Jurisprudentie

  • Het gerechtshof Amsterdam heeft op 21 december 2022 uitspraak gedan in de zaaknummers 20/00112 t/m 20/00115, ter zake van een verzoek om terugbetaling op grond van artikel 239 van het CDW. Belanghebbende weet niet wie de betreffende goederen aan haar heeft geleverd. Klaarblijkelijke nalatigheid met uitzondering van bepaalde leveringen. Het beroep van belanghebbende op artikel 239 van het CDW slaagt niet.

  • Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 23 december 2021 in de zaaknummers 20/00778 en 20/00791 uitspraak gedaan over de indeling van kunststof behuizingen voor tokens. Het Hof volgt de indeling van de rechtbank onder post 84.73 niet en deelt in onder de post 85.43.

  • In de zaak onder nummer C‑599/20 UAB „Baltic Master” tegen Muitinės departamentas prie Lietuvos Respublikos finansų ministerijos heeft de Advocaat-General op 20 januari 2022 geconcludeerd dat de koper en de verkoper worden geacht ‚verbonden personen’ te zijn wanneer, ondanks dat niet is bewezen dat er sprake is van een handelspartnerschap of zeggenschap, op grond van de omstandigheden waaronder de transacties tot stand zijn gekomen redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een persoon feitelijke zeggenschap heeft over de ander of dat een derde persoon zeggenschap heeft over beide personen. Daarnaast verzet artikel 31, lid 1, van verordening nr. 2913/92 zich er niet tegen dat de douanewaarde wordt vastgesteld op basis van informatie in een nationale databank betreffende de douanewaarde van goederen van dezelfde oorsprong die weliswaar niet identiek of soortgelijk zijn, maar onder dezelfde Taric-post worden ingedeeld.

  • Op 24 november 2021 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in de zaak onder nummer AUA202002480 arrest gewezen betreffende een verzoek om toepassing van de zogenoemde verhuisboedelvrijstelling waarbij onder meer een uitleg is gegeven van het begrip “normale verblijfplaats”. Belanghebbende had, vanaf het moment dat hij is uitgeschreven uit de bevolkingsadministratie van Curaçao en bij zijn partner op Aruba is gaan wonen, zijn persoonlijke binding op Aruba. Per die datum is dus zijn normale verblijfplaats overgebracht naar Aruba. Nu belanghebbende pas veel later zijn inboedel heeft overgebracht heeft de Inspecteur belanghebbende dus terecht geen vrijstelling verleend.

  • In het onderhavige geding gaat om de vraag of gaas voor de vervaardiging van opbergnetten en een zogenaamde „stoelbescherming” kunnen worden aangemerkt als delen van een autostoel als bedoeld in hoofdstuk 94.