Hoofdstuk 36

Kruit en springstoffen; pyrotechnische artikelen; lucifers; vonkende legeringen; ontvlambare stoffen

1
Toelichting IDR

Dit hoofdstuk omvat buskruit en bereide springstoffen, dat wil zeggen mengsels die het kenmerk dragen dat zij de voor hun verbranding benodigde zuurstof bevatten en dat hun ontleding gepaard gaat met de ontwikkeling van een grote hoeveelheid gas en een hoge temperatuur.

Hoofdstuk 36 omvat eveneens bepaalde hulpmiddelen voor het ontsteken van die producten: slaghoedjes en percussiedopjes, slagkoorden, enz.

Artikelen vervaardigd uit springstoffen, ontvlambaar of brandbaar materiaal of vonkende legeringen, die gebruikt worden om licht, geluid, rook, vlammen of vonken te ontwikkelen, zoals pyrotechnische artikelen, lucifers, ferrocerium en bepaalde brandstoffen, worden eveneens onder dit hoofdstuk ingedeeld.

Met inachtneming van het bepaalde in de toelichting IDR, onderdelen II A, II B 1 en II B 2, opgenomen in aant. 1 op post 36.06 inzake bepaalde brandstoffen, heeft dit hoofdstuk geen betrekking op geïsoleerde chemisch welbepaalde producten (gewoonlijk hoofdstuk 28 en 29) en evenmin op munitie bedoeld bij hoofdstuk 93. Algemene opmerkingen.

1. Aantekeningen IDR

1.

Behoudens het bepaalde in aantekening 2, onder a en b, hierna, omvat dit hoofdstuk geen geïsoleerde chemisch welbepaalde verbindingen.

2.

2.

Als ‘artikelen uit ontvlambare stoffen’ in de zin van post 36.06 worden uitsluitend aangemerkt:

a. metaldehyde, hexamethyleentetramine en dergelijke producten, in tabletten, in staafjes of in dergelijke vormen, die wijzen op het gebruik daarvan als brandstof en voorts alcoholhoudende brandstoffen en dergelijke bereide brandstoffen, in vaste vorm of in pasta;

b. vloeibare brandstof en vloeibaar gemaakt brandbaar gas in recipiënten van de soort gebruikt voor het vullen van aanstekers en met een inhoudsruimte van niet meer dan 300 cm3;

c. harstoortsen en harsfakkels, vuurmakers en dergelijke.


AANTEKENINGEN

1. Behoudens het bepaalde in de aantekeningen 2. a. en 2. b. hierna, omvat dit hoofdstuk geen geïsoleerde chemisch welbepaalde verbindingen.

2. Als 'artikelen uit ontvlambare stoffen' in de zin van post 36.06 worden uitsluitend aangemerkt:

a. metaldehyd, hexamethyleentetramine en dergelijke producten, in tabletten, in staafjes of in dergelijke vormen, die wijzen op het gebruik daarvan als brandstof en voorts alcoholhoudende brandstoffen en dergelijke bereide brandstoffen, in vaste vorm of in pasta;

b. vloeibare brandstof en vloeibaar gemaakt brandbaar gas in recipiënten van de soort gebruikt voor het vullen van aanstekers en met een inhoudsruimte van niet meer dan 300 cmn;

c. harstoortsen en harsfakkels, vuurmakers en dergelijke.

0. Gereserveerd
1
Gereserveerd
2
Toelichting EG

Zie voor de interpretatie van de Aantekeningen 1, 2 en 3 IDR op deze afdeling, de toelichting IDR (algemene opmerkingen) opgenomen in aant. 1 op de desbetreffende Aantekeningen IDR.

1 Aantekeningen IDR

1 (1).

A. Producten (andere dan radioactieve metaalertsen) die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.44 of 28.45 moeten worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur (4).

B. Behoudens het bepaalde onder A hiervoor, moeten producten die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.43, 28.46 of 28.52 worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van afdeling VI.

1
Toelichting IDR

Ingevolge het bepaalde bij Aantekening 1 A IDR worden onder post 28.44 ingedeeld, alle radioactieve chemische elementen en radioactieve isotopen, alsmede chemische verbindingen daarvan (anorganische of organische, al dan niet van chemisch welbepaalde samenstelling) ook al beantwoorden zij aan de omschrijving van andere posten van de nomenclatuur. Zo behoren bijvoorbeeld radioactief natriumchloride en radioactieve glycerol tot post 28.44 en niet tot de posten 25.01 of 29.05. In dezelfde gedachtegang worden ethylalcohol, goud of kobalt, indien zij radioactief zijn, steeds onder post 28.44 ingedeeld. Opgemerkt wordt echter dat radioactieve ertsen onder afdeling V van de nomenclatuur worden ingedeeld.

Wat de niet-radioactieve isotopen en hun verbindingen betreft bepaalt de Aantekening dat deze onder post 28.45 en niet elders worden ingedeeld, ongeacht of ze organisch of anorganisch zijn en of ze al dan niet chemisch welbepaald zijn. Daarom wordt een koolstofisotoop onder post 28.45 ingedeeld en niet onder 28.03.

Ingevolge Aantekening 1 B IDR worden producten, bedoeld bij een der posten 28.43, 28.46 of 28.52, onder deze posten ingedeeld en niet onder een andere post van afdeling VI, echter onder voorwaarde, dat zij niet radioactief zijn en niet als isotopen worden aangeboden (in welke gevallen zij respectievelijk tot post 28.44 of post 28.45 behoren). Krachtens het bepaalde in letter B wordt bijvoorbeeld zilvercaseïnaat onder post 28.43 en niet onder post 35.01 ingedeeld en zilvernitraat, ook indien verpakt voor verkoop in het klein en gereed voor fotografisch gebruik, onder post 28.43 en niet onder post 37.07.

Opgemerkt wordt echter dat de posten 28.43, 28.46 en 28.52 slechts voorrang hebben op de overige posten van afdeling VI. Indien producten die aan de omschrijving van post 28.43, post 28.46 of post 28.52 beantwoorden, tevens onder de omschrijving van posten van andere afdelingen van de nomenclatuur vallen, moet de indeling van dergelijke goederen geschieden aan de hand van de aantekeningen op de afdelingen en hoofdstukken en zo nodig  aan de hand van de algemene bepalingen voor de toepassing van de nomenclatuur. Gadoliniet, een verbinding van zeldzame aardmetalen, als zodanig vallende onder post 28.46, wordt onder post 25.30 ingedeeld, omdat Aantekening 3 a IDR op hoofdstuk 28 een uitzondering bevat voor alle minerale producten die tot afdeling V behoren. Algemene opmerkingen.

2 en 3
Gereserveerd
4
Jurisprudentie

Kobalt-60 capsules moeten onder post 28.44 worden ingedeeld. Zie TC 3 maart 1982, nr. 11 696 T in aant. 4 op post 28.44.

2

2 (1; 3; 4; 6).

Behoudens het bepaalde in aantekening 1 hiervoor, moeten alle producten die behoren tot een der posten 30.04, 30.05, 30.06, 32.12, 33.03, 33.04, 33.05, 33.06, 33.07, 35.06, 37.07 of 38.08, hetzij omdat ze zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein, hetzij omdat ze voorkomen in afgemeten hoeveelheden, worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur.

2
Toelichting IDR

Aantekening 2 IDR op deze afdeling bepaalt dat producten (andere dan die bedoeld bij de posten 28.43 tot en met 28.46 of 28.52) die in afgemeten hoeveelheden voorkomen of gereed zijn voor de verkoop in het klein en tot een der posten 30.04, 30.05, 30.06, 32.12, 33.03, 33.04, 33.05, 33.06, 33.07, 35.06, 37.07 of 38.08 behoren, onder die posten moeten worden ingedeeld, ook al zouden zij aan de omschrijving van andere posten van de nomenclatuur beantwoorden. Zo wordt bijvoorbeeld zwavel voor therapeutische doeleinden, gereed voor de verkoop in het klein, onder post 30.04 ingedeeld en niet onder post 25.03 of 28.02. Dextrine, gereed voor de verkoop in het klein als lijm, wordt onder post 35.06 ingedeeld en niet onder post 35.05. Algemene opmerkingen.

 

2
Gereserveerd
3
EG-verordeningen

Een monster van parfum in de vorm van een pasteuze massa, aangebracht op reclamedrukwerk, moet worden ingedeeld onder post 33.03. Zie Verordening (EEG) nr. 840/92 in aant. 3 op post 33.03.

Een make-upset, bestaande uit een nabootsing van een menselijke schedel van kunststof, waarvan de oog-, neus- en mondopeningen zijn opgevuld met make-upbereidingen in verschillende kleuren, moet onder post 33.04 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1508/2000, punt 2, in aant. 3 op post 33.04.

Mondspray, opgemaakt voor de verkoop in het klein, in een spuitfles met een inhoud van 30 ml, moet onder post 33.06 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1114/2006, punt 6, in aant. 3 op post 33.06.

Zelfklevend envelopje, ongeveer 40 × 50 mm, bestaande uit twee stroken van een uit kunststof en aluminium samengestelde folie, afgesloten door een thermische behandeling, met daarin een parfummonster in de vorm van een gel, moet, onder meer met toepassing van Aantekening 2 IDR op afdeling VI, onder post 33.03 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 1440/2007, punt 1, in aant. 3 op post 33.03.

Doekjes van gebonden textielvlies geïmpregneerd met water, propyleenglycol, parfum, tetranatrium EDTA, aloë vera-extract, bronopol, citroenzuur en een mengsel van methylchloroisothiazolinon en methylisothiazolinon, gebruikt als verfrissingsdoekjes, moeten onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 1172/2012 in aant. 3 op post 33.07.

Een artikel bestaande uit 25 doekjes van gebonden textielvlies met een afmeting van ongeveer 15 cm × 20 cm per doekje, moet onder meer met toepassing van Aantekening 2 IDR op afdeling VI, onder post 33.04 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 385/2013 in aant. 3 op post 33.04.

Vloeibare producten die worden gebruikt om in noodgevallen de ogen te spoelen en zo vreemde deeltjes en chemische stoffen te verwijderen moeten onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 766/2014, punt 1, in aant. 3 op post 33.07.

Vloeibare producten die worden gebruikt om in noodgevallen de ogen te spoelen en zo zuren en basen in de ogen te neutraliseren moeten onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 766/2014, punt 2, in aant. 3 op post 33.07.

4
Jurisprudentie

Een monster voor geurige vluchtige oliën moet onder post 33.07 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 3307.90/3 op post 33.07 in aant. 4 op die post.

Verbandgaas voor medisch gebruik, vervaardigd van 100% wit katoen geweven door middel van platbinding, overlangs dubbelgevouwen (schijnbare breedte 45 cm) en opgemaakt voor de verkoop in het klein, moet onder post 30.05 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 3005.90/1 op post 30.05 in aant. 4 op die post.

5
Gereserveerd
6
Nadere verwijzing

Zie voor hetgeen men moet verstaan onder ‘opgemaakt voor de verkoop in het klein’ en onder ‘in afgemeten hoeveelheden’ de Aantekeningen IDR op de genoemde hoofdstukken of posten en de toelichting IDR daarop.

3

3 (1; 4).

Goederen aangeboden in stellen of assortimenten en bestaande uit twee of meer bestanddelen die geheel of gedeeltelijk tot een der posten van deze afdeling behoren en waarvan kan worden onderkend dat zij bestemd zijn om, door vermenging, een product bedoeld bij afdeling VI of VII te verkrijgen, worden ingedeeld onder de post die betrekking heeft op dit product, mits:

a. duidelijk kan worden onderkend dat zij, gezien de wijze van opmaak, bestemd zijn om gezamenlijk te worden gebruikt, zonder eerst opnieuw te worden verpakt;

b. zij gelijktijdig worden aangeboden;

c. onderkend kan worden dat zij, gezien aard of hoeveelheid, elkaars complement zijn.

1
Toelichting IDR

Aantekening 3 IDR op deze afdeling behandelt de indeling van goederen opgemaakt in stellen of assortimenten bestaande uit twee of meer bestanddelen die geheel of gedeeltelijk worden ingedeeld onder afdeling VI. De Aantekening blijft echter beperkt tot stellen of assortimenten waarvan de bestanddelen bestemd zijn om te worden vermengd teneinde een product van afdeling VI of VII te verkrijgen. Dergelijke stellen of assortimenten moeten worden ingedeeld onder de post behorende bij dat product mits de bestanddelen voldoen aan de voorwaarden a, b en c van de Aantekening.

Als voorbeelden van goederen in stellen of assortimenten kunnen worden genoemd tandtechnisch cement en andere tandtechnische vullingen van post 30.06 en bepaalde vernissen en verven van post 32.08 tot en met 32.10 en mastiek, enz. van post 32.14. Met betrekking tot de indeling van goederen die zijn opgemaakt in stellen of assortimenten zonder de benodigde harder, wordt in het bijzonder verwezen naar de toelichting IDR (algemene opmerkingen) opgenomen in aant. 1 op het opschrift van hoofdstuk 32 en de toelichting IDR op de post 32.14.

Opgemerkt wordt dat goederen opgemaakt in stellen of assortimenten bestaande uit twee of meer bestanddelen, die geheel of gedeeltelijk worden ingedeeld onder afdeling VI en die bestemd zijn om achtereenvolgens zonder voorafgaande vermenging te worden gebruikt, worden ingedeeld aan de hand van de algemene bepalingen voor de toepassing van de nomenclatuur (in het algemeen bepaling 3 b), en niet door toepassing van deze Aantekening. Goederen niet opgemaakt in stellen of assortimenten voor de verkoop in het klein, worden afzonderlijk ingedeeld. Algemene opmerkingen.

2 en 3
Gereserveerd
4
Jurisprudentie

Een pigmentstof voor het kleuren van de haren moet onder post 33.05 worden ingedeeld. Belanghebbende was de mening toegedaan dat het product – dat uitsluitend door kappers en haarverzorgers wordt gebruikt – onder post 32.03 moest worden ingedeeld. De inspecteur daarentegen stelde dat het product (Ultraglitz blue green) gelijktijdig met een ander product (Sun Energy) werd ingevoerd en daarmee in kleinhandelsverpakking als blonderingsmiddel werd aangeboden. Op grond van Aantekening 3 IDR op afdeling VI moest naar zijn mening het product onder post 33.05 worden ingedeeld.

De TC constateerde dat het product niet gelijktijdig met een ander product was ingevoerd, zodat niet kon worden vastgesteld of op het moment van de invoer aan de voorwaarden van Aantekening 3 IDR was voldaan. Daar belanghebbende echter duidelijk had gesteld dat het product geen haarverf was, uitsluitend werd geleverd aan kappers en haarverzorgers en een ander gebruik van de goederen niet mogelijk was, kwam de TC tot het oordeel dat de goederen onder post 33.05 moesten worden ingedeeld. TC 8 juli 1996, nr. 13 358 (UTC 1996/36).

4

4.

Wanneer een product voldoet aan de omschrijving in een of meer posten van afdeling VI op grond van de omschrijving aan de hand van de naam of de functie, en tevens voldoet aan de bewoording van post 38.27, moet het worden ingedeeld onder een post die verwijst naar de naam of de functie van het product en niet onder post 38.27.


 

 

AANTEKENINGEN

 

 

1. A. Producten (andere dan radioactieve metaalertsen) die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.44 of 28.45, moeten worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur.

 

B. Behoudens het bepaalde onder A. hiervoor, moeten producten die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.43 of 28.46 of 28.52 worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van afdeling VI.

 

 

2. Behoudens het bepaalde in aantekening 1 hiervoor, moeten alle producten die behoren tot een der posten 30.04, 30.05, 30.06, 32.12, 33.03, 33.04, 33.05, 33.06, 33.07, 35.06, 37.07 of 38.08, hetzij omdat ze zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein, hetzij omdat ze voorkomen in afgemeten hoeveelheden, worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur.

 

 

3. Goederen aangeboden in stellen of assortimenten en bestaande uit twee of meer bestanddelen die geheel of gedeeltelijk tot een der posten van deze afdeling behoren en waarvan kan worden onderkend dat zij bestemd zijn om, door vermenging, een product bedoeld bij afdeling VI of VII te verkrijgen, worden ingedeeld onder de post die betrekking heeft op dit product, mits:

a. duidelijk kan worden onderkend dat zij, gezien de wijze van opmaak, bestemd zijn om gezamenlijk te worden gebruikt, zonder eerst opnieuw te worden verpakt;

b. zij gelijktijdig worden aangeboden;

c. onderkend kan worden dat zij, gezien aard of hoeveelheid, elkaars complement zijn.

4. Wanneer een product voldoet aan de omschrijving in een of meer posten van afdeling VI op grond van de omschrijving aan de hand van de naam of de functie, en tevens voldoet aan de bewoording van post 3827, moet het worden ingedeeld onder een post die verwijst naar de naam of de functie van het product en niet onder post 3827.