voor heren of voor jongens [Cat. 5]

 
    Print     PDF

6110 1130 00

voor heren of voor jongens [Cat. 5]

Invoer

Eenheid
p/st (Aantal stuks NAR)
Recht derde landen
12%
Preferentiële en Aanvullende rechten
BTW
21%
Tariefcontingenten
Maatregelen

Uitvoer

Uitvoerregelingen

Toelichting

1
Toelichting IDR

Deze post omvat een groep artikelen van brei- of haakwerk, zonder dat van belang is voor welk geslacht zij zijn vervaardigd, bestemd om het bovenlichaam te bedekken (truien, jumpers, pull-overs, slip-overs, vesten en dergelijke artikelen). Artikelen die bijkomstig beschermende bestanddelen bevatten, zoals elleboogopvulling die op de mouwen is genaaid, en voor bepaalde sporten worden gebruikt (bijvoorbeeld voetbaldoelverdedigerstruien), blijven onder deze post ingedeeld.

Deze post omvat eveneens afzonderlijk aangeboden vesten, doch niet de vesten die een integrerend deel zijn van een kostuum voor heren of voor jongens of van een mantelpak of broekpak voor dames of voor meisjes bedoeld bij post 61.03 of 61.04.

Van deze post zijn eveneens uitgezonderd, gewatteerde vesten die over het algemeen gedragen worden over alle andere kleding om tegen weersinvloeden te beschermen, bedoeld bij post 61.01 en 61.02.

2
Toelichting EG

Tot deze post behoort kleding, bestemd om het bovenlichaam te bedekken, met of zonder mouwen, met ongeacht welke soort halsopening, met of zonder kraag en met of zonder zakken.

Deze kledingstukken zijn meestal voorzien van een geribde boord aan de onderzijde, aan de opening en aan de mouwen of aan de armsgaten.

Deze kleding kan vervaardigd zijn van ongeacht welke textielstof en van alle soorten brei- en haakwerk, ook lichtgewicht of fijngeribd.

Zij kunnen zijn voorzien van versieringen van ongeacht welke soort, waaronder kant en borduurwerk.

Van deze kledingstukken kunnen worden genoemd:

1. truien en pullovers, die over het hoofd worden aangetrokken en in het algemeen noch een split in de halsopening, noch een sluiting hebben, met een V-vormige, een aansluitende, een ronde of een bootvormige halsopening of met een rolkraag of staande kraag zonder opening;

2. dergelijke kledingstukken als omschreven onder 1 hiervoor, met of zonder kraag, die echter zijn voorzien van een split in de halsboord, bijvoorbeeld aan de voorzijde of op de schouder, gesloten met een knoopsluiting of een andere sluiting;

3. vesten en jasjes die geheel open zijn aan de voorzijde en die al dan niet zijn voorzien van een knoopsluiting of een andere sluiting, met of zonder kraag;

4. kledingstukken, twinsets genaamd, bestaande uit een truitje met of zonder mouwen en een vest met lange of korte mouwen. Deze kledingstukken moeten van een overeenkomende handelsmaat zijn, van hetzelfde materiaal zijn vervaardigd en van dezelfde kleur zijn. Dessin en – zo deze aanwezig zijn – versieringen moeten bij beide kledingstukken eveneens gelijk zijn;

5. de bij de voorgaande punten omschreven kledingstukken met een aantrekkoordje, een geribde boord of een andere nauwsluitende voorziening aan de onderzijde, die zijn vervaardigd uit lichte stoffen van de soort zoals wordt gebruikt voor de vervaardiging van T-shirts en soortgelijke artikelen.

Van deze post zijn uitgezonderd:

a. blouses en hemdblouses, voor vrouwen of voor meisjes (post 61.06);

b. anoraks, jekkers, blousons en dergelijke artikelen (naar gelang van het geval post 61.01 of 61.02);

c. T-shirts, borstrokken en onderhemden (post 61.09).

3
EG-verordeningen

Een lichtgewicht kledingstuk (zie afbeelding 3) moet onder onderverdeling 6110 2099 worden ingedeeld.

Afb. 3.

Het betreft een kledingstuk van breiwerk (100% katoen), ruimvallend, bestemd om het bovenlichaam te bedekken, reikend tot onder de taille, met korte mouwen, aan de halslijn voorzien van een aangezet ribboord dat een nauwsluitende staande kraag zonder opening vormt.

Het kledingstuk is op het achterpand en ter hoogte van de borst eveneens voorzien van versieringen. De uiteinden van de mouwen en de onderzijde van het kledingstuk zijn omgezoomd. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 61.10 en de onderverdelingen 6110.20 en 6110 2099, alsmede de toelichting EG op post 61.10. Verordening (EEG) 9 augustus 1990, nr. 2368/90, punt 1 (PbEG 1990, nr. L 219).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een lichtgewicht kledingstuk met het overwegende karakter van een hemdblouse (snit, versieringen, algemeen aanzien) moet worden ingedeeld onder post 61.06. Zie Verordening (EEG) nr. 1911/92, punt 1, in aant. 3 op post 61.06.

Een kledingstuk met korte mouwen (zie afbeelding 4) moet onder onderverdeling 6110 2099 worden ingedeeld.

Afb. 4.

Het betreft een kledingstuk van breiwerk (100% katoen), bestemd om het bovendeel van het lichaam te bedekken tot net onder de taille, met een kraag van geribd breiwerk waarvan de rechterzijde gedeeltelijk over de linkerzijde valt, zonder opening in de halslijn, met korte mouwen. Het kledingstuk heeft aan de voorzijde, ter hoogte van de borst, een versiering. De onderzijde van het kledingstuk en de uiteinden van de mouwen zijn omgezoomd. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 61.10 en de onderverdelingen 6110.20 en 6110 2099. Zie eveneens de toelichting EG op post 61.10. Het kledingstuk vertoont overeenkomst met een trui. Verordening (EEG) 9 juli 1992, nr. 1911/92, punt 3 (PbEG 1992, nr. L 192).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een kledingstuk met korte mouwen (zie afbeelding 6) moet onder onderverdeling 6110 3091 worden ingedeeld.

Afb. 6.

Het betreft een kledingstuk van breiwerk (100% synthetische vezels), bedoeld om het bovendeel van het lichaam te bedekken tot onder de taille, met korte mouwen. Het kledingstuk heeft een V-hals en een kraag van geribd breiwerk waarvan de linkerzijde gedeeltelijk over de rechterzijde valt. De onderzijde van het kledingstuk en de uiteinden van de mouwen zijn omgezoomd. Het kledingstuk vertoont overeenkomst met een trui. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 61.10 en de onderverdelingen 6110.30 en 6110 3091. Verordening (EEG) 9 oktober 1992, nr. 2949/92, punt 6 (PbEG 1992, nr. L 296).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een kledingstuk met korte mouwen (zie afbeelding 7) moet onder onderverdeling 6110 3091 worden ingedeeld.

Afb. 7.

Het betreft een ruimvallend kledingstuk van breiwerk (65% polyester, 35% katoen), bedoeld om het bovendeel van het lichaam te bedekken tot onder de taille, met korte mouwen. De onderzijde van het kledingstuk en de uiteinden van de mouwen zijn omgezoomd. Het kledingstuk is aan de halslijn voorzien van een aangezet ribboord dat een nauwsluitende opstaande boord vormt dat aan de voorzijde een opening heeft die is voorzien van een knoopsluiting, rechts over links. Het kledingstuk heeft eveneens een geborduurde versiering ter hoogte van de borst. Zie eveneens de toelichting IDR op post 61.10. Het kledingstuk vertoont overeenkomst met een trui. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 61.10 en de onderverdelingen 6110.30 en 6110 3091. Verordening (EEG) 9 oktober 1992, nr. 2949/92, punt 7 (PbEG 1992, nr. L 296).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een kledingstuk met lange mouwen (zie afbeelding 5) moet onder onderverdeling 6110 3099 worden ingedeeld.

Afb. 5.

Het betreft een kledingstuk van breiwerk (100% synthetische vezels), bestemd om het bovendeel van het lichaam te bedekken tot net onder de taille, met een kraag zonder opening in de halslijn, met lange mouwen, aan de uiteinden voorzien van een ribboord. De onderzijde van het kledingstuk is omgezoomd. Het kledingstuk heeft aan de voorzijde, ter hoogte van de halslijn, een driehoekig inzetstuk vervaardigd van geribd breiwerk. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 61.10 en de onderverdelingen 6110.30 en 6110 3099. Zie eveneens de toelichting EG op post 61.10. Verordening (EEG) 9 juli 1992, nr. 1911/92, punt 4 (PbEG 1992, nr. L 192).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een trui met opening aan de rugzijde (zie afbeelding 8) moet onder onderverdeling 6110 2099 worden ingedeeld.

Afb. 8.

Het betreft een kledingstuk van geribd poolbreiwerk (90% katoen, 5% elastomeergarens, 5% polyester), nauwsluitend, bestemd om het bovenlichaam te bedekken tot net onder het middel, met lange mouwen, een opstaande kraag en met een gedeeltelijke opening aan de rugzijde die door middel van een ritssluiting kan worden gesloten. Het kledingstuk is aan de onderzijde en aan de uiteinden van de mouwen omgezoomd. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, Aantekening 9 IDR op hoofdstuk 61 en de teksten van post 61.10 en de onderverdelingen 6110.20 en 6110 2099. Zie eveneens de toelichting EG op de posten 61.06 en 61.10. Verordening (EEG) 17 februari 1993, nr. 350/93, punt 5 (PbEG 1993, nr. L 41).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een mouwloos vest van geribd elastisch effen breiwerk (zie afbeelding 9) moet onder onderverdeling 6110 3099 worden ingedeeld.

Afb. 9.

Het betreft een kledingstuk zonder mouwen en voorzien van een kraag, bestemd om het bovenlichaam te bedekken tot net onder de taille. Het kledingstuk heeft een volledige opening aan de voorzijde met een drukknoopsluiting rechts over links en twee zakklepjes ter hoogte van de borst. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, Aantekening 9 IDR op hoofdstuk 61 en de teksten van post 61.10 en de onderverdelingen 6110.30 en 6110 3099. Verordening (EG) 28 juli 1994, nr. 1966/94, punt 4 (PbEG 1994, nr. L 198).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een lichtgewicht effen kledingstuk zonder een nauwsluitende voorziening aan de onderzijde moet onder post 61.14 worden ingedeeld.

Zie Verordening (EEG) nr. 893/93, punt 3, in aant. 3 op post 61.14.

Een jack (‘Polar fleece’) (zie afbeelding 10) moet onder onderverdeling 6110 3091 worden ingedeeld.

Afb. 10.

Het betreft een kledingstuk vervaardigd uit een dikke stof van brei- of haakwerk (100% polyester) met gemiddeld minder dan 10 steken per centimeter, geteld in iedere richting, effen, rechtvallend en van onderen afgerond, bedoeld om het bovenlichaam te bedekken, tot aan de heupen.

Het kledingstuk heeft lange mouwen met manchetten, een kraag en een volledige opening aan de voorzijde met een knoopsluiting van links over rechts.

Het kledingstuk heeft verder aan de voorzijde een opgestikt zakje, ter hoogte van de borst. Het betreft een kledingstuk lijkend op een vest/jasje (cardigan). De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, Aantekeningen 4 en 9 IDR op hoofdstuk 61 en de teksten van post 61.10 en de onderverdelingen 6110.30 en 6110 3091.

De indeling als overhemd onder post 61.05 is uitgesloten omdat het kledingstuk gemiddeld minder dan 10 steken per centimeter heeft, geteld in iedere richting. Verordening (EG) 20 januari 1997, nr. 92/97, punt 1 (PbEG 1997, nr. L 19).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.


Bepaalde kledingstukken
moeten in verband met hun algemeen aanzien en in het bijzonder met het feit dat zij een zekere stevigheid vertonen (dikke stof, zes panden en twee coupenaden) als jasjes worden ingedeeld onder post 61.04. Zie Verordening (EG) nr. 1054/97, punten 1 en 2, in aant. 3 op post 61.04.

Een op een cardigan gelijkend kledingstuk (zie afbeelding 11) moet onder onderverdeling 6110 2099 worden ingedeeld.

Afb. 11.

Het betreft een lichtgewicht kledingstuk van brei- of haakwerk, vervaardigd uit lichte stof van de soort zoals wordt gebruikt voor de vervaardiging van T-shirts (100% katoen), in twee kleuren gestreept, zonder voering, zonder kraag, rechtvallend, bestemd om het bovenlichaam te bedekken, vallende juist tot op de heupen. Het is aan de uiteinden van de mouwen en aan de onderzijde omgezoomd. Het kledingstuk heeft korte mouwen, een ronde, aansluitende halsopening, een volledige opening aan de voorzijde met een knoopsluiting rechts-over-links en zakken onder de taille. Het heeft aan de binnenzijde ook nog schoudervullingen. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, de Aantekeningen 4 en 9 IDR op hoofdstuk 61 en de teksten van post 61.10 en de onderverdelingen 6110.20 en 6110 2099.

In verband met zijn algemene aanzien en in het bijzonder het feit dat de stof waaruit het kledingstuk is vervaardigd niet voldoende stevigheid vertoont om te worden aangemerkt als jasje, moet dit artikel worden ingedeeld als een kledingstuk gelijkend op een vest (cardigan) van post 61.10. Verordening (EG) 11 juni 1997, nr. 1054/97, punt 3 (PbEG 1997, nr. L 154).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een op een cardigan gelijkend kledingstuk (zie afbeelding 12) moet onder onderverdeling 6110 2099 worden ingedeeld.

Afb. 12.

Het betreft een kledingstuk van breed geribd brei- of haakwerk (60% katoen, 40% polyester), effen gekleurd, zonder voering, zonder kraag, rechtvallend, bestemd om het bovenlichaam te bedekken, vallende juist tot op de heupen. Het is aan de uiteinden van de mouwen en aan de onderzijde omgezoomd. Het heeft lange mouwen, een V-vormige halsopening, een volledige opening aan de voorzijde met een knoopsluiting rechts-over-links, zakken onder de taille en zijsplitten aan de onderzijde. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, Aanvullende aantekening 2 A IDR op afdeling XI, de Aantekeningen 4 en 9 IDR op hoofdstuk 61 en de teksten van post 61.10 en de onderverdelingen 6110.20 en 6110 2099.

In verband met zijn algemene aanzien en in het bijzonder het feit dat de stof waaruit het kledingstuk is vervaardigd niet voldoende stevigheid vertoont om te worden aangemerkt als jasje, moet dit artikel worden ingedeeld als een kledingstuk gelijkend op een vest (cardigan) van post 61.10. Verordening (EG) 11 juni 1997, nr. 1054/97, punt 4 (PbEG 1997, nr. L 154).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een op een cardigan gelijkend kledingstuk (zie afbeelding 14) moet onder onderverdeling 6110 3091 worden ingedeeld.

Afb. 14.

Het betreft een effen gekleurd kledingstuk, vervaardigd van een dik aan de binnen- en buitenzijde geruwd brei- of haakwerk (dikte 2,8 mm) met meer dan tien steken per cm geteld in iedere richting (100% polyester), recht vallend, bestemd om het bovenlichaam te bedekken, vallend tot op de heup. Het kledingstuk is van voren korter dan van achteren. Het kledingstuk heeft lange mouwen met manchetten, een omgeslagen kraag en een volledige opening aan de voorzijde die sluit met een knoopsluiting links over rechts, alsmede zijsplitten aan de onderzijde. Het kledingstuk heeft ook een geborduurde zak opgenaaid ter hoogte van de borst. Het is een op een vest (cardigan) gelijkend kledingstuk.

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, Aantekening 9 IDR op hoofdstuk 61, alsmede de teksten van post 61.10 en de onderverdelingen 6110.30 en 6110 3091.

Gelet op de snit en het algemene aanzien van het kledingstuk (in het bijzonder de aard en de dikte van de stof, de afwezigheid van een voering en een niet voldoende stugheid) moet het worden ingedeeld als een op een vest gelijkend kledingstuk. Zie eveneens de toelichting IDR op post 61.10. Verordening (EG) 2 februari 1998, nr. 272/98, punt 1 (PbEG 1998, nr. L 27).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een pullover van brei- of haakwerk, van een set van twee kledingstukken (een pullover en een broek), moet onder onderverdeling 6110 2099 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1054/97, punten 5 en 6, in aant. 3 op post 61.07.

Een niet-lichtgewicht, veelkleurig kledingstuk (zie afbeelding 13) moet als pullover worden ingedeeld onder onderverdeling 6110 2099.

Afb. 13.

Het betreft een kledingstuk vervaardigd van meerdere dikke stoffen van brei- of haakwerk (55% katoen, 45% polyester) van verschillende dikte, aan de binnenzijde geruwd, met meer dan 10 steken per cm geteld in iedere richting, recht vallend, bestemd om het bovendeel van het lichaam te bedekken, vallende tot op de heup, aan het uiteinde van de mouwen en de onderzijde gezoomd.

Het kledingstuk heeft lange mouwen, een aansluitende halsopening voorzien van een ribboord en een gedeeltelijke opening van voren met een treksluiting.

Het kledingstuk heeft ook siernaaiwerk en, van voren, opgestikte siermotieven. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, Aantekeningen 4 en 9 IDR op hoofdstuk 61 en de teksten van post 61.10 en de onderverdelingen 6110.20 en 6110 2099.

Gelet op de snit en het algemene aanzien (in het bijzonder de dikke stoffen en de ribboord aan de halsopening), moet dit kledingstuk worden ingedeeld als een artikel gelijkend op een pullover. Verordening (EG) 25 juli 1997, nr. 1458/97, punt 3 (PbEG 1997, nr. L 199).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een op een pullover gelijkend effen gekleurd kledingstuk van breiwerk (zie afbeelding 15) moet onder onderverdeling 6110 3099 worden ingedeeld.

Afb. 15.

Het betreft een kledingstuk van breiwerk (70% acryl, 30% polyester), rechtvallend, bestemd om het bovenlichaam te bedekken, reikend tot onder de taille (66 cm), met lange mouwen. Het kledingstuk heeft een ronde halsuitsnijding zonder opening voorzien van een boord van breiwerk.

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, Aantekening 9 IDR op hoofdstuk 61, alsmede de teksten van post 61.10 en de onderverdelingen 6110.30 en 6110 3099.

Zie ook de toelichting EG op post 61.10. Gelet op de snit, het algemene aanzien en de soort stof waarvan het kledingstuk is vervaardigd, moet het worden ingedeeld als een op een pullover gelijkend kledingstuk. Verordening (EG) 13 juli 1999, nr. 1529/1999, punt 2 (PbEG 1999, nr. L 178).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een op een pullover gelijkend kledingstuk (zie afbeelding 17) moet onder onderverdeling 6110 2099 worden ingedeeld.

Afb. 17.

Het betreft een kledingstuk van dik brei- of haakwerk, in de lengte geribd (100% katoen), rechtvallend, bestemd om het bovenlichaam te bedekken, reikend tot onder het middel (62 cm), met korte mouwen.

Het kledingstuk heeft een V-halsopening zonder verdere opening en sierborduurwerk op de voorzijde.

De uiteinden van de mouwen, de halsopening en de onderzijde van het kledingstuk zijn omgezoomd. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en teksten van post 61.10 en de onderverdelingen 6110.20 en 6110 2099.

Zie ook de toelichting EG op post 61.10.

Gelet op het algemene aanzien van het kledingstuk en de aard van de stof waaruit het is vervaardigd, moet dit kledingstuk worden ingedeeld als een op een pullover gelijkend kledingstuk. Verordening (EG) 4 april 2000, nr. 709/2000, punt 2 (PbEG 2000, nr. L 84).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een blouse zonder sluiting van ‘fluweelachtige’ stof (zie afbeelding 16) moet onder onderverdeling 6110 3099 worden ingedeeld.

Afb. 16.

Het betreft een veelkleurig kledingstuk van poolbrei- of poolhaakwerk, vervaardigd van een ‘fluweelachtige’ stof van kunstmatige en synthetische vezels (80% viscose en 20% polyester), met gemiddeld meer dan tien steken per centimeter geteld in iedere richting op een staal metende ten minste 10 cm×10 cm.

Dit nauwsluitende kledingstuk is bestemd om het bovenlichaam te bedekken en reikt tot onder het middel.

Het kledingstuk heeft nauwsluitende lange mouwen, een ronde halsopening zonder verdere opening en een versierend motief op de voorzijde.

Langs de halsopening en aan het uiteinde van de mouwen is een boord van brei- of haakwerk aangezet en aan de onderzijde is het kledingstuk omgezoomd. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, Aantekeningen 1 en 9, tweede alinea, IDR op hoofdstuk 61 en de teksten van post 61.10 en de onderverdelingen 6110.30 en 6110 3099.

Zie ook de toelichting IDR op post 61.09 en de toelichting EG op post 61.10.

Wegens het ontbreken van een sluiting kan dit kledingstuk niet worden ingedeeld als een blouse van post 61.06. Verordening (EG) 4 april 2000, nr. 709/2000, punt 3 (PbEG 2000, nr. L 84).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een T-shirt van zware stof (zie afbeelding 18) moet onder onderverdeling 6110 3099 worden ingedeeld.

Afb. 18.

Het betreft een nauwsluitend kledingstuk van brei- of haakwerk, gestreept (dikte 1,5 mm, 70% acryl, 30% polyester), bestemd om het bovenlichaam te bedekken, reikend tot aan het middel (51 cm), zonder mouwen, en in de lengte geribd.

Het kledingstuk heeft een ronde halsuitsnijding zonder opening. Langs de halsopening en de armsgaten is een boord van brei- of haakwerk aangezet. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, Aantekeningen 1 en 9, tweede alinea, IDR op hoofdstuk 61 en de teksten van post 61.10 en de onderverdelingen 6110.30 en 6110 3099.

Zie ook de toelichting EG op post 61.10.

Gelet op het gewicht van het kledingstuk en de dikte van zijn stof kan dit kledingstuk niet worden ingedeeld als een borstrok of onderhemd van post 61.09. Verordening (EG) 4 april 2000, nr. 709/2000, punt 4 (PbEG 2000, nr. L 84).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een vest met twee reflecterende horizontale stroken (zie afbeelding 19) moet onder onderverdeling 6110 3091 worden ingedeeld.

Afb. 19.

Het betreft een effen gekleurd gebreid kledingstuk, vervaardigd van synthetische vezels (100% polyester), zonder mouwen, het bovendeel van het lichaam bedekkend. Het heeft een V-hals, is van voren volledig geopend, sluit links over rechts met behulp van drukknopen en heeft wijde armsgaten; het heeft geen zakken en geen voering. Het is voorzien van twee reflecterende horizontale stroken, geheel rond het kledingstuk gaand.

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, Aantekening 7 f IDR op afdeling XI, Aantekeningen 1 en 9 IDR op hoofdstuk 61 en de teksten van post 61.10 en de onderverdelingen 6110.30 en 6110 3091.

Het kledingstuk is objectief gezien een vest. Zie de toelichting IDR en de toelichting EG op post 61.10. Verordening (EG) 24 augustus 2004, nr. 1559/2004 (PbEU 2004, nr. L 283).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

4
Jurisprudentie

Een mouwloos kledingstuk (zie afbeeldingen 1 en 2) met ronde halsopening, bestemd om het bovenlichaam te bedekken en reikend tot net boven het middel moet onder onderverdeling 6110.20 worden ingedeeld.

Afb.1.Afb. 2.

Het kledingstuk, dat op een pullover lijkt, is vervaardigd van breiwerk (100% katoen). Aan de halsopening, aan de armsgaten en aan de onderzijde bevinden zich aangezette ribboorden van dezelfde kleur, van breiwerk (100% katoen) met een andere structuur.

Dit kledingstuk maakt deel uit van een assortiment van twee stuks, waarvan het andere bestanddeel een korte broek is, van dezelfde kleur, vervaardigd van hetzelfde breiwerk, maar zonder aangezette ribboorden.

(Toepassing van Aantekening 3 b IDR op hoofdstuk 61 en Aantekening 14 IDR op afdeling XI.) (IDR). Tarifering IDR 6110.20/1.

Zie eveneens tarifering IDR 6104.62/1 op post 61.04 in aant. 4 op die post.

Een gebreide voetbaltrui gebruikt door een doelman (100% polyester), reikend tot onder het middel, met lange naadloze mouwen en een nauwsluitende ronde halslijn, zonder opening (zie ook afbeelding 20 aan het slot van deze post), moet onder onderverdeling 6110.30 worden ingedeeld. Het kledingstuk heeft minimaal beschermende elleboogstukken, die op de mouwen zijn genaaid en geribde boorden aan het einde van de mouwen. De onderkant van het kledingstuk is gezoomd.

Toepassing van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de nomenclatuur (IDR). Tarifering IDR 6110.30/1 (PbEU 2008, nr. C 317).

Een gebreid vest met een buitenzijde vervaardigd uit 100% katoen (zie ook afbeelding 21), moet onder onderverdeling 6110.20 worden ingedeeld.

Afb. 21.


Het vest is voorzien van een dunne laag tussenvulling (niet bedoeld om te beschermen tegen weersomstandigheden), en heeft een voering bestaande uit 65% polyester stapelvezels en 35% katoen. Het heeft een volledige opening aan de voorzijde.
Toepassing van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de nomenclatuur (IDR). Tarifering IDR 6110.20/2 (PbEU 2015, nr. C 111).

Een gebreid kledingstuk voor dames, met korte mouwen (100% acryl) (zie ook afbeelding 22), met een rolkraag, zonder opening moet onder onderverdeling 6110.30 worden ingedeeld. Het heeft een gemiddelde van meer dan 10 steken per centimeter in elke richting geteld op een staal van ten minste 10 cm x 10 cm.

Afb. 22.

Toepassing van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de nomenclatuur(IDR). Tarifering IDR 6110.30/2 (PbEU 2015, nr. C 111).

Een gebreid kledingstuk voor heren, met lange mouwen (76% polyester stapelvezels en 24% katoen) (zie ook afbeelding 23), zonder kraag moet onder onderverdeling 6110.30 worden ingedeeld.

Afb. 23.

Het kledingstuk is niet gevoerd maar wel bestemd om het bovendeel van het lichaam te bedekken. Het kledingstuk sluit links over rechts aan de voorzijde en is voorzien van steekzakken aan de onderzijde.

Toepassing van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de nomenclatuur (IDR). Tarifering 6110.30/3 (PbEU 2015, nr. C 111).

Een bepaald gebreid kledingstuk voor dames, met korte mouwen, zonder opening, moet onder post 61.14 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 6114.30/2 op post 61.14 in aant. 4 op die post.

Een gebreide pullover voor dames, voorzien van lange mouwen (zie ook afbeelding 24 hierna), moet onder onderverdeling 6110.30 worden ingedeeld.
 
Afb. 24.


Het product is gemaakt van 100% polyester. Het is ontworpen om het bovenste deel van het lichaam te bedekken en reikt tot juist boven de taille.
Toepassing van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de nomenclatuur (IDR). Tarifering IDR 6110.30/4 (PbEU 2017, nr. C 372).

Colberts met lange mouwen, met een volledige opening aan de voorzijde die kan worden afgesloten door een ritssluiting moeten, naargelang van het geval, onder post 61.03, 61.04, 62.03 of 62.04 worden ingedeeld. Zie conclusie 192e vergadering in aant. 4 op respectievelijk de posten 61.03, 61.04, 62.03 en 62.04.