Hof van Justitie oordeelt over indeling bepaalde oliën, bestemd om een aangewezen behandeling te ondergaan

Het Hof van Justitie heeft op 12 juni 2014 arrest gewezen in de zaak C‑330/13
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de
Аdministrativen sad Burgas (Bulgarije) bij beslissing van 28 mei 2013 (Lukoyl
Neftohim Burgas AD tegen Nachalnik na Mitnicheski punkt Pristanishte Burgas Tsentar
pri Mitnitsa Burgas). Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de
uitlegging van de posten 2707 en 2710 van de gecombineerde nomenclatuur (hierna:
„GN”), waarbij het gaat om de tariefindeling van als „zware oliën, smeerolie, andere
oliën – bestemd om een aangewezen behandeling te ondergaan” omschreven goederen.
Volgens het Hof moet als criterium voor de indeling van een product met kenmerken als
die van het product in het hoofdgeding onder post 2707 dan wel onder post 2710 van de
gecombineerde nomenclatuur, het gewicht aan aromatische bestanddelen in verhouding
tot dat van de niet-aromatische bestanddelen in aanmerking worden genomen. Voorts
legt het Hof uit dat het begrip „aromatische bestanddelen” in hoofdstuk 27 van de
gecombineerde nomenclatuur aldus moet worden uitgelegd dat het een ruimere betekenis
heeft dan het begrip „aromatische koolwaterstoffen”. Tot slot stelt het Hof dat punt
1 van de toelichtingen op de postonderverdelingen 2707 99 91 en 2707 99 99 van de
gecombineerde nomenclatuur, moet worden uitgelegd dat het niet exhaustief is, zodat
een product dat onder post 2707 van die gecombineerde nomenclatuur valt, maar niet
onder een specifieke onderverdeling daarvan kan worden gebracht, moet worden
ingedeeld onder postonderverdeling 2707 99 99 van die gecombineerde nomenclatuur.