Jurisprudentie

  • Het gerechtshof Amsterdam heeft op 22 maart 2022 in de gevoegde zaaknummers 21/00045 t/m 21/00083, 21/00086 t/m 21/00092 geoordeeld over de indeling van multi functionele apparaten. De omstandigheid dat de kopers van deze apparaten desgewenst na aankoop de software van de apparaten zodanig kunnen aanpassen dat deze niet enkel geschikt zijn voor scannen, printen, kopiëren en faxen, maar ook voor andere doeleinden, zoals bijvoorbeeld het nakijken van meerkeuzevragen of het doen archiveren van patiëntengegevens, brengt naar ’s Hofs oordeel niet met zich dat de apparaten als “automatische gegevensverwerkende machines” onder post 84.71 kunnen worden ingedeeld.

  • Het gerechtshof Amsterdam heeft op 29 maart 2022 in zaaknummer 21/00138 de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de inspecteur de UTB op de juiste wijze bekendgemaakt. Het lijdt naar ’s Hofs oordeel geen twijfel dat de Nederlandse douane in haar contacten met een in het buitenland, in dit geval Duitsland, woonachtige belanghebbende uit dient te gaan van de adresgegevens welke door de Duitse douane in het EORI-systeem zijn geregistreerd. Nu de inspecteur de utb aan het in het EORI-systeem vermelde adres van belanghebbende heeft gestuurd, is de utb op de juiste wijze bekendgemaakt. Het bezwaarschrift is buiten de daarvoor gestelde termijn van zes weken ingediend, zodat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

  • De Rechtbank Noord-Holland heeft op 20 april 2022 in de zaaknummers: HAA 22/1383 en HAA 22/1384 geoordeeld dat beperkte kennisneming is gerechtvaardigd van (delen van) de inhoud van twee OLAF-rapporten. Verweerder had de betreffende bijlage in ongeschoonde vorm overgelegd en daarbij aangegeven dat uitsluitend de rechtbank daarvan kennis mag nemen.

  • Op 28 april 2022 heeft het Hof van Justitie in de zaak C‑72/21 geoordeeld ter zake van een verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van tariefpostonderverdeling 4418 20 en tariefposten 4411 en 4412 van de gecombineerde nomenclatuur. Het Hof van Justitie antwoordt op de gestelde vragen dat postonderverdeling 4418 20 van de GN, gelezen in samenhang met het eerste deel van algemene regel 2, onder a), voor de interpretatie van de GN, aldus moet worden uitgelegd dat goederen die worden omschreven als houten panelen en lijsten waarvan het profiel en de decoratieve afwerking er objectief op wijzen dat zij bestemd zijn voor de vervaardiging van deurkozijnen en deurdrempels, als afzonderlijke artikelen onder die postonderverdeling vallen, en dit zelfs indien deze artikelen in niet-complete of niet-afgewerkte staat zijn, voor zover die goederen bewerkingen hebben ondergaan waardoor zij uitsluitend als zodanig kunnen worden gebruikt en aldus de essentiële kenmerken van de afgewerkte artikelen vertonen.

  • De Hoge Raad heeft op 29 april 2022 in de zaak 20/00236 arrest gewezen op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 17 december 2019, nrs. 18/00134 tot en met 18/00137, betreffende aan belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van douanerechten en antidumpingrechten. Voor de gevallen waarin rechten bij invoer al zijn nagevorderd van de oorspronkelijke aangever, brengt toepassing van artikel 78 van het CDW niet zonder meer mee dat deze persoon niet langer schuldenaar is van de op het tijdstip van de boeking wettelijk verschuldigde rechten bij invoer.