Jurisprudentie

  • De rechtbank Noord-Holland heeft op 1 april 2021 in zaaknummer HAA 19/1092 geoordeeld met betrekking tot de naleving van de voorwaarden van een vergunning bijzondere bestemming voor de verwerking van (bepaalde soorten) vis. De zaak is ter zitting gelijktijdig behandeld met de zaken HAA 18/4813 en HAA 19/4605 van [E] B.V., HAA 17/5451 van [F] B.V., HAA 17/5661 van [G] B.V. en HAA 17/5662 van [H] B.V. Uit al het hiervoor overwogene volgt dat ten aanzien van de door eiseres ingevoerde hoeveelheid Alaska koolvis en Alaska koolvisfilets waarvoor eiseres niet beschikte over een vergunning bijzondere bestemming een douaneschuld is ontstaan, zodat verweerder daarvoor terecht een UTB heeft uitgereikt.

  • De rechtbank Noord-Holland heeft op 1 april 2021 in zaaknummer: HAA 18/4813 geoordeeld met betrekking tot de naleving van de voorwaarden van een vergunning bijzondere bestemming voor de verwerking van (bepaalde soorten) vis. De zaak is ter zitting gelijktijdig behandeld met de zaak HAA 19/4605 van eiseres en met de zaken HAA 17/5451 van [E] B.V., HAA 17/5661 van [F] B.V., HAA 17/5662 van [G] B.V. en HAA 19/1092 van [H] B.V. Naar het oordeel van de rechtbank kan de vergunning in redelijkheid niet anders worden begrepen dan dat eiseres gedurende de looptijd van deze vergunning (1 januari 2013 tot en met 31 december 2015) per jaar 800.000 kg (in maart 2014 na wijziging vergunning verhoogd naar 1.500.000 kg per jaar) mocht plaatsen. Uit de onderbouwing van de UTB en de daarin genoemde hoeveelheden blijkt dat eiseres deze hoeveelheid per jaar niet heeft overschreden. Nu verweerder geen andere gronden heeft aangevoerd voor het ontstaan van de douaneschuld en het uitreiken van de UTB, kan deze niet in stand blijven, zowel voor wat betreft de douaneschuld als voor de rente op achterstallen. Bij deze stand van zaken behoeven de overige standpunten van eiseres geen bespreking.

  • De rechtbank Noord-Holland heeft op 01 april 2021 in zaaknummer HAA 17/5661 geoordeeld met betrekking tot de naleving van de voorwaarden van een vergunning bijzondere bestemming voor de verwerking van (bepaalde soorten) vis. De zaak is ter zitting gelijktijdig behandeld met de zaken HAA 18/4813 en HAA 19/4605 van [E] B.V., HAA 17/5451 van [F] B.V., HAA 17/5662 van [G] B.V. en HAA 19/1092 van [H] B.V. Uit het overwogene volgt dat er ten aanzien van de door eiseres ingevoerde hoeveelheid Alaska koolvis waarvoor eiseres niet beschikte over een vergunning bijzondere bestemming een douaneschuld is ontstaan, zodat verweerder daarvoor in beginsel terecht een UTB heeft uitgereikt. Vast is komen te staan dat een berekening van de douaneschuld op basis van de overschreden hoeveelheid leidt tot een lagere totale douaneschuld. De UTB dient derhalve te worden verminderd tot op laatstgenoemd bedrag.

  • De rechtbank Noord-Holland heeft op 1 april 2021 in zaaknummer HAA 17/5451 geoordeeld met betrekking tot de naleving van de voorwaarden van een vergunning bijzondere bestemming voor de verwerking van (bepaalde soorten) vis. De zaak is ter zitting gelijktijdig behandeld met de zaken HAA 18/4813 en HAA 19/4605 van [F] B.V., HAA 17/5661 van [G] B.V., HAA 17/5662 van [H] B.V. en HAA 19/1092 van [I] B.V. Uit al het overwogene volgt dat ten aanzien van de door eiseres ingevoerde hoeveelheid Alaska koolvis waarvoor eiseres niet beschikte over een vergunning bijzondere bestemming een douaneschuld is ontstaan, zodat verweerder daarvoor in beginsel terecht een UTB heeft uitgereikt. Wel is vast is komen te staan dat een berekening van de douaneschuld op basis van de overschreden hoeveelheden leidt tot een lagere totale douaneschuld. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep gegrond te worden verklaard. De rechtbank zal verweerder opdragen de UTB te verminderen voor wat betreft de genoemde rechten bij invoer en de genoemde rente op achterstallen.

  • De rechtbank Noord-Holland heeft op 1 april 2021 in zaaknummer: HAA 17/5662 betrekking tot de naleving van de voorwaarden van een vergunning bijzondere bestemming voor de verwerking van (bepaalde soorten) vis. De zaak is ter zitting gelijktijdig behandeld met de zaken HAA 18/4813 en HAA 19/4605 van [E] B.V., HAA 17/5451 van [F] B.V., HAA 17/5661 van [G] B.V. en HAA 19/1092 van [H] B.V. Uit het overwogene volgt dat eiseres de hoeveelheden zoals opgenomen in haar vergunning heeft overschreden. Voor deze hoeveelheden is naar het oordeel van de rechtbank een douaneschuld, omdat een van de voorwaarden voor de toekenning van een nulrecht uit hoofde van de bijzondere bestemming van de goederen niet in acht is genomen. Voor de toekenning van het nulrecht uit hoofde van de bijzondere bestemming van de goederen had eiseres immers over een - toereikende - vergunning moeten beschikken. Nu dit niet het geval is heeft eiseres deze hoeveelheden derhalve ten onrechte met toepassing van de vergunning bijzondere bestemmingen in het vrije verkeer gebracht.