van katoen [Cat. 10]

 
    Print     PDF

6116 9200 00

van katoen [Cat. 10]

Invoer

Eenheid
pa (Aantal paren)
Recht derde landen
8,9%
Preferentiële en Aanvullende rechten
BTW
21%
Maatregelen

Uitvoer

Uitvoerregelingen

Toelichting

1
Toelichting IDR

Deze post heeft betrekking op handschoenen, wanten en dergelijke artikelen van brei- of haakwerk, zonder onderscheid tussen die voor dames of meisjes en die voor heren of jongens. Deze post omvat zowel vingerhandschoenen als wanten (waarvan hoogstens de duim is afgescheiden) en mitaines (die de vingertoppen onbedekt laten). Voorts kunnen deze artikelen kort, halflang of lang zijn, naargelang zij alleen de hand of tevens de onderarm en zelfs een deel van de bovenarm bedekken.

Deze post heeft eveneens betrekking op bovenbedoelde artikelen in niet-afgewerkte staat van brei- of haakwerk, mits zij het wezenlijke karakter van de afgewerkte artikelen bezitten.

Van deze post zijn uitgezonderd:

a. handschoenen, wanten en dergelijke, gevoerd met echt bont of met namaakbont, of waarop aan de buitenzijde delen van echt bont of namaakbont zijn aangebracht, indien bedoelde delen meer betekenen dan een eenvoudige garnering (post 43.03 of 43.04);

b. handschoenen en wanten voor baby’s (post 61.11);

c. handschoenen, wanten en dergelijke van andere textielstoffen dan brei- of haakwerk (post 62.16);

d. wanten voor massage en washandjes (post 63.02).

3
EG-verordeningen

Een keepershandschoen voor ijshockey of veldhockey (zie de afbeeldingen 1 en 2 hierna), zoals hierna omschreven, moet onder onderverdeling 6116 9300 worden ingedeeld.

Het betreft een keepershandschoen, bestaande uit twee delen, handschoen en zogenaamde afstopplaat (‘blocking pad’), die op vijf punten aaneen zijn genaaid. De handschoen wordt gewoonlijk gedragen aan de rechterhand (als de doelman rechtshandig is), welke hand tevens de stick vasthoudt.

De afstopplaat op de rug van de handschoen is vervaardigd van stijve kunststof met celstructuur (afmetingen 37×20×3 cm) die geheel is overtrokken met, voor het overgrote deel, een breiwerk van synthetische vezels. Het voornaamste doel is om de bal (of de puck in het geval van ijshockey) af te stoppen als deze op het doel wordt geslagen en daarbij de rug van de hand te beschermen. Het andere deel van het artikel heeft de kenmerken van een normale handschoen. De palm is vervaardigd van textielvlies van microvezels van polyamide en stelt de doelman in staat de stick vast te houden en te hanteren. De rug is vervaardigd van breiwerk.

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1, 3 b en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, alsmede de teksten van post 61.16 en onderverdeling 6116 9300. Zie ook de toelichting IDR op post 95.06. Verordening (EG) 2 februari 1998, nr. 272/98, punt 2 (PbEG 1998, nr. L 27).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een handschoen voor ijshockey zoals hierna omschreven, moet onder onderverdeling 6116 9300 worden ingedeeld (zie de afbeeldingen 3 en 4 hierna).

Afb. 3. Afb. 4. 

De rugzijde van de handschoen is ter bescherming opgevuld, met een buitenkant van breiwerk van synthetische vezels (polyester). De handpalm is vervaardigd van niet-geweven microvezels van polyamide.

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1, 3 b en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, alsmede de teksten van de post 61.16 en onderverdeling 6116 9300. Zie tevens de toelichting IDR op post 95.06. De rugzijde van de handschoen, die een beschermende functie heeft, verleent het wezenlijke karakter aan het artikel. Verordening (EG) 9 maart 1999, nr. 516/1999, punt 6 (PbEG 1999, nr. L 61).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een keepershandschoen voor ijshockey of voor veldhockey, zoals hierna omschreven, moet onder post 62.16 worden ingedeeld. Het betreft een gewoonlijk aan de linkerhand gedragen want die dient om de bal (of de puck) te vangen. De handschoen is aan twee zijden opgevuld en heeft binnenin een scheiding voor de vingers. De duim en de wijsvinger worden gescheiden door een uit veters (van post 56.07) gemaakt netwerk. De rugzijde wordt gevormd door een breiwerk van synthetische of kunstmatige vezel. De handpalm, vervaardigd uit niet-geweven microvezels van polyamide, is aan de buitenkant bedekt met kunststof. De indeling wordt bepaald door het materiaal (textiel) waaruit de handpalm is vervaardigd. Zie Verordening (EG) nr. 516/1999, punt 10, in aant. 3 op post 62.16.

Een handschoen voor huishoudelijk gebruik, zoals hierna omschreven (zie afbeelding 5 hierna), moet onder onderverdeling 6116 1020 worden ingedeeld.

Afb. 5. 

Het betreft een handschoen van brei- of haakwerk van katoen, waarvan de buitenzijde door middel van onderdompeling is bedekt met natuurlijke rubber (latex).

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, Aantekening 2 a IDR op hoofdstuk 40, Aantekening 7 IDR op afdeling XI, Aantekening 4 a IDR op hoofdstuk 59, Aantekening 1 IDR op hoofdstuk 61 en de teksten van post 61.16 en de onderverdelingen 6116 10 en 6116 1020. Zie eveneens de toelichting IDR op de posten 40.15 en 61.16.

Rekening houdend met het feit dat het gewicht van het met rubber bedekte weefsel waarvan de handschoen is vervaardigd niet meer bedraagt dan 1500 g/m2, moet deze handschoen worden ingedeeld als handschoen van brei- of haakwerk van post 61.16. Verordening (EG) 18 juli 2000, nr. 1564/2000, punt 1 (PbEG 2000, nr. L 180).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

4
Jurisprudentie

Zogenaamde stompkousen (‘Arm mitts’) moeten onder post 61.16 worden ingedeeld. Zie in dit verband TC 24 juni 1974, nr. 11 151 T, in aant. 4 op post 61.15.

Een lange werkhandschoen gemaakt van gelamineerd textiel, aan een zijde bedekt met kunststof, moet onder onderverdeling 6116.10 worden ingedeeld. Het textiel bestaat uit drie verschillende lagen tezamen gelamineerd. De eerste laag die de huid aanraakt, bestaat uit geborsteld breiwerk van garens van katoenvezels, de middelste laag bestaat uit een celvormige vel kunststof (polyurethaan) en de bovenste laag is een gebreide textielstof van garens van katoenvezels, bedekt met een buitenlaag van kunststof (polymeer van vinylchloride).
Toepassing van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de nomenclatuur (IDR). Besluit IDR 6116.10 (PbEU 2017, nr. C 372).

Een handschoen gemaakt van gegummeerde textielstof bestaande uit een laag celvormig rubber tussen twee lagen breiwerk van synthetische of kunstmatige vezels, moet, naar gelang het geval, onder een der onderverdelingen 6116.93 (synthetische vezels) of 6116.99 (kunstmatige vezels) worden ingedeeld. Het gedeelte van de palm heeft kleine puntjes met een ‘kleverig’ oppervlak van kunststof voor een betere grip. Het materiaal waarvan de handschoen is gemaakt, is hetzelfde als wat voor wetsuits wordt gebruikt.
Toepassing van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de nomenclatuur (IDR). Besluit IDR 6116.9 (PbEU 2017, nr. C 372).