelijk daarvoor is gebruikt, onder post 87.10 valt indien het ‘hoofdzakelijk’ bestemd is voor een gevechtstank. Het staat daarbij aan de verwijzende rechter om dit te verifiëren, rekening houdend met de objectieve kenmerken en eigenschappen van dat torensysteem, zonder dat het gebruik dat in casu uiteindelijk van dit systeem is gemaakt, beslissend is voor de indeling ervan. Indien dat niet het geval is, moet het betrokken torensysteem – als deel of toebehoren van een ‘oorlogswapen’ – onder post 93.05 worden ingedeeld. HvJ 26 mei 2016, nr. C-262/15 (PbEU 2016, nr. C 260 en Douanerechtspraak 2016/55).

Een bepaald kegellager met flens voor het type met roterende binnenring moet onder meer met toepassing van Aantekening 3 IDR op afdeling XVII, onder post 87.08 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 8708.50/1 op post 87.08 in aant. 4 op die post.

Een bepaald lager voor een naafeenheid moet onder meer met toepassing van Aantekening 3 IDR op afdeling XVII, onder post 87.08 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 8708.50/2 op post 87.08 in aant. 4 op die post.

Een afgewerkte buitenring voor een kegellager met een flens moet onder meer met toepassing van Aantekening 3 IDR op afdeling XVII, onder post 87.08 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 8708.50/3 op post 87.08 in aant. 4 op die post.

Een gesmede, niet-afgewerkte buitenring voor een kegellagereenheid met flens moet onder meer met toepassing van Aantekening 3 IDR op afdeling XVII, onder post 87.08 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 8708.50/4 op post 87.08 in aant. 4 op die post.

 
4.

4. Voor de toepassing van deze afdeling worden:

a. voertuigen speciaal gebouwd om zowel op de weg als op rails te worden gebruikt, ingedeeld onder de van toepassing zijnde post van hoofdstuk 87;

b. amfibievoertuigen ingedeeld onder de van toepassing zijnde post van hoofdstuk 87 (4);

c. luchtvaartuigen speciaal gebouwd om tevens als voertuig op de grond te kunnen dienen, ingedeeld onder de van toepassing zijnde post van hoofdstuk 88.

1 t/m 3
Gereserveerd
4
Jurisprudentie

Een bepaald motorvoertuig geconstrueerd om zowel op rails als op de weg te rijden, moet onder meer met toepassing van Aantekening 4 a IDR op afdeling XVII, onder post 87.05 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 8705.90/1 in aant. 4 op post 87.05.

5.

5. Luchtkussenvervoermiddelen worden ingedeeld als de vervoermiddelen waarmee zij de meeste overeenkomst vertonen, te weten:

a. onder hoofdstuk 86 indien zij bestemd zijn voor voortbeweging over een geleidebaan (luchtkussentreinen);

b. onder hoofdstuk 87 indien zij bestemd zijn voor voortbeweging over land of voor voortbeweging zowel over land als over water;

c. onder hoofdstuk 89 indien zij bestemd zijn voor voortbeweging over water, ook indien zij op stranden of op andere landingsplaatsen kunnen worden neergezet of zich over bevroren oppervlakken kunnen voortbewegen.

Delen en toebehoren van luchtkussenvervoermiddelen worden op dezelfde wijze ingedeeld als die van de vervoermiddelen van de post waaronder luchtkussenvervoermiddelen met inachtneming van de vorenstaande bepaling worden ingedeeld.

Vast materieel van geleidebanen voor luchtkussentreinen wordt ingedeeld als vast materieel voor spoor- en tramwegen terwijl signaal-, waarschuwings-, veiligheids-, controle- en bedieningstoestellen voor luchtkussentreinen worden ingedeeld als signaal-, waarschuwings-, veiligheids-, controle- en bedieningstoestellen voor spoor- en tramwegen.

Aanvullende aantekeningen EG

1. Behoudens de bepalingen van aanvullende aantekening 3 EG op hoofdstuk 89, worden gereedschappen en artikelen, voor het onderhoud en de reparatie van vervoermiddelen, indien zij gelijktijdig met de vervoermiddelen ter vrijmaking worden aangeboden, ingedeeld als die vervoermiddelen. Deze regeling is eveneens van toepassing op ander toebehoren, dat gelijktijdig wordt aangeboden met de vervoermiddelen, voor zover het tot de normale uitrusting daarvan behoort en daarmede normaal wordt verkocht.

2.

2 (1; 2). Op verzoek van de aangever van de goederen en onder de voorwaarden en bepalingen, vast te stellen door de bevoegde autoriteiten, kan het bepaalde in algemene regel 2 a, eveneens worden toegepast op de goederen van de posten 86.08, 88.05, 89.05 en 89.07 die in deelzendingen worden ingevoerd.

1
Toelichting EG

De toelichting EG op de Aanvullende aantekening 3 EG op afdeling XVI, opgenomen in aant. 1 op die Aanvullende aantekening EG, is van overeenkomstige toepassing.

2
Bijzondere bestemming

Zie voor de uitvoering van de Aanvullende aantekening 2 EG de uitvoeringsvoorschriften opgenomen in aant. 4 op Aanvullende aantekening 3 EG op afdeling XVI.


 

AANTEKENINGEN

 

1. Deze afdeling omvat niet de artikelen bedoeld bij de posten 95.03 en 95.08 en evenmin priksleden, bobsleden, tobogans en dergelijke (post 95.06).

 

2. Als 'delen' en als 'delen en toebehoren' worden niet aangemerkt de navolgende artikelen, ook indien zij kennelijk voor vervoermaterieel bestemd zijn:

 

a. pakking, sluitringen en dergelijke artikelen, ongeacht de stof waarvan zij zijn vervaardigd (in te delen als werken van de stof waarvan zij zijn vervaardigd of onder post 84.84) en andere artikelen van niet-geharde gevulkaniseerde rubber (post 40.16);

 

b. delen voor algemeen gebruik in de zin van aantekening 2 op afdeling XV, van onedel metaal (afdeling XV) en dergelijke artikelen van kunststof (hoofdstuk 39);

 

c. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 82 (gereedschap);

 

d. artikelen bedoeld bij post 83.06;

 

e. machines, apparaten en toestellen, bedoeld bij de posten 8401 tot en met 8479, alsmede delen daarvan, andere dan de radiatoren voor de artikelen van deze afdeling; artikelen bedoeld bij posten 8481 en 8482, alsmede, voor zover het integrerende motordelen zijn, artikelen bedoeld bij post 8483;

 

f. elektrische machines, apparaten en uitrustingsstukken (hoofdstuk 85);

 

g. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 90;

 

h. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 91;

 

ij. wapens (hoofdstuk 93);

 

k. lichtarmaturen en verlichtingstoestellen en delen daarvan, bedoeld bij post 94.05;

 

l. borstels die delen van voertuigen zijn (post 96.03).

 

3. Als 'delen' en 'toebehoren' in de zin van de hoofdstukken 86 tot en met 88 worden niet aangemerkt : delen en toebehoren waarvan niet kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor voertuigen of voor artikelen bedoeld bij afdeling XVII. Indien een deel of een toebehoren beantwoordt aan de omschrijving van twee of meer posten van deze afdeling, moet het worden ingedeeld onder de post waarvan de omschrijving aansluit bij het voornaamste gebruik waarvoor dat deel of dat toebehoren zal dienen.

 

4. Voor de toepassing van deze afdeling worden:

 

a. voertuigen speciaal gebouwd om zowel op de weg als op rails te worden gebruikt, ingedeeld onder de van toepassing zijnde post van hoofdstuk 87;

 

b. amfibievoertuigen ingedeeld onder de van toepassing zijnde post van hoofdstuk 87;

 

c. luchtvaartuigen speciaal gebouwd om tevens als voertuig op de grond te kunnen dienen, ingedeeld onder de van toepassing zijnde post van hoofdstuk 88.

 

5. Luchtkussenvervoermiddelen worden ingedeeld als de vervoermiddelen waarmee zij de meeste overeenkomst vertonen, te weten:

 

a. onder hoofdstuk 86 indien zij bestemd zijn voor voortbeweging over een geleidebaan (luchtkussentreinen);

 

b. onder hoofdstuk 87 indien zij bestemd zijn voor voortbeweging over land of voor voortbeweging zowel over land als over water;

 

c. onder hoofdstuk 89 indien zij bestemd zijn voor voortbeweging over water, ook indien zij op stranden of op andere landingsplaatsen kunnen worden neergezet of zich over bevroren oppervlakken kunnen voortbewegen.

 

Delen en toebehoren van luchtkussenvervoermiddelen worden op dezelfde wijze ingedeeld als die van de vervoermiddelen van de post waaronder luchtkussenvervoermiddelen met inachtneming van de vorenstaande bepaling worden ingedeeld.

 

Vast materieel van geleidebanen voor luchtkussentreinen wordt ingedeeld als vast materieel voor spoor- en tramwegen, terwijl signaal-, waarschuwings-, veiligheids-, controle- en bedieningstoestellen voor luchtkussentreinen worden ingedeeld als signaal-, waarschuwings-, veiligheids-, controle- en bedieningstoestellen voor spoor- en tramwegen.

 

 

AANVULLENDE AANTEKENINGEN (GN)

 

1. Behoudens de bepalingen van aanvullende aantekening 3 (gecombineerde nomenclatuur) op hoofdstuk 89, worden gereedschappen en artikelen, voor het onderhoud en de reparatie van vervoermiddelen, indien zij gelijktijdig met de vervoermiddelen ter vrijmaking worden aangeboden, ingedeeld als die vervoermiddelen.

Deze regeling is eveneens van toepassing op ander toebehoren, dat gelijktijdig wordt aangeboden met de vervoermiddelen, voor zover het tot de normale uitrusting daarvan behoort en daarmee normaal wordt verkocht.

 

2. Op verzoek van de aangever der goederen en onder de voorwaarden en bepalingen, vast te stellen door de bevoegde autoriteiten, kan het bepaalde in de algemene regel 2, onder a, eveneens worden toegepast op de goederen van de tariefposten 86.08, 88.05, 89.05 en 89.07 die in deelzendingen worden ingevoerd.