Jurisprudentie

  • In zaak C‑599/20 betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de hoogste bestuursrechter in Litouwen heeft het Hof van justitie in het kader van een geding tussen „Baltic Master” UAB en Muitinės departamentas prie Lietuvos Respublikos finansų ministerijos (douanedienst bij het ministerie van Financiën van de Republiek Litouwen) geoordeeld over de vaststelling van de douanewaarde van bepaalde ingevoerde goederen in het kader van verbondenheid.

  • In zaak C‑187/21 betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de hoogste rechterlijke instantie in Hongarije heeft het Hof van Justitie op 9 juni 2022 arrest gewezen over het besluit waarbij de Hongaarse douanedienst overeenkomstig artikel 30, lid 2, onder b), van het douanewetboek de douanewaarde van textielproducten van oorsprong uit China heeft bepaald.

  • In de zaak 21/00208 heeft het Hof Amsterdam op 12 mei 2022 de uitspraak van de rechtbank bevestigd en geoordeeld dat de maatvoering van de geheugenkaartjes specifiek is afgestemd op de maatvoering van de behuizing, zodat zij na samenvoeging één geheel vormen. Dit brengt met zich dat de rechtbank met juistheid heeft geoordeeld dat de behuizingen, met toepassing van de indelingsregels 1 en 6, dienen te worden ingedeeld onder post 8523, in GN-onderverdeling 8523 51 10.

  • In de zaak C210/222 zijn door een Duitse rechter vragen gesteld op het gebied van de uitleg van oorsprongsregels, onder meer of het begrip „holle profielen” in de oorsprongsregel voor GS-onderverdeling 7304 41 van bijlage 22-01 bij GV-DWU ook warmgevormd primair materiaal van GS-onderverdeling 7304 49 omvat, dat niet voldoet aan de eisen van een technische norm voor warmgevormde naadloze buizen van roestvrij staal en dat koud wordt verwerkt om buizen met een andere diameter en wanddikte te vervaardigen.

  • Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 12 mei 2022 in de zaak 21/00265 geoordeeld ter zake van de indeling van zogenoemde Travel Message Channel (TMC) receivers. Op 14 augustus 2013 is Uitvoeringsverordening (EU) nr. 710/2013 in werking getreden. Zoals reeds vastgesteld door de rechtbank betreft deze verordening de onderhavige TMC-ontvanger. Uit de verordening volgt dat indeling dient plaats te vinden onder GN-onderverdeling 8517 69 39. Het Hof de indeling onder GN-onderverdeling 8517 69 39 juist, zodat geen aanleiding bestaat om op de voet van artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie een vraag voor te leggen aan het Hof van Justitie met betrekking tot de geldigheid van Uitvoeringsverordening 710/2013.