Jurisprudentie

  • Het gerechtshof Amsterdam heeft op 29 maart 2022 in zaaknummer 21/00138 de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de inspecteur de UTB op de juiste wijze bekendgemaakt. Het lijdt naar ’s Hofs oordeel geen twijfel dat de Nederlandse douane in haar contacten met een in het buitenland, in dit geval Duitsland, woonachtige belanghebbende uit dient te gaan van de adresgegevens welke door de Duitse douane in het EORI-systeem zijn geregistreerd. Nu de inspecteur de utb aan het in het EORI-systeem vermelde adres van belanghebbende heeft gestuurd, is de utb op de juiste wijze bekendgemaakt. Het bezwaarschrift is buiten de daarvoor gestelde termijn van zes weken ingediend, zodat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

  • De Rechtbank Noord-Holland heeft op 20 april 2022 in de zaaknummers: HAA 22/1383 en HAA 22/1384 geoordeeld dat beperkte kennisneming is gerechtvaardigd van (delen van) de inhoud van twee OLAF-rapporten. Verweerder had de betreffende bijlage in ongeschoonde vorm overgelegd en daarbij aangegeven dat uitsluitend de rechtbank daarvan kennis mag nemen.

  • De Hoge Raad heeft op 29 april 2022 in de zaak 20/00236 arrest gewezen op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 17 december 2019, nrs. 18/00134 tot en met 18/00137, betreffende aan belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van douanerechten en antidumpingrechten. Voor de gevallen waarin rechten bij invoer al zijn nagevorderd van de oorspronkelijke aangever, brengt toepassing van artikel 78 van het CDW niet zonder meer mee dat deze persoon niet langer schuldenaar is van de op het tijdstip van de boeking wettelijk verschuldigde rechten bij invoer.

  • Op 28 april 2022 heeft het Hof van Justitie in de zaak C‑72/21 geoordeeld ter zake van een verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van tariefpostonderverdeling 4418 20 en tariefposten 4411 en 4412 van de gecombineerde nomenclatuur. Het Hof van Justitie antwoordt op de gestelde vragen dat postonderverdeling 4418 20 van de GN, gelezen in samenhang met het eerste deel van algemene regel 2, onder a), voor de interpretatie van de GN, aldus moet worden uitgelegd dat goederen die worden omschreven als houten panelen en lijsten waarvan het profiel en de decoratieve afwerking er objectief op wijzen dat zij bestemd zijn voor de vervaardiging van deurkozijnen en deurdrempels, als afzonderlijke artikelen onder die postonderverdeling vallen, en dit zelfs indien deze artikelen in niet-complete of niet-afgewerkte staat zijn, voor zover die goederen bewerkingen hebben ondergaan waardoor zij uitsluitend als zodanig kunnen worden gebruikt en aldus de essentiële kenmerken van de afgewerkte artikelen vertonen.

  • Het gerechtshof Amsterdam heeft op 29 maart 2022 in de zaak onder kenmerk 20/00408 inzake de verschuldigdheid compenserende rechten en antidumpingrechten voor zonnepanelen verzonden vanuit Taiwan geoordeeld dat de uitspraak van de rechtbank bevestigd moet worden. Enkel het land van verzending en niet het land van oorsprong van de zonnepanelen is van belang voor de verschuldigdheid van het antidumpingrecht. Nu het land van verzending van de onderhavige zonnepanelen Taiwan is, zijn de bepalingen van de betrokken maatregelen van toepassing.