Jurisprudentie

  • Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 11 januari 2022 in de zaaknummers 20/00194 tot en met 20/00200 geoordeeld ter zake van een verzoek terugbetaling douanerechten in verband met een bijzondere situatie. De Europese Unie heeft de begunstiging van goederen van oorsprong uit APS-landen afhankelijk gesteld van een aantal voorwaarden, waaronder de verplichting om bij de aangifte voor het vrije verkeer in de Europese Unie een geldig Formulier A over te leggen. Indien, zoals in casu het geval is, geen geldig Formulier A is overgelegd, kan niet met vrucht aanspraak worden gemaakt op het preferentiële tarief, ook niet met een beroep op artikel 239 van het CDW.

  • De rechtbank Noord-Holland heeft betreffende de indeling en een verzoek tot terugbetaling voor een zogenoemde 'led rabbit' geoordeeld dat dit artikel niet uitsluitend is ontworpen, vervaardigd en te herkennen als feestartikel. Er is door belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat invoerrechten zijn betaald, die niet verschuldigd waren. Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 25 januari 2022 in zaaknummer 21/00093 geoordeeld dat er bij de indeling van beeldjes en andere versieringsvoorwerpen geen sprake van een verlichtingstoestel, paasartikel of speelgoed en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

  • Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van 16 februari 2022 (PbEU L 36 van 17 februari 2022) heeft de Commissie de instelling bekend gemaakt van een definitief antidumpingrecht op bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

  • In het onderhavige geding (zaaknummer C-788/21) gaat het om de vraag of een speciaal transportsysteem voor het vervoer van buizen (TubeLock) voor de toepassing van het douanetarief ingedeeld dient te worden als een werk van aluminium van post 76.16 of als een container onder post 86.09.

  • Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 8 februari 2022 in de zaaknummers 20/00353 en 20/00372 geoordeeld met betrekking tot algemene indelingsregel 2a van de GN ter zake van de indeling van goederen als zodanig of als goederen in niet-gemonteerde staat. Het Hof stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitlegging van indelingsregel 2a, meer in het bijzonder van het criterium dat de goederen tegelijkertijd moeten worden aangeboden.