Hoofdstuk 32

Looi- en verfextracten; looizuur (tannine) en derivaten daarvan; pigmenten en andere kleur- en verfstoffen; verf en vernis; mastiek; inkt

1
Toelichting IDR

Dit hoofdstuk omvat de preparaten, gebruikt bij het looien en voorlooien van huiden en vellen (looiextracten van plantaardige oorsprong, synthetische looistoffen, ook indien vermengd met natuurlijke looistoffen, en kunstmatige looiersbeits).

Het heeft voorts betrekking op kleur- en verfstoffen van plantaardige, dierlijke of minerale oorsprong, op synthetische organische kleurstoffen, alsmede op de meeste preparaten die met bovengenoemde producten zijn bereid (keramische verfstoffen, verf, inkt, enz.). Het omvat, tenslotte, benevens vernis, allerlei andere preparaten, zoals siccatieven en het merendeel van de mastieksoorten.

Geïsoleerde chemisch welbepaalde producten zijn van dit hoofdstuk uitgezonderd en worden ingedeeld onder de hoofdstukken 28 en 29. Zulks geldt evenwel niet ten aanzien van de producten bedoeld bij de posten 32.03 en 32.04, van de anorganische producten van de soort die als lichtgevende stoffen (luminoforen) worden gebezigd (post 32.06), van glas verkregen uit gesmolten siliciumdioxide of uit gesmolten kwarts, in de vormen bedoeld bij post 32.07, en van de kleur- en verfstoffen, opgemaakt voor de verkoop in het klein, bedoeld bij post 32.12.

Voor sommige soorten verf en vernis bedoeld bij de posten 32.08 tot en met 32.10 en sommige soorten mastiek bedoeld bij post 32.14, moet het vermengen van de verschillende bestanddelen of het toevoegen van sommige ervan (bijvoorbeeld verharders) geschieden op het ogenblik van gebruik. Deze producten blijven onder deze posten ingedeeld, mits de verschillende bestanddelen gelijktijdig:

1. door hun opmaak duidelijk zijn te onderkennen als bestemd om samen te worden gebruikt zonder opnieuw te worden verpakt;

2. samen worden aangeboden;

3. door hun aard of door hun onderlinge verhouding, als elkaars complement zijn te onderkennen.

Indien aan producten, onmiddellijk vóór het gebruik een verharder moet worden toegevoegd, vormt de omstandigheid dat deze verharder niet gelijktijdig wordt aangeboden, geen beletsel voor toepassing van deze posten, mits deze producten in verband met hun samenstelling of opmaak duidelijk zijn te onderkennen als bestemd om te worden gebruikt voor het vervaardigen van verf, vernis of mastiek. Algemene opmerkingen.

1. Aantekeningen IDR

1.

Dit hoofdstuk omvat niet:

a. geïsoleerde chemisch welbepaalde producten, andere dan die begrepen onder post 32.03 of 32.04, de anorganische stoffen van de soort gebruikt als ‘lichtgevende stoffen’ (luminoforen) (post 32.06), glas verkregen uit gesmolten siliciumdioxide of uit gesmolten kwarts, in de vormen bedoeld bij post 32.07 en de kleur- en verfstoffen, opgemaakt voor de verkoop in het klein, bedoeld bij post 32.12;

b. tannaten en andere looizuurderivaten van de producten bedoeld bij de posten 29.36 tot en met 29.39, 29.41 en 35.01 tot en met 35.04;

c. asfaltmastiek en andere bitumineuze mastiek (post 27.15).

2.

2.

Mengsels van gestabiliseerde diazozouten en koppelmiddelen, voor de vervaardiging van azokleurstoffen, worden onder post 32.04 ingedeeld.

3.

3.

Onder de posten 32.03, 32.04, 32.05 en 32.06 worden eveneens ingedeeld de preparaten op basis van kleurstoffen (daaronder begrepen, voor zover het post 32.06 betreft, de pigmenten bedoeld bij post 25.30 en de metaalschilfers en metaalpoeders bedoeld bij hoofdstuk 28), van de soort gebruikt voor het kleuren van stoffen of als bestanddeel bij de vervaardiging van kleurpreparaten (3).

Daarentegen omvatten deze posten niet de pigmenten in niet-waterige dispersies, in vloeibare vorm of als pasta, van de soort gebruikt bij de vervaardiging van verf (post 32.12), noch de andere preparaten bedoeld bij post 32.07, 32.08, 32.09, 32.10, 32.12, 32.13 of 32.15.

1 en 2
Gereserveerd
3
EG Verordening

Een bereiding gebruikt als basis voor de vervaardiging van alcoholvrije dranken moet onder post 38.24 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1694/2001, punt 2, in aant. 3 op post 38.24.

4

4 (1; 4).

Oplossingen van producten bedoeld bij de posten 39.01 tot en met 39.13 (andere dan collodion) in vluchtige organische oplosmiddelen vallen onder post 32.08, indien zij meer dan 50 gewichtspercenten oplosmiddelen bevatten.

1
Toelichting EG

De in Aantekening 4 IDR op hoofdstuk 32 en in Aantekening 6 a IDR op hoofdstuk 39 voorkomende aanduiding ‘oplossingen’ omvat geen colloïdale oplossingen.

2 en 3
Gereserveerd
4
Jurisprudentie

Acrylaathars opgelost in meer dan 50% oplosmiddelen, kan in verband met Aantekening 4 IDR op hoofdstuk 32 niet onder post 38.09 worden ingedeeld. Het product, dat als appreteermiddel wordt gebruikt, moet onder post 32.08 worden ingedeeld. Zie TC 17 september 1963, nr. 9179 T, in aant. 4 op post 32.08.

Een toevoegingsmiddel voor drukinkt moet onder post 32.08 worden ingedeeld. In verband met het percentage oplosmiddelen voldoet dit product aan Aantekening 4 IDR op hoofdstuk 32. Zie TC 29 september 1964, nr. 9883 T, in aant. 4 op post 32.08.

Een oplossing van gewijzigde alkydharsen, bevattende 93,95 gewichtspercenten white spirit en 6,05 gewichtspercenten alkydharsen, moet, onder meer met toepassing van Aantekening 4 IDR op hoofdstuk 32, onder post 32.08 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 3208.10/1 op post 32.08 in aant. 4 op die post.

Een oplossing van gewijzigde alkydharsen, bevattende 98,88 gewichtspercenten white spirit en 1,12 gewichtspercent alkydharsen, moet, onder meer met toepassing van Aantekening 4 IDR op hoofdstuk 32, onder post 32.08 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 3208.10/2 op post 32.08 in aant. 4 op die post.

Een alcoholhoudende oplossing van een copolymeerhars - bestaande uitethylalcohol (93,5 – 97,5 gewichtspercenten), isopropylalcohol (0,5 – 1 gewichtspercent), diëthylftalaat: 0,1 – 0,2% en een copolymeeroplossing (4 - 4,5 gewichtspercenten), moet, onder meer met toepassing van Aantekening 4 IDR op hoofdstuk 32, onder post 32.08 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 3208.20/1 op post 32.08 in aant. 4 op die post.

5.

5.

De in dit hoofdstuk gebezigde uitdrukkingen ‘kleurstoffen’ en ‘verfstoffen’ omvatten niet producten van de soort gebruikt als vulstof in olieverf, ook niet indien zij geschikt zouden zijn om als pigment voor waterverf te dienen.

6.

6.

Met ‘stempelfoliën’ in de zin van post 32.12 worden uitsluitend bedoeld foliën voor het stempelen van bijvoorbeeld boekbanden, lederwaren of hoedbanden, en die bestaan uit:

a. metaalpoeder (stuifpoeder), ook van edel metaal, of pigmenten, gebonden met lijm, met gelatine of met andere bindmiddelen;

b. metalen (edele metalen daaronder begrepen) of pigmenten, door elektrolyse, verstuiving of een dergelijke werkwijze aangebracht op een drager van papier, van kunststof of van andere stoffen.


1. Dit hoofdstuk omvat niet:

a. geïsoleerde chemisch welbepaalde producten, andere dan die begrepen onder post 32.03 of 32.04, de anorganische stoffen van de soort gebruikt als 'lichtgevende stoffen' (luminoforen) (post 32.06), glas verkregen uit gesmolten silliciumdioxyde of uit gesmolten kwarts, in de vormen bedoeld bij post 32.07 en de kleur- en verfstoffen, opgemaakt voor de verkoop in het klein, bedoeld bij post 32.12;

b. tannaten en andere looizuurderivaten van de producten bedoeld bij de posten 29.36 tot en met 29.39, 29.41 en 35.01 tot en met 35.04;

c. asfaltmastiek en andere bitumineuze mastiek (post 27.15).

2. Mengsels van gestabiliseerde diazozouten en koppelmiddelen, voor de vervaardiging van azokleurstoffen, worden onder post 32.04 ingedeeld.

3. Onder de posten 32.03, 32.04, 32.05 en 32.06 worden eveneens ingedeeld de preparaten op basis van kleurstoffen (daaronder begrepen, voor zover het post 32.06 betreft, pigmenten bedoeld bij post 25.30 of hoofdstuk 28, metaalschilfers en metaalpoeders), van de soort gebruikt voor het kleuren van stoffen of als bestanddeel bij de vervaardiging van kleurpreparaten. Daarentegen omvatten deze posten niet de pigmenten in niet-waterige dispersies, in vloeibare vorm of als pasta van de soort gebruikt bij de vervaardiging van verf (post 32.12), noch de andere preparaten bedoeld bij de post 32.07, 32.08, 32.09, 32.10, 32.12, 32.13 en 32.15.

4. Oplossingen van producten bedoeld bij de posten 39.01 tot en met 39.13 (andere dan collodion), in vluchtige organische oplosmiddelen vallen onder post 32.08, indien zij meer dan 50 gewichtspercenten oplosmiddelen bevatten.

5. De in dit hoofdstuk gebezigde uitdrukkingen 'kleurstoffen' en 'verfstoffen' omvatten niet producten van de soort gebruikt als vulstof in olieverf, ook indien zij geschikt zouden zijn om als pigment voor waterverf te dienen.

6. Met 'stempelfoliën' in de zin van post 32.12 worden uitsluitend bedoeld foliën voor het stempelen van bijvoorbeeld boekbanden, lederwaren of hoedbanden, en die bestaan uit:

a. metaalpoeder (stuifpoeder), ook van edel metaal, of pigmenten, gebonden met lijm, met gelatine of met andere bindmiddelen;

b. metalen (edele metalen daaronder begrepen) of pigmenten, door elektrolyse, verstuiving of een dergelijke werkwijze aangebracht op een drager van papier, van kunststof of van andere stoffen.

0. Gereserveerd
1
Gereserveerd
2
Toelichting EG

Zie voor de interpretatie van de Aantekeningen 1, 2 en 3 IDR op deze afdeling, de toelichting IDR (algemene opmerkingen) opgenomen in aant. 1 op de desbetreffende Aantekeningen IDR.

1 Aantekeningen IDR

1 (1).

A. Producten (andere dan radioactieve metaalertsen) die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.44 of 28.45 moeten worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur (4).

B. Behoudens het bepaalde onder A hiervoor, moeten producten die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.43, 28.46 of 28.52 worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van afdeling VI.

1
Toelichting IDR

Ingevolge het bepaalde bij Aantekening 1 A IDR worden onder post 28.44 ingedeeld, alle radioactieve chemische elementen en radioactieve isotopen, alsmede chemische verbindingen daarvan (anorganische of organische, al dan niet van chemisch welbepaalde samenstelling) ook al beantwoorden zij aan de omschrijving van andere posten van de nomenclatuur. Zo behoren bijvoorbeeld radioactief natriumchloride en radioactieve glycerol tot post 28.44 en niet tot de posten 25.01 of 29.05. In dezelfde gedachtegang worden ethylalcohol, goud of kobalt, indien zij radioactief zijn, steeds onder post 28.44 ingedeeld. Opgemerkt wordt echter dat radioactieve ertsen onder afdeling V van de nomenclatuur worden ingedeeld.

Wat de niet-radioactieve isotopen en hun verbindingen betreft bepaalt de Aantekening dat deze onder post 28.45 en niet elders worden ingedeeld, ongeacht of ze organisch of anorganisch zijn en of ze al dan niet chemisch welbepaald zijn. Daarom wordt een koolstofisotoop onder post 28.45 ingedeeld en niet onder 28.03.

Ingevolge Aantekening 1 B IDR worden producten, bedoeld bij een der posten 28.43, 28.46 of 28.52, onder deze posten ingedeeld en niet onder een andere post van afdeling VI, echter onder voorwaarde, dat zij niet radioactief zijn en niet als isotopen worden aangeboden (in welke gevallen zij respectievelijk tot post 28.44 of post 28.45 behoren). Krachtens het bepaalde in letter B wordt bijvoorbeeld zilvercaseïnaat onder post 28.43 en niet onder post 35.01 ingedeeld en zilvernitraat, ook indien verpakt voor verkoop in het klein en gereed voor fotografisch gebruik, onder post 28.43 en niet onder post 37.07.

Opgemerkt wordt echter dat de posten 28.43, 28.46 en 28.52 slechts voorrang hebben op de overige posten van afdeling VI. Indien producten die aan de omschrijving van post 28.43, post 28.46 of post 28.52 beantwoorden, tevens onder de omschrijving van posten van andere afdelingen van de nomenclatuur vallen, moet de indeling van dergelijke goederen geschieden aan de hand van de aantekeningen op de afdelingen en hoofdstukken en zo nodig  aan de hand van de algemene bepalingen voor de toepassing van de nomenclatuur. Gadoliniet, een verbinding van zeldzame aardmetalen, als zodanig vallende onder post 28.46, wordt onder post 25.30 ingedeeld, omdat Aantekening 3 a IDR op hoofdstuk 28 een uitzondering bevat voor alle minerale producten die tot afdeling V behoren. Algemene opmerkingen.

2 en 3
Gereserveerd
4
Jurisprudentie

Kobalt-60 capsules moeten onder post 28.44 worden ingedeeld. Zie TC 3 maart 1982, nr. 11 696 T in aant. 4 op post 28.44.

2

2 (1; 3; 4; 6).

Behoudens het bepaalde in aantekening 1 hiervoor, moeten alle producten die behoren tot een der posten 30.04, 30.05, 30.06, 32.12, 33.03, 33.04, 33.05, 33.06, 33.07, 35.06, 37.07 of 38.08, hetzij omdat ze zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein, hetzij omdat ze voorkomen in afgemeten hoeveelheden, worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur.

2
Toelichting IDR

Aantekening 2 IDR op deze afdeling bepaalt dat producten (andere dan die bedoeld bij de posten 28.43 tot en met 28.46 of 28.52) die in afgemeten hoeveelheden voorkomen of gereed zijn voor de verkoop in het klein en tot een der posten 30.04, 30.05, 30.06, 32.12, 33.03, 33.04, 33.05, 33.06, 33.07, 35.06, 37.07 of 38.08 behoren, onder die posten moeten worden ingedeeld, ook al zouden zij aan de omschrijving van andere posten van de nomenclatuur beantwoorden. Zo wordt bijvoorbeeld zwavel voor therapeutische doeleinden, gereed voor de verkoop in het klein, onder post 30.04 ingedeeld en niet onder post 25.03 of 28.02. Dextrine, gereed voor de verkoop in het klein als lijm, wordt onder post 35.06 ingedeeld en niet onder post 35.05. Algemene opmerkingen.

 

2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Een monster van parfum in de vorm van een pasteuze massa, aangebracht op reclamedrukwerk, moet worden ingedeeld onder post 33.03. Zie Verordening (EEG) nr. 840/92 in aant. 3 op post 33.03.

Een make-upset, bestaande uit een nabootsing van een menselijke schedel van kunststof, waarvan de oog-, neus- en mondopeningen zijn opgevuld met make-upbereidingen in verschillende kleuren, moet onder post 33.04 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1508/2000, punt 2, in aant. 3 op post 33.04.

Mondspray, opgemaakt voor de verkoop in het klein, in een spuitfles met een inhoud van 30 ml, moet onder post 33.06 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1114/2006, punt 6, in aant. 3 op post 33.06.

Zelfklevend envelopje, ongeveer 40 × 50 mm, bestaande uit twee stroken van een uit kunststof en aluminium samengestelde folie, afgesloten door een thermische behandeling, met daarin een parfummonster in de vorm van een gel, moet, onder meer met toepassing van Aantekening 2 IDR op afdeling VI, onder post 33.03 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1440/2007, punt 1, in aant. 3 op post 33.03.

Doekjes van gebonden textielvlies geïmpregneerd met water, propyleenglycol, parfum, tetranatrium EDTA, aloë vera-extract, bronopol, citroenzuur en een mengsel van methylchloroisothiazolinon en methylisothiazolinon, gebruikt als verfrissingsdoekjes, moeten onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 1172/2012 in aant. 3 op post 33.07.

Een artikel bestaande uit 25 doekjes van gebonden textielvlies met een afmeting van ongeveer 15 cm × 20 cm per doekje, moet onder meer met toepassing van Aantekening 2 IDR op afdeling VI, onder post 33.04 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 385/2013 in aant. 3 op post 33.04.

Vloeibare producten die worden gebruikt om in noodgevallen de ogen te spoelen en zo vreemde deeltjes en chemische stoffen te verwijderen moeten onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 766/2014, punt 1, in aant. 3 op post 33.07.

Vloeibare producten die worden gebruikt om in noodgevallen de ogen te spoelen en zo zuren en basen in de ogen te neutraliseren moeten onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 766/2014, punt 2, in aant. 3 op post 33.07.

4
Jurisprudentie

Een monster voor geurige vluchtige oliën moet onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 3307.90/3 op post 33.07 in aant. 4 op die post.

Verbandgaas voor medisch gebruik, vervaardigd van 100% wit katoen geweven door middel van platbinding, overlangs dubbelgevouwen (schijnbare breedte 45 cm) en opgemaakt voor de verkoop in het klein, moet onder post 30.05 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 3005.90/1 op post 30.05 in aant. 4 op die post.

5
Gereserveerd
6
Nadere verwijzing

Zie voor hetgeen men moet verstaan onder ‘opgemaakt voor de verkoop in het klein’ en onder ‘in afgemeten hoeveelheden’ de Aantekeningen IDR op de genoemde hoofdstukken of posten en de toelichting IDR daarop.

3

3 (1; 4).

Goederen aangeboden in stellen of assortimenten en bestaande uit twee of meer bestanddelen die geheel of gedeeltelijk tot een der posten van deze afdeling behoren en waarvan kan worden onderkend dat zij bestemd zijn om, door vermenging, een product bedoeld bij afdeling VI of VII te verkrijgen, worden ingedeeld onder de post die betrekking heeft op dit product, mits:

a. duidelijk kan worden onderkend dat zij, gezien de wijze van opmaak, bestemd zijn om gezamenlijk te worden gebruikt, zonder eerst opnieuw te worden verpakt;

b. zij gelijktijdig worden aangeboden;

c. onderkend kan worden dat zij, gezien aard of hoeveelheid, elkaars complement zijn.

1
Toelichting IDR

Aantekening 3 IDR op deze afdeling behandelt de indeling van goederen opgemaakt in stellen of assortimenten bestaande uit twee of meer bestanddelen die geheel of gedeeltelijk worden ingedeeld onder afdeling VI. De Aantekening blijft echter beperkt tot stellen of assortimenten waarvan de bestanddelen bestemd zijn om te worden vermengd teneinde een product van afdeling VI of VII te verkrijgen. Dergelijke stellen of assortimenten moeten worden ingedeeld onder de post behorende bij dat product mits de bestanddelen voldoen aan de voorwaarden a, b en c van de Aantekening.

Als voorbeelden van goederen in stellen of assortimenten kunnen worden genoemd tandtechnisch cement en andere tandtechnische vullingen van post 30.06 en bepaalde vernissen en verven van post 32.08 tot en met 32.10 en mastiek, enz. van post 32.14. Met betrekking tot de indeling van goederen die zijn opgemaakt in stellen of assortimenten zonder de benodigde harder, wordt in het bijzonder verwezen naar de toelichting IDR (algemene opmerkingen) opgenomen in aant. 1 op het opschrift van hoofdstuk 32 en de toelichting IDR op de post 32.14.

Opgemerkt wordt dat goederen opgemaakt in stellen of assortimenten bestaande uit twee of meer bestanddelen, die geheel of gedeeltelijk worden ingedeeld onder afdeling VI en die bestemd zijn om achtereenvolgens zonder voorafgaande vermenging te worden gebruikt, worden ingedeeld aan de hand van de algemene bepalingen voor de toepassing van de nomenclatuur (in het algemeen bepaling 3 b), en niet door toepassing van deze Aantekening. Goederen niet opgemaakt in stellen of assortimenten voor de verkoop in het klein, worden afzonderlijk ingedeeld. Algemene opmerkingen.

2 en 3
Gereserveerd
4
Jurisprudentie

Een pigmentstof voor het kleuren van de haren moet onder post 33.05 worden ingedeeld. Belanghebbende was de mening toegedaan dat het product – dat uitsluitend door kappers en haarverzorgers wordt gebruikt – onder post 32.03 moest worden ingedeeld. De inspecteur daarentegen stelde dat het product (Ultraglitz blue green) gelijktijdig met een ander product (Sun Energy) werd ingevoerd en daarmee in kleinhandelsverpakking als blonderingsmiddel werd aangeboden. Op grond van Aantekening 3 IDR op afdeling VI moest naar zijn mening het product onder post 33.05 worden ingedeeld.

De TC constateerde dat het product niet gelijktijdig met een ander product was ingevoerd, zodat niet kon worden vastgesteld of op het moment van de invoer aan de voorwaarden van Aantekening 3 IDR was voldaan. Daar belanghebbende echter duidelijk had gesteld dat het product geen haarverf was, uitsluitend werd geleverd aan kappers en haarverzorgers en een ander gebruik van de goederen niet mogelijk was, kwam de TC tot het oordeel dat de goederen onder post 33.05 moesten worden ingedeeld. TC 8 juli 1996, nr. 13 358 (UTC 1996/36).

4

4.

Wanneer een product voldoet aan de omschrijving in een of meer posten van afdeling VI op grond van de omschrijving aan de hand van de naam of de functie, en tevens voldoet aan de bewoording van post 38.27, moet het worden ingedeeld onder een post die verwijst naar de naam of de functie van het product en niet onder post 38.27.


 

 

AANTEKENINGEN

 

 

1. A. Producten (andere dan radioactieve metaalertsen) die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.44 of 28.45, moeten worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur.

 

B. Behoudens het bepaalde onder A. hiervoor, moeten producten die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.43 of 28.46 of 28.52 worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van afdeling VI.

 

 

2. Behoudens het bepaalde in aantekening 1 hiervoor, moeten alle producten die behoren tot een der posten 30.04, 30.05, 30.06, 32.12, 33.03, 33.04, 33.05, 33.06, 33.07, 35.06, 37.07 of 38.08, hetzij omdat ze zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein, hetzij omdat ze voorkomen in afgemeten hoeveelheden, worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur.

 

 

3. Goederen aangeboden in stellen of assortimenten en bestaande uit twee of meer bestanddelen die geheel of gedeeltelijk tot een der posten van deze afdeling behoren en waarvan kan worden onderkend dat zij bestemd zijn om, door vermenging, een product bedoeld bij afdeling VI of VII te verkrijgen, worden ingedeeld onder de post die betrekking heeft op dit product, mits:

a. duidelijk kan worden onderkend dat zij, gezien de wijze van opmaak, bestemd zijn om gezamenlijk te worden gebruikt, zonder eerst opnieuw te worden verpakt;

b. zij gelijktijdig worden aangeboden;

c. onderkend kan worden dat zij, gezien aard of hoeveelheid, elkaars complement zijn.

4. Wanneer een product voldoet aan de omschrijving in een of meer posten van afdeling VI op grond van de omschrijving aan de hand van de naam of de functie, en tevens voldoet aan de bewoording van post 3827, moet het worden ingedeeld onder een post die verwijst naar de naam of de functie van het product en niet onder post 3827.