Jurisprudentie

  • Naar aanleiding van een Europees onderzoek om vast te stellen of EUR.1-certificaten voor de vanuit Jamaica ingevoerde kleding volgens de regels waren afgegeven, werd vastgesteld dat de goederen niet voor preferentiële behandeling in aanmerking kwamen, omdat deze met behulp van lappen stof uit China of Hongkong vervaardigd waren en dus niet van Jamaicaanse oorsprong waren. Op 7 februari 2019 heeft de AG het Hof van Justitie in de zaak C-589/17 onder meer geconcludeerd dat het gerechtvaardigd is om de invoerrechten achteraf te boeken en dat het niet gerechtvaardigd is die rechten kwijt te schelden in een specifiek geval.

  • In de zaaknrs. HAA 15/3468 tot en met HAA 15/3471, 12 maart 2018 heeft de Rechtbank
    Noord-Holland uitspraak gedaan in het geschil of schoonmaakdoekjes moeten worden
    ingedeeld in GN-code 6003 30 90, hetgeen eiseres verdedigt, dan wel in GN-code 6307
    10 10, zoals verweerder voorstaat. Naar het oordeel van de rechtbank voldoen de
    schoonmaakdoekjes aan de omschrijving van aantekening 7, onderdeel b, op afdeling XI,
    omdat zij als zodanig, zonder een aanvullende bewerking te ondergaan, kunnen worden
    gebruikt. Hieruit volgt, dat de schoonmaakdoekjes geconfectioneerd zijn in de zin van
    aantekening 7 op afdeling XI, zodat zij gelet op aantekening 8, onderdeel a, op
    afdeling XI niet in hoofdstuk 60 kunnen worden ingedeeld.

  • In geschil is of terecht is overgegaan tot boeking achteraf van het antidumpingrecht
    en het compenserend recht. In het bijzonder is in geschil of is gebleken dat de
    zonnepanelen van Chinese oorsprong zijn. Uit een rapport van OLAF blijkt dat is
    vastgesteld dat significante aantallen zonnepanelen van Chinese oorsprong zijn
    binnengebracht in de Free Trade Zone te Taiwan, dat geen enkele be- of verwerking is
    toegestaan in de Free Trade Zone en dat doorvoer van zonnepanelen via de Free Trade
    Zone wel is toegestaan. Verweerder mocht derhalve afgaan op het rapport van OLAF en
    heeft door te verwijzen naar dat rapport aan zijn bewijslast voldaan en aannemelijk
    gemaakt dat de oorsprong van de zonnepanelen China is. De antidumpingrechten en de
    compenserende rechten zijn derhalve terecht nagevorderd.

  • In geschil is of het beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging is
    geschonden en of de navordering in stand kan blijven nu verweerder niet per container
    en per aangifte heeft beoordeeld wat het land van oorsprong van de knoflook is en het
    aandeel knoflook met oorsprong Letland groter is dan waar verweerder thans nog voor
    navordert alsmede tot welk bedrag eiser recht heeft op vergoeding van immateriële
    schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Rechtbank Noord-Holland
    heeft op 22 oktober 2018 in zaaknr. HAA 15/4065 geoordeeld dat op verweerder de last
    rust aannemelijk te maken dat de 275.000 kilo knoflook die in het vrije verkeer is
    gebracht, anders dan in de aangiften is vermeld, van oorsprong is uit China. Naar het
    oordeel van de rechtbank is hij hierin geslaagd. Wel merkt de rechtbank op dat er
    ondanks de gegrondverklaring van het bezwaar door verweerder geen beslissing is
    genomen op het in het bezwaarschrift gedane verzoek om vergoeding van proceskosten en
    kent daarom voor bezwaar en beroep een proceskostenvergoeding toe.

  • De Rechtbank Noord-Holland heeft op 19 juli 2018 in de zaaknummers HAA 16/3927 t/m
    HAA 16/3930 uitspraak gedaan met betrekking tot de ontvankelijkheid bezwaarschrift en
    douaneschuldenaar in verband met onttrekking en het douanetoezicht doordat bevroren
    knoflook meerdere malen werd gebruikt voor de aanzuivering van T1-documenten voor
    verse knoflook.