Antidumping – conclusie prejudiciële vragen Hoge Raad geldigheid verordening maatregelen bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit China

Op 4 maart 2020 is in de zaak C‑104/19 Donex Shipping and Forwarding BV geconcludeerd
dat een importeur in de Europese Unie van producten die aan antidumpingrechten zijn
onderworpen op grond van een verordening als verordening (EG) nr. 91/2009 van de Raad
van 26 januari 2009 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde
soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek
China, die niet heeft deelgenomen aan de procedure die tot de vaststelling van deze
verordening heeft geleid, nadien niet de geldigheid daarvan kan betwisten bij een
nationale rechter door aan te voeren dat inbreuk is gemaakt op de rechten van de
verdediging van justitiabelen die aan deze procedure hebben deelgenomen. Het tweede
onderdeel van de tweede prejudiciële vraag is dan ook niet-ontvankelijk.”