Hoofdstuk 4

Melk en zuivelproducten; vogeleieren; natuurhonig; eetbare producten van dierlijke oorsprong, elders genoemd noch elders onder begrepen

1
Toelichting IDR

Dit hoofdstuk omvat:

I. Zuivelproducten:

A. melk, te weten volle melk of geheel of gedeeltelijk afgeroomde melk;

B. room;

C. karnemelk, gestremde melk en room, yoghurt, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room;

D. wei;

E. producten bestaande uit natuurlijke bestanddelen van melk, elders genoemd noch elders onder begrepen;

F. boter en andere van melk afkomstige vetstoffen; zuivelpasta’s;

G. kaas en wrongel.

De in de letters A tot en met E hiervoor genoemde producten mogen, ongeacht de natuurlijke bestanddelen van melk (bijvoorbeeld melk waarvan het vitaminegehalte of het gehalte aan minerale zouten is verhoogd), geringe hoeveelheden stabilisatoren (bijvoorbeeld dinatriumfosfaat, trinatriumcitraat, calciumchloride) bevatten, waardoor de natuurlijke consistentie van de melk tijdens het vervoer in vloeibare staat behouden blijft, alsmede zeer geringe hoeveelheden anti-oxidatiemiddelen of vitaminen die gewoonlijk niet in melk voorkomen. Aan sommige van de hier bedoelde producten kunnen geringe hoeveelheden chemicaliën (bijvoorbeeld natriumbicarbonaat) zijn toegevoegd die nodig zijn voor de vervaardiging ervan. Producten in de vorm van poeder of van korrels mogen emulgeermiddelen of anticoagulatiemiddelen (bijvoorbeeld fosfolipiden, amorf siliciumdioxide) bevatten.

Voor de toepassing van Aantekening 4 b IDR op dit hoofdstuk, omvat de uitdrukking ‘botervetten’ melkvetten, en omvat de uitdrukking ‘vetten van plantaardige olie’ vetten andere dan melkvetten, in het bijzonder plantaardige vetten (bijvoorbeeld olijfolie).

Daarentegen zijn van dit hoofdstuk uitgesloten producten vervaardigd uit wei, bevattende meer dan 95 gewichtspercenten lactose, uitgedrukt in watervrije lactose berekend op de droge stof (post 17.02). Voor de berekening van het gewichtspercentage lactose in het product sluit het begrip ‘droge stof’ de aanwezigheid van vrij water en kristalwater uit.

Van dit hoofdstuk zijn onder andere eveneens uitgesloten:

a. bereidingen voor menselijke consumptie gebaseerd op melkproducten (in het bijzonder post 19.01);

b. producten verkregen uit melk door vervanging van een of meer van zijn natuurlijke bestanddelen (bijvoorbeeld botervet) door een andere stof (bijvoorbeeld plantaardige olie) (post 19.01 of 21.06);

c. consumptie-ijs (post 21.05);

d. geneesmiddelen bedoeld bij hoofdstuk 30;

e. caseïne (post 35.01), melkalbuminen (post 35.02) en geharde caseïne (post 39.13).

II. Vogeleieren en eigeel.

III. Natuurhoning.

IV. Eetbare producten van dierlijke oorsprong, elders genoemd noch elders onder begrepen. Algemene opmerkingen.

2
Toelichting EG

Uit melkcaseïne verkregen caseïnaten worden onder meer als emulgator (natriumcaseïnaat) of eiwitbron (calciumcaseïnaat) gebruikt. Producten die meer dan 3 gewichtspercenten caseïnaten, berekend op de droge stof, bevatten, worden van de posten 04.01 tot en met 04.04 uitgezonderd, aangezien deze caseïnaten van nature niet in deze hoeveelheden in melk voorkomen (zie met name post 19.01). Algemene opmerkingen.

1. Aantekeningen IDR

1.

Als ‘melk’ wordt aangemerkt volle melk of geheel of gedeeltelijk afgeroomde melk.

2

2. 

Voor de toepassing van post 04.03 kan yoghurt ingedikt of gearomatiseerd zijn en toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, vruchten of cacao, chocolade, specerijen, koffie of koffie-extracten, planten, plantendelen, granen of bakkerswaren bevatten, voor zover de toegevoegde stof niet wordt gebruikt om, geheel of gedeeltelijk, bestanddelen van melk te vervangen, en het product het essentiële karakter van yoghurt behoudt.

3.

3.

Voor de toepassing van post 04.05:

a. worden als ‘boter’ aangemerkt, natuurlijke boter, boter van wei en ‘gerecombineerde’ boter (vers, gezouten of ranzig, ook indien in luchtdichte verpakkingen) uitsluitend verkregen van melk, met een melkvetgehalte van 80 of meer doch niet meer dan 95 gewichtspercenten, met een gehalte aan vetvrije vaste melkbestanddelen van niet meer dan 2 gewichtspercenten en met een watergehalte van niet meer dan 16 gewichtspercenten. Boter bevat geen toegevoegde emulgeermiddelen, maar mag natriumchloride, voedingskleurstoffen, neutraliserende zouten en onschadelijke culturen van melkzuurbacteriën bevatten;

b. worden als ‘zuivelpasta’s' aangemerkt, smeerbare emulsies van het type water-in-olie, die melkvet als enige vetstof bevatten en waarvan het melkvetgehalte 39 of meer doch minder dan 80 gewichtspercenten bedraagt (3).

1 en 2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Een levensmiddelenpreparaat (sajtoja-saus) met de samenstelling: 74 gewichtspercenten melkvet, 5 gewichtspercenten kipheeleipoeder, 4 gewichtspercenten wijnazijn, 1,5 gewichtspercent zout en 15,5 gewichtspercenten water, moet onder post 21.06 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 287/97, punt 1, in aant. 3 op post 21.06.

Smeerpasta bestaande uit 70 tot 80 gewichtspercenten melkvet en 20 tot 30 gewichtspercenten plantaardig vet, moet onder post 21.06 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 287/97, punt 2, in aant. 3 op post 21.06.

Zogenaamde kruidenboter moet als zuivelpasta onder post 04.05 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 286/97 in aant. 3 op post 04.05.

Een gelige emulsie, bevattende 77,5 gewichtspercenten boter, moet als zuivelpasta onder post 04.05 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 2510/97, punt 1, in aant. 3 op post 04.05.

4.

4.

Producten verkregen door de concentratie van wei waaraan melk of melkvet is toegevoegd, worden als kaas ingedeeld onder post 04.06, voor zover zij voldoen aan de drie volgende criteria (3):

a. een melkvetgehalte, berekend op de droge stof, van 5 gewichtspercenten of meer;

b. een gehalte aan droge stof van ten minste 70 doch niet meer dan 85 gewichtspercenten;

c. in vorm gebracht zijn of geschikt zijn om in vorm gebracht te worden.

1 en 2
Gereserveerd
3
EG Verordening

Een preparaat in poedervorm, zoals hierna omschreven, moet onder post 21.03 worden ingedeeld. Het betreft een preparaat voor het bereiden van een saus voor deegwaren, waaraan voor het verkrijgen van de saus alleen water of melk dient te worden toegevoegd. Het preparaat is samengesteld met onder meer 48 gewichtspercenten kaas in poeder, 20 gewichtspercenten wei in poeder, 8 gewichtspercenten diverse specerijen en tuinkruiden en 4 gewichtspercenten diverse aromatische stoffen. Het product kan niet worden aangemerkt als een gekruide kaas, geraspt of in poedervorm. Zie Verordening (EEG) nr. 314/90, punt 3, in aant. 3 op post 21.03.

1 Aanvullende aantekeningen IDR

1 (3; 4).

Voor de toepassing van onderverdeling 0404.10 worden als ‘gewijzigde wei’ aangemerkt, producten die bestaan uit weibestanddelen, dat wil zeggen wei waaruit de lactose, de proteïnen of de mineralen geheel of gedeeltelijk zijn verwijderd, wei waaraan natuurlijke weibestanddelen zijn toegevoegd en producten verkregen door het mengen van natuurlijke weibestanddelen.

5.

5.

Dit hoofdstuk omvat niet:

a. niet-levende insecten, niet geschikt voor menselijke consumptie (post 05.11);

b. producten verkregen uit wei, bevattende meer dan 95 gewichtspercenten lactose, uitgedrukt in kristalwatervrije lactose berekend op de droge stof (post 17.02);

c. producten verkregen uit melk door een of meer van haar natuurlijke bestanddelen (bijvoorbeeld botervetten) te vervangen door een andere substantie (bijvoorbeeld vetten van plantaardige olie) (post 19.01 of 21.06);

d. albuminen (daaronder begrepen concentraten van twee of meer weiproteïnen, bevattende meer dan 80 gewichtspercenten weiproteïnen, berekend op de droge stof) (post 35.02) en globulinen (post 35.04) (3).

1 en 2
Gereserveerd
3
EG-verordening

Weiproteïne-isolaten, in poedervorm, moeten onder post 35.02 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1989/2004, punt 3, in aant. 3 op post 35.02.

4
Jurisprudentie

Melkpermeaat, verkregen door ultrafiltratie van melk, zoals hierna omschreven, behoort niet tot onderverdeling 0404.10. Het betreft een product met de volgende samenstelling (in gewichtspercenten):

– lactose

83

– proteïne (N×6,38)

5,5

– melkvet

1

– as

8

– vocht

2,5

De TC oordeelde dat ingevolge Aanvullende aantekening 1 IDR op hoofdstuk 4 als gewijzigde wei weliswaar worden aangemerkt producten die bestaan uit weibestanddelen, doch dat onderverdeling 0404.10 beperkt is tot producten die uitsluitend zijn vervaardigd uit wei. De omstandigheid dat vaststaat dat het product melkpermeaat vervaardigd is uit (onder)melk en niet uit wei, is reeds als een belemmering voor de indeling onder onderverdeling 0404 1002 te beschouwen. Zie TC 24 augustus 1999, nr. 157/97 TC (UTC 2000/48), in aant. 4 op post 04.04.

2.

2.

Voor de toepassing van onderverdeling 0405.10 omvat het begrip ‘boter’ niet gedehydrateerde boter of ghee (onderverdeling 0405.90).

Aanvullende aantekeningen EG

1

Volgens de tot 16 maart 1992 bestaande Aanvullende aantekening 1 EG op hoofdstuk 4 werd voor een aantal met name genoemde onderverdelingen van de posten 04.02, 04.03, en 04.04, voor de berekening van het vetgehalte het gewicht van de toegevoegde suiker niet in aanmerking genomen. Met de overweging dat deze aanvullende aantekening tot gevolg had dat bepaalde producten werden ingedeeld onder onderverdelingen waarvan de omschrijving niet beantwoordde aan de werkelijke samenstelling van de betrokken producten, is deze aanvullende aantekening bij Verordening (EEG) nr. 627/92 van 12 maart 1992 (PbEG 1992, nr. L 68) met ingang van 16 maart 1992 vervallen.

1

1 (1).

Het van toepassing zijnde douanerecht op mengsels vallende onder de posten 04.01 tot en met 04.06 wordt als volgt vastgesteld:

a. voor mengsels waarvan één van de bestanddelen ten minste 90 gewichtspercenten uitmaakt, is het douanerecht voor dat bestanddeel van toepassing;

b. voor andere mengsels is het douanerecht van het bestanddeel van toepassing dat leidt tot het hoogste bedrag aan douanerechten.

1

Deze Aanvullende aantekening EG is alleen van belang voor de toepassing van het douanerecht en heeft geen invloed op de indeling van de mengsels onder de posten of postonderverdelingen. Daarvoor zijn de algemene regels voor de interpretatie van de nomenclatuur van toepassing.

Aanvullende aantekening 2 EG

2

Voor de toepassing van de onderverdelingen 0408.11 en 0408.19 geldt het volgende:

De omschrijving ‘op andere wijze verduurzaamd’ geldt ook voor eigeel met beperkte hoeveelheden zout (in het algemeen een hoeveelheid tot maximaal ongeveer 12 gewichtspercenten) of kleine hoeveelheden chemicaliën die zijn toegevoegd met het oog op verduurzaming, mits aan de twee volgende voorwaarden is voldaan:

i. de producten behouden het karakter van eigeel van de onderverdelingen 0408.11 en 0408.19;

ii. de gebruikte hoeveelheid zout of chemicaliën is niet groter dan wat noodzakelijk is voor de verduurzaming.

Aanvullende aantekening 3 EG

3

Zuivelproducten van hoofdstuk 4 omvatten zuivelpermeaten, zijnde melkproducten met een hoog lactosegehalte die worden verkregen door het verwijderen van melkvetten en melkeiwitten uit melk, wei, room en/of zoete karnemelk en/of uit soortgelijke grondstoffen door ultrafiltratie of andere verwerkingstechnieken.

 

Aanvullende aantekening 4 EG

4

Voor de toepassing van de onderverdelingen 0404.10 en 0404.90 geldt het volgende:
Melkpermeaat en weipermeaat kunnen analytisch van elkaar worden onderscheiden door de aanwezigheid van met weiproductie samenhangende stoffen (bijvoorbeeld melkzuur, lactaten of glycomacropeptiden).
Onderverdeling 0404.10 omvat ‘weipermeaat’, een product met doorgaans een licht zure geur, verkregen uit wei of mengsels van natuurlijke weibestanddelen door ultrafiltratie of andere verwerkingstechnieken.
De aanwezigheid van met weiproductie samenhangende stoffen (bijvoorbeeld melkzuur, lactaten en glycomacropeptiden) vormt een voorwaarde voor de indeling van weipermeaat in deze onderverdeling.
Onderverdeling 0404.90 omvat ‘melkpermeaat’, een product met doorgaans een melkachtige geur, verkregen uit melk door ultrafiltratie of andere verwerkingstechnieken. De kwantitatief beperkte aanwezigheid of de afwezigheid van melkzuur en lactaten (kleiner dan  0,100 gewichtsprocent in melkpermeaat in poedervorm of kleiner dan 0,015 gewichtsprocent in melkpermeaat in vloeibare vorm) alsook de afwezigheid van glycomacropeptiden vormen de voorwaarden voor de indeling van melkpermeaat in onderverdeling 0404.90.
Voor het opsporen van lactaten wordt de ISO 8069:2005-methode gebruikt en voor het opsporen van lebwei (d.w.z. de aanwezigheid van caseïnemacropeptiden zoals glycomacropeptiden) wordt de in aanhangsel II bij Uitvoeringsverordening (EG) nr. 2018/150 (1) van de Commissie beschreven methode aangewend.

1
Nadere verwijzing

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/150 van de Commissie van 30 januari 2018 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 wat betreft de methoden voor de analyse en de kwaliteitsbeoordeling van melk en zuivelproducten die in aanmerking komen voor openbare interventie en steun voor particuliere opslag (PbEU L 26 van 31.1.2018, blz. 14). Noot in de Gecombineerde Nomenclatuur.


 

1. Als 'melk' wordt aangemerkt volle melk of geheel of gedeeltelijk afgeroomde melk.

2. Voor de toepassing van post 04.03 kan yoghurt ingedikt of gearomatiseerd zijn en toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, vruchten of cacao, chocolade, specerijen, koffie of koffie-extracten, planten, plantendelen, granen of bakkerswaren bevatten, voor zover de toegevoegde stof niet wordt gebruikt om, geheel of gedeeltelijk, bestanddelen van melk te vervangen, en het product het essentiële karakter van yoghurt behoudt.  

 

3. Voor de toepassing van post 04.05:

 

a. worden als 'boter' aangemerkt, natuurlijke boter, boter van wei en 'gerecombineerde' boter (vers, gezouten of ranzig, ook indien in luchtdichte verpakkingen) uitsluitend verkregen van melk, met een melkvetgehalte van 80 of meer doch niet meer dan 95 gewichtspercenten, met een gehalte aan vetvrije vaste melkbestanddelen van niet meer dan 2 gewichtspercenten en met een watergehalte van niet meer dan 16 gewichtspercenten. Boter bevat geen toegevoegde emulgeermiddelen, maar mag natriumchloride, voedingskleurstoffen, neutraliserende zouten en onschadelijke culturen van melkzuurbacteriën bevatten;

 

b. worden als 'zuivelpasta's' aangemerkt, smeerbare emulsies van het type water-in-olie, die melkvet als enige vetstof en waarvan het melkvetgehalte 39 of meer doch minder dan 80 gewichtspercenten bedraagt.

 

4. Producten verkregen door de concentratie van wei waaraan melk of melkvet is toegevoegd, worden als kaas ingedeeld onder post 04.06, voorzover zij voldoen aan de drie volgende criteria:

a. niet-levende insecten, niet geschikt voor menselijke consumptie (05.11) 

b. een melkvetgehalte, berekend op de droge stof, van 5 gewichtspercenten of meer;

 

c. een gehalte aan droge stof van ten minste 70 doch niet meer dan 85 gewichtspercenten;

 

d. in vorm gebracht zijn of geschikt zijn om in vorm gebracht te worden.

 

5. Dit hoofdstuk omvat niet:

 

a. producten verkregen uit wei, bevattende meer dan 95 gewichtspercenten lactose, uitgedrukt in kristalwatervrije lactose berekend op de droge stof (post 17.02);

 

b. producten verkregen uit melk door een of meer van haar natuurlijke bestanddelen (bijvoorbeeld botervetten) te vervangen door een andere substantie (bijvoorbeeld vetten van plantaardige olie) (post 19.01 of 21.06);

 

c. albuminen (daaronder begrepen concentraten van twee of meer weiproteïnen, bevattende meer dan 80 gewichtspercenten weiproteïnen, berekend op de droge stof) (post 35.02) en globulinen (post 35.04). 

6. Voor de toepassing van post 04.10 worden als „insecten' aangemerkt eetbare niet-levende insecten, geheel of in delen, vers, gekoeld, bevroren, gerookt, gedroogd, gezouten of gepekeld, alsmede meel en poeder van insecten, geschikt voor menselijke consumptie. De post omvat echter niet eetbare, niet-levende insecten die op andere wijze zijn bereid of verduurzaamd (in het algemeen afdeling IV).  

AANVULLENDE AANTEKENINGEN

 

1. Voor de toepassing van onderverdeling 04.04.10 wordt als 'gewijzigde wei' aangemerkt, producten die bestaan uit weibestanddelen, dat wil zeggen wei waaruit de lactose, de proteïnen of de mineralen geheel of gedeeltelijk zijn verwijderd, wei waaraan natuurlijke weibestanddelen zijn toegevoegd en producten verkregen door het mengen van natuurlijke weibestanddelen.

 

2. Voor de toepassing van onderverdeling 04.05.10 omvat het begrip 'boter' niet gedehydrateerde boter of ghee (onderverdeling 04.05.90).

 

AANVULLENDE AANTEKENING (GN)

 

1. Het van toepassing zijnde douanerecht op mengsels vallende onder de posten 04.01 tot en met 04.06 wordt als volgt vastgesteld:

 

a) op mengsels waarvan één van de bestanddelen ten minste 90 gewichtspercenten uitmaakt is het douanerecht voor dat bestanddeel van toepassing;

 

b) voor andere mengsels is het douanerecht van het bestanddeel van toepassing dat leidt tot het hoogste bedrag aan douanerechten.

 

2. Voor de toepassing van de onderverdelingen 0408 11 en 0408 19 geldt het volgende: De omschrijving „op andere wijze verduurzaamd' geldt ook voor eigeel met beperkte hoeveelheden zout (in het algemeen een hoeveelheid tot maximaal ongeveer 12 gewichtspercenten) of kleine hoeveelheden chemicaliën die zijn toegevoegd met het oog op verduurzaming, mits aan de twee volgende voorwaarden is voldaan:

 

i) de producten behouden het karakter van eigeel van de onderverdelingen 0408 11 en 0408 19;

 

ii) de gebruikte hoeveelheid zout of chemicaliën is niet groter dan wat noodzakelijk is voor de verduurzaming.

 

3. Zuivelproducten van hoofdstuk 4 omvatten zuivelpermeaten, zijnde melkproducten met een hoog lactosegehalte die worden verkregen door het verwijderen van melkvetten en melkeiwitten uit melk, wei, room en/of zoete karnemelk en/of uit soortgelijke grondstoffen door ultrafiltratie of andere verwerkingstechnieken.

4. Voor de toepassing van de onderverdelingen 0404 10 en 0404 90 geldt het volgende: Melkpermeaat en weipermeaat kunnen analytisch van elkaar worden onderscheiden door de aanwezigheid van met weiproductie samenhangende stoffen (bijvoorbeeld melkzuur, lactaten of glycomacropeptiden). Onderverdeling 0404 10 omvat „weipermeaat', een product met doorgaans een licht zure geur, verkregen uit wei of mengsels van natuurlijke weibestanddelen door ultrafiltratie of andere verwerkingstechnieken. De aanwezigheid van met weiproductie samenhangende stoffen (bijvoorbeeld melkzuur, lactaten en glycomacropeptiden) vormt een voorwaarde voor de indeling van weipermeaat in deze onderverdeling.
Onderverdeling 0404 90 omvat „melkpermeaat', een product met doorgaans een melkachtige geur, verkregen uit melk door ultrafiltratie of andere verwerkingstechnieken. De kwantitatief beperkte aanwezigheid of de afwezigheid van melkzuur en lactaten (kleiner dan 0,100 gewichtsprocent in melkpermeaat in poedervorm of kleiner dan 0,015 gewichtsprocent in melkpermeaat in vloeibare vorm) alsook de afwezigheid van glycomacropeptiden vormen de voorwaarden voor de indeling van melkpermeaat in onderverdeling 0404 90.
Voor het opsporen van lactaten wordt de ISO 8069:2005-methode gebruikt en voor het opsporen van lebwei (d.w.z. de aanwezigheid van caseïnemacropeptiden zoals glycomacropeptiden) wordt de in aanhangsel II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/150 van de Commissie (*) beschreven methode aangewend.


(*) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/150 van de Commissie van 30 januari 2018 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 wat betreft de methoden voor de analyse en de kwaliteitsbeoordeling van melk en zuivelproducten die in aanmerking komen voor openbare interventie en steun voor particuliere opslag (PB L 88 van 29.3.2008, blz. 1PB L 26 van 31.1.2018, blz. 14.

 

 

 

1. Aantekeningen IDR

1. Voor zover niet anders is bepaald, heeft de vermelding in deze afdeling van dieren van een bepaald geslacht of soort eveneens betrekking op de jonge dieren van dat geslacht of die soort.

2.

2. Voor zover niet anders is bepaald, wordt in de nomenclatuur onder ‘gedroogd’ eveneens verstaan: gedehydreerd, geëvaporeerd of gelyofiliseerd.


1. Voor zover niet anders is bepaald, heeft de vermelding in deze afdeling van dieren van een bepaald geslacht of soort eveneens betrekking op de jonge dieren van dat geslacht of die soort.

2. Voor zover niet anders is bepaald, wordt in de nomenclatuur onder 'gedroogd' eveneens verstaan : gedehydreerd, geëvaporeerd of gelyofiliseerd.