Jurisprudentie

  • Goederen worden vervoerd onder de regeling communautair douanevervoer. In Nederland
    wordt de vrachtwagen opengebroken en de goederen gestolen. Als er wordt ingevorderd
    probeert de vervoerder die het vervoersdocument heeft gelicht onder de
    verantwoordelijkheid uit te komen door zijn opdrachtgever, als importeur, bij de
    douane als schuldenaar aan te prijzen. De fiscus noch de Douanekamer volgen de
    vervoerder in de redenering.

  • Vrachtauto's worden tijdelijk uitgevoerd en in het buitenland ingezet. Het feit dat
    ze daar het normale periodieke onderhoud ondergaan ondermijnt volgens de Douanekamer
    niet het recht om de goederen onder de regeling terugkerende goederen met
    vrijstelling in te voeren.

  • De Douanekamer stelt vast dat in de aangifte en bijbehorende facturen goederen zijn
    vermeld die dezelfde ruime omschrijving hebben als de goederen waarvoor de bindende
    tariefinlichting is verstrekt. Onder deze omstandigheden is de Douanekamer van
    oordeel dat het bij belanghebbende gewekte vertrouwen op grond van de bindende
    tariefinlichting in rechte bescherming verdient en dat op deze grond de door
    belanghebbende gedane aangifte gevolgd moet worden.

  • Als niet vaststaat waar de goederen zijn onttrokken moet gehandeld worden volgens de
    regels van de staat waar de goederen onder de regeling zijn geplaatst.

  • Goederen die onder extern douanevervoer zijn geplaatst blijken bij het afbreken van
    de lading niet allemaal aanwezig; belanghebbende moet aantonen dat ze dan ook niet
    onder de regeling zijn geplaatst. De opgelegde boete is volgens de Douanekamer
    onterecht gezien de werkomstandigheden op Schiphol.