Algemeen douanerecht

  • De Wereld Douane Organisatie heeft bekend gemaakt dat de Islamitische Republiek Iran
    als 68e verdragspartij is toegetreden tot de Overeenkomst inzake
    tijdelijke invoer, bekend als Overeenkomst van Istanbul.

  • De Europese Commissie heeft bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1761 van 28
    september 2016 de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur vastgesteld van een
    zogenoemde „inspectiecamera”. Het toestel is ontworpen om hoofdzakelijk te worden
    gebruikt voor technische inspecties van holle ruimten. Het kan videobeelden opnemen
    en vastleggen. De filmbeelden kunnen realtime worden bekeken. Gezien de objectieve
    kenmerken van het toestel is de functie ervan videobeelden opnemen en vastleggen. Het
    moet daarom worden ingedeeld onder GN- code 8525 80 91 als
    videocamera-opnametoestellen enkel voorzien van een opnamemogelijkheid van het door
    de televisiecamera geregistreerde beeld en geluid.

  • In PbEU C 130 van 13 april 2016 heeft de Commissie de lijst gepubliceerd van
    nationale autoriteiten aangewezen overeenkomstig artikel 35, lid 3, van Verordening
    (EG) nr. 515/97 van de Raad betreffende de wederzijdse bijstand tussen de
    administratieve autoriteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen deze
    autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de douane- en
    landbouwvoorschriften. Daarin bleek de Franse autoriteit onjuist opgenomen.

  • Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1253 (PbEU L 205 van 30 juli 2016 heeft de
    Commissie wijzigingen gepubliceerd van Verordening (EU) nr. 92/2010 wat de
    uitwisseling van gegevens tussen douaneautoriteiten en de nationale statistische
    diensten en de opstelling van statistieken betreft.

  • Het Hof van Justitie heeft op 21 juli 2016 arrest gewezen in zaak C‑4/15 betreffende
    een verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Hoge Raad der
    Nederlanden bij arrest van 19 december 2014, in de procedure Staatssecretaris van
    Financiën tegen Argos Supply Trading BV arrest. Het betreft de afwijzing door de
    Nederlandse douaneautoriteiten van een door die onderneming ingediend verzoek om een
    vergunning voor gebruikmaking van de regeling passieve veredeling. Het hof heeft
    daarbij geoordeeld dat artikel 148, onder c) CDW aldus moet worden uitgelegd dat, om
    in het kader van een verzoek om een vergunning voor gebruikmaking van de regeling
    passieve veredeling te beoordelen of is voldaan aan de economische voorwaarden voor
    gebruikmaking van die regeling, niet alleen rekening moet worden gehouden met de
    wezenlijke belangen van communautaire producenten van soortgelijke producten als het
    eindproduct dat uit de voorgenomen veredelingshandelingen zou ontstaan, maar ook met
    die van communautaire producenten van soortgelijke producten als de
    niet-communautaire grondstoffen of halffabricaten die bestemd zijn om tijdens deze
    handelingen te worden vermengd met tijdelijk uitgevoerde communautaire goederen.