Jurisprudentie

  • In de zaak 21/00208 heeft het Hof Amsterdam op 12 mei 2022 de uitspraak van de rechtbank bevestigd en geoordeeld dat de maatvoering van de geheugenkaartjes specifiek is afgestemd op de maatvoering van de behuizing, zodat zij na samenvoeging één geheel vormen. Dit brengt met zich dat de rechtbank met juistheid heeft geoordeeld dat de behuizingen, met toepassing van de indelingsregels 1 en 6, dienen te worden ingedeeld onder post 8523, in GN-onderverdeling 8523 51 10.

  • Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 24 mei 2022 in zaaknummer 21/00372 uitspraak gedaan betreffende de oorsprong van zonnepanelen. In hoger beroep is niet langer in geschil dat de onderhavige zonnepanelen zijn vervaardigd (geassembleerd) in China en dat zij via Taiwan naar [plaats A] zijn vervoerd. In hoger beroep is wel in geschil of de zonnepanelen van oorsprong zijn uit China dan wel vervoerd zijn vanuit China in de zin van Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 1357/2013. Verder is in geschil of de onderhavige zonnepanelen van de soort zijn waarop het antidumpingrecht van toepassing is, of dat zij moeten worden aangemerkt als nieuwe productsoort. Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank, de onderhavige zonnepanelen moeten worden aangemerkt als zonnepanelen waarop bij invoer in de Europese Unie het definitieve antidumpingrecht van 53,4% van Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 1238/2013 van toepassing is.

  • Het gerechtshof Amsterdam heeft op 22 februari 2022 in de zaaknummers 20/00236 en 20/00237 uitspraak gedaan in het geschil over welke douanewaarde de verschuldigde antidumpingrechten dienen te worden berekend. Nu een factuur van enige in de antidumpingheffing genoemde Chinese exporteur ontbreekt, heeft de inspecteur terecht het tarief van 85% toegepast.

  • Het gerechtshof Amsterdam heeft op 22 februari 2022 in de zaaknummers 20/00238 en 20/00239 uitspraak gedaan in het geschil over de oorsprong, welke tarief en welke douanewaarde ter zake de verschuldigde antidumpingrechten van toepassing is.

  • De rechtbank Noord-Holland heeft op 29 april 2022 in zaaknr. HAA 20/6479 geoordeeld dat aan de verplichtingen van de desbetreffende douaneregeling is voldaan en daarmee is het douanetoezicht beëindigd. De goederen zijn definitief in het vrije verkeer gebracht zoals bedoeld in artikel 254, vierde lid, aanhef en onder a van het DWU. Op grond van artikel 173, derde lid, van het DWU kunnen de aangiften niet meer worden gewijzigd.