Hoofdstuk 11

Producten van de meelindustrie; mout; zetmeel; tarwegluten; inuline

1
Toelichting IDR

Dit hoofdstuk omvat:

1. producten, verkregen door het malen van bij hoofdstuk 10 bedoelde granen en van suikermais bedoeld bij hoofdstuk 7, met uitzondering van resten van het malen bedoeld bij post 23.02. Voor tarwe, rogge, gerst, haver, mais (al dan niet van vlies voorziene maiskolven daaronder begrepen), graansorgho, rijst en boekweit moet het onderscheid tussen de producten van de graanmeelindustrie bedoeld bij dit hoofdstuk en de resten bedoeld bij post 23.02, worden gemaakt aan de hand van de maatstaven betreffende zetmeel- en asgehalte zoals die zijn vastgesteld in Aantekening 2 A IDR op dit hoofdstuk. Voor de toepassing van dit hoofdstuk moet, met betrekking tot de hiervoor met name genoemde granen, meel bedoeld in post 11.01 of post 11.02 worden onderscheiden van de producten van post 11.03 of post 11.04 overeenkomstig de criteria betreffende het zeven bedoeld bij Aantekening 2 B IDR op dit hoofdstuk.
Tegelijkertijd moeten al het gries en griesmeel bedoeld bij post 11.03 voldoen aan de criteria betreffende het zeven bedoeld in Aantekening 3 IDR op dit hoofdstuk;

2. producten, eveneens verkregen uit granen bedoeld bij hoofdstuk 10, door behandelingen die in de tekst van verschillende posten van dit hoofdstuk zijn aangeduid, zoals mouten en extractie van zetmeel of tarwegluten;

3. producten, verkregen uit onder andere hoofdstukken vallende grondstoffen (gedroogde groenten, aardappelen, fruit, enz.) door ze gelijksoortige bewerkingen te doen ondergaan als onder 1 en 2 hiervoor zijn omschreven. Algemene opmerkingen.

1. Aantekeningen IDR

1 (1).

Van dit hoofdstuk zijn uitgezonderd:

a. koffiesurrogaten bestaande uit gebrande mout (post 09.01 of 21.01);

b. meel, gries, griesmeel en zetmeel, bereid als bedoeld bij post 19.01 (3);

c. cornflakes en andere producten bedoeld bij post 19.04;

d. groenten, bereid of verduurzaamd, bedoeld bij de posten 20.01, 20.04 en 20.05;

e. farmaceutische producten (hoofdstuk 30);

f. zetmeel met de kenmerken van parfumerieën, van toiletartikelen of van cosmetische producten (hoofdstuk 33).

1
Toelichting IDR

Van dit hoofdstuk zijn uitgezonderd:

a. koffiesurrogaten bestaande uit gebrande mout (post 09.01 of post 21.01);

b. kaf van graangewassen (post 12.13);

c. meel, gries, griesmeel en zetmeel, bereid als bedoeld bij post 19.01;

d. tapioca (post 19.03);

e. gepofte rijst (puffed rice), cornflakes en dergelijke graanpreparaten die verkregen worden door graankorrels te poffen of te roosteren, alsmede zogenaamde bulgur tarwe in de vorm van bewerkte graankorrels (post 19.04);

f. bereide of verduurzaamde groenten bedoeld bij de posten 20.01, 20.04 en 20.05;

g. zemelen, slijpsel en andere resten, die overblijven bij het zeven, malen en andere bewerkingen van granen of van peulgroenten (post 23.02);

h. farmaceutische producten (hoofdstuk 30);

ij. producten bedoeld bij hoofdstuk 33 (zie Aantekeningen 3 en 4 IDR op hoofdstuk 33). Algemene opmerkingen.

2
Gereserveerd
3
EG-verordening

Een bakbaar mengsel op basis van meel voor de bereiding van boerenbrood, moet onder post 19.01 worden ingedeeld. De toevoeging van roggezuurdeeg en bakkersgist geeft aan het product het karakter van een mengsel voor de bereiding van bakkerswaren zoals bedoeld bij post 19.05 en sluit het uit van hoofdstuk 11 op basis van Aantekening 1 b IDR op dit hoofdstuk. Zie Verordening (EG) nr. 169/1999, punt 4, in aant. 3 op post 19.01.

2.

2.

A. Producten verkregen door het malen van de granen die in de onderstaande tabel zijn opgenomen, vallen onder dit hoofdstuk indien zij, in gewichtspercenten berekend op de droge stof, tegelijkertijd:

a. een zetmeelgehalte hebben (bepaald volgens de gewijzigde polarimetrische methode van Ewers) dat hoger is dan het in kolom 2 van deze tabel vermelde gehalte, en

b. een asgehalte hebben (na aftrek van eventueel toegevoegde mineralen) dat niet uitgaat boven het in kolom 3 van deze tabel vermelde gehalte.

Indien zij hieraan niet voldoen worden zij onder post 23.02 ingedeeld. Graankiemen, in hun geheel, geplet, in vlokken of gemalen, worden echter altijd onder post 11.04 ingedeeld.

B. De op grond van het vorenstaande onder dit hoofdstuk in te delen producten worden onder post 11.01 of 11.02 ingedeeld indien het aantal gewichtspercenten van het product, dat door een zeef van metaaldoek met een in de onderstaande tabel in kolom 4 of in kolom 5 aangegeven maaswijdte gaat, ten minste gelijk is aan het achter de desbetreffende graansoort in die kolommen vermelde percentage (3).

Indien zij hieraan niet voldoen, worden zij onder post 11.03 of 11.04 ingedeeld.

Hoeveelheid die moet kunnen gaan door een zeef met een maaswijdte van:

Graansoort

Zetmeelgehalte

Asgehalte

315 micrometer

500 micrometer

1

2

3

4

5

Tarwe en rogge

45%

2,5%

80%

Gerst

45%

3 %

80%

Haver

45%

5 %

80%

Mais en graansorgho

45%

2 %

90%

Rijst

45%

1,6%

80%

Boekweit

45%

4 %

80%

andere granen (5)

45%

2 %

50%

1 en 2
Gereserveerd
3
EG-verordening

Producten, verkregen door droge turboscheiding van tarwemeel, moeten onder post 11.01 worden ingedeeld. Zie Verordening (EEG) nr. 2275/88, punt 4, in aant. 3 op post 11.01.

4
Gereserveerd
5
Nadere verwijzing

De laatste regel is door de EG aan de tabel behorende bij Aantekening 2 IDR toegevoegd. Zij bakent de draagwijdte af tussen hoofdstuk 11 en post 23.02, respectievelijk de posten 11.02 enerzijds en 11.03 en 11.04 anderzijds, voor granen andere dan tarwe, rogge, gerst, haver, mais, graansorgho, rijst en boekweit.

3.

3.

Als ‘gries’ en ‘griesmeel’ bedoeld bij post 11.03 worden aangemerkt de door het vermalen of fijnmalen van graankorrels verkregen producten die aan de volgende voorwaarden voldoen:

a. uit mais verkregen producten moeten voor ten minste 95 gewichtspercenten door een zeef van metaaldoek met een maaswijdte van 2 mm kunnen gaan;

b. uit andere granen verkregen producten moeten voor ten minste 95 gewichtspercenten door een zeef van metaaldoek met een maaswijdte van 1,25 mm kunnen gaan.

1. Aanvullende aantekening EG

1.

Het van toepassing zijnde douanerecht op mengsels vallende onder dit hoofdstuk wordt als volgt vastgesteld:

a. voor mengsels waarvan één van de bestanddelen ten minste 90 gewichtspercenten uitmaakt, is het douanerecht voor dat bestanddeel van toepassing;

b. voor andere mengsels, is het douanerecht van het bestanddeel van toepassing dat leidt tot het hoogste bedrag aan douanerechten (1).

1
Nadere verwijzing

De maatregel beoogt te voorkomen dat bij invoer van mengsels van bepaalde landbouwproducten een lager recht verschuldigd wordt, dan wanneer de samenstellende bestanddelen van het mengsel afzonderlijk zouden worden ingevoerd.

Opgemerkt wordt dat de maatregel geen betrekking heeft op de indeling van goederen in het tarief van invoerrechten, doch uitsluitend een wijziging van de bij invoer verschuldigde rechten (met inbegrip van de landbouwheffingen) betreft.

2.

2. (2)

Als ‘meel’, ‘gries’ en ‘poeder’ bedoeld bij post 11.06 worden aangemerkt producten, andere dan gedroogd en geraspt vruchtvlees van kokosnoot, die door malen of door een andere werkwijze voor het fijnmaken zijn verkregen van gedroogde zaden van peulgroenten bedoeld bij post 07.13, van sago en van wortels of knollen bedoeld bij post 07.14 of van vruchten bedoeld bij hoofdstuk 8, die aan de volgende voorwaarden voldoen:

a. producten verkregen van gedroogde zaden van peulgroenten bedoeld bij post 07.13, van sago en van wortels of knollen bedoeld bij post 07.14 of van vruchten bedoeld bij hoofdstuk 8 (met uitzondering van de noten bedoeld bij de posten 08.01 en 08.02) moeten voor ten minste 95 gewichtspercenten door een zeef van metaaldoek met een maaswijdte van 2 mm kunnen gaan;

b. producten verkregen van noten bedoeld bij de posten 08.01 en 08.02 moeten voor ten minste 50 gewichtspercenten door een zeef van metaaldoek met een maaswijdte van 2,5 mm kunnen gaan.

1
Gereserveerd
2
Toelichting EG

Wat kokosnoot betreft, is Aanvullende aantekening 2 EG op dit hoofdstuk alleen van toepassing op meel, gries en poeder van kokos. Gedroogd en geraspt vrucht vlees van kokosnoot wordt ingedeeld onder onderverdeling 0801 1100 en valt buiten het toepassingsgebied van post 11.06, zelfs als het voldoet aan de voorwaarden van Aanvullende aantekening 2 b EG op dit hoofdstuk.

Gedroogd en geraspt vruchtvlees van kokosnoot wordt aangeboden in schijven, kleine stukjes of smalle reepjes. Meel, gries of poeder van kokosnoot bestaat uit fijne deeltjes.


 

AANTEKENINGEN

 

 

1. Van dit hoofdstuk zijn uitgezonderd:

 

a. koffiesurrogaten bestaande uit gebrande mout (post 09.01 of 21.01);

 

b. meel, grutten, gries, griesmeel en zetmeel, bereid als bedoeld bij post 19.01;

 

c. cornflakes en andere producten bedoeld bij post 19.04;

 

d. groenten, bereid of verduurzaamd, bedoeld bij de posten 20.01, 20.04 en 20.05;

 

e. farmaceutische producten (hoofdstuk 30);

 

f. zetmeel met de kenmerken van parfumerieën, van toiletartikelen of van cosmetische producten (hoofdstuk 33).

 

 

2. A. Producten verkregen door het malen van de granen die in de onderstaande tabel zijn opgenomen, vallen onder dit hoofdstuk indien zij, in gewichtspercenten berekend op de droge stof, tegelijkertijd:

 

a. een zetmeelgehalte hebben (bepaald volgens de gewijzigde polarimetrische methode van Ewers) dat hoger is dan het in kolom 2 van deze tabel vermelde gehalte, en

 

b. een asgehalte hebben (na aftrek van eventueel toegevoegde mine-ralen) dat niet uitgaat boven het in kolom 3 van deze tabel vermelde gehalte.

 

Indien zij hieraan niet voldoen worden zij onder post 23.02 ingedeeld.

 

Graankiemen, in hun geheel, geplet, in vlokken of gemalen, worden echter altijd onder post 11.04 ingedeeld.

 

B. De op grond van het vorenstaande onder dit hoofdstuk in te delen producten worden onder post 11.01 of 11.02 ingedeeld indien het aantal gewichtspercenten van het product, dat door een zeef van metaaldoek met een in de onderstaande tabel in kolom 4 of in kolom 5 aangegeven maaswijdte gaat, ten minste gelijk is aan het achter de desbetreffende graansoort in die kolommen vermelde percentage.

 

Indien zij hieraan niet voldoen worden zij onder post 11.03 of 11.04 ingedeeld.

 

 

Tabel:

 

Tarwe en rogge : 45 % Zetmeelgehalte; 2,5 % Asgehalte; 80 % moet kunnen gaan door zeef met een maaswijdte van 315 micrometer

Gerst : 45 % Zetmeelgehalte; 3 % Asgehalte; 80 % moet kunnen gaan door zeef met een maaswijdte van 315 micrometer

Haver : 45 % Zetmeelgehalte; 5 % Asgehalte; 80 % moet kunnen gaan door zeef met een maaswijdte van 315 micrometer

Maïs en graansorgho : 45 % Zetmeelgehalte; 2 % Asgehalte; 90 % moet kunnen gaan door zeef met een maaswijdte van 500 micrometer

Rijst : 45 % Zetmeelgehalte; 1,6 % Asgehalte; 80 % moet kunnen gaan door zeef met een maaswijdte van 315 micrometer

Boekweit : 45 % Zetmeelgehalte; 4 % Asgehalte; 80 % moet kunnen gaan door zeef met een maaswijdte van 315 micrometer

Andere granen : 45 % Zetmeelgehalte; 2 % Asgehalte; 50 % moet kunnen gaan door zeef met een maaswijdte van 315 micrometer

 

 

 

3. Als 'gries' en 'griesmeel' bedoeld bij post 11.03 worden aangemerkt de door het vermalen of fijnmalen van graankorrels verkregen producten die aan de volgende voorwaarden voldoen:

 

a. uit maïs verkregen producten moeten voor ten minste 95 gewichtspercenten door een zeef van metaaldoek met een maaswijdte van 2 mm kunnen gaan;

 

b. uit andere granen verkregen producten moeten voor ten minste 95 gewichtspercenten door een zeef van metaaldoek met een maaswijdte van 1,25 mm kunnen gaan.

 

 

AANVULLENDE AANTEKENINGEN (GN)

 

 

1. Het van toepassing zijnde douanerecht op mengsels vallende onder dit hoofdstuk wordt als volgt vastgesteld :

 

a)voor mengsels waarvan één van de bestanddelen ten minste 90 gewichtspercenten uitmaakt, is het douanerecht voor dat bestanddeel van toepassing;

b)voor andere mengsels is het douanerecht van het bestanddeel van toepassing dat leidt tot het hoogste bedrag aan douanerechten.

 

2.Als 'meel', 'gries' en 'poeder' bedoeld bij post 11.06 worden aangemerkt producten, andere dan gedroogd en geraspt vruchtvlees van kokosnoot, die door malen of door een andere werkwijze voor het fijnmaken zijn verkregen van gedroogde zaden van peulgroenten bedoeld bij post 07.13, van sago en van wortels of knollen bedoeld bij post 07.14 of van vruchten bedoeld bij hoofdstuk 8, die aan de volgende voorwaarden voldoen:

 

a)producten verkregen van gedroogde zaden van peulgroenten bedoeld bij post 07.13, van sago en van wortels of knollen bedoeld bij post 07.14 of van vruchten bedoeld bij hoofdstuk 8 (met uitzondering van de noten bedoeld bij de posten 08.01 en 08.02) moeten voor ten minste 95 gewichtspercenten door een zeef van metaaldoek met een maaswijdte van 2 mm gaan;

b) producten verkregen uit noten bedoeld bij de posten 08.01 en 08.02 moeten voor ten minste 50 gewichtspercenten door een zeef van metaaldoek met een maaswijdte van 2,5 mm gaan.

 

 

1. Aantekening IDR

1.

Voor de toepassing van deze afdeling worden als ‘pellets’ aangemerkt, producten die, door druk of door toevoeging van een bindmiddel in een hoeveelheid van niet meer dan 3 gewichtspercenten, in de vorm van cilinders, bolletjes, enz., zijn geagglomereerd.


AANTEKENING

1. Voor de toepassing van deze afdeling worden als 'pellets' aangemerkt, producten die, door druk of door toevoeging van een bindmiddel in een hoeveelheid van niet meer dan 3 gewichtspercenten, in de vorm van cilinders, bolletjes, enz., zijn geagglomereerd.