Jurisprudentie

  • Indien er geen overeenstemming bestaat tussen de goederenomschrijving en de
    goederencode kan dan op grond van art. 12, vijfde lid, onderdeel iii, CDW juncto art.
    9 CDW de bindende tariefinlichting worden ingetrokken?

  • Postonderverdeling 1701 9100 omvat mede ruwe rietsuiker (in de vorm van
    klontjes), waaraan voor de smaak of het veranderen van de kleur, melasse is
    toegevoegd. Aldus de Douanekamer van het gerechtshof Amsterdam.

  • Na waarneming van het door partijen representatief geachte exemplaar van de goederen
    en op basis van de overgelegde brochure, komt de Douanekamer tot het oordeel dat het
    litigieuze artikel noch is voorzien van een vast aangebrachte lichtbron noch van een
    houder om een lichtbron, in casu een kaars, op een vaste plaats te houden. Gelet op
    de bewoordingen van post 94.05 en op de GS-toelichting op post 94.05 van het
    Gemeenschappelijk Douanetarief voldoet het artikel niet aan de kenmerken van de
    daaronder in te delen goederen. Het feit dat het artikel wel als kaarsenhouder wordt
    aangewend doet, zoals de inspecteur terecht heeft gesteld, aan het voorgaande niets
    af. De inspecteur is derhalve op goede gronden tot intrekking van de BTI overgegaan.

  • In geding is de indeling van video-opname- en videoweergaveapparaten en de uitleg van
    de postonderverdelingen 8521 1030 en 8521 1080 van het Gemeenschappelijk
    douanetarief (GDT). De Douanekamer verwerpt het betoog van belanghebbende dat vanwege
    de technologische ontwikkelingen de correctie van de postonderverdeling
    8521 1080 naar 8521 1030 ten onrechte is geschied. Wanneer deze
    technologische ontwikkelingen een andere tariefindeling rechtvaardigen is het de taak
    van de Raad en de Commissie om het gemeenschappelijk douanetarief te wijzigen: het is
    niet geoorloofd - daarop vooruitlopend - af te wijken van de vigerende bewoordingen
    van het GDT.

  • Op 16 september 2004 heeft het Hof van Justitie van de EG uitspraak gedaan in de zaak
    C-396/02 (DFDS B.V. tegen Inspecteur Belastingdienst/Douanedistrict Rotterdam). Deze
    zaak gaat over de indeling in het douanetarief van bepaalde 'Minitracs’ genoemde
    vrachtauto's die voor het vervoer en lossen van materialen in het terrein zijn
    bestemd en daartoe in het bijzonder zijn voorzien van een ingewikkelde, veelzijdige
    en precieze kiepfunctie. Volgens het Hof van Justitie van de EG staat het feit dat
    een voertuig met kiepbak is voorzien van een ingewikkelde, veelzijdige en precieze
    kiepfunctie, niet in de weg aan de indeling ervan als dumper in de zin van
    postonderverdeling 8704 10 van de gecombineerde nomenclatuur.

    In zijn overwegingen stelt het Hof bovendien vast dat punt 4 van de bijlage bij
    verordening nr. 396/92, die een interpretatie van postonderverdeling 8704 31 91 door
    de Commissie bevat, niet als grondslag kan dienen voor een interpretatie van
    GN-postonderverdeling 8704 10 die ingaat tegen de tekst van deze laatste
    postonderverdeling zoals geïnterpreteerd tegen de achtergrond van de
    GN-toelichtingen.