Jurisprudentie

  • Op 2 februari 2022 heeft de rechtbank Noord-Holland in zaaknummer HAA 18/706 ter zake van de heffing van antidumpingrechten geoordeeld dat de zonnepanelen geen be- of verwerking hebben ondergaan in Maleisië. De niet-preferentiële oorsprong van de zonnepanelen is China. Het beroep van eiseres op het vertrouwensbeginsel en/of artikel 220, lid 2, onder b, CDW slaagt niet. Eiseres dient in een separate procedure een verzoek om kwijtschelding of terugbetaling te doen. De UTB wordt verminderd, aangezien het tarief van antidumpingrechten niet 53,4% maar 41,3% bedraagt. Het beroep is gegrond.

  • De rechtbank Noord-Holland heeft op 2 februari 2022 in zaaknummer HAA 18/707 ter zake van antidumpingrechten geoordeeld dat de niet-preferentiële oorsprong van de zonnepanelen is, net als de niet-preferentiële oorsprong van de zonnecellen, China. Het beroep van eiseres op het vertrouwensbeginsel en/of artikel 220, lid 2, onder b, CDW slaagt niet. Eiseres dient in een separate procedure een verzoek om kwijtschelding of terugbetaling te doen. Aan vermindering van de UTB wordt niet toegekomen. Niet gebleken is dat de zonnepanelen afkomstig zijn van een andere producent. Het beroep is ongegrond.

  • Belanghebbende bepleit de indeling van reflectoren in GN-code 8716 9090 (andere delen van aanhangwagens). De inspecteur bepleit GN-code 3926 9097 90 (andere artikelen van kunststof). Het Hof heeft op 24 juni 2021 in de zaak onder nummer 20/00599 o.m. geoordeeld dat de omstandigheid dat de reflectoren ook op aanhangwagens worden aangebracht niet betekent dat de reflectoren als deel van een aanhangwagen worden gekwalificeerd, nu zij niet noodzakelijk zijn voor de mechanisch werking van een aanhanger. De inspecteur krijgt gelijk.

  • Het gerechtshof Amsterdam heeft op 21 december 2022 uitspraak gedan in de zaaknummers 20/00112 t/m 20/00115, ter zake van een verzoek om terugbetaling op grond van artikel 239 van het CDW. Belanghebbende weet niet wie de betreffende goederen aan haar heeft geleverd. Klaarblijkelijke nalatigheid met uitzondering van bepaalde leveringen. Het beroep van belanghebbende op artikel 239 van het CDW slaagt niet.

  • Het gerechtshof Amsterdam heeft op 21 december 2022 uitspraak gedan in de zaaknummers 20/00110 en 20/00111, ter zake van een verzoek om terugbetaling op grond van artikel 239 van het CDW. Belanghebbenden weten niet wie de betreffende goederen aan hen hebben geleverd. Van een zorgvuldig handelende markdeelnemer mag ten minste worden verwacht dat hij weet wie zijn leverancier is. Er is sprake is van klaarblijkelijke nalatigheid. Het beroep van belanghebbenden op artikel 239 van het CDW slaagt niet.