Rechtbank Noord-Holland oordeelt over indeling speelgoedfiguurtjes in koffertje

De Rechtbank Noord-Holland heeft in de zaak onder nummer AWB-14/3740 op 8 december
2015 geoordeeld dat - gelet op indelingsregel 3b - de goederen dienen te worden
ingedeeld onder GN-code 9503 00 49. Er is immers sprake van een assortiment van
goederen (de koffer en de dierfiguren) die onder verschillende onderverdelingen
worden ingedeeld. Met het assortiment wordt voorzien in een behoefte of kan een
bepaalde activiteit worden uitgevoerd (spelen). Op grond van indelingsregel 3b vindt
indeling plaats naar het goed waaraan het assortiment zijn wezenlijk karakter
ontleent, indien dit kan worden bepaald. Naar het oordeel van de rechtbank ontlenen
de goederen hun wezenlijk karakter aan de dierfiguren, waarmee kinderen kunnen spelen
door ze in een kamer in de koffer te zetten, te verplaatsen of gewoon in de hand te
nemen om met diverse dierfiguren en/of meer kinderen met dierfiguren te spelen. De
koffer vervult in het assortiment een ondergeschikte rol, namelijk als decor en
verblijfplaats van de dierfiguren. Het gelijk over de indeling is aan eiseres. Het
beroep dient derhalve gegrond te worden verklaard.