Jurisprudentie

  • Tussen partijen is in geschil of de goederen, die bestaan uit vormen van MDF welke kunnen worden versierd met daarbij met de goederen meegeleverd stencils, verf, een kwast en eventueel een touwtje om het geheel op te hangen, moeten worden ingedeeld onder de GN onderverdeling 9503 0070, zoals verweerder voorstaat, of onder GN-code 4420 1019 zoals eiseres primair voorstaat, dan wel onder Taric-code 9503003990">9503 0039 90 zoals eiseres subsidiair voorstaat. De Rechtbank Noord-Holland heeft op 21 december in de zaken onder de nummers HAA 21/5613 en HAA 21/5614 dat de onderhavige goederen hun wezenlijk karakter ontlenen aan de onderdelen van MDF. De MDF-onderdelen bepalen het karakter van het geheel en de goederen moeten worden ingedeeld onder GN-code 4420 1019, als zijnde decoratieartikelen van hout. De beroepen dienen gegrond te worden verklaard.

  • In de zaak onder nummer 23/00618 heeft de AG bij de Hoge Raad geconcludeerd dat – in tegenstelling tot het oordeel van het Hof Amsterdam - indeling onder post 0811 moet plaatsvinden als de wezensbestanddelen van de (delen van de) vrucht nog aanwezig zijn.

  • Het Gerechtshof Amsterdam heeft in de zaak 22/00084 op 17 augustus 2023 geoordeeld dat de winddeflector niet als deel, noch als toebehoren van een motorvoertuig kan worden ingedeeld in post 87.08. Bij deze stand van het geding is tussen partijen niet in geschil dat de winddeflector moet worden ingedeeld in GN-onderverdeling 6303 9098. Dat betekent dat de inspecteur de Bindende Tariefinlichting voor de juiste tariefpost heeft afgegeven.

  • Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 26 september 2023 in de zaaknummers 20/00353 en 20/00372 uitspraak gedaan na een prejudiciële vraag aan Hof van Justitie. Het Hof van Justitie heeft in het hiervoor vermelde arrest geoordeeld dat indelingsregel 2a ook van toepassing is wanneer sommige van de betrokken goederen worden aangegeven voor het vrije verkeer, terwijl de overige goederen onder de douaneregeling extern communautair douanevervoer worden geplaatst. Met inachtneming van hetgeen het Hof hiervoor heeft geoordeeld over de vervanging van de condensatoren tijdens de assemblage, betekent dit dat de rechtbank het beroep van belanghebbende in zoverre ten onrechte gegrond heeft verklaard. Het hoger beroep van belanghebbende is ongegrond en het hoger beroep van de inspecteur gegrond.

  • Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 26 september 2023 uitspraak gedaan in de zaak onder nummer 23/00099 ter zake van de indeling van een afdekdoek in de GN. Het Hof komt met behulp van indelingsregel 3 (b) tot indeling donder post 39.26 en verklaart daarmee het hoger beroep ongegrond. Het standpunt van de inspecteur dat sprake is van ‘hygiënische en toiletartikelen’ volgt het Hof echter ook niet, omdat uit de in de GS-toelichting gegeven voorbeelden blijkt dat de wetgever met de woorden ‘hygiënische en toiletartikelen’ in post 39.24 geheel andere producten op het oog heeft gehad, zoals onder meer waskommen, douchekuipen, toiletemmers, spenen voor zuigflessen, vingerlingen, zeepbakjes, sponzenbakjes, tandenborstelhouders, toiletpapierhouders, handdoekrekken en dergelijke artikelen voor badkamers, toiletten of keukens etc.