Nieuws

  • Zodra een levensmiddel of diervoeder in de handel wordt gebracht mag het gehalte aan
    bestrijdingsmiddelenresiduen niet meer bedragen dan vastgesteld in de bijlagen bij
    Verordening (EG) nr. 396/2005.

    Alle bestaande toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die bepaalde werkzame
    stoffen bevatten, zijn ingetrokken. De in de bijlagen II en III bij Verordening (EG)
    nr. 396/2005 voor die stoffen vastgestelde MRL’s worden derhalve geschrapt.

  • Op 4 februari 2021 heeft het Hof van Justitie arrest gewezen in de zaak C‑760/19 ter
    zake van een verzoek om een prejudiciële beslissing betreffende de geldigheid van
    uitvoeringsverordening (EU) 2016/1760 van de Commissie van 28 september 2016 tot de
    indeling van een apparaat dat bestaat uit een validator voor bankbiljetten en
    geldlades. Bij onderzoek van de gestelde vragen is niet gebleken dat de Commissie een
    kennelijke fout heeft gemaakt door, bij de uitoefening van haar ruime
    beoordelingsbevoegdheid om de inhoud van de tariefposten te verduidelijken, vast te
    stellen dat het in uitvoeringsverordening 2016/1760 bedoelde goed meer is dan een
    meet of verificatie-instrument in de zin van GN post 90.31. Indeling van dit goed
    onder deze post is terecht uitgesloten, en terecht is vastgesteld dat de
    verschillende functies van dat goed onder GN post 84.72 vallen. Derhalve is niet
    gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van deze verordening kunnen
    aantasten.

  • Eiseres heeft in 2013 aangifte gedaan om een partij goederen van porselein van
    GS-post
    69.11
    , van oorsprong uit Bangladesh, in het vrije verkeer te brengen onder
    overlegging van een Form A met daarbij een beroep op toepassing van het preferentiële
    tarief van 0%. De inspecteur heeft de uitnodiging tot betaling voor wat betreft de
    onderhavige douaneschuld aan eiseres verzonden na afloop van de daarvoor geldende
    termijn, waardoor deze in zoverre niet in stand kan blijven. In de zaak C-39/20
    Jumbocarry Trading heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen gesteld betreffende
    tijdigheid uitreiking van een uitnodiging tot betaling. In essentie wenst de Hoge
    Raad met zijn vragen te vernemen of een bepaling van het DWU tot gevolg kan hebben
    dat de op een bepaald moment lopende verjaringstermijn van een douaneschuld werd
    opgeschort, waardoor de uiterste datum waarop de douaneautoriteiten mededeling van de
    schuld konden doen (en de schuld konden invorderen) zou zijn verschoven tot na de
    datum waarop de schuld ingevolge het CDW verjaarde. Op 11 februari 2021 heeft de AG
    geconcludeerd dat de relevante bepalingen van het Douanewetboek van de Unie van
    toepassing zijn op een douaneschuld die vóór 1 mei 2016 is ontstaan en waarvan de
    verjaringstermijn op die datum nog niet was verstreken, zonder dat deze toepassing
    het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel schendt.

  • De bepalingen zijn aangepast aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van
    Groot- Brittannië en Noord-Ierland uit de Unie en uit de Europese Gemeenschap voor
    Atoomenergie.

  • In Nederland is de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd hiermee belast.