Jurisprudentie

  • De Rechtbank Noord-Holland heeft op 11 januari 2018 in zaaknr. HAA 16/78 de indeling
    bepaald van vloerdelen die bestaan uit 60 % bamboevezels in poedervorm, 30 %
    polyethyleen, en 10 % additieven. De Rechtbank heeft geoordeeld dat het bamboepoeder
    een vulmiddel dat niet het wezenlijk karakter van de vloerdelen vormt. Gelet op de
    belangrijkheid van de samenstellende stoffen ten opzichte van het gebruik dat van de
    vloerdelen wordt gemaakt, vormt het polyethyleen het wezenlijk karakter van de
    vloerdelen. Indeling onder post 39.18.

  • De Europese Commissie heeft bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1167 van 26 juni
    2017 de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur vastgesteld van een gebreide
    bustehouder met verstelbare brede gevulde schouderbanden die centraal over de borsten
    lopen, met voorgevormde cups en rekbaar in de rugzijde (www.inenuitvoer.nl
    2017-4406
    ). Het artikel heeft de objectieve kenmerken (de vorm en de constructie) van
    een bustehouder bedoeld bij post 6212, waaronder bustehouders van alle soorten
    vallen. Het artikel moet daarom worden ingedeeld onder GN-code 6212 10 90 als een
    bustehouder. In de zaak C-677/18 Amoena zijn vanuit het Verenigd Koninkrijk
    prejudiciële vragen gesteld betreffende de geldigheid van uitvoeringsverordening (EU)
    2017/1167.

  • Op 20 december 2018 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao,
    Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba uitspraak gedaan in het hoger
    beroep tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 1 november
    2017 in zaak BBZ nrs. CUR201500080 en CUR201500082 (www.inenuitvoer.nl 2017-4781) betreffende de indeling
    van transportwagens met eigen beweegkracht aangedreven door golfkarretje/
    transportwagen. De ingevoerde (elektrische) voertuigen dienen te worden ingedeeld in
    de goederencode 8704.9000 (17% tarief) omdat uit de objectieve kenmerken en
    eigenschappen van de voertuigen, welke zijn gebleken tijdens te descente en volgen
    uit factuur en productomschrijving, volgt dat de voertuigen eerder zijn ontworpen
    voor het vervoer van goederen dan voor personenvervoer. Aan de uitlatingen van de
    Minister- President kan geen gerechtvaardigd vertrouwen worden ontleend dat alle
    elektrische voertuigen vrij van invoerrechten kunnen worden ingevoerd.

  • In zaak C-592/17 heeft het Hof van Justitie op 15 november 2018 arrest gewezen
    betreffende de uitlegging van de posten 4421 en 7326 alsook de postonderverdelingen
    7318 15 90, 7318 19 00 en 9403 90 10 van de gecombineerde nomenclatuur. Eveneens
    heeft het Hof geoordeeld aangaande de geldigheid van verordening (EG) nr. 91/2009 van
    de Raad van 26 januari 2009 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op
    bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de
    Volksrepubliek China. Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen het
    Skatteministerium (ministerie van Financiën, Denemarken) en Baby Dan A/S betreffende
    de tariefindeling van een product waarmee veiligheidshekken voor kinderen kunnen
    worden bevestigd aan een muur of kozijn

    . Het Hof heeft daarbij geoordeeld dat een artikel als in het hoofdgeding, waarmee
    afneembare veiligheidshekken voor kinderen aan een muur of kozijn kunnen worden
    bevestigd, geen onderdeel van deze hekken vormt en onder postonderverdeling 7318 15
    90 van de gecombineerde nomenclatuur moet worden ingedeeld. Voorts is niet gebleken
    van feiten of omstandigheden die de geldigheid kunnen aantasten van verordening (EG)
    nr. 91/2009 van de Raad van 26 januari 2009 tot instelling van een definitief
    antidumpingrecht op bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van
    oorsprong uit de Volksrepubliek China.

  • Op 16 oktober 2018 heeft het Hof van Justitie besloten de zaak C-593/17 betreffende
    de indeling van instant noedel gerechten te schrappen uit het register van het Hof
    van Justitie. Een en ander naar aanleiding van de uitspraak van het Hof in een
    soortgelijke zaak (zaak C 471/17 van 6 september 2018.