van wol of van fijn haar [Cat. 28]

 
    Print     PDF

6103 4100 00

van wol of van fijn haar [Cat. 28]

Invoer

Eenheid
p/st (Aantal stuks NAR)
Recht derde landen
12%
Preferentiële en Aanvullende rechten
BTW
21%
Invoerregelingen
Maatregelen

Uitvoer

Uitvoerregelingen

Toelichting

1
Toelichting IDR

Deze post omvat uitsluitend kostuums en ensembles, alsmede colbertjassen, blazers en dergelijke, lange en korte broeken (andere dan zwembroeken) en zogenaamde Amerikaanse overalls, van brei- of haakwerk, voor heren of voor jongens.

A. Voor de toepassing van Aantekening 3 a IDR op dit hoofdstuk wordt erop gewezen dat:

a. de colbertjas of dergelijke jas bestemd om het bovenlichaam te bedekken aan de voorzijde open is, zonder sluiting of met een andere sluiting dan een ritssluiting. Dit kledingstuk valt niet lager dan halverwege de dij en is niet bestemd om te worden gedragen over een andere jas of blazer;

b. de panden (minstens twee fronten en twee rugstukken) waaruit de colbertjas of dergelijke jas is samengesteld, moeten in de lengterichting zijn aaneengenaaid. Voor de toepassing hiervan omvat de term ‘panden’ niet de mouwen, noch, indien aanwezig, de revers en de kraag;

c. de colbertjas of dergelijke jas kan vergezeld zijn van een mouwloos vest, waarvan de voorkant vervaardigd is uit dezelfde stof als die van de buitenkant van de overige delen van het stel of assortiment en waarvan de rugzijde is vervaardigd uit dezelfde stof als die van de voering van de jas.

Alle samenstellende delen van een kostuum moeten van een stof van dezelfde structuur, kleur en samenstelling zijn; zij moeten eveneens van dezelfde stijl en van gelijke of verenigbare maat zijn. Zij mogen evenwel zijn voorzien van boordsel (strook stof genaaid in de naad) van een andere stof.

Indien verschillende delen ontworpen om het onderlichaam te bedekken samen worden aangeboden, bijvoorbeeld een lange broek en een korte broek of twee lange broeken, wordt de lange broek of een van de lange broeken aangemerkt als het essentiële deel; de andere delen dienen afzonderlijk in beschouwing te worden genomen.

Voor de toepassing van Aantekening 3 a IDR op dit hoofdstuk betekent de term ‘dezelfde stof’ één en dezelfde stof, dat wil zeggen zij moet namelijk:

- van dezelfde structuur zijn, dat wil zeggen zij moet verkregen zijn met dezelfde techniek van garenbinding (daaronder begrepen de grootte van de mazen), alsook van garens van dezelfde structuur en nummering (bijvoorbeeld decitex);

- van dezelfde kleur zijn (van dezelfde schakering en volgens hetzelfde patroon); deze uitdrukking omvat stoffen van verschillend gekleurde garens en bedrukte stoffen;

- van dezelfde samenstelling zijn, dat wil zeggen het gewichtspercentage van de gebruikte textielgrondstof (bijvoorbeeld 100 gewichtspercenten wol, 51 gewichtspercenten synthetische vezels, 49 gewichtspercenten katoen) moet hetzelfde zijn.

B. Als ‘ensembles voor heren of voor jongens’ worden aangemerkt, stellen of assortimenten van verscheidene kledingstukken (andere dan de artikelen bedoeld bij de posten 61.07, 61.08 en 61.09), gemaakt van dezelfde stof, opgemaakt voor de verkoop in het klein en bestaande uit:

- een kledingstuk ontworpen om het bovenlichaam te bedekken, met dien verstande dat een pullover als tweede kledingstuk voor het bovenlichaam aanwezig mag zijn, uitsluitend in het geval van een twinset en dat een vest als tweede kledingstuk voor het bovenlichaam in andere gevallen aanwezig mag zijn, en

- een of twee verschillende kledingstukken ontworpen om het onderlichaam te bedekken, zijnde een lange broek, een zogenaamde Amerikaanse overall of een korte broek (andere dan zwembroek).

Alle samenstellende delen van een ensemble dienen van dezelfde structuur, stijl, kleur en samenstelling, alsmede van gelijke of verenigbare maat te zijn. Als ‘ensembles’ worden niet aangemerkt trainingspakken en skipakken, bedoeld bij post 61.12 (zie Aantekening 3 b IDR op dit hoofdstuk).

C. Als ‘colbertjassen, blazers en dergelijke’ worden aangemerkt, kledingstukken met dezelfde kenmerken als de colbertjassen omschreven bij Aantekening 3 a IDR op dit hoofdstuk, alsmede in letter A hiervoor, behalve dat de buitenzijde (met uitzondering van de mouwen, en indien aanwezig, de kraag en de revers) mag bestaan uit drie of meer in de lengterichting aaneengenaaide panden (waarvan twee fronten). Onder de post vallen echter niet anoraks, blousons en dergelijke artikelen, bedoeld bij de posten 61.01 en 61.02.

D Als ‘lange broeken’ worden aangemerkt, kledingstukken die elk been afzonderlijk omhullen, de knieën bedekken en in het algemeen tot op of over de enkels reiken. Gewoonlijk komen deze kledingstukken niet boven de taille uit. De aanwezigheid van schouderbanden ontneemt deze kledingstukken niet het wezenlijke karakter van lange broeken.

E. Als zogenaamde 'Amerikaanse overalls' worden aangemerkt, kledingstukken van de soort afgebeeld onder 1 tot en met 5 hierna en eveneens dergelijke kledingstukken die de knieën niet bedekken.

F. Als ‘korte broeken’ worden aangemerkt, broeken die de knieën niet bedekken.

Van deze post zijn uitgezonderd:

a. vesten, afzonderlijk aangeboden (post 61.10);

b. trainingspakken, skipakken, badpakken en zwembroeken (post 61.12).

4
Jurisprudentie

‘Jeans’-pantalons moeten als herenbovenkleding onder post 62.03 worden ingedeeld, indien zij van klassieke snit zijn en een voorsluiting van links naar rechts hebben. Zie HvJ nr. 222/85 in aant. 1 op Aantekening 8 IDR op hoofdstuk 62.

Een ijshockeybroek speciaal ontworpen om te worden gedragen ter bescherming van het lichaam tegen blessures gedurende het uitoefenen van ijshockey, moet onder post 95.06 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 9506.99/1 op post 95.06 in aant. 4 op die post.

Colberts met lange mouwen, met een volledige opening aan de voorzijde die kan worden afgesloten door een ritssluiting moeten, naargelang van het geval, onder post 61.03, 61.04, 62.03 of 62.04 worden ingedeeld. De colberts maken geen deel uit van een kostuum.
De aanwezigheid van een rits sluit de indeling van het kledingstuk onder deze posten niet uit. Het colbert moet wel de snit en het algemene uiterlijk hebben van een colbert van deze posten en voldoen aan alle andere criteria voor kleding van deze posten (EG). Conclusie 192e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.

 

 

5
Nadere verwijzing

Voor wat betreft het mogen voorkomen van versieringen en garneringen op de samenstellende delen van kostuums en ensembles wordt verwezen naar hetgeen hierover is opgemerkt in de toelichting nationaal opgenomen in aant. 5 op het opschrift van hoofdstuk 61.

Zie voor het onderscheid tussen korte broeken bedoeld bij deze post en zwembroeken bedoeld bij post 61.12, de toelichting EG op de onderverdelingen 6112 3110 tot en met 6112 3990 en 6112 4110 tot en met 6112 4990.

6
Nadere verwijzing

Ingevolge het bepaalde bij Aanvullende aantekening 1 EG op hoofdstuk 61 dienen de samenstellende delen van een ensemble als bedoeld bij Aantekening 3 b IDR op hoofdstuk 61 geheel te zijn vervaardigd van een en dezelfde stof.
De gebruikte stof kan, naar gelang van het geval, ongebleekt, gebleekt, geverfd, van verschillend gekleurd garen of bedrukt zijn.
Stellen en assortimenten vervaardigd van verschillende stoffen worden niet als ensemble aangemerkt, zelfs indien zij slechts in kleur verschillen.
Alle samenstellende delen van een ensemble dienen, opgemaakt voor de verkoop in het klein, samen als één enkele eenheid te worden aangeboden. Individuele verpakking of afzonderlijke etikettering van elk der samenstellende delen van zo’n enkele eenheid heeft geen invloed op de indeling als ensemble.