Hoofdstuk 90

Optische instrumenten, apparaten en toestellen; instrumenten; apparaten en toestellen voor de fotografie en de cinematografie; meet-, verificatie-, controle- en precisie-instrumenten, -apparaten en -toestellen; medische en chirurgische instrumenten, apparaten

1
Toelichting IDR

I. Draagwijdte van het hoofdstuk

Dit hoofdstuk omvat instrumenten, apparaten en toestellen van uiteenlopende aard, die in de regel het kenmerk dragen dat zij met zorg zijn afgewerkt en uiterst nauwkeurig zijn, zodat de meeste onder meer gebruikt worden voor zuiver wetenschappelijke doeleinden (bijvoorbeeld laboratoriumresearch, analyse, astronomie), voor welbepaalde technische en industriële doeleinden (bijvoorbeeld meten, controleren, waarnemen) en voor medische en chirurgische doeleinden.

Hoofdstuk 90 omvat derhalve in grote trekken:

A. een belangrijke groep, die niet alleen de eenvoudige optische elementen bedoeld bij de posten 90.01 en 90.02 omvat, maar tevens optische instrumenten, apparaten en toestellen, gaande van de brillen bedoeld bij post 90.04 tot de ingewikkelde instrumenten voor astronomie, fotografie, cinematografie en microscopie;

B. instrumenten, apparaten en toestellen voor welbepaalde doeleinden (bijvoorbeeld geodesie, topografie, meteorologie, tekenen, rekenen);

C. instrumenten, apparaten en toestellen voor medisch, chirurgisch, tandheelkundig of veeartsenijkundig gebruik of voor aanverwante doeleinden (bijvoorbeeld röntgenonderzoek, mechanische therapie, oxygeentherapie, orthopedie, prothesis);

D. machines, apparaten en toestellen voor het mechanisch onderzoek van materialen;

E. laboratoriuminstrumenten, -apparaten en -toestellen;

F. een grote groep meet-, verificatie-, controle- en regelinstrumenten, -apparaten en -toestellen, waarvan de werking eventueel berust op optische of elektrische verschijnselen en in het bijzonder die bedoeld bij post 90.32 en omschreven in Aantekening 7 IDR op dit hoofdstuk.

Sommige instrumenten, apparaten en toestellen zijn met name genoemd in de desbetreffende posten – bijvoorbeeld optische microscopen (post 90.11), elektronische microscopen (post 90.12), – maar de meeste zijn begrepen onder posten met een meer algemene strekking, die betrekking hebben op bepaalde takken van de wetenschap, industrie, enz., zoals post 90.05 (astronomische instrumenten), post 90.15 (instrumenten, apparaten en toestellen voor de geodesie, voor de topografie, voor het landmeten, enz.) en post 90.22 (röntgentoestellen).

Dit hoofdstuk omvat eveneens zuigtoestellen van de soort gebruikt in de geneeskunde, de chirurgie, de tandheelkunde of de veeartsenijkunde (post 90.18).

Op de algemene opmerking hiervoor, op grond waarvan de instrumenten, apparaten en toestellen bedoeld bij hoofdstuk 90 in de regel nauwkeurig zijn, bestaan uitzonderingen. Zo worden stofbrillen en dergelijke brillen voor het beschermen van de ogen ingedeeld onder post 90.04, eenvoudige vergrootglazen en periscopen bestaande uit een gewoon stel spiegels, onder post 90.13, gewone maat- of duimstokken en gewone linialen onder post 90.17 en weerhuisjes en dergelijke hygrometers, die niet bepaald nauwkeurig zijn, onder post 90.25.

Op enkele uitzonderingen na, die uitsluitend voortvloeien uit het bepaalde in Aantekening 1 IDR op hoofdstuk 90 en die verband houden met delen, zoals pakkingstukken en ringen van rubber of van leder en lederen balgen voor gasmeters, mogen de instrumenten, apparaten en toestellen bedoeld in hoofdstuk 90, alsmede delen daarvan, zijn samengesteld uit ongeacht welke stof (met inbegrip dus van edele metalen en van metalen geplateerd met edele metalen en van natuurlijke, synthetische en gereconstrueerde edelstenen en halfedelstenen).

II. Machines, apparaten, toestellen en instrumenten, die niet compleet of niet afgewerkt zijn (regel 2 a van de algemene bepalingen voor de toepassing van de nomenclatuur)

Machines, apparaten, toestellen en instrumenten, bedoeld bij hoofdstuk 90, die niet compleet zijn of niet zijn afgewerkt, worden ingedeeld als complete of afgewerkte machines, enz., mits zij daar- van de essentiële kenmerken vertonen. Dit is onder meer het geval met fototoestellen en microscopen zonder lenzen en met elektriciteitsverbruiksmeters zonder telwerk. Algemene opmerkingen.

2-3
Gereserveerd
4
Jurisprudentie

Een kleurbeoordelingstoestel, bestaande uit een camera-opname-eenheid, een bedieningseenheid en een monitor, kan niet onder hoofdstuk 90 worden ingedeeld omdat het zuiver visueel beoordelen van de door de scanner vervaardigde kleuruittreksels en de door de knoppen op het bedieningspaneel uit te voeren beeldverandering, geen meten of verifiëren is in de zin van hoofdstuk 90. Het toestel moet worden ingedeeld onder post 85.43. Zie TC 5 augustus 1982, nr. 11 581, in aant. 4 op post 85.43.

1
Aantekening IDR

1 (1). Dit hoofdstuk omvat niet:

a. artikelen voor technisch gebruik van niet-geharde gevulkaniseerde rubber (post 40.16), van leder of van kunstleder (post 42.05) of van textielstoffen (post 59.11);

b. steungordels en andere ondersteunende artikelen, van textielstof, waarbij het beoogde effect op het te ondersteunen of op zijn plaats te houden orgaan enkel wordt verkregen door hun elasticiteit (bijvoorbeeld positiegordels, thoraxbandages, abdominale bandages, gewrichts- en spierbandages) (afdeling XI) (3; 4);

c. vuurvaste producten bedoeld bij post 69.03; artikelen voor chemisch en ander technisch gebruik bedoeld bij post 69.09;

d. spiegels van glas, niet optisch bewerkt, bedoeld bij post 70.09 en spiegels van onedele of van edele metalen, die niet het karakter hebben van optische elementen (post 83.06 of hoofdstuk 71);

e. artikelen van glas bedoeld bij de posten 70.07, 70.08, 70.11, 70.14, 70.15 en 70.17;

f. f. delen voor algemeen gebruik in de zin van aantekening 2 op afdeling XV, van onedel metaal (afdeling XV) en dergelijke artikelen van kunststof (hoofdstuk 39); artikelen speciaal ontworpen om uitsluitend te worden gebruikt als implantaten in de geneeskunde, de chirurgie, de tandheelkunde of de veeartsenijkunde, worden echter ingedeeld onder post 9021 (3);

g. distributiepompen met meettoestel bedoeld bij post 84.13; bascules en balansen, voor het tellen en controleren van werkstukken, alsmede afzonderlijk aangeboden gewichten (post 84.23); heftoestellen en toestellen voor het hanteren van goederen (posten 84.25 tot en met 84.28); papier- en kartonsnijmachines van alle soorten (post 84.41); speciale toestellen voor het instellen van werkstukken of van gereedschap op gereedschapswerktuigen of op waterstraalmachines, ook indien voorzien van optische apparatuur voor het aflezen van een schaalverdeling (bijvoorbeeld optische verdeelkoppen), bedoeld bij post 84.66, met uitzondering echter van specifiek optische toestellen (bijvoorbeeld centreringsmicroscopen); rekenmachines (post 84.70); reduceerventielen, kranen en andere artikelen bedoeld bij post 84.81; machines en toestellen (apparaten voor het projecteren of het tekenen van schakelingspatronen op gevoelig halfgeleidermateriaal daaronder begrepen) bedoeld bij post 84.86 (10);

h. koplampen en schijnwerpers, van de soort gebruikt op rijwielen of op motorvoertuigen (post 85.12); draagbare elektrische lampen bedoeld bij post 85.13; cinematografische toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid, alsmede apparaten voor het vervaardigen in serie van geluidsdragers (post 85.19); opname- en weergavekoppen en digitale fototoestellen (post 85.22); televisiecamera’s, digitale fotocamera’s en videocamera-opnametoestellen (post 85.25); radartoestellen, toestellen voor radionavigatie en toestellen voor radioafstandsbediening (post 85.26); verbindingsstukken voor optische vezels, optischevezelbundels of optischevezelkabels (post 85.36); toestellen voor numerieke besturing bedoeld bij post 85.37; ‘sealed beam’ lampen bedoeld bij post 85.39; optischevezelkabels bedoeld bij post 85.44;

ij. zoeklichten en schijnwerpers, bedoeld bij post 94.05;

k. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 95;

l. statieven met één, twee of drie poten, en dergelijke artikelen, bedoeld bij post 96.20;

m. inhoudsmaten, die worden ingedeeld als werken van de stof waarvan zij zijn vervaardigd;

n. spoelen, haspels en dergelijke opwindmiddelen (die worden ingedeeld als werken van de stof waaruit zij zijn vervaardigd, bijvoorbeeld onder post 39.23 of onder afdeling XV).

 

1
Toelichting IDR

Onder verwijzing naar de uitzonderingen, die zijn opgenomen in de toelichtingen IDR op de onderscheiden posten van hoofdstuk 90, wordt opgemerkt dat van genoemd hoofdstuk eveneens zijn uitgezonderd:

a. artikelen voor technisch gebruik, van niet-geharde gevulkaniseerde rubber (post 40.16), van leder of van kunstleder (post 42.05), van textielstoffen (post 59.11);

b. delen voor algemeen gebruik, in de zin van het bepaalde in Aantekening 2 IDR op afdeling XV, van onedele metalen (afdeling XV) en soortgelijke artikelen van kunststof (hoofdstuk 39);

c. hef-, hijs-, laad- en losmachines en -toestellen, alsmede machines voor het hanteren van goederen (posten 84.25 tot en met 84.28 en 84.86); verdeelkoppen en andere speciale toestellen voor het instellen van werkstukken of van gereedschap op gereedschapswerktuigen of op waterstraalsnijmachines, bedoeld bij post 84.66 (andere dan specifiek optische toestellen, bijvoorbeeld uitlijnkijkers); radio- en radartoestellen voor navigatiedoeleinden, voor plaatsbepaling, voor peiling, voor hoogtemeting en voor bediening op afstand (post 85.26);

d. ruimtevaartuigen uitgerust met de instrumenten, apparaten of toestellen bedoeld bij dit hoofdstuk (post 88.02);

e. speelgoed, spellen, artikelen voor ontspanning, sportartikelen en andere artikelen bedoeld bij hoofdstuk 95, alsmede delen en toebehoren daarvan;

f. inhoudsmaten, die worden ingedeeld als werken van de stof, waarvan zij zijn vervaardigd;

g. spoelen, haspels en dergelijke opwindmiddelen (indeling als werken van de stof waaruit zij zijn vervaardigd: post 39.23, afdeling XV, enz.). Algemene opmerkingen.

2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Een zogenaamde enkelband van textiel moet, evenals een zogenaamde knieband van textiel, onder post 63.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EEG) nr. 1911/92, punten 8 en 9, in aant. 3 op post 63.07.

Een kniestuk van brei- of haakwerk voorzien van een rubberlaag, moet onder post 63.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 834/95 in aant. 3 op post 63.07.

4
Jurisprudentie

De term ‘enkel’ in Aantekening 1 b IDR op hoofdstuk 90 moet aldus worden uitgelegd dat op grond van deze Aantekening gordels en bandages waarvan andere kenmerken dan de elasticiteit in niet onaanzienlijke mate bijdragen aan het beoogde effect op het te ondersteunen of op zijn plaats te houden orgaan, niet van dit hoofdstuk zijn uitgesloten. HvJ 7 november 2002, nrs. C-260/00 t/m C-263/00 (PbEG 2002, nr. C 323).

Een bandage die is te gebruiken als thoracaal steunverband moet onder post 63.07 worden ingedeeld. Het product is bestemd om ter hoogte van de buikstreek ter ondersteuning rondom het lichaam te worden aangebracht, waarbij het mogelijk is de bandage aan de bovenkant strakker in te stellen dan aan de onderkant (of vice versa). Zie DK 6 september 2005, nr. 03/4199 DK, in aant. 4 op post 63.07.

Een buikbandage moet onder post 63.07 worden ingedeeld. Het product is bestemd om ter hoogte van de buikstreek ter ondersteuning rondom het lichaam te worden aangebracht, waarbij het mogelijk is de bandage aan de bovenkant strakker in te stellen dan aan de onderkant (of vice versa). Zie DK 6 september 2005, nr. 03/4200 DK, in aant. 4 op post 63.07.

Een met neopreen gevoerde textiele draagband die de onderarm omsluit moet onder post 63.07 worden ingedeeld. Zie conclusie 205e vergadering Comité douanewetboek op post 63.07 in aant. 4 op die post.

5 t/m 9
Gereserveerd
10
EG Verordening

Een connector bestaande uit een behuizing van kunststof met openingen aan beide zijden voor de in- en uitstroom van vloeistoffen, moet onder post 84.81 worden ingedeeld. De connector is uitgerust met een schroefdop en een sluiting in de vorm van een terugslagklep.

De connector wordt gebruikt in medische infuussets. Eén kant moet worden aangesloten op een buis, de andere kant op een injectiespuit of een infuus. De sluiting gaat open wanneer de connector op de injectiespuit of het infuus wordt aangesloten en gaat dicht wanneer hij wordt afgekoppeld, waardoor wordt voorkomen dat er vloeistof ontsnapt en er lucht binnenkomt tijdens de infusie.

De connectors worden aangeboden in steriele of niet-steriele verpakkingen.

Met toepassing van Aantekening 1 g IDR op hoofdstuk 90 is indeling onder post 90.18 als instrumenten, apparaten en toestellen voor de geneeskunde uitgesloten.

Voorts is het product, ook indien aangeboden in steriele verpakkingen, niet identificeerbaar als een product van post 90.18. Zie Verordening (EU) nr. 761/2011 in aant. 3 op post 84.81.

2.

2 (1; 3; 4; 5). Behoudens het bepaalde in aantekening 1 hiervoor, worden delen en toebehoren van de bij dit hoofdstuk bedoelde machines, apparaten, toestellen, instrumenten of artikelen ingedeeld met inachtneming van de volgende regels:

a. delen en toebehoren die als zodanig onder een der posten van dit hoofdstuk of van de hoofdstukken 84, 85 of 91 (met uitzondering van de posten 84.87, 85.48 en 90.33) kunnen worden ingedeeld, blijven onder die posten ingedeeld;

b. delen en toebehoren niet bedoeld onder a hiervoor, waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine of voor een bepaald instrument, apparaat of toestel, dan wel voor verschillende onder een zelfde post vallende machines, instrumenten, apparaten of toestellen (die bedoeld bij de posten 90.10, 90.13 en 90.31 daaronder begrepen), worden ingedeeld onder de post waaronder deze machines, instrumenten, apparaten of toestellen vallen;

c. andere delen en toebehoren worden ingedeeld onder post 90.33.

1
Toelichting IDR

III. Delen en toebehoren (Aantekening 2 IDR)

Met inachtneming van het bepaalde in de Aantekeningen 1 en 2 IDR op hoofdstuk 90, worden delen en toebehoren waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor de machines, apparaten, toestellen en instrumenten bedoeld bij dit hoofdstuk, ingedeeld als die machines, apparaten, toestellen en instrumenten.

Van deze regel wordt afgeweken ten aanzien van:

1. delen en toebehoren die als zodanig zijn begrepen onder een der posten van de hoofdstukken 84, 85, en 91, andere dan de restposten 84.87, 85.48 of 90.33. Zo blijft een vacuümpomp voor een elektronische microscoop ingedeeld onder post 84.14, terwijl transformatoren, elektromagneten, condensatoren, weerstanden, relais, lampen, buizen, enz. steeds ingedeeld blijven onder hoofdstuk 85. Optische elementen bedoeld bij de posten 90.01 en 90.02, blijven daaronder ingedeeld, ongeacht de machines, apparaten of toestellen, waarvoor zij zijn bestemd. Uurwerken blijven ingedeeld onder hoofdstuk 91. Fototoestellen blijven onder post 90.06 ook indien zij speciaal zijn gemaakt om met andere instrumenten (microscopen, stroboscopen, enz.) te worden gebruikt;

2. delen en toebehoren waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor de machines, apparaten, toestellen en instrumenten, bedoeld bij verschillende posten van dit hoofdstuk. Deze delen en toebehoren worden ingedeeld onder post 90.33, met dien verstande dat delen en toebehoren, die als zodanig zijn begrepen onder een andere post, op grond van het bepaalde onder 1, onder die andere post blijven ingedeeld. Algemene opmerkingen, sub III.

2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Een oortelefoon voor gebruik in een gehoorapparaat moet onder post 85.18 worden ingedeeld. De indeling is onder meer vastgesteld met toepassing van Aantekening 2 a IDR op hoofdstuk 90. Zie Verordening (EG) nr. 1165/95, punt 5, in aant. 3 op post 85.18.

Een beademingssonde (‘Endotracheale tube’) van de soort gebruikt bij anesthesie-apparatuur, moet onder post 90.18 worden ingedeeld. De indeling is onder meer vastgesteld met toepassing van Aantekening 2 b IDR op hoofdstuk 90. Zie Verordening (EG) nr. 1638/94, punt 6, in aant. 3 op post 90.18.

Een modulaire lineaire camera voorzien van een eenkanaalsvideo-uitgang, moet onder post 85.25 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1004/2001, punt 1, in aant. 3 op post 85.25.

Bergingsmiddelen van harde kunststof voor het vervoer, de opslag en de behandeling van schijfjes (wafers) van halfgeleidermateriaal, moeten onder post 39.23 worden ingedeeld. Ze kunnen niet worden aangemerkt als delen of toebehoren die uitsluitend of hoofdzakelijk worden gebruikt met een bepaalde machine, apparaat of instrument als bedoeld bij hoofdstuk 90. Zie Verordening (EG) nr. 627/2003, punt 4, in aant. 3 op post 39.23.

Naadloze flexibele buis van kunststof van medische kwaliteit, moet onder post 39.17 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1967/2005, punt 2, in aant. 3 op post 39.17.

Een O-afdichtingsring van fluorelastomeer (copolymeer van vinylideenfluoride en hexafluorpropyleen) moet onder post 39.26 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 594/2009, punt 2, in aant. 3 op post 39.26.

Een zogenaamde kunsttandstomp moet onder post 90.21 worden ingedeeld. Het betreft een artikel van titanium in de vorm van een kegel met aan de onderkant een steel voorzien van een externe schroefdraad. Zie Verordening (EU) nr. 111/2011 in aant. 3 op post 90.21.

Een zogenaamde gasanalysemodule moet onder post 90.18 worden ingedeeld. Het betreft een module met afmetingen van ongeveer 8,5 × 30 × 23 cm, ontworpen voor de bewaking van de ademhalings- en narcosegassen van een patiënt die een medische behandeling ondergaat. Het werkt alleen samen met en onder besturing van een patiëntbewakingssysteem. Zie Verordening (EU) nr. 112/2011 in aant. 3 op post 90.18.

Een zogenoemde ‘ultrasone zender’ bestaande uit een piëzo-elektrisch element in de vorm van een keramische schijf waaraan een metalen membraan met een radiaal georiënteerde kegel is bevestigd, moet onder post 85.48 worden ingedeeld.

Omdat het artikel niet als een deel van een specifiek instrument of apparaat van hoofdstuk 90 kan worden aangemerkt, is indeling op grond van Aantekening 2 IDR op hoofdstuk 90 uitgesloten. Zie Verordening (EU) nr. 312/2011, punt 1, in aant. 3 op post 85.48.

Een zogenoemde ‘ultrasone ontvanger’ bestaande uit een piëzo-elektrisch element in de vorm van een keramische schijf waaraan een metalen membraan met een radiaal georiënteerde kegel is bevestigd, moet onder post 85.48 worden ingedeeld.
Omdat het artikel niet als een deel van een specifiek instrument of apparaat van hoofdstuk 90 kan worden aangemerkt, is indeling op grond van Aantekening 2 IDR op hoofdstuk 90 uitgesloten. Zie Verordening (EU) nr. 312/2011, punt 2, in aant. 3 op post 85.48.

Een handbediend mechanisch apparaat voor het druppelen van een vloeistof in een houder voor titratie-analyses (zogenoemde ‘digitale titrator’) moet onder andere met toepassing van Aantekening 2 a IDR op hoofdstuk 90 onder post 84.79 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 1200/2011 in aant. 3 op post 84.79.

Een zogenoemde bewakingseenheid op afstand bedienbaar voor een lift moet onder meer met toepassing van Aantekening 2 b IDR op hoofdstuk 90, als deel onder post 90.31 worden ingedeeld. Het betreft een elektronisch apparaat in een behuizing met afmetingen van ongeveer 28 × 22 × 9 cm voor de inbouw in een liftschacht.

Het apparaat bewaakt en verifieert de werking van de lift en verwerkt de ontvangen gegevens. De sensoren waar de te verwerken signalen worden gegenereerd, zijn niet in het apparaat ingebouwd. Het apparaat zelf geeft deze signalen niet weer. Om deze redenen wordt het apparaat als een deel van een verificatie-instrument beschouwd. Daarom is indeling als een niet-complete machine onder post 90.31 uitgesloten. Zie Verordening (EU) nr. 726/2012 in aant. 3 op post 90.31.

Een hartslagsensor en een draadloze zender, ingebouwd in een borstband die om de borst wordt gedragen en de hartslag registreert, moet onder meer met toepassing van Aantekening 2 b IDR op hoofdstuk 90, onder post 90.31 worden ingedeeld.

Het product registreert hartslagen en verzendt de overeenkomstige gegevens draadloos naar een hartslagmonitor, die niet samen met het product wordt aangeboden.

Het product is uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd voor gebruik met apparaten voor hartslagmeting van post 90.31. Het is een wezenlijk onderdeel voor de werking van apparaten voor hartslagmeting, aangezien deze niet zonder het product kunnen functioneren. Zie Verordening (EU) nr. 1212/2013, punt 2, in aant. 3 op post 90.31.

Een zogenaamde Pangeaschroef met dubbele kern moet onder meer met toepassing van Aantekening 2 b IDR op hoofdstuk 90, onder post 90.21 worden ingedeeld. Het betreft een massief, cilindervormig en van schroefdraad voorzien product uit een zeer harde titaniumlegering, met een lengte tussen 20 tot 45 mm.

De steel is over de volledige lengte voorzien van schroefdraad op een dubbele kern met een overgangszone waarin de diameter van de kern wijzigt. Hij heeft een vaste buitendiameter van 4,0 mm met een zelftappend profiel en een stomp uiteinde met schroefdraad.

Het product heeft een polyaxiale (beweegbare) U-vormige kop met inwendig schroefdraad, die een hoekvrijheid van 25 graden rondom de as biedt en zo kan worden afgesteld.

Het product is voorzien van een speciaal vormgegeven zadel in de schroefkap voor het fixeren van een staaf (die afzonderlijk wordt aangeboden) in de kop.

Het product voldoet aan de ISO/TC 150-normen voor implantaatschroeven en wordt aangeboden voor gebruik bij traumachirurgie als deel van een systeem voor posterieure stabilisatie van de ruggengraat. Het wordt ingebracht met behulp van specifieke instrumenten.

Bij invoer wordt het product niet in een steriele verpakking aangeboden. Het is genummerd en daarom traceerbaar tijdens het volledige productie- en distributieproces.

Gezien zijn objectieve kenmerken, met name de aanwezigheid van de polyaxiale, U-vormige kop met de schroefkap, komt het product niet volledig overeen met een schroef van onedel metaal. Het kan bijgevolg niet worden aangemerkt als een deel voor algemeen gebruik (schroef) in de zin van Aantekening 2 IDR op afdeling XV. Indeling onder post 81.08 is derhalve uitgesloten. Zie Verordening (EU) nr. 1214/2014 in aant. 3 op post 90.21.

Een lensvatting, vervaardigd van metaal en kunststof, met een bajonetverbinding, met afmetingen van ongeveer 92 × 86 × 35,1 mm, moet onder meer met toepassing van Aantekening 2 b IDR op hoofdstuk 90, onder post 90.02 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) 2021/531 in aant. 3 op post 90.02.

 

4
Jurisprudentie

Diaraampjes kunnen niet als delen van projectietoestellen worden aangemerkt. Zie TC 28 mei 1962, nr. 8729 T, in aant. 4 op post 39.26.

Ingevoerd werden diagramschijven van papier, ten gebruike in een tachograaf, welke gemeten grootheden als rijsnelheden, rij- en stilstandperioden en afgelegde afstanden van bedrijfsmotorvoertuigen registreert op bedoelde schijven. In een tachograaf is een uurwerk aangebracht, dat de diagramschijf doet ronddraaien. Op zo’n diagramschijf, gemaakt van rood papier en overtrokken met een laag van een lichtgekleurde wassoort, worden met behulp van in de tachograaf aanwezige stiften curven getrokken.

Deze diagramschijven zijn vergelijkbaar met lichtgevoelig materiaal in een camera en kunnen derhalve niet als toebehoren en nog minder als onderdelen van tachografen worden aangemerkt.

Ze moeten worden ingedeeld onder post 48.23. TC 12 maart 1962, nr. 8443 T (UTC 1962/103). OT.

Een oxygenator is bedoeld om te functioneren in een hartlongmachine en is in feite niet afzonderlijk bruikbaar. Derhalve dient het toestel met toepassing van Aantekening 2 b IDR op hoofdstuk 90 onder post 90.18 te worden ingedeeld. Zie TC 10 oktober 1985, nr. 12 096 T, in aant. 4 op post 90.18.

Een positioneringstoestel voor geïntegreerde schakelingen moet met toepassing van Aantekening 2 b IDR op hoofdstuk 90 onder post 90.30 worden ingedeeld. Het toestel kan niet als een zelfstandig functionerende machine worden aangemerkt. Zie TC 5 september 1997, nr. 0020/95 TC, in aant. 4 op post 90.30.

Een bloeddialysetoestel voor eenmalig gebruik, gesteriliseerd, moet onder post 84.21 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 8421.29/1 op post 84.21 in aant. 4 op die post.

Een toestel voor het filteren van bloed, hoofdzakelijk bestaande uit een filterdoek van polyester in een doorzichtige behuizing, moet onder post 84.21 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 8421.29/2 op post 84.21 in aant. 4 op die post.

Bloedzakken, zoals hierna omschreven, moeten, mede gelet op Aantekening 2 IDR op hoofdstuk 90, onder post 90.18 worden ingedeeld. Het betreft niet-steriele zakken van doorzichtige kunststof met een inhoud van ongeveer 1000 ml, bestemd voor eenmalig gebruik in een transfersysteem bij het bewerken, bewaren en toedienen van bloedcomponenten. Zie DK 9 november 2004, nr. 02/7122 DK, in aant. 4 op post 90.18.

Signaalgeneratoren vormen op zich geen deel of toebehoren van een van de onder post 90.30 genoemde apparaten of toestellen. Zie DK 9 augustus 2005, nr. 03/768 DK, in aant. 4 op post 85.43.

Een deken voor eenmalig gebruik moet met toepassing van Aantekening 2 b IDR op hoofdstuk 90 onder post 90.18 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 9018.90/1 op post 90.18 in aant. 4 op die post.

Een speciaal voor een beademingstoestel ontworpen statische omvormer, moet onder post 85.04 worden ingedeeld. Zie DK 8 april 2010, nr. P09/00488 DK, in aant. 4 op post 85.04.

Een bepaald apparaat voor het beoordelen van afval- en rioolwater moet met toepassing van Aantekening 2 c IDR op hoofdstuk 90 onder post 90.33 worden ingedeeld. Zie statement 48e vergadering op post 90.33 in aant. 4 op die post.

Urineopvangzakken voor catheters en opvangzakken voor dialysemachines zijnde zakken voor hemodialyse, moeten onder post 39.26 worden ingedeeld. Zie HvJ 16 juni 2011, nr. C-152/10, in aant. 4 op post 39.26.

Bergingsmiddelen van harde kunststof voorzien van een scharnierend deksel, voor de vervaardiging van wafers, moeten onder post 39.23 worden ingedeeld. Aantekening 2 b IDR op hoofdstuk 90 is niet van toepassing. Zie statement 86e vergadering op post 39.23 in aant. 4 op die post.

Een driebenige camerasteun (driepoot) gemaakt van een legering van aluminium, magnesium en titanium (AMT) en waarop een digitale camera, een fototoestel of een videocamera kan worden bevestigd, moet onder post 96.20 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 9620.00/1 op post 96.20 in aant. 4 op die post.

Een koppelstuk voor verbinding tussen een medische scoop en een medische camerakop, moet met toepassing van Aantekening 2 a IDR op hoofdstuk 90, onder post 90.02 worden ingedeeld, aldus de DKH. Zie DKH 14 augustus 2014, nrs. 13/3806 en 3808, in aant. 4 op post 90.02.

Bepaalde canisters met een daaraan onlosmakelijk verbonden vacuüm slang, moeten als deel van een wondgenezingssysteem, onder post 90.18 worden ingedeeld. Zie DKH 14 april 2015, nr. AWB 13/4700, in aant. 4 op post 90.18.

Aantekening 2 a IDR op hoofdstuk 90, gelezen in samenhang met de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, moet aldus worden uitgelegd dat de daarin voorkomende uitdrukking ‘delen en toebehoren die als zodanig onder een der posten van dit hoofdstuk of van hoofdstuk 84, 85 of 91 [...] kunnen worden ingedeeld’, alleen ziet op de viercijferige posten van deze hoofdstukken. 
Het Hof kwam tot deze uitspraak in een geschil omtrent de indeling van bepaalde verbindingsstukken voor hoorapparaten. Het verbindingsstuk kan worden beschreven als een geïsoleerde elektrische draad, voorzien van connectoren, die deel uitmaakt van een hoorapparaat. Een hoorapparaat is een elektrisch hulpapparaat met een circuit dat bestaat uit een microfoon, een zeer kleine luidspreker en een batterij. De microfoon vangt het geluid op, dat wordt versterkt en door de luidspreker wordt doorgegeven via het verbindingsstuk, dat speciaal voor de betrokken modellen van hoorapparaten werd ontwikkeld. Een verbindingsstuk verbindt de microfoon van het hoorapparaat met de luidspreker ervan, leidt het signaal van de microfoon naar de luidspreker, en zorgt voor de akoestische, geluidsgerelateerde, elektrische en mechanische specificaties.
De in het hoofdgeding aan de orde zijnde verbindingsstukken bestaan uit twee draden, elk samengesteld uit zeven verzilverde koperdraden die getwijnd, gevernist en vertind zijn. Elektrische geluidssignalen worden door het verbindingsstuk naar de luidspreker van het hoorapparaat geleid. Het door de microfoon opgevangen geluid wordt aan de ene kant omgezet in elektrische impulsen en aan de andere kant in geluid.
Elk uiteinde van het verbindingsstuk is voorzien van een ‘stekker’ die uit een aantal contactpennen bestaat die precies zijn aangepast aan de elektrische aansluitingen voor het type hoorapparaat waarvoor het verbindingsstuk specifiek is ontworpen. Een verbindingsstuk kan niet van het ene model van hoorapparaat op het andere model worden geplaatst.
De in het hoofdgeding aan de orde zijnde verbindingsstukken worden vervaardigd door middel van thermovorming, een productieprocedé waarbij het betrokken product wordt verwarmd tot het in de gewenste vorm kan worden gemodelleerd, zodat het in het menselijk oor past. De verbindingsstukken dienen niet alleen om de luidspreker van het hoorapparaat op de microfoon aan te sluiten, maar ook om het hoorapparaat aan het oor te hangen en op precies de juiste plaats te houden zodat het door de gebruiker functioneel kan worden gedragen. Voor elk model zijn de aan de orde zijnde verbindingsstukken in verschillende maten verkrijgbaar. Het verbindingsstuk wordt ook specifiek ontworpen om op het rechter- of het linkeroor te passen.
De verwijzende rechter verklaart dat partijen in het hoofdgeding het erover eens zijn dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde verbindingsstukken een ‘deel’ van een hoorapparaat zijn in de zin van de rechtspraak van het Hof inzake het begrip ‘delen’.
Belanghebbende betwist dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde verbindingsstukken als geïsoleerde draad, voorzien van verbindingsstukken, kunnen worden ingedeeld onder de door het Skatteministerium aangevoerde post 85.44. Het feit dat deze verbindingsstukken een ‘deel’ zijn van een hoorapparaat, zoals gedefinieerd in de vaste rechtspraak van het Hof, wijst erop dat de kwalificatie als ‘elektrische draad’ uitgesloten is. Bovendien tonen de specifieke vorm, het materiaal en de speciale contactpennen aan dat bedoelde verbindingsstukken een ‘deel’ van een hoorapparaat zijn en geen geïsoleerde elektrische draad.
Hieraan wordt niet afgedaan door Aantekening 2 a IDR op hoofdstuk 90. Overeenkomstig de bepalingen van het Geharmoniseerd Systeem (GS) en algemene bepaling 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur geldt deze Aantekening IDR zowel voor viercijferige posten als zescijferige onderverdelingen. Een deel dat als zodanig een goed is dat valt onder een onderverdeling van hoofdstuk 90, namelijk onderverdeling 9021.90, ‘andere’, moet daarom onder die onderverdeling worden ingedeeld, aldus belanghebbende.
Het Hof overwoog in dit verband dat vastgesteld dient te worden dat in deze Aantekening IDR het woord ‘post’ wordt gebruikt en niet het woord ‘onderverdeling’.
Artikel 3 van verordening nr. 2658/87 maakt een onderscheid tussen ‘posten’ en ‘onderverdelingen’ binnen de Gecombineerde Nomenclatuur (GN). Uit die bepaling blijkt dat de GN de zescijferige indeling van de posten en onderverdelingen van het GS overneemt, en hieraan een zevende en achtste cijfer toevoegt teneinde de voor de GN kenmerkende onderverdelingen te vormen.
Dit onderscheid blijkt ook uit de GN zelf en met name uit de algemene bepalingen voor de toepassing ervan. Overeenkomstig algemene bepaling 6 voor de toepassing van de GN zijn voor de indeling van goederen onder de onderverdelingen van een post wettelijk bepalend de bewoordingen van die onderverdelingen, de Aanvullende aantekeningen en de Aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken.
Derhalve blijkt dat de wetgever van de Unie binnen de GN een onderscheid heeft willen maken tussen de posten en de onderverdelingen en dat het gebruik van het woord ‘posten’ in Aantekening 2 a IDR op hoofdstuk 90 erop wijst dat deze Aantekening niet ziet op ‘onderverdelingen’.
Uit de rechtspraak van het Hof volgt ook dat het woord ‘post’ verwijst naar viercijferige codes, terwijl de zes- en achtcijferige codes worden aangeduid met het woord ‘onderverdeling’. Voorts omvat een viercijferige post van de GN zes- en achtcijferige onderverdelingen, aldus het Hof.

Gelet op vorenstaande conclusie moet worden onderzocht of de in het hoofdgeding aan de orde zijnde verbindingsstukken moeten worden geacht te vallen onder post 85.44, die ziet op ‘[d]raad, kabels (coaxiale kabels daaronder begrepen) en andere geleiders van elektriciteit, geïsoleerd (ook indien gevernist of gelakt – zogenaamd emaildraad – of anodisch geoxideerd), ook indien voorzien van verbindingsstukken; optische-vezelkabel bestaande uit individueel omhulde vezels, ook indien elektrische geleiders bevattend of voorzien van verbindingsstukken’, dan wel onder post 90.21, die ziet op ‘[o]rthopedische artikelen en toestellen, daaronder begrepen medisch-chirurgische gordels en banden, alsmede krukken; breukspalken en andere artikelen en apparaten voor de behandeling van breuken in het beendergestel; prothesen; hoorapparaten voor hardhorenden en andere voor het verhelpen of verlichten van gebreken of van kwalen dienende apparatuur, die door de patiënt in de hand wordt gehouden of op andere wijze wordt gedragen, dan wel wordt ingeplant’.
Het Hof stelt, in de eerste plaats vast dat het juist is dat in post 90.21 slechts uitdrukkelijk wordt verwezen naar ‘hoorapparaten voor hardhorenden’ en niet naar de delen daarvan. Onderverdeling 9021 9010 verwijst evenwel uitdrukkelijk naar ‘delen en toebehoren van hoorapparaten voor hardhorenden’, die daarenboven uitdrukkelijk worden uitgesloten van onderverdeling 9021 4000. De bewoordingen van die twee onderverdelingen blijken dus te zijn gebaseerd op de gedachte dat post 90.21 ook betrekking heeft op delen en toebehoren van hoorapparaten voor hardhorenden. De bewoordingen van afdeling XVIII en van hoofdstuk 90 verwijzen overigens uitdrukkelijk naar ‘delen en toebehoren’ van de instrumenten, apparaten en toestellen waarop die afdeling respectievelijk dat hoofdstuk betrekking hebben.
In de tweede plaats merkt het Hof op dat de toelichting IDR op post 90.21 verwijst naar hoorapparaten voor hardhorenden. Volgens die toelichting IDR zijn dit over het algemeen elektrische apparaten ‘met een circuit’ dat één of meer microfoons (met of zonder versterker), een ontvanger en een batterij bevat.
In de derde plaats heeft het Hof, wat post 90.21 betreft, reeds geoordeeld – met name op grond van de toelichting IDR op hoofdstuk 90 – dat de producten die onder die post vallen vooral worden gekenmerkt door hun zorgvuldige vervaardiging en hun grote precisie, hetgeen hen onderscheidt van gewone producten.
Het Hof herinnert aan de feitelijke vaststellingen van de verwijzende rechter waaruit blijkt dat verbindingsstukken als in het hoofdgeding aan de orde, wat hun objectieve kenmerken en eigenschappen betreft, zich onderscheiden van gewone producten, en met name van de in post 85.44 bedoelde draad, kabels en andere geïsoleerde geleiders van elektriciteit, door hun zorgvuldige vervaardiging en hun grote precisie, daarbij rekening houdend met de wijze waarop zij worden vervaardigd en hun specifieke functie.
In de vierde plaats dient rekening te worden gehouden met de bestemming van verbindingsstukken als in het hoofdgeding aan de orde, aangezien deze bestemming een objectief indelingscriterium kan zijn wanneer zij inherent is aan het product, hetgeen moet kunnen worden beoordeeld aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen van dit laatste.
In casu lijkt uit de feitelijke vaststellingen van de verwijzende rechter ook naar voren te komen dat verbindingsstukken als in het hoofdgeding aan de orde specifiek aan de hoorapparaten zijn aangepast. Bovendien wordt niet betwist dat die verbindingsstukken speciaal zijn ontworpen om deel te gaan uitmaken van een hoorapparaat.

Uit Aantekening 2 a IDR op hoofdstuk 90 volgt derhalve dat verbindingsstukken als in het hoofdgeding aan de orde onder post 90.21 kunnen vallen. Bovendien kunnen dergelijke verbindingsstukken onder onderverdeling 9021 9010 worden ingedeeld, aangezien die uitdrukkelijk verwijst naar delen en toebehoren van hoorapparaten voor hardhorenden.
Het staat aan de verwijzende rechter om over te gaan tot de tariefindeling van de in het hoofdgeding aan de orde zijnde verbindingsstukken voor hoorapparaten aan de hand van de gegevens die het Hof hem in antwoord op zijn vragen heeft verstrekt. 
Ten slotte oordeelt het Hof dat Aantekening 1 m IDR op afdeling XVI aldus moet worden uitgelegd dat wanneer een goed onder hoofdstuk 90 valt, het niet ook onder de hoofdstukken 84 en 85 kan vallen. HvJ 16 mei 2019, nr. C-138/18 (PbEU 2019, nr. C 255 en Douanerechtspraak 2019/86).

Noot. Met betrekking tot de toepassing van Aantekening 2 a IDR op hoofdstuk 90, schijnt het dat het Hof in bovenstaande uitspraak zichzelf tegenspreekt. Aan de ene kant oordeelt het Hof dat de bewuste Aantekening slechts ziet op posten en niet op onderverdelingen daarvan. Aan de andere kant legt het Hof een relatie tussen deze Aantekening en onderverdeling 9021 9010. Daarbij moet worden aangetekend dat, naar het voorkomt, een artikel dat onder de bepaling van Aantekening 2 a IDR valt, juist wordt uitgezonderd van indeling onder, in dit geval, post 90.21. Zo wordt de draagwijdte van Aantekening 2 IDR op hoofdstuk 90 in de toelichting IDR op dat hoofdstuk, als volgt weergegeven:
‘Met inachtneming van het bepaalde in de Aantekeningen 1 en 2 IDR op hoofdstuk 90, worden delen en toebehoren waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor de machines, apparaten, toestellen en instrumenten bedoeld bij dit hoofdstuk, ingedeeld als die machines, apparaten, toestellen en instrumenten.
Van deze regel wordt afgeweken ten aanzien van:
1. delen en toebehoren die als zodanig zijn begrepen onder een der posten van de hoofdstukken 84, 85, en 91, andere dan de restposten 84.87, 85.48 of 90.33. Zo blijft een vacuümpomp voor een elektronische microscoop ingedeeld onder post 84.14, terwijl transformatoren, elektromagneten, condensatoren, weerstanden, relais, lampen, buizen, enz. steeds ingedeeld blijven onder hoofdstuk 85. Optische elementen bedoeld bij de posten 90.01 en 90.02, blijven daaronder ingedeeld, ongeacht de machines, apparaten of toestellen, waarvoor zij zijn bestemd. Uurwerken blijven ingedeeld onder hoofdstuk 91. Fototoestellen blijven onder post 90.06 ook indien zij speciaal zijn gemaakt om met andere instrumenten (microscopen, stroboscopen, enz.) te worden gebruikt;
2. delen en toebehoren waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor de machines, apparaten, toestellen en instrumenten, bedoeld bij verschillende posten van dit hoofdstuk. Deze delen en toebehoren worden ingedeeld onder post 90.33, met dien verstande dat delen en toebehoren, die als zodanig zijn begrepen onder een andere post, op grond van het bepaalde onder 1, onder die andere post blijven ingedeeld.’
De bepalingen van Aantekening 2 IDR op hoofdstuk 90 zijn, met uitzondering van de verwijzing naar ‘toebehoren’, een kopie van de bepalingen in Aantekening 2 IDR op afdeling XVI. Ten aanzien van toepassing van die Aantekening oordeelde het Hof dat ‘Aantekening 2 a IDR op afdeling XVI van de gecombineerde nomenclatuur moet aldus worden uitgelegd dat een goed dat vatbaar is voor indeling zowel onder post 84.73 als onder een van de posten 84.22, 84.56, 85.01, 85.04, 85.43 en 85.44 als apart product, als zodanig onder een van deze laatste posten op grond van de eigen kenmerken ervan moet worden ingedeeld.’ (zie HvJ 15 mei 2014, nr. C-297/13, in aant. 6 op Aantekening 2 IDR op afdeling XVI).

Een zogenoemd moederbord (gedrukte schakeling) voor instrumentenpaneel van een voertuig moet onder meer met toepassing van Aantekening 2 b IDR op hoofdstuk 90, onder post 90.29 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 9029.90/1 op post 90.29 in aant. 4 op die post.

Een apparaat dat wordt gebruikt in een digitale röntgendetector moet onder meer met toepassing van Aantekening 2 b IDR op hoofdstuk 90, onder post 90.22 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 9022.90/1 op post 90.22 in aant. 4 op die post.

Een microfoon voor gebruik in een gehoorapparaat moet, onder meer met toepassing van Aantekening 2 a IDR op hoofdstuk 90, onder post 85.18 worden ingedeeld.
De microfoon kan niet als een deel van een gehoorapparaat onder post 90.21 worden ingedeeld, omdat het beantwoordt aan de omschrijving in post 85.18. Het artikel onderscheidt zich niet van het gebruik als microfoon. Zie conclusie 211e vergadering Comité douanewetboek op post 85.18 in aant. 4 op die post.

Een galvanische scheidingseenheid moet onder post 85.43 worden ingedeeld. Het product biedt drie specifieke functies: voeding, signaalomzetting en galvanische scheiding. Zie conclusie 215e vergadering Comité douanewetboek op post 85.43 in aant. 4 op die post.

Een puntig voorwerp met een buis van kunststof (zogenoemde ‘spike’), met een gedeelte om de punt vast te houden met aan het uiteinde een Luer-sluiting en een verwijderbare afdekking, moet onder post 39.26 worden ingedeeld. Het artikel wordt gebruikt om in zakken, flessen of injectieflacons te prikken en daarmee toegang te krijgen tot bloed, zoutoplossing, medicijnen en water. Het artikel kan deel uitmaken van een set om vloeistof in verschillende apparaten over te brengen (bevochtiger, dialysesysteem, bloedcentrifuge, enz.) of kan samen met andere medische instrumenten worden gebruikt bij intraveneuze infusie of handmatige bereiding van medicijnen.
Bij aanbieding is het artikel niet alleen herkenbaar als onderdeel van een medisch instrument van hoofdstuk 90, omdat het ook kan worden gebruikt met andere artikelen dan die voor specifiek medisch gebruik van hoofdstuk 90, met inbegrip van centrifuges voor het scheiden van bloed in de bestanddelen daarvan, ingedeeld onder post 84.21. Daarom kan het artikel niet worden aangemerkt als een deel of accessoire van een instrument of apparaat van hoofdstuk 90 in de zin van Aantekening 2 IDR op hoofdstuk 90.
Bovendien zijn de apparaten waarmee het voorwerp wordt gebruikt niet afhankelijk van de aanwezigheid van de spike om hun functies uit te voeren, noch breidt de “spike hun functies uit. Daarom kan de spike volgens de jurisprudentie van het Hof (bijvoorbeeld het arrest in zaak C-152/10 (Unomedical)) niet worden aangemerkt als een deel of toebehoren van de artikelen waarin hij wordt gebruikt. Als gevolg daarvan moet de indeling worden gebaseerd op de aard en samenstelling van het product. Zie conclusie 220e vergadering Comité douanewetboek op post 39.26 in aant. 4 op die post.

 

5
Nadere verwijzing

Zie voor de indeling van koorden, kettingen en dergelijke, al dan niet met eindlussen, (bijvoorbeeld ‘brilkoorden’ of ‘brilkettingen’) voor de producten bedoeld bij post 90.04 de toelichting EG opgenomen in aant. 2 op post 90.04. Zij mogen niet als deel noch als toebehoren worden beschouwd, omdat zij geen integrerend bestanddeel van deze producten vormen en ook niet tot de functionaliteit ervan bijdragen of deze verbeteren. Daarom moeten zij worden ingedeeld naar de stof waarvan zij zijn vervaardigd (bijvoorbeeld onder post 56.09, 63.07, 71.17, 73.15 of 76.16).

3.

3 (1; 3; 4). Het bepaalde in de aantekeningen 3 en 4 op afdeling XVI is eveneens van toepassing op dit hoofdstuk.

1
Toelichting IDR

IV. Machines met twee of meer verschillende functies of combinaties van machines, apparaten, enz.; functionele eenheden (Aantekening 3 IDR)

Aantekening 3 IDR bepaalt dat de voorwaarden van de Aantekeningen 3 en 4 IDR op afdeling XVI eveneens van toepassing zijn op dit hoofdstuk (zie de toelichting IDR (algemene opmerkingen), onderdelen VI en VII, op afdeling XVI, opgenomen in de aantt. 1 op Aantekeningen 3 en 4 IDR op afdeling XVI).

In de regel, worden machines met twee of meer verschillende functies ingedeeld naar de functie die kenmerkend is voor het geheel.

Machines met twee of meer verschillende functies zijn in staat verschillende bewerkingen uit te voeren.

Indien het niet mogelijk is de hoofdfunctie te bepalen en indien in de wettelijke bepalingen (zie Aantekening 3 IDR op afdeling XVI) niet anders is voorzien, dan dient de algemene bepaling 3 c voor de toepassing van de nomenclatuur te worden toegepast.

Hetzelfde geldt voor combinaties van machines of apparaten van verschillende soorten, die een geheel vormen en die achtereenvolgens of gelijktijdig afzonderlijke functies verrichten, die elkaar meestal aanvullen en bedoeld zijn bij verschillende posten van dit hoofdstuk.

Voor de toepassing van het vorenstaande worden als machines en apparaten die een geheel vormen aangemerkt, de machines van verschillende soorten, die in of op elkaar zijn gemonteerd, alsmede de machines die zijn gemonteerd op een gemeenschappelijk voetstuk, onderstel, frame, grondplaat of die in een gemeenschappelijke kast zijn geplaatst.

De verschillende elementen kunnen slechts geacht worden één geheel te vormen, indien zij zijn bestemd om in of op elkaar, dan wel in of op een gemeenschappelijk deel (voetstuk, onderstel, frame, kast, enz.) gemonteerd te blijven. Uitgezonderd zijn derhalve samenvoegingen die een voorlopig karakter dragen of die niet zijn gemonteerd op een wijze die normaal is voor combinaties van machines of apparaten, enz.

De voetstukken, onderstellen, frames of kasten mogen zijn voorzien van wielen om het geheel te kunnen verplaatsen, mits een dergelijk samenstel hierdoor niet het karakter verkrijgt van een artikel (bijvoorbeeld een voertuig) dat in een andere post meer specifiek is genoemd.

Vloeren, betonfunderingen, muren, schotten, plafonds, enz., ook indien speciaal ingericht om daarop of daaraan machines en apparaten te monteren, zijn niet aan te merken als gemeenschappelijke voetstukken of grondplaten waarmede deze machines en apparaten één geheel kunnen vormen en zijn tevens niet bepalend voor de functie van het geheel.

Een beroep op de bepalingen van Aantekening 3 IDR op afdeling XVI is niet nodig, indien de combinatie van machines of apparaten als zodanig bij een bepaalde post is bedoeld.

Dit hoofdstuk omvat, als functionele eenheden, bijvoorbeeld elektrische (elektronische daaronder begrepen) instrumenten, apparaten en toestellen die een analoog of digitaal systeem voor telemetrie vormen. Deze instrumenten, apparaten en toestellen bestaan in hoofdzaak uit het volgende:

I. in het zendergedeelte:

i. een primaire detector (overdrager, seingever, analoog-digitaal omzetter) die, wat ook de aard is van de te meten grootheid, deze grootheid omzet in een evenredige stroom, spanning of digitaal signaal;

ii. een meetwaardeversterker, zijnde een zend- en ontvangbasiseenheid die, indien noodzakelijk, de stroom, spanning of het digitale signaal opvoert tot een waarde die vereist wordt door een impuls- of frequentie-gemoduleerde zender;

iii. een impuls- of frequentie-gemoduleerde zender die een analoog of digitaal signaal naar een ander station doorzendt;

II. in het ontvanggedeelte:

i. een impuls-, frequentie-gemoduleerd of digitaal-signaalontvanger, die de overgezonden informatie omzet in een analoog of digitaal signaal;

ii. een meetversterker die, indien noodzakelijk, het analoge of digitale signaal versterkt;

iii. aanwijsinstrumenten of registreerapparaten waarvan de aanduiding van de grootheid is geijkt in overeenstemming met het oorspronkelijke te meten fenomeen en die zijn voorzien van mechanische of opto-elektronische afleeseenheden.

Systemen voor telemetrie worden hoofdzakelijk gebruikt in pijpleidingen bij de olie- en gasproductie, drinkwater-, gas- en rioleringsinstallaties en milieubewakingssystemen.

Zend- en ontvangsttoestellen voor lijn- of radiotransmissie blijven onder hun eigen post ingedeeld (post 85.17, 85.25 of 85.27, naar gelang het geval) tenzij deze in één enkele behuizing zijn gecombineerd met de instrumenten, apparaten en toestellen die zijn genoemd sub I en II hiervoor of dat het geheel een functionele eenheid vormt in de zin van Aantekening 3 IDR op hoofdstuk 90. De complete eenheid valt dan onder dit hoofdstuk. Algemene opmerkingen, sub IV.

2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Een apparaat voor hartslagmeting moet onder meer met toepassing van Aantekening 3 IDR op hoofdstuk 90, onder post 90.31 worden ingedeeld. Het apparaat bestaat uit:

- een hartslagsensor en een draadloze zender, ingebouwd in een borstband,

- een hartslagmonitor, voorzien van een draadloze ontvanger, een horloge, bedieningsknoppen en een optisch-elektronisch display, die om de pols kan worden gedragen,

- een houder waarmee de hartslagmonitor op het stuur van een fiets kan worden gemonteerd.

De hartslagen worden geregistreerd door de sensor en de overeenkomstige gegevens worden draadloos verzonden naar de monitor die de (actuele, maximale of gemiddelde) hartslagfrequentie berekent en op het display weergeeft.

Het apparaat functioneert ook als een horloge en een stopwatch.

De hartslagsensor en de hartslagmonitor zijn bestemd om gezamenlijk een welbepaalde functie te verrichten in de zin van Aantekening 3 IDR op hoofdstuk 90 in samenhang met Aantekening 4 IDR op afdeling XVI, aangezien de sensor de hartslagen registreert en de signalen doorzendt naar de monitor die deze verwerkt en weergeeft. Zie Verordening (EU) nr. 1212/2013, punt 1, in aant. 3 op post 90.31.

Een zogenoemde gyrometer moet onder meer met toepassing van Aantekening 3 IDR op hoofdstuk 90, onder post 90.31 worden ingedeeld.

Aangezien het instrument zowel hoeksnelheidssensoren als een temperatuursensor bevat, is het een combinatie van machines van verschillende soorten die bestemd zijn om gezamenlijk te functioneren en die een geheel vormen in de zin van Aantekening 3 IDR op hoofdstuk 90 (Aantekening 3 IDR op afdeling XVI). Aangezien de temperatuursensor hoofdzakelijk dient om informatie te verstrekken om het uitgangssignaal te compenseren, wordt de voornaamste functie van het instrument verricht door de hoeksnelheidssensoren. Zie Verordening (EU) 2015/805 in aant. 3 op post 90.31.

Een draagbaar, met de hand vastgehouden elektromechanisch toestel voor persoonlijke huidverzorging moet onder meer met toepassing van Aantekening 3 IDR op hoofdstuk 90, onder post 85.09 worden ingedeeld. Het heeft een waterdichte behuizing en een ingebouwde elektromotor die trillingen (zogenoemde geluidspulsaties) produceert. De buitenkant van het toestel is vervaardigd van silicone, met hypoallergene siliconeborstels aan beide zijden. Het toestel is ontworpen voor het reinigen van de gezichtshuid door middel van een reinigingsmiddel en trillende borstels. Bij het reinigen van de huid wordt het gezicht als bijkomend effect van de pulsaties gemasseerd.
Het toestel vervult de functie van een huishoudelijk gezichtsreinigingstoestel en een massagefunctie, maar deze laatste is slechts ondergeschikt. Op grond van Aantekening 3 IDR op afdeling XVI moeten machines die zijn ontworpen om twee of meer elkaar aanvullende functies te vervullen, worden ingedeeld naar de hoofdfunctie. Indeling onder post 90.19 als toestellen voor massage is derhalve uitgesloten. Zie Verordening (EU) 2021/530 in aant. 3 op post 85.09.

4
Jurisprudentie

Een cryotherapiekamer voor het hele lichaam voor het behandelen van bijvoorbeeld, huidziektes, gewrichtsontstekingen of reumatische ziekten, bestaande uit afzonderlijke basisdelen, welke gezamenlijk worden aangeboden, maar niet gemonteerd zijn, moet onder meer met toepassing van Aantekening 3 IDR op hoofdstuk 90 ingedeeld worden onder post 90.18. Zie tarifering IDR 9018.90/2 op post 90.18 in aant. 4 op die post.

Een fotocamera, afzonderlijk aangeboden en bestemd om te worden gemonteerd in een röntgenapparaat om patiënten te onderzoeken, moet onder meer met toepassing van Aantekening 3 IDR op hoofdstuk 90, onder post 90.06 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 9006.30/1 op post 90.06 in aant. 4 op die post.

Een aerodynamische ultraviolet-deeltjesmeter en een draagbare deeltjesteller, moeten onder meer met toepassing van Aantekening 3 IDR op hoofdstuk 90, onder post 90.27 worden ingedeeld. Zie HvJ 10 december 2015, nr. C-183/15, in aant. 4 op post 90.27.

4.

4. Post 90.05 omvat niet richtkijkers (telescoopvizieren) voor wapens, periscopen voor onderzeeboten of voor gevechtswagens en kijkers voor machines, apparaten, toestellen en instrumenten, bedoeld bij dit hoofdstuk of bij afdeling XVI (post 90.13).

5.

5. Optische machines, toestellen, apparaten en instrumenten, voor het meten of het verifiëren, die zowel onder post 90.13 als onder post 90.31 kunnen worden ingedeeld, vallen onder post 90.31.

6.

6 (3; 4). Voor de toepassing van post 90.21 worden als ‘orthopedische artikelen en toestellen’ aangemerkt, artikelen en toestellen die dienen voor:

- hetzij het voorkomen of verhelpen van lichamelijke misvormingen;

- hetzij het ondersteunen of op hun plaats houden van delen van het lichaam na ziekte, een operatie of een blessure.

Orthopedische artikelen en toestellen omvatten eveneens orthopedische schoenen en speciale binnenzolen, ontworpen om orthopedische aandoeningen te verhelpen, op voorwaarde dat zij 1) op maat zijn vervaardigd of 2) in serie zijn vervaardigd, per stuk en niet paarsgewijs worden aangeboden en zijn ontworpen om zowel aan de linkervoet als aan de rechtervoet te passen.

1 en 2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Een product bestaande uit een kraag van kunststof die rond de nek past, met een schokdempende schuimlaag en haken-lussensluitingen (zogenoemde ‘halskraag’) moet onder meer met toepassing van Aantekening 6 IDR op hoofdstuk 90 onder post 90.21 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 1195/2011 in aant. 3 op post 90.21.

Binnenzolen bestaande uit een flexibel vorkvormig verend gedeelte vervaardigd uit staal en een verwisselbaar dempend kussentje vervaardigd uit diverse materialen moeten onder post 64.06 worden ingedeeld.
Het product kan niet worden aangemerkt als een orthopedisch artikel of toestel van post 90.21, omdat het niet beantwoordt aan de bepalingen van Aantekening 6 IDR op hoofdstuk 90. Zie Verordening (EU) nr. 696/2012 in aant. 3 op post 64.06.

4
Jurisprudentie

Een orthopedische loophulp, ook bekend als een ‘rollator’ moet onder post 90.21 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 9021.10/1 op post 90.21 in aant. 4 op die post.

7.

7. Onder post 90.32 worden uitsluitend ingedeeld:

a. instrumenten, apparaten en toestellen voor het automatisch regelen van de doorstroming, het peil, de druk of andere variabele karakteristieken van vloeistoffen of gassen of voor het automatisch regelen van de temperatuur, ook indien de werking berust op een elektrisch verschijnsel dat varieert met de te regelen factor en die als functie hebben deze factor op een vooraf vastgestelde waarde te brengen en dan constant te houden (te stabiliseren) zonder beïnvloed te zijn door optredende afwijkingen, zulks door het ononderbroken of periodiek meten van de optredende werkelijke waarde;

b. automatische regelaars van elektrische grootheden, alsmede automatische regelaars van andere grootheden, waarvan de werking berust op een elektrisch verschijnsel dat varieert met de te regelen factor en die als functie hebben deze factor op een vooraf vastgestelde waarde te brengen en dan constant te houden (te stabiliseren) zonder beïnvloed te zijn door optredende afwijkingen, zulks door het ononderbroken of periodiek meten van de optredende werkelijke waarde (3).

1 en 2
Gereserveerd
3
EG Verordening

Een systeem bestaande uit:

- een centrale verwerkingseenheid met toetsenbord, muis en beeldscherm (pc),

- een centrale verwerkingseenheid (server), en

- een precisiescanner,

moet onder meer met toepassing van Aantekening 7 b IDR op hoofdstuk 90, onder post 90.32 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 634/2005, punt 5, in aant. 3 op post 90.32.

Aanvullende aantekeningen EG

1. Als ‘instrumenten, apparaten en toestellen, elektronisch’ in de zin van de onderverdelingen 9015 3010, 9025 8040, 9026 1021, 9026 1029, 9026 2020, 9026 8020, 9027 1010 en 9032 1020 worden aangemerkt, de instrumenten, apparaten en toestellen die een of meer artikelen van post 85.40, 85.41 of 85.42 bevatten, waarbij evenwel niet in aanmerking worden genomen de artikelen van post 85.40, 85.41 of 85.42 die uitsluitend als gelijkrichter dienen of die alleen in het voedingsgedeelte van deze instrumenten, apparaten en toestellen aanwezig zijn.

2. (2) Voor de toepassing van onderverdeling 9021 1010 worden onder ‘orthopedische artikelen en toestellen’ verstaan artikelen en toestellen waarvan de speciale vorm en uitvoering aan een bepaalde orthopedische functie beantwoorden, in tegenstelling tot producten die voor diverse doeleinden kunnen worden gebruikt (bijvoorbeeld producten voor gewrichten, ligamenten of pezen die overbelast zijn als gevolg van sportactiviteiten, typen, en producten die alleen de pijn in het gebrekkig of gehandicapt lichaamsdeel verlichten, die bijvoorbeeld veroorzaakt wordt door een ontsteking).
De ‘orthopedische artikelen en toestellen’ moeten een specifieke beweging van het gebrekkig of gehandicapt lichaamsdeel (bijvoorbeeld gewrichten, ligamenten of pezen) volledig onmogelijk maken om verdere blessures of lichamelijke misvormingen of een verergering van dergelijke blessures of misvormingen te voorkomen, dit in tegenstelling tot andere producten die specifieke bewegingen niet kunnen voorkomen, maar reflexbewegingen (onbewuste bewegingen) voorkomen doordat deze producten relatief inflexibel zijn als gevolg van bijvoorbeeld flexibele breukspalken, pelottes, niet-elastisch textiel of bewegingsbeperkende klittenbandsluitingen.

2
Toleichting EG

Zie ook Aantekening 6 IDR op hoofdstuk 90 en het arrest in gevoegde zaken C-260/00 tot en met C-263/00, Lohmann GmbH & Co. KG en Medi Bayreuth Weihermüller & Voigtmann GmbH & Co. KG tegen Oberfinanzdirektion Koblenz, punten 36, 37, 39, 40, 43 en 45 (ECLI:EU:C:2002:637).

Voorbeelden van producten die onder onderverdeling 9021 1010 vallen:


 

Voorbeelden van producten die onder afdeling XI vallen:


AFDELING XVIII. OPTISCHE INSTRUMENTEN, APPARATEN EN TOESTELLEN; INSTRUMENTEN APPARATEN EN TOESTELLEN VOOR DE FOTOGRAFIE EN DE CINEMATOGRAFIE; MEET-, VERIFICATIE-, CONTROLE- EN PRECISIE-INSTRUMENTEN, -APPARATEN EN -TOESTELLEN; MEDISCHE EN CHIRURGISCHE INSTRUMENTEN, APPARATEN EN TOESTELLEN; UURWERKEN; MUZIEKINSTRUMENTEN; DELEN EN TOEBEHOREN VAN DEZE INSTRUMENTEN, APPARATEN EN TOESTELLEN

 

HOOFDSTUK 90 - OPTISCHE INSTRUMENTEN, APPARATEN EN TOESTELLEN; INSTRUMENTEN, APPARATEN EN TOESTELLEN VOOR DE FOTOGRAFIE EN DE CINEMATOGRAFIE; MEET-, VERIFICATIE-, CONTROLE- EN PRECISIE-INSTRUMENTEN, -APPARATEN EN -TOESTELLEN; MEDISCHE EN CHIRURGISCHE INSTRUMENTEN, APPARATEN EN TOESTELLEN; DELEN EN TOEBEHOREN VAN DEZE INSTRUMENTEN, APPARATEN EN TOESTELLEN

 

AANTEKENINGEN

 

1. Dit hoofdstuk omvat niet:

a. artikelen voor technisch gebruik van niet-geharde gevulkaniseerde rubber (post 40.16) van leder of van kunstleder (post 42.05) of van textielstoffen (post 59.11);

b. steungordels en andere ondersteunende artikelen, van textielstof, waarbij het beoogde effect op het te ondersteunen of op zijn plaats te houden orgaan enkel wordt verkregen door hun elasticiteit (bijvoorbeeld positiegordels, thoraxbandages, abdominale bandages, gewrichts- en spierbandages) (afdeling XI);

c. vuurvaste producten bij post 69.03; artikelen voor chemisch en ander technisch gebruik bedoeld bij post 69.09;

d. spiegels van glas, niet optisch bewerkt, bedoeld bij post 70.09 en spiegels van onedele of van edele metalen, die niet het karakter hebben van optische elementen (post 83.06 of hoofdstuk 71);

e. artikelen van glas bedoeld bij de posten 70.07, 70.08, 70.11, 70.14, 70.15 en 70.17;

f. delen voor algemeen gebruik in de zin van aantekening 2 op afdeling XV, van onedel metaal (afdeling XV) en dergelijke artikelen van kunststof (hoofdstuk 39); artikelen speciaal ontworpen om uitsluitend te worden gebruikt als implantaten in de geneeskunde, de chirurgie, de tandheelkunde of de veeartsenijkunde, worden echter ingedeeld onder post 9021;

g. distributiepompen met meettoestel bedoeld bij post 8413; bascules en balansen, voor het tellen en controleren van werkstukken, alsmede afzonderlijk aangeboden gewichten (post 8423); heftoestellen en toestellen voor het hanteren van goederen (posten 8425 tot en met 8428); papier- en kartonsnijmachines van alle soorten (post 8441) speciale toestellen voor het instellen van werkstukken of van gereedschap op gereedschapswerktuigen of op waterstraalsnijmachines, ook indien voorzien van optische apparatuur voor het aflezen van een schaalverdeling (bijvoorbeeld optische verdeelkoppen), bedoeld bij post 8466, met uitzondering echter van specifiek optische toestellen (bijvoorbeeld centreringsmicroscopen); rekenmachines (post 8470); reduceerventielen, kranen en andere artikelen bedoeld bij post 8481; machines en toestellen (apparaten voor het projecteren of het tekenen van schakelingspatronen op gevoelig halfgeleidermateriaal daaronder begrepen) bedoeld bij post 8486;

h. koplampen en schijnwerpers van de soort gebruikt op rijwielen of op motorvoertuigen (post 85.12); draagbare elektrische lampen bedoeld bij post 85.13; cinematografische toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid, alsmede apparaten voor het vervaardigen in serie van geluidsdragers (posten 85.19); opname- en weergavekoppen (post 85.22); televisiecamera's, digitale fotocamera's en videocamera-opnametoestellen (post 85.25); radartoestellen, toestellen voor radionavigatie en toestellen voor radioafstandsbediening (post 85.26); verbindingsstukken voor optische vezels, optischevezelbundels of optischevezelkabels (post 8536);toestellen voor numerieke besturing bedoeld bij post 8537; ?sealed beam' lampen bedoeld bij post 8539; optischevezelkabels bedoeld bij post 8544;

ij. zoeklichten en schijnwerpers, bedoeld bij post 94.05;

k. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 95;

l. inhoudsmaten, die worden ingedeeld als werken van de stof waarvan zij zijn vervaardigd;

m. spoelen, haspels en dergelijke opwindmiddelen (die worden ingedeeld als werken van de stof waaruit zij zijn vervaardigd, (bijvoorbeeld onder post 39.23 of onder afdeling XV).

2. Behoudens het bepaalde in aantekening 1 hiervoor, worden delen en toebehoren van de bij dit hoofdstuk bedoelde machines, apparaten, toestellen, instrumenten of artikelen ingedeeld met inachtneming van de volgende regels:

a. delen en toebehoren die als zodanig onder een der posten van dit hoofdstuk of van de hoofdstukken 84, 85 of 91 (met uitzondering van de posten 84.87, 85.48 en 90.33) kunnen worden ingedeeld, blijven onder die posten ingedeeld.

b. delen en toebehoren niet bedoeld onder a hiervoor, waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine of voor een bepaald instrument, apparaat of toestel, dan wel voor verschillende onder eenzelfde post vallende machines, instrumenten, apparaten of toestellen (die bedoeld zijn bij post 90.10, 90.13 en 90.31 daaronder begrepen), worden ingedeeld onder de post waaronder deze machines, instrumenten, apparaten of toestellen vallen;

c. andere delen en toebehoren worden ingedeeld onder post 90.33.

3. Het bepaalde in aantekening 3 en 4 op afdeling XVI is eveneens van toepassing op dit hoofdstuk.

4. Post 90.05 omvat niet richtkijkers (telescoopvizieren) voor wapens, periscopen voor onderzeeboten of voor gevechtswagens en kijkers voor machines, apparaten, toestellen en instrumenten, bedoeld bij dit hoofdstuk of bij afdeling XVI (post 90.13).

5. Optische machines, toestellen, apparaten en instrumenten, voor het meten of het verifiëren, die zowel onder post 90.13 als onder post 90.31 kunnen worden ingedeeld, vallen onder post 90.31.

6. Voor de toepassing van post 90.21 worden als 'orthopedische artikelen en toestellen' aangemerkt, artikelen en toestellen die dienen voor:

hetzij het voorkomen of verhelpen van lichamelijke misvormingen;

hetzij het ondersteunen of op hun plaats houden van delen van het lichaam na ziekte, een operatie of blessure.

Orthopedische artikelen en toestellen omvatten eveneens orthopedische schoenen en speciale binnenzolen, ontworpen om orthopedische aandoeningen te verhelpen, op voorwaarde dat zij (1) op maat zijn vervaardigd of (2) in serie zijn vervaardigd, per stuk en niet paarsgewijs worden aangeboden en zijn ontworpen om zowel aan de linkervoet als aan de rechtervoet te passen.

7.Onder post 90.32 worden uitsluitend bedoeld:

a. instrumenten, apparaten en toestellen voor het automatisch regelen van de doorstroming, het peil, de druk of andere variabele karakteristieken van vloeistoffen of gassen of voor het automatisch regelen van de temperatuur, ook indien de werking berust op een elektrisch verschijnsel dat varieert met de te regelen factor en die als functie hebben deze factor op een vooraf vastgestelde waarde te brengen en dan constant te houden (te stabiliseren) zonder beïnvloed te zijn door optredende afwijkingen, zulks door het ononderbroken of periodiek meten van de optredende werkelijke waarde;

b. automatische regelaars van elektrische grootheden, alsmede automatische regelaars van andere grootheden, waarvan de werking berust op een elektrisch verschijnsel dat varieert met de te regelen factoren en die als functie hebben deze factor op een vooraf vastgestelde waarde te brengen en dan constant te houden (te stabiliseren) zonder beïnvloed te zijn door optredende afwijkingen, zulks door het ononderbroken of periodiek meten van de optredende werkelijke waarde.

 

AANVULLENDE AANTEKENINGEN (GN)

1. Als „instrumenten, apparaten en toestellen, elektronisch' in de zin van de onderverdelingen 9015 10 10, 9015 20 10, 9015 30 10, 9015 40 10, 9024 80 11, 9024 80 19, 9025 19 20, 9025 80 40, 9026 10 21, 9026 10 29, 9026 20 20, 9026 80 20, 9027 10 10, 9027 80 11, 9027 80 13, 9027 80 17, 9030 33 30, 9030 89 30 en 9032 10 20 worden aangemerkt, de instrumenten, apparaten en toestellen die een of meer artikelen van post 8540, 8541 of 8542 bevatten, waarbij evenwel niet in aanmerking worden genomen de artikelen van post 8540, 8541 of 8542 die uitsluitend als gelijkrichter dienen of die alleen in het voedingsgedeelte van deze instrumenten, apparaten en toestellen aanwezig zijn.

2. Voor de toepassing van onderverdeling 9021 10 10 worden onder 'orthopedische artikelen en toestellen' verstaan artikelen en toestellen waarvan de speciale vorm en uitvoering aan een bepaalde orthopedische functie beantwoorden, in tegenstelling tot producten die voor diverse doeleinden kunnen worden gebruikt (bijvoorbeeld producten voor gewrichten, ligamenten of pezen die overbelast zijn als gevolg van sportactiviteiten, typen, en producten die alleen de pijn in het gebrekkig of gehandicapt lichaamsdeel verlichten, die bijvoorbeeld veroorzaakt wordt door een ontsteking).
De 'orthopedische artikelen en toestellen' moeten een specifieke beweging van het gebrekkig of gehandicapt lichaamsdeel (bijvoorbeeld gewrichten, ligamenten of pezen) volledig onmogelijk maken om verdere blessures of lichamelijke misvormingen of een verergering van dergelijke blessures of misvormingen te voorkomen, dit in tegenstelling tot andere producten die specifieke bewegingen niet kunnen voorkomen, maar reflexbewegingen (onbewuste bewegingen) voorkomen doordat deze producten relatief inflexibel zijn als gevolg van bijvoorbeeld flexibele breukspalken, pelottes, niet-elastisch textiel of bewegingsbeperkende klittenbandsluitingen.