Jurisprudentie

  • De Hoge Raad heeft op 29 april 2022 in de zaak 20/00236 arrest gewezen op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 17 december 2019, nrs. 18/00134 tot en met 18/00137, betreffende aan belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van douanerechten en antidumpingrechten. Voor de gevallen waarin rechten bij invoer al zijn nagevorderd van de oorspronkelijke aangever, brengt toepassing van artikel 78 van het CDW niet zonder meer mee dat deze persoon niet langer schuldenaar is van de op het tijdstip van de boeking wettelijk verschuldigde rechten bij invoer.

  • Het gerechtshof Amsterdam heeft op 29 maart 2022 in de zaak onder kenmerk 20/00408 inzake de verschuldigdheid compenserende rechten en antidumpingrechten voor zonnepanelen verzonden vanuit Taiwan geoordeeld dat de uitspraak van de rechtbank bevestigd moet worden. Enkel het land van verzending en niet het land van oorsprong van de zonnepanelen is van belang voor de verschuldigdheid van het antidumpingrecht. Nu het land van verzending van de onderhavige zonnepanelen Taiwan is, zijn de bepalingen van de betrokken maatregelen van toepassing.

  • Het gerechtshof Amsterdam heeft op 8 maart 2022 in de zaak met de kenmerken 20/00671 tot en met 20/00674 geoordeeld dat de rechtbank, gelet op de overwegingen van de Hoge Raad, met juistheid heeft geoordeeld dat aan belanghebbende over de periode van 1 mei 2016 tot de datum van terugbetaling van de douanerechten, een rente dient te worden vergoed die gelijk is aan de invorderingsrente als bedoeld in artikel 28c IW.

  • Het gerechtshof Amsterdam heeft op 1 maart 2022 in zaaknummer 21/00113 uitspraak gedaan ter zake van de indeling in de GN van puffy stickers en letter stickers. Het Hof oordeelt dat de ‘puffy stickers’ zijn bedrukt met verschillende illustraties die de vormen herkenbaar maken als de voorwerpen die zij uitbeelden. Het drukwerk is hierdoor meer dan bijkomstig voor het primaire gebruik van de stickers, zodat zij moeten worden ingedeeld als drukwerk in post 49.11. Het hoger beroep van de inspecteur faalt in zoverre. Het vorenoverwogene geldt echter niet voor de letter stickers. De opdruk is hierdoor slechts bijkomstig voor het primaire gebruik van de letter stickers, zodat zij niet als drukwerk kunnen worden ingedeeld in post 49.11. De letter stickers zijn naar ’s Hofs oordeel enkel vatbaar voor indeling in (rest)post 39.26 als andere producten van kunststof en meer in het bijzonder van postonderverdeling 3926 9097.

  • Het Hof van Justitie heeft op 7 april 2022 in de zaak C‑668/20 arrest gewezen naar aanleiding van een verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van de codes 1302 19 05, 3301 90 30 en 3302 10 90 van de gecombineerde nomenclatuur, alsook van artikel 27, lid 1, onder e), van richtlijn 92/83/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op alcohol en alcoholhoudende dranken. Een product dat uit ongeveer 85 % ethanol, 10 % water, 4,8 % droog residu en gemiddeld 0,5 % vanilline bestaat en verkregen wordt door een met behulp van ethanol uit vanillestokjes geëxtraheerd tussenproduct met het oog op standaardisering te verdunnen in water en ethanol, moet onder GN code 1302 19 05 worden ingedeeld.