Rechtbank oordeelt over antidumping bevestigingsmiddelen (2)

De Rechtbank Noord-Holland heeft op 28 februari 2020 in de zaaknummers HAA 15/2908 en HAA 19/3713 geoordeeld dat verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet aan de op hem rustende bewijslast heeft voldaan, zodat moet worden aangenomen dat het Form A geldig is en de bevestigingsmiddelen de (preferentiële) oorsprong Indonesië hebben en niet van Chinese oorsprong zijn. De utb is dan ook ten onrechte uitgereikt. De terugbetaling berust op de vernietiging van een uitnodiging tot betaling die is vastgesteld in strijd met het Unierecht. Daarom moeten de onverschuldigd betaalde bedragen aan douanerechten en antidumpingrechten bij terugbetaling moeten worden vermeerderd met rente daarover.