Jurisprudentie

  • Onder verwijzing naar de uitlegging van het begrip 'opgemaakt voor de verkoop in het
    klein' in HvJ EG, nr. 289/82, is de Douanekamer van oordeel dat de onderhavige
    neusstrips wat betreft aard en verpakking, alsmede de op de verpakking aangebrachte
    informatie, aan dit begrip voldoen. De stelling van de inspecteur dat het begrip
    'voor geneeskundige doeleinden' beperkt moet worden uitgelegd en dat enkel pleisters,
    die over therapeutische of geneeskrachtige eigenschappen beschikken, dan wel
    pleisters, die dienen voor het afdekken of beschermen van een wond, daaronder kunnen
    worden begrepen, wordt verworpen.

  • Het Hof van Justitie te Luxemburg heeft geconcludeerd dat de verplichting tot het
    aanbrengen bij de douane van goederen die het douanegebied van de Gemeenschap worden
    binnengebracht rust op de bestuurder en eventueel de bijrijder van de vrachtwagen,
    zelfs als het goederen betreft die in een geheime bergplaats waren verborgen en zelfs
    indien deze goederen zonder hun medeweten in de vrachtwagen werden verborgen. Het
    niet nakomen van deze verplichting door deze personen leidt er tevens toe dat zij
    worden aangemerkt als belastingschuldenaar.

  • Op 4 maart 2004 heeft het Hof van Justitie EG arrest gewezen in de zaak C-130/02.
    Volgens het Hof is Verordening (EG) nr. 306/2001 geldig, voorzover deze de bij de
    nummers 2 en 3 van de bijlage beschreven preparaten op basis van extract van thee,
    bevattende 2,5% respectievelijk 2,2% thee-extract, onder GN-code 2101 2092 indeelt.
    De indeling vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 306/2001 is naar analogie ook van
    toepassing op de indeling van twee mengsels die zijn bestemd voor de vervaardiging
    van dranken op basis van thee en beide zijn samengesteld uit 64% kristalsuiker en
    1,9% thee-extract en water, alsmede, in het geval van een van de mengsels, 0,8%
    citroenzuur.

  • De rechtsbescherming is geen geweld aangedaan door de uitnodiging tot betaling te
    baseren op voorlopige onderzoeksresultaten.

  • De Douanekamer ziet met toepassing van indelingsregel 1, eerste volzin, voldoende
    aanwijzing om de industriële vervaardiging van het onderhavige product niet als een
    belemmering te zien voor indeling onder post 3203 00 19.