Print     PDF

3926 9097 05

voor technisch gebruik, bestemd voor burgerluchtvaartuigen
› Omschrijving

Artikelen van kunststof of van andere stoffen bedoeld bij de posten 3901 tot en met 3914, n.e.g.

Recht derde landen
0%
Preferentiële en Aanvullende rechten
BTW
21%
Invoerregelingen
Maatregelen
Uitvoerregelingen
1
Toelichting IDR

Deze post omvat werken van kunststof, elders genoemd noch elders onder begrepen (zoals gedefinieerd in Aantekening 1 IDR op dit hoofdstuk) en artikelen van andere stoffen bedoeld bij de posten 39.01 tot en met 39.14.

Hieronder zijn dus voornamelijk begrepen:

1. kleding en kledingtoebehoren (met uitzondering van speelgoed) vervaardigd door aaneennaaien of aaneenlijmen van kunststof in vellen, zoals voorschoten of schorten, gordels, slabbetjes, regenmantels en sousbras. Losse regenkappen van kunststof gelijktijdig aangeboden met de regenjassen van kunststof waarvoor ze bestemd zijn, blijven onder post 39.26 ingedeeld;

2. beslag voor meubelen, carrosserieën en dergelijke;

3. beeldjes en andere versieringsvoorwerpen;

4. hoezen, dekkleden, omslagen voor documenten, dossiermappen, boekomslagen en dergelijke beschermingsartikelen van aaneengenaaide of aaneengelijmde vellen van kunststof;

5. presse-papiers, vouwbenen, onderleggers, pennenbakjes, bladwijzers, enz.;

6. schroeven, bouten, sluitringen en dergelijke artikelen voor algemeen gebruik;

7. drijfriemen, drijfsnaren, transportbanden en banden voor liften en dergelijke riemen, snaren en banden die op lengte zijn gesneden en waarvan de uiteinden zijn aaneengezet of zijn voorzien van haken of andere verbindingsstukken.

Drijfriemen, drijfsnaren, transportbanden en banden voor liften van alle soorten, die tegelijk met de machines en apparaten waarvoor ze bestemd zijn worden aangeboden, worden ingedeeld als die machines en apparaten (bijvoorbeeld onder afdeling XVI) ook al zijn zij daarop niet gemonteerd. Drijfriemen, drijfsnaren en transportbanden van textielstoffen die geïmpregneerd, bekleed of bedekt zijn met kunststof of met inlagen van kunststof, bedoeld bij afdeling XI (bijvoorbeeld post 59.10), worden evenmin onder deze post ingedeeld;

8. ionenwisselaarskolommen gevuld met polymeren van post 39.14;

9. bergingsmiddelen van kunststof gevuld met carboxymethylcellulose (die gebruikt worden als ijszakken);

10. gereedschapskisten of -koffers die niet speciaal zijn gevormd of aan de binnenkant uitgerust voor het erin opbergen van bepaald gereedschap, met of zonder hun toebehoren (zie de toelichting IDR op post 42.02);

11. fopspenen; ijszakken; douchezakken; zakken voor klisteerspuiten en koppelstukken daarvoor; kussens voor de verpleging van gehandicapten en dergelijke kussen voor de verpleging van zieken; pessariums; preservatieven; peren voor lavementspuiten;

12. allerlei andere artikelen zoals sluitringen voor handtassen, hoeken voor koffers, blokjes en plaatjes voor meubelpoten, stelen en heften (voor gereedschap, messen, vorken, enz.), kralen, horlogeglazen, cijfers en letters, houders voor etiketten;

13. kunstnagels voor vingers.

De post omvat niet huishoudelijke artikelen zoals vuilnisemmers en verrijdbare vuilnisbakken (daaronder begrepen die voor buitengebruik).

 

2
Toelichting EG

Onderverdeling 3926 9097 omvat met koolstofvezel versterkte zijpanelen van kunststof voor middenconsoles van personenauto’s. Deze panelen zijn vervaardigd uit een composietmateriaal dat hoofdzakelijk bestaat uit door epoxyhars omgeven koolstofvezel. Zij zijn stijf van structuur.
Deze panelen zijn aan de onderzijde voorzien van diverse kliksluitingen en montagegaten. Zij worden aan de middenconsole van een personenauto vastgemaakt en hebben met name een decoratieve functie.

3
EG-verordeningen

Spaarpotten van kunststof, in de vorm van een pinguïn voorzien van een rode sjaal, moeten onder onderverdeling 3926 4000 worden ingedeeld. De spaarpotten zijn ongeveer 16 cm hoog en zijn voorzien van een gleuf in de rug voor het inwerpen van munten. Verordening (EEG) 16 juli 1991, nr. 2080/91 (PbEG 1991, nr. L 193).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Dierfiguren (paarden en herten) van kunststof, voorzien van een opgelijmde laag scheerhaar (tontisse), moeten onder onderverdeling 3926 4000 worden ingedeeld. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1, 3 b en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en onderverdeling 3926 4000. Verordening (EEG) 22 juli 1992, nr. 2087/92, punt 1 (PbEG 1992, nr. L 208).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een verlichte fontein of een ‘stromende kraan’ (zie afbeelding 1) moet onder onderverdeling 3926 4000 worden ingedeeld.

Afb. 1.

 

Het betreft versieringsvoorwerpen van kunststof, ongemonteerd, in een verpakking opgemaakt voor de verkoop in het klein. In elkaar gezet vormen de verschillende kunststof onderdelen (te weten de vloerplaat met een doorsnede van ongeveer 15 cm, die een verlichtingssysteem en een elektrische motor met voedingskabel voorzien van een schakelaar bevat, de drie bekkens, de verschillende verbindingsbuizen, een nagemaakte kraan, een danseresje, de kunstbloemen en het kunstloofwerk) een van de afgebeelde voorwerpen, van 30 à 40 cm hoog. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en onderverdeling 3926 4000. Verordening (EG) 23 mei 1995, nr. 1165/95, punt 1 (PbEG 1995, nr. L 117).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een skibroek vervaardigd van een effen weefsel (0,2 mm) bedekt aan de binnenzijde met een vel kunststof (0,1 mm) moet onder post 62.10 worden ingedeeld. Het weefsel verleent aan het kledingstuk zijn wezenlijke karakter, rekening houdend met zijn dikte, zijn duurzaamheid en consistentie, zijn compacte weving en zijn gebruik als zichtbare buitenzijde. Zie Verordening (EG) nr. 1458/97, punt 5, in aant. 3 op post 62.10.

Een fotoalbum met kunststof hoesjes, zoals hierna omschreven, moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Het betreft een fotoalbum waarvan de band de volgende afmetingen heeft: breedte 12 cm, hoogte 16,5 cm en dikte (rug) 5,8 cm, en is samengesteld uit de volgende materialen:

- een omslag van karton, achtereenvolgens bedekt met kunststof met celstructuur, een laag dun karton, kleurrijk bedrukt papier en kunststoffolie;

- de 60 binnenpagina’s zijn gelijmd in de omslag en bestaan uit bladen van kunststof voorzien van hoesjes van doorzichtige kunststof.

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1, 3 b en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097. Van dit samengestelde product zijn de bestanddelen van kunststof bepalend zowel vanwege hun omvang als het gebruik van het goed. Verordening (EG) 7 mei 1998, nr. 981/98, punt 1 (PbEG 1998, nr. L 137).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een handschoen voor ijshockey (zie de afbeeldingen 2 en 3) waarvan de rugzijde ter bescherming is opgevuld en bestaat uit niet-geweven stof die aan beide zijden volledig is bedekt met kunststof, moet onder onderverdeling 3926 2000 worden ingedeeld. De handpalm is vervaardigd uit niet-geweven polyamide-microvezels. Tussen de vingers, met uitzondering van de duim, is een verbinding van een effen gekleurd breiwerk aangebracht.

Afb. 2. Afb. 3. 

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1, 3 b en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, Aantekening 3 b IDR op hoofdstuk 56, alsmede de teksten van de post 39.26 en onderverdeling 3926 2000. Zie tevens de toelichting IDR op post 95.06.

De rugzijde van de handschoen, die een beschermende functie heeft, verleent het wezenlijke karakter aan het artikel. Verordening (EG) 9 maart 1999, nr. 516/1999, punt 1 (PbEG 1999, nr. L 61).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een handschoen voor ijshockey zoals hierna omschreven, moet onder post 61.16 worden ingedeeld. De rugzijde van de handschoen is ter bescherming opgevuld, met een buitenkant van breiwerk van synthetische vezels (polyester). De handpalm is vervaardigd van niet-geweven microvezels van polyamide. De rugzijde van de handschoen, die een beschermende functie heeft, verleent het wezenlijke karakter aan het artikel. Zie Verordening (EG) nr. 516/1999, punt 6, in aant. 3 op post 61.16.

Een keepershandschoen voor ijshockey of voor veldhockey, zoals hierna omschreven, moet onder post 62.16 worden ingedeeld. Het betreft een gewoonlijk aan de linkerhand gedragen want die dient om de bal (of de puck) te vangen. De handschoen is aan twee zijden opgevuld en heeft binnenin een scheiding voor de vingers. De duim en de wijsvinger worden gescheiden door een uit veters (van post 56.07) gemaakt netwerk. De rugzijde wordt gevormd door een breiwerk van synthetische of kunstmatige vezel. De handpalm, vervaardigd uit niet-geweven microvezels van polyamide, is aan de buitenkant bedekt met kunststof. De indeling wordt bepaald door het materiaal (textiel) waaruit de handpalm is vervaardigd. Zie Verordening (EG) nr. 516/1999, punt 10, in aant. 3 op post 62.16.

Een tuinpaviljoen (afmetingen 3 m×3 m) moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Het bestaat uit een verhemelte van weefsel vervaardigd van strippen van polyethyleen met een breedte van minder dan 5 mm, aan beide zijden bedekt met een laag kunststof die met het blote oog kan worden waargenomen. Dit artikel wordt aangeboden met metalen staanders die het raamwerk moeten vormen en spanners waarmee het kan worden vastgezet aan de grond. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1, 3 b en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, Aantekening 2 a IDR op hoofdstuk 59, alsmede de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097. Verordening (EG) 4 juni 1999, nr. 1218/1999, punt 1 (PbEG 1999, nr. L 148).
De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Ballons van folie van kunststof met een opgedampte laag aluminium, moeten onder post 95.03 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 442/2000, punt 3, in aant. 3 op post 95.03.

Een buigzaam product gebruikt voor het vervoer van vloeistoffen of gassen bij een gecontroleerde temperatuur moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Het bestaat uit (van binnen naar buiten):

- een bundel van flexibele slangen van kunststof, voor het vervoer van de stoffen;

- een elektrische verwarmingsband, gescheiden van de transportslang door een laag aluminium;

- een laag aluminiumfolie die de transportslangen, de verwarmingsband en de laag aluminium bedekt;

- een geïsoleerde elektrische kabel voor het regelen van de verwarmingsband;

- een laag gebonden textielvlies;

- een buigzaam omhulsel van kunststof.

Het product wordt aangeboden op handelslengte, zonder verbindingsstukken. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1, 3 b en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.

Het product ontleent zijn wezenlijke karakter aan de bundel van slangen van kunststof, bedoeld voor het vervoer van de stoffen. Verordening (EG) 7 april 2000, nr. 738/2000, punt 2 (PbEG 2000, nr. L 87).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een kledingzak van kunststof, zoals hierna omschreven, moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Het betreft een artikel vervaardigd van vellen van kunststof zonder celstructuur en bedoeld voor het opbergen van goederen. De afmetingen bedragen ongeveer (lengte×breedte×hoogte) 109×45×15 cm. Het product heeft één doorzichtige zijde, is rondom voorzien van een treksluiting en kan zodanig worden opengevouwen dat het de vorm van een grote doos aanneemt. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt voor het opbergen van kleding of linnengoed. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.

Dit soepel en plooibaar artikel is bedoeld voor het opbergen van goederen en niet voor het vervoeren of verpakken van goederen. Verordening (EG) 18 juni 2001, nr. 1201/2001, punt 2 (PbEG 2001, nr. L 163).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een muismat, zoals hierna omschreven (zie de afbeeldingen 4 en 5) moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld.

Afb. 4. Afb. 5. 

Het betreft een artikel van kunststof met celstructuur met een dikte van ongeveer 4 mm (afmetingen van ongeveer 20 bij 24 cm), afgezien van de afgeronde hoeken vrijwel rechthoekig, aan een zijde bedekt met effen gekleurd breiwerk van 0,2 mm dikte (muismat of soortgelijke goederen).

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, Aantekening 1 IDR op hoofdstuk 39, Aantekening 1 h IDR op afdeling XI, de Aantekeningen 1 en 2 a 5 IDR op hoofdstuk 59 en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.

Een indeling bij afdeling XI wordt overeenkomstig Aantekening 2 a 5 IDR op hoofdstuk 59 uitgesloten, aangezien het breiwerk louter als drager is aangebracht. Zie ook de toelichting IDR op hoofdstuk 39, algemene opmerkingen (kunststof verbonden met textiel), punt d, opgenomen in aant. 1 op Aantekening 10 IDR op dat hoofdstuk. Verordening (EG) 15 maart 2002, nr. 471/2002, punt 2 (PbEG 2002, nr. L 75).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een muismat van kunststof met celstructuur met een dikte van ongeveer 4 mm (afmetingen van ongeveer 20 bij 24 cm), afgezien van de afgeronde hoeken vrijwel rechthoekig, aan een zijde bedekt met een veelkleurig bedrukt breiwerk, moet onder post 63.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 471/2002, punt 1, in aant. 3 op post 63.07.

Een muismat van kunststof met celstructuur met een dikte van ongeveer 4 mm (afmetingen van ongeveer 20 bij 21 cm), aan een zijde bedekt met een veelkleurig bedrukt breiwerk van 0,2 mm dikte, moet onder post 59.03 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 471/2002, punt 3, in aant. 3 op post 59.03.

Een niet-gemonteerd model op schaal (1:200) van een vliegtuig moet onder post 95.03 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 687/2002, punt 4, in aant. 3 op post 95.03.

Een product ontworpen om chirurgische instrumenten te bevatten, zoals hierna omschreven (zie afbeelding 6) moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld.

Afb. 6.

Het betreft een product (afmetingen l×b×h = 52,5×25×4,5 cm), bestaande uit twee aparte delen van voorgevormde en geperforeerde kunststof. De twee delen worden op elkaar samengehouden door middel van metalen clips aan iedere zijde. Het bovenste deel heeft twee metalen handgrepen. Het onderste deel bevat speciaal gevormde vakken om de instrumenten te bevatten. Het product wordt aangeboden zonder de chirurgische instrumenten.

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.

Het product kan niet worden aangemerkt als een toebehoren van een chirurgisch instrument, apparaat of toestel van post 90.18. Verordening (EG) 22 april 2002, nr. 687/2002, punt 1 (PbEG 2002, nr. L 106).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.


Gelijkmatig gevormde schijven van epoxyhars
moeten onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Het betreft epoxyhars in de vorm van schijven waarvan de hoogte niet meer bedraagt dan de diameter, bestaande uit samengeperst poeder. Deze kunststofschijven worden gebruikt voor het inkapselen van halfgeleiders en elektronische geïntegreerde schakelingen.

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.

De gelijkmatig gevormde schijven van kunststof zijn uitgezonderd van de posten 39.01 tot en met 39.14 omdat zij niet kunnen worden aangemerkt als ‘primaire vorm’ als gedefinieerd in Aantekening 6 IDR op hoofdstuk 39. Verordening (EG) 7 november 2002, nr. 2014/2002 (PbEG 2002, nr. L 311).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Eivormige eindstukken voor gordijnroeden bestaande uit een mengsel van 75% fijngemalen natuursteen en 25% polyester, aan één uiteinde voorzien van een metalen ring waarmee deze eindstukken over een gordijnroede kunnen worden geschoven en waarvan ter versiering 18% van het oppervlak van de eindstukken is ingelegd met ronde stukjes buffelbot, moeten onder post 68.10 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 729/2004, punt 1, in aant. 3 op post 68.10.

Opblaasbare zwemarmbanden van kunststof moeten onder post 95.06 worden ingedeeld. Zij zijn ontworpen om door kinderen om de armen te worden gedragen zodat ze in ondiep water blijven drijven. Deze constructie biedt onvoldoende bescherming voor reddings- of veiligheidsdoeleinden. Zie Verordening (EG) nr. 1578/2006, punt 2, in aant. 3 op post 95.06.

Een replica van een specifieke mobiele telefoon (een zogenaamd 'proefmodel') moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld.

Het product is hoofdzakelijk vervaardigd uit kunststof. Het heeft geen elektronische componenten.

De grootte, het ontwerp en het gewicht zijn identiek aan de kenmerken van het specifieke model.

Het is uitgerust met knoppen die het gevoel geven dat er op echte knoppen wordt gedrukt. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en op basis van de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.

Door de bouw en het feit dat het niet de functies van een mobiele telefoon bezit, is het uitgesloten van indeling onder post 85.17.

Hoewel het product uiterlijk een model van een specifieke mobiele telefoon is, (uitgerust met knoppen die het gevoel van een mobiele telefoon geven, bezit het geen andere eigenschap of kenmerk van het desbetreffende model. De enige bedoeling ervan is te laten zien hoe die specifieke mobiele telefoon er in het echt uitziet. Daarom is indeling onder post 90.23 uitgesloten.

Het product moet worden ingedeeld naar aard en samenstelling (kunststof). Verordening (EG) 8 juni 2007, nr. 652/2007, punt 1 (PbEU 2007, nr. L 153).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een set voor de versiering van nagels, zoals hierna omschreven, moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. De set bestaat uit:

- 48 kunstnagels;

- een kleine tube lijm;

- een nagelvijl;

- een manicurestokje en

- sierstickertjes voor de nagels.

De uit kunststof voorgevormde kunstnagels worden aangeboden in verschillende afmetingen.

De set is opgemaakt voor de verkoop in het klein.

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1, 3 b en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.

De artikelen, zoals aangeboden, vormen een set in de betekenis van algemene bepaling 3 b.

De set bestaat niet uit manicure producten van onderverdeling 3304 3000 omdat het kunstnagels bevat die op de vingernagels moeten worden gehecht en geen preparaten bevat voor de verzorging van de hand en natuurlijke nagels (zie de toelichting IDR, letter B, op post 33.04).

De set bestaat uit verschillende artikelen en moet worden ingedeeld onder onderverdeling 3926 9097 op grond van de kunstnagels die het wezenlijke karakter van de set verlenen. Verordening (EG) 28 november 2007, nr. 1417/2007, punt 1 (PbEU 2007, nr. L 316).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Voorgevormde kunstnagels van kunststof moeten onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld.

Zij zijn ontworpen om te worden aangebracht op de natuurlijke nagels met behulp van een bindende acryloplossing.

De kunstnagels worden aangeboden in verpakkingen van 50, van dezelfde grootte.

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.

De producten worden niet aangemerkt manicure producten te bevatten van onderverdeling 3304 3000, omdat het kunstnagels bevat die op de vingernagels moeten worden gehecht en geen preparaten bevat voor de verzorging van de hand en natuurlijke nagels (zie de toelichting IDR, letter B, op post 33.04).

Zij moeten daarom naar aard en samenstelling worden ingedeeld als overige artikelen van kunststof in onderverdeling 3926 9097. Verordening (EG) 28 november 2007, nr. 1417/2007, punt 2 (PbEU 2007, nr. L 316).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een bustehouder bestaande uit twee voorgevormde cups van zachte kunststof met celstructuur die op beide oppervlakken met breiwerk zijn bekleed, moet onder post 62.12 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 155/2008, in aant. 3 op post 62.12.

Een brilvormig artikel van soepele kunststof dat een gekleurde vloeistofoplossing bevat, moet onder post 38.24 worden ingedeeld. Zie Verordening (EG) nr. 323/2008, punt 1, in aant. 3 op post 38.24.

Een houder van kunststof vellen die een mengsel van water en olie bevat, bedoeld om te worden ingebracht in de cups van badpakken of bustehouders, moet onder onderverdeling 3926 2000 worden ingedeeld.

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1, 3 b en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, en de teksten van post 39.26 en onderverdeling 3926 2000.

Aangezien het artikel bedoeld is om te worden ingebracht in de cups van badpakken of bustehouders voor vrouwen, wordt het in de zin van post 39.26 beschouwd als kledingtoebehoren van onderverdeling 3926 2000. Verordening (EG) 8 april 2008, nr. 323/2008, punt 2 (PbEU 2008, nr. L 98).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een zogenaamde ‘kabelverzegeling’, zoals hierna omschreven (zie ook afbeelding 16), moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld.

Afb. 16.

Het betreft een artikel van kunststof met een doorsnede van ongeveer 1 cm en een lengte van ongeveer 0,8 cm.

Het artikel heeft een gat in het midden en is voorzien van ribben aan de buitenkant.

Het is ontworpen om met elektrische verbindingen in motorvoertuigen te worden gebruikt om deze elektrische verbindingen te beschermen tegen stof, vocht, olie en andere elementen die gewoonlijk in een auto worden aangetroffen.

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.

Het artikel wordt niet als een deel van een elektrisch apparaat aangemerkt in de zin van Aantekening 2 b IDR op afdeling XVI, omdat de aanwezigheid ervan niet noodzakelijk is voor het functioneren van het verbindingsstuk, maar het functioneren slechts verbetert. Indeling onder post 85.38 als een deel dat uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd is voor gebruik met een apparaat van post 85.36 is daarom uitgesloten.

Het product wordt niet aangemerkt als een isolerend werkstuk voor elektrische toestellen van post 85.47, omdat het niet specifiek voor het beschermen van elektrische verbindingen is ontworpen.

Het artikel moet daarom zoals andere artikelen van kunststof worden ingedeeld onder onderverdeling 3926 9097. Verordening (EG) 5 juni 2009, nr. 475/2009 (PbEU 2009, nr. L 144).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een O-afdichtingsring van fluorelastomeer (copolymeer van vinylideenfluoride en hexafluorpropyleen) moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld.

Het materiaal waaruit dit product bestaat (copolymeer van vinylideenfluoride en hexafluorpropyleen) heeft dezelfde rek- en hersteleigenschappen als elastomeren, maar kan niet met zwavel worden gevulkaniseerd. Om een dwarsbinding tot stand te brengen zijn basische verbindingen of bepaalde peroxiden nodig.

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, de Aantekeningen 1 en 4 IDR op hoofdstuk 39, Aantekening 4 a IDR op hoofdstuk 40, Aantekening 2 IDR op afdeling XVI, Aantekening 2 IDR op hoofdstuk 90 en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.

Dit product is een afdichtingsring van elastomeer voor algemeen gebruik. Het is daarom geen herkenbaar deel van een machine in de zin van Aantekening 2 IDR op afdeling XVI en Aantekening 2 IDR op hoofdstuk 90 en is als gevolg daarvan uitgesloten van indeling onder afdeling XVI.

Het materiaal waaruit dit product bestaat voldoet niet aan de definitie van synthetische rubber in Aantekening 4 a IDR op hoofdstuk 40, omdat het niet met zwavel kan worden gevulkaniseerd.

Poly(vinylideenfluoride) is een polymeer dat ingedeeld wordt onder hoofdstuk 39 (zie de toelichting IDR, algemene opmerkingen, lijst met afkortingen van polymeren, op hoofdstuk 39 en de toelichting IDR, laatste alinea, op post 39.04).

Copolymeer van vinylideenfluoride en hexafluorpropyleen in primaire vorm is een gefluoreerd copolymeer dat onder hoofdstuk 39 moet worden ingedeeld.

Het betrokken product is een product van kunststof dat onder hoofdstuk 39 wordt ingedeeld en dat in de gecombineerde nomenclatuur niet elders genoemd noch elders onder begrepen is en dat daarom onder onderverdeling 3926 9097 moet worden ingedeeld. Verordening (EG) 8 juli 2009, nr. 594/2009, punt 2 (PbEU 2009, nr. L 178).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een kunststof beeldje dat als dispenser wordt gebruikt, met een hoogte van 23 cm en met een bolvormig lichaam met armen en benen in de vorm van een voetbalspeler, dat op een voetstuk is bevestigd, moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld.

Het product is bestemd om met snoepjes te worden gevuld. Door één arm te bewegen, komen de snoepjes door een ronde opening in het lichaam naar buiten.

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, Aantekening 1 x IDR op hoofdstuk 95 en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.

De kunststof snoepjesdispenser heeft niet het karakter van speelgoed omdat het eenvoudigweg snoepjes afgeeft en geen echte speelwaarde op zich heeft.

Het product heeft niet het karakter van keukengerei of andere huishoudelijke artikelen van post 39.24.

Dit product, dat wordt gebruikt om snoepjes in te bewaren, heeft een utilitaire functie in de zin van Aantekening 1 x IDR op hoofdstuk 95 en moet daarom worden ingedeeld, naar het materiaal waarvan het is vervaardigd, onder onderverdeling 3926 9097. Verordening (EG) 22 juli 2009, nr. 674/2009 (PbEU 2009, nr. L 196).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een onderwaterbehuizing voor digitale camera's, hoofdzakelijk vervaardigd van kunststof in de zin van Aantekening 1 IDR op hoofdstuk 39 (zie ook afbeeldingen 18 en 19), moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld.

Afb. 18.Afb. 19. 

Het product bestaat uit twee doorzichtige helften die zijn voorzien van handbediende drukknoppen, besturings- of bedieningsknoppen van metaal en raampjes met krammen van kunststof. Het kan ook worden voorzien van een antireflex-schermbeveiliging, een drager en een extra handgreep.

De waterdichte behuizing heeft vooraan een holte waar de lens in past, bestaande uit een glazen raampje en een metalen ring met een inwendige schroefdraad voor hulplenzen. Achteraan is een zacht beklede ruimte voor de zoeker van de camera.

Het product is bestemd om een complete digitale camera te bevatten en maakt het mogelijk de camera te gebruiken in een vochtige of stofrijke omgeving.

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1, 3 b en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, Aantekening 1 IDR op hoofdstuk 39, en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.

Indeling onder post 42.02 als een foedraal voor camera's is uitgesloten. Foedralen voor camera's zijn onder post 42.02 begrepen.

De onderwaterbehuizing is echter niet alleen maar een houder voor digitale camera's maar een product met een eigen functie.

Gelet op de aanwezigheid van drukknoppen en besturings- of bedieningsknoppen mag het product niet worden beschouwd als een houder.

Indeling onder post 85.29 is uitgesloten omdat het artikel, hoewel het een cameratoebehoren is, niet als een deel van een digitale camera kan worden aangemerkt omdat het niet essentieel is voor de werking van een digitale camera.

Indeling onder de posten 90.06 of 90.07 overeenkomstig Aantekening 2 b IDR op hoofdstuk 90 is eveneens uitgesloten omdat onder deze posten traditionele foto- en filmcamera's zijn begrepen, geen digitale camera's.

Het product bestaat uit verschillende materialen en moet daarom worden ingedeeld naar het materiaal waaraan het product zijn wezenlijk karakter ontleent, bij toepassing van algemene bepaling 3 b.

Omdat het product zijn wezenlijk karakter ontleent aan de kunststof moet het worden ingedeeld onder post 39.26 als ander artikel van kunststof van onderverdeling 3926 9097. Verordening (EU) 3 augustus 2011, nr. 875/2011 (PbEU 2011, nr. L 227).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een product bestaande uit een kraag van kunststof die rond de nek past, met een schokdempende schuimlaag en haken-lussensluitingen (zogenoemde ‘halskraag’), moet onder post 90.21 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 1195/2011 in aant. 3 op post 90.21.

Een rechthoekige standaard die wordt gebruikt als steun voor een televisietoestel dat bijvoorbeeld op een tafel wordt geplaatst moet onder post 70.20 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) nr. 300/2012 in aant. 3 op post 70.20.

Een decoratieve tak bestaande uit kunstbloemen (poinsettia’s), kunstloofwerk en kunstvruchten, (naaldboomtwijgen en bessen) moet onder post 67.02 worden ingedeeld. Het artikel is gemaakt van gebrocheerde textielstof, kunststoffen en metaaldraad. Zie Verordening (EU) nr. 554/2012 in aant. 3 op post 67.02.

De helft van een behuizing van kunststof (ontworpen om te worden gebruikt als deel van de behuizing van het sluitmechanisme van de gesp van een veiligheidsgordel) (zie ook afbeelding 20) moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Het betreft een artikel met diverse gleuven en bevestigingselementen, zodanig gevormd en vervaardigd dat het op de andere helft kan worden geklemd, ter grootte van ongeveer 7,5 × 5 cm.

Afb. 20.

 

Het artikel is ontworpen om te worden gebruikt als deel van de behuizing van het sluitmechanisme van de gesp van een veiligheidsgordel die bijvoorbeeld in motorvoertuigen wordt gebruikt.

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.

Indeling onder post 87.08 is uitgesloten omdat die post uitsluitend veiligheidsgordels omvat van voertuigen bedoeld bij de posten 87.01 tot en met 87.05 en niet de delen daarvan.

Het artikel moet daarom, naar het materiaal waarvan het is vervaardigd, worden ingedeeld onder onderverdeling 3926 9097 als andere artikelen van kunststof. Verordening (EU) 7 juni 2013, nr. 535/2013 (PbEU 2013, nr. L 160).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Bepaalde met de hand te bedienen artikelen om het lichaam te masseren van stijve, voorgevormde kunststof bestaande uit drie of vier armen, moeten onder post 90.19 worden ingedeeld.

Gezien zijn specifieke vorm is het artikel bestemd om te worden gebruikt als een met de hand te bedienen toestel om het lichaam te masseren. Zie Verordening (EU) nr. 616/2013 in aant. 3 op post 90.19.

Een wiel met een diameter van ongeveer 20 cm en een breedte van ongeveer 5 cm, bestaande uit een velg van kunststof en een massieve band van kunststof (zie ook afbeelding 21), moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld.

 

Afb. 21.

De velg heeft een gat in het midden en een kogellager gemaakt van koolstofstaal.

Het wiel kan onder diverse artikelen worden gemonteerd, zoals invalidenwagens, loophulpen (rollators) en bedden voor klinisch gebruik.

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1, 3 b en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de bewoordingen van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.

Het voorgenomen voornaamste gebruik van het wiel is niet inherent aan zijn objectieve kenmerken, omdat het net zo geschikt is voor goederen van bijvoorbeeld post 87.13 (invalidenwagens), post 90.21 (loophulpen (rollators)) en post 94.02 (bedden voor klinisch gebruik). Indeling als een deel van een specifiek artikel is daarom uitgesloten.

Het wiel is een samengesteld goed bestaande uit verschillende materialen (kunststof en koolstofstaal). Het wiel ontleent zijn wezenlijke karakter aan de velg van kunststof omdat deze het meest bijdraagt aan de structuur van het wiel.

Het artikel moet daarom worden ingedeeld onder onderverdeling 3926 9097 als andere artikelen van kunststof. Verordening (EU) 25 juli 2013, nr. 722/2013 (PbEU 2013, nr. L 202).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een bepaald zwenkwiel moet onder post 73.26 worden ingedeeld. Het zwenkwiel bestaat uit:
- een rechthoekige plaat van roestvrij staal van ongeveer 14 cm × 10 cm met 4 schroefgaten;
- een vorkvormige behuizing van roestvrij staal met een zwenklager die 360° ronddraait;
- een band van rubber met een diameter van ongeveer 13 cm en een breedte van ongeveer 4 cm,
- een velg van kunststof met een lager.

Het zwenkwiel kan onder diverse producten worden gemonteerd, zoals trolleys, bedden voor klinisch gebruik en andere meubelen.

Het zwenkwiel is een samengesteld product bestaande uit verschillende materialen (roestvrij staal, rubber en kunststof). Het bestanddeel dat het zwenkwiel zijn wezenlijke karakter verleent, is de behuizing van roestvrij staal, omdat dit de basis vormt voor de structuur van het zwenkwiel. Zie Verordening (EU) nr. 728/2013 in aant. 3 op post 73.26.

Een rond product van silicone met een diameter van ongeveer 10 tot 15 mm en een dikte van ongeveer 3 mm (zie ook afbeelding 22), moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Het product heeft in het midden een kruisvormige inkeping. Het bevat geen mechanische componenten.

Afb. 22.

Het product wordt samen met een schroefdop met deksel gebruikt. Het wordt in de schroefdop geplaatst en het geheel wordt over een flessenhals geschroefd.

Het product voorkomt dat een halfvloeibare substantie, bijvoorbeeld mayonaise of ketchup, uit de fles loopt als de fles ondersteboven wordt gehouden. Als het deksel open is en de fles ondersteboven wordt gehouden, loopt de substantie via de kruisvormige inkeping gedoseerd uit de fles als met de hand op de fles wordt gedrukt.

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van de post 39.26, en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.

Aangezien het product uit zichzelf niet de functie van een stop kan vervullen, maar alleen wanneer het in de schroefdop is geplaatst, wordt het aangemerkt als een toebehoren van de dop. Daarom is indeling onder post 39.23 als stoppen, deksels, capsules en andere sluitingen uitgesloten.

Het product leidt de halfvloeibare substantie naar de schroefdop, maar controleert het openen en sluiten van de opening niet zelf, daarom reguleert het de stroom van een vloeistof niet door het openen en sluiten van een opening. Daarom is indeling onder post 84.81 als kranen en dergelijke artikelen uitgesloten.

Aangezien het materiaal uit kunststof is vervaardigd, moet het worden ingedeeld onder onderverdeling 3926 9097 als andere artikelen van kunststof. Verordening (EU) 10 juli 2014, nr. 758/2014 (PbEU 2014, nr. L 207).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een zogenoemde eeuwigdurende kalender moet onder post 49.10 worden ingedeeld. Gezien de objectieve kenmerken van het artikel, zoals de grootte en de prominente aanwezigheid van het element van de kalender in verhouding tot het decoratieve element, ontleent het artikel zijn wezenlijke karakter aan het element van de kalender in de zin van de algemene bepaling 3 b voor de topepassing van de gecombineerde nomenclatuur. Zie Verordening (EU) nr. 859/2014 in aant. 3 op post 49.10.

Een zogenoemde ‘polsbrace’, vervaardigd uit gebreid textiel met een dunne vulling van schuimrubber aan de handpalmzijde en omvattende één licht gebogen palmaire spalk van aluminium van ongeveer 2 cm breed, die manueel kan worden vervormd, en twee flexibele dorsale stabilisatoren van kunststof van ongeveer 1 cm breed, moet onder post 63.07 worden ingedeeld. Zie Verordening (EU) 2015/676 in aant. 3 op post 63.07.

Een artikel van kunststof in de vorm van een menselijke schedel (zie ook afbeelding 23) moet onder onderverdeling 3926 4000 worden ingedeeld.

Afb. 23.

Het artikel heeft de afmetingen van ongeveer 9 × 11 × 7 cm. In de oogkassen van de schedel zijn knipperende lichtgevende dioden (led's) ingebouwd die door een batterij worden gevoed en door middel van een schakelaar onderaan het artikel kunnen worden in- en uitgeschakeld.

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1, 3 b en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en onderverdeling 3926 4000.

Het artikel kan niet worden ingedeeld als een lamp onder post 94.05 omdat het niet hoofdzakelijk bestemd is om een kamer te verlichten en geen lamp voor bijzondere doeleinden is (zie ook de toelichtingen IDR, onder I, punten 1 en 3, op post 94.05).

Gezien zijn objectieve kenmerken is het artikel niet uitsluitend ontworpen als een feestartikel (zie ook de toelichtingen IDR op post 95.05). Het artikel kan het hele jaar door als decoratie worden gebruikt. Indeling onder post 95.05 als een feestartikel is daarom ook uitgesloten.

Het artikel is vervaardigd door samenvoeging van verschillende componenten in de zin van algemene bepaling 3 b. Het artikel bestaat uit een component in de vorm van een van kunststof vervaardigde menselijke schedel en door een batterij gevoede led's, die samen een geheel vormen (zie ook de toelichting IDR, onder IX, op algemene bepaling 3 b).

Gezien zijn objectieve kenmerken is het artikel hoofdzakelijk ontworpen voor gebruik als versiering. De verlichting is slechts een bijkomend effect dat het versieringseffect verhoogt. De component in de vorm van een van kunststof vervaardigde menselijke schedel is derhalve de component die het artikel zijn wezenlijke karakter verleent in de zin van algemene bepaling 3 b.

Het artikel moet daarom worden ingedeeld onder onderverdeling 3926 4000. Verordening (EU) 19 mei 2015, 2015/803 (PbEU 2015, nr. L 128).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een zogenoemde ‘tochtborstel’ of ‘deurtochtstrip’ (zie ook afbeelding 24) moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Het betreft een artikel bestaande uit een profiel van aluminium met afmetingen van ongeveer 100 × 3 cm en borstelharen van kunststof met een lengte van ongeveer 2 cm en een doorsnede van meer dan 1 mm die in het profiel zijn gevat. Het profiel is aan één zijde voorzien van een zelfklevende laag.

Afb. 24.

Het profiel wordt aan de onderzijde van een deur bevestigd door middel van de zelfklevende laag. De borstelharen vullen de opening tussen de onderzijde van de deur en de vloer, waardoor binnendringing van een luchtstroom, vuil enz. wordt voorkomen.

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1, 3 b en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.

Gezien de objectieve kenmerken van het artikel, is het bedoeld om de ruimte tussen de deur en de vloer te vullen, teneinde binnendringing van een luchtstroom, vuil enz. te voorkomen. Het is niet bedoeld om te worden gebruikt als borstel om mee schoon te maken. Indeling onder post 96.03 als borstels is daarom uitgesloten.

Het artikel is vervaardigd door een samenvoeging van verschillende goederen, namelijk het profiel van aluminium, de borstelharen van kunststof en de zelfklevende laag. De borstelharen verlenen het artikel zijn essentiële kenmerken met het oog op het gebruik van het artikel. Indeling onder post 76.16 als andere werken van aluminium is daarom eveneens uitgesloten.

Het artikel moet daarom onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld als andere artikelen van kunststof. Verordening (EU) 2 december 2015, 2015/2253 (PbEU 2015, nr. L 321).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een zogenoemde elektronische spaarpot, zijnde een cilindervormig, op batterijen werkend artikel van kunststof met een deksel, moet onder post 84.70 worden ingedeeld.

Het deksel bevat een klein lcd-scherm en een sleuf om munten (bijvoorbeeld euro) in te werpen. Wanneer handmatig een munt in de sleuf wordt gestoken, herkent het mechanisme in het deksel (het rekenmechanisme) de diameter van de munt en wordt de waarde ervan getoond.

Het artikel is een samengesteld goed bestaande uit een pot van kunststof en een rekenmechanisme. In vergelijking met gewone spaarpotten ontleent het artikel zijn wezenlijke karakter aan het rekenmechanisme. Indeling naar het materiaal waaruit het is vervaardigd (hoofdstuk 39), is daarom uitgesloten. Zie Verordening (EU) 2015/2316 in aant. 3 op post 84.70.

De artikelen aangeboden als een tuinierset zoals hierna omschreven, moeten ieder onder hun eigen post worden ingedeeld. Het betreft een in een verpakking van kunststof gepresenteerde tuinierset die uit de volgende artikelen bestaat:
a. een van textielweefsel vervaardigde tas, waarvan de buitenkant uit textiel bestaat, met een groot vak aan de binnenkant en vier kleinere vakken aan de buitenkant: onderverdeling 4202 2290;
b. een paar hoofdzakelijk van textielweefsel vervaardigde handschoenen die voorzien zijn van een dunne laag kunststof met celstructuur aan de handpalmzijde: onderverdeling 6216 0000;
c. een snoeischaar van onedel metaal: onderverdeling 8201 5000;
d. een plantschopje van onedel metaal: onderverdeling 8201 1000;
e. twaalf steeketiketten: onderverdeling 3926 9097;
f. een potlood met grafietstift: onderverdeling 9609 1010.

De artikelen van de set zijn afzonderlijk verpakt in een beschermende verpakking van kunststof.

De tas en de handschoenen zijn vervaardigd van stof met hetzelfde patroon (bomen, bloemen, huizen).

De artikelen kunnen niet worden aangemerkt als ‘goederen opgemaakt in stellen of assortimenten voor de verkoop in het klein’ in de zin van algemene bepaling 3 b, omdat zij niet samen zijn opgemaakt om in één specifieke behoefte te voorzien of om één specifieke activiteit uit te voeren.

De tas wordt niet gebruikt om te tuinieren, maar om de andere artikelen in te plaatsen. De tas kan ook voor andere activiteiten dan tuinieren worden gebruikt.

Het potlood is evenmin tuingereedschap en kan ook anderszins worden gebruikt.

Als een of meer artikelen van een ‘stel of assortiment’ niet in één specifieke behoefte voorzien of niet zijn ontworpen om dezelfde specifieke activiteit uit te voeren, moet elk artikel afzonderlijk worden ingedeeld (zie ook de ‘Richtsnoeren voor de indeling in de gecombineerde nomenclatuur van goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein’, deel B (II)(*)). Zie Verordening (EU) 2015/2351 in aant. 3 op post 42.02.

(*) Deze Richtsnoeren zijn opgenomen in aant. 11 op algemene bepaling 3 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur.

De artikelen aangeboden als een tuinierset zoals hierna omschreven, moeten ieder onder hun eigen post worden ingedeeld. Het betreft een in een verpakking van kunststof gepresenteerde tuinierset die uit de volgende artikelen bestaat:
a. een van textielweefsel vervaardigde tas, waarvan de buitenkant uit textiel bestaat, met een groot vak aan de binnenkant en vier kleinere vakken aan de buitenkant: onderverdeling 4202 2290;
b. een paar hoofdzakelijk van textielweefsel vervaardigde handschoenen die voorzien zijn van een dunne laag kunststof met celstructuur aan de handpalmzijde: onderverdeling 6216 0000;
c. een snoeischaar van onedel metaal: onderverdeling 8201 5000;
d. een plantschopje van onedel metaal: onderverdeling 8201 1000;
e. twaalf steeketiketten: onderverdeling 3926 9097;
f. een potlood met grafietstift: onderverdeling 9609 1010.
De artikelen van de set zijn afzonderlijk verpakt in een beschermende verpakking van kunststof.
De tas en de handschoenen zijn vervaardigd van stof met hetzelfde patroon (bomen, bloemen, huizen).
De artikelen kunnen niet worden aangemerkt als ‘goederen opgemaakt in stellen of assortimenten voor de verkoop in het klein’ in de zin van algemene bepaling 3 b, omdat zij niet samen zijn opgemaakt om in één specifieke behoefte te voorzien of om één specifieke activiteit uit te voeren.
De tas wordt niet gebruikt om te tuinieren, maar om de andere artikelen in te plaatsen. De tas kan ook voor andere activiteiten dan tuinieren worden gebruikt.
Het potlood is evenmin tuingereedschap en kan ook anderszins worden gebruikt.
Als een of meer artikelen van een ‘stel of assortiment’ niet in één specifieke behoefte voorzien of niet zijn ontworpen om dezelfde specifieke activiteit uit te voeren, moet elk artikel afzonderlijk worden ingedeeld (zie ook de ‘Richtsnoeren voor de indeling in de gecombineerde nomenclatuur van goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein’, deel B (II)(*)). Zie Verordening (EU) 2015/2351 in aant. 3 op post 42.02.
(*) Deze Richtsnoeren zijn opgenomen in aant. 11 op algemene bepaling 3 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, in Onderdeel III.

Een zogenoemde ‘led-glitterlamp’ (zie ook afbeelding 25) moet onder onderverdeling 3926 4000 worden ingedeeld.

Afb. 25.

Het betreft een artikel in de vorm van een puntige cilinder, voornamelijk vervaardigd uit kunststof met een hoogte van ongeveer 17 cm. Het artikel heeft een bredere voet, loopt bovenaan toe in een punt en heeft een middengedeelte van transparante kunststof. Het middengedeelte is binnenin versierd met een gestileerd figuur van een meisje en is gevuld met een transparante vloeistof waarin glittertjes rondzweven.
De voet bevat verscheidene op batterijen werkende lichtdioden (leds). Wanneer het artikel wordt geschud, geeft het middengedeelte een zachte gloed af in verschillende kleuren. Na het schudden licht het artikel slechts even, gedurende ongeveer een minuut, op.
De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van de post 39.26 en onderverdeling 3926 4000.
Het artikel kan niet worden ingedeeld als een verlichtingstoestel onder post 94.05 omdat het niet hoofdzakelijk bestemd is om bijvoorbeeld een kamer te verlichten en ook geen lamp voor bijzondere doeleinden is (zie ook de toelichting IDR, onder I, punten 1 en 3, op post 94.05).
Gezien zijn objectieve kenmerken is het artikel niet hoofdzakelijk bedoeld voor het amusement van personen (kinderen of volwassenen) (zie ook de toelichting IDR, letter D, op post 95.03). Indeling onder post 95.03 als speelgoed is derhalve ook uitgesloten.
Gezien zijn objectieve kenmerken is het artikel hoofdzakelijk ontworpen voor decoratieve doeleinden. De verlichting versterkt enkel het decoratieve effect.
Het artikel moet daarom onder onderverdeling 3926 4000 worden ingedeeld als andere versieringsvoorwerpen van kunststof. Verordening (EU) 24 februari 2016, 2016/283 (PbEU 2016, nr. L 53).

De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een bepaald tekenbord moet onder post 95.03 worden ingedeeld.
Het artikel heeft de kenmerken van speelgoed van post 95.03. Aangezien de omschrijving van post 95.03 de meest specifieke is, is indeling onder post 39.26 als andere artikelen van kunststof eveneens uitgesloten. Zie Verordening (EU) 2016/302 in aant. 3 op post 95.03.
Noot. Artikelen bedoeld bij hoofdstuk 95 zijn uitgesloten van indeling onder hoofdstuk 39 op grond van Aantekening 2 y IDR op dat hoofdstuk. Zie in dit verband eveneens de opmerking opgenomen in aant. 12 op algemene bepaling 3 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur.

Een samenstel, zoals hierna omschreven, moet onder post 49.11 worden ingedeeld. Het product bestaat uit de volgende onderdelen, verpakt als een assortiment:

- een rechthoekige plaat (ongeveer 14 bij 21 cm) gemaakt van een kunststoffolie bestaande uit twee lagen, aan de voorkant bedrukt met zwart-witte motieven. De plaat is aan de achterkant voorzien van een zelfklevende strook. Van deze plaat kunnen zes voorgesneden reliëfstickers worden losgemaakt (de bovenste kunststoffolie bevat het reliëf).

- drie viltstiften met poreuze punt in verschillende kleuren. De viltstiften zijn samen verpakt in een kleine kunststof verpakking.

De stickers zijn bedoeld om met de viltstiften te worden ingekleurd om vervolgens voor decoratieve doeleinden te worden gebruikt.

Het product wordt aangeboden als een assortiment opgemaakt voor de verkoop in het klein. Het ontleent zijn wezenlijke karakter aan de stickers.

Indeling onder post 39.26 is uitgesloten omdat de gedrukte illustraties een meer dan bijkomstig karakter hebben gelet op het primaire gebruik van de goederen (zie Aantekening 2 IDR op afdeling VII). Zie Verordening (EU) 2016/934 in aant. 3 op post 49.11.

 Een zogenaamde stelschroef voor meubelen en aanverwante artikelen moet onder post 73.18 worden ingedeeld. Het betreft een artikel bestaande uit een van schroefdraad voorziene schacht met metrische schroefdraad van verzinkt staal en een kunststof kop. De van schroefdraad voorziene schacht wordt vervaardigd door walsen en heeft een lengte van 23 mm en een diameter van 6 mm. De ronde kop heeft een diameter van 14,5 mm en heeft geen gleuf of inkeping voor gebruik met gereedschap.

Het artikel betreft een uit twee materialen samengesteld goed. De component die het artikel zijn wezenlijke karakter verleent, is de van schroefdraad voorziene schacht van verzinkt staal waarmee de hoogte van de voorwerpen kan worden aangepast door ze erin te schroeven. Zie Verordening (EU) 2016/1759 in aant. 3 op post 73.18.

Zogenoemde thumbgrips, zijnde antislip dopjes voor een controller voor een spelconsole (zie ook afbeelding 26 hierna) moeten onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld.

Afb. 26.

De artikelen hebben een diameter van ongeveer 20 mm en een hoogte van ongeveer 6 mm en zijn vervaardigd van elastische silicone (kunststof) met een antislipoppervlak. De artikelen zijn voorzien van een zelfklevend aluminium profiel dat in de vorm van de drager is gesneden. Deze thumbgrips worden gebruikt als dopjes op de joysticks van een controller voor spelconsoles.
De thumbgrips zijn bedoeld om de controller te beschermen tegen zweet en slijtage door intensief gebruik, en om te voorkomen dat de vingers van de controller glijden, door middel van het antislipoppervlak.
De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.
De thumbgrips verbeteren slechts de functie van de controller. Ze passen de controller derhalve niet aan voor speciale werkzaamheden, maken de controller niet geschikt voor bijkomende mogelijkheden en ze verrichten ook geen bijzondere werkzaamheden die verband houden met de hoofdfunctie van de controller of de spelconsole (zie zaak C-152/10, Unomedical, ECLI:EU: C:2011:402, punten 13, 29 en 38).
Indeling onder post 95.04 als toebehoren van consoles en machines voor videospellen is derhalve uitgesloten.
Het artikel moet daarom, naar het materiaal waarvan het is vervaardigd (kunststof), onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld als andere artikelen van kunststof. Verordening (EU) 27 januari 2017, 2017/182 (PbEU 2017, nr. L 29).
De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Drie artikelen die samen zijn verpakt voor de verkoop in het klein en bestaan uit een blocnote, een houder voor de blocnote en een dunne kogelpen van kunststof die in een lus van textiel is geplaatst, moeten onder post 48.20 worden ingedeeld.
Gelet op de objectieve kenmerken (grootte, ontwerp en waarde), vormt de kogelpen van kunststof geen essentieel onderdeel van het assortiment. Zie Verordening (EU) 2017/209 in aant. 3 op post 48.20.

Een lege cartridge voor een zogenoemde e-sigaret moet onder post 85.43 worden ingedeeld. Het betreft een artikel in de vorm van een lege cilindrische cartridge van doorzichtig kunststof die ongeveer 44 mm lang is en aan het onderste uiteinde is afgesloten met een verwijderbare kunststof stop als een beschermende kap. De bovenkant van de cartridge heeft de vorm van een mondstuk, met een klein gat waardoor de damp kan worden geïnhaleerd.

Zonder mondstuk steekt de gebruiker geen e-sigaret in zijn mond en als de verdamper niet via het mondstuk wordt geactiveerd, komt er geen damp vrij. Daarom is de cartridge met de specifiek gevormde bovenkant een wezenlijk onderdeel voor de werking van de e-sigaret en niet alleen een verpakking van kunststof. Indeling onder post 39.26 als een artikel van kunststof is daarom uitgesloten. Zie Verordening (EU) 2017/635 in aant. 3 op post 85.43.

Een zogenoemde stuurhoes (zie ook afbeelding 28 hierna) moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld.

Afb. 28.

Het artikel is vervaardigd van kunststof (polyvinylchloride (pvc)), in de vorm van een cirkel met een diameter van 38 cm.
Het artikel is ontworpen om over het stuurwiel van een motorvoertuig te trekken, om het stuurwiel er zo aantrekkelijker uit te laten zien, het te beschermen tegen zweet en slijtage door het gebruik ervan en om de handen tegen extreme kou of hitte te beschermen.
De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.
Indeling onder onderverdeling 8708.94 als delen van stuurwielen is uitgesloten omdat het artikel niet onmisbaar is voor de werking van het stuurwiel.
Indeling onder onderverdeling 8708.99 als andere delen en toebehoren van motorvoertuigen bedoeld bij de posten 87.01 tot en met 87.05 is eveneens uitgesloten omdat het artikel niet onmisbaar is voor de werking van het motorvoertuig, het motorvoertuig evenmin aanpast voor speciale werkzaamheden of geschikt maakt voor bijkomende mogelijkheden, en het ook geen bijzondere werkzaamheden verricht die verband houden met de hoofdfunctie van het motorvoertuig (zie HvJ C-152/10, Unomedical, ECLI:EU:C:2011:402, punten 29 en 36).
Het artikel moet daarom worden ingedeeld naar het materiaal waaruit het is vervaardigd (kunststof), onder onderverdeling 3926 9097 als andere artikelen van kunststof. Verordening (EU) 26 juni 2017, 2017/1168 (PbEU 2017, nr. L 170).
De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een zogenoemd rolstoelkussen (zie ook de afbeeldingen 29 en 30 hierna) moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld.

Afb. 29Afb. 30

Het betreft een opblaasbaar kussen van kunststof, met afmetingen van ongeveer 40 × 40 cm en bestaat uit twee rechthoekige, onderling verbonden kamers die gevuld zijn met lucht. Elke kamer bevat een met lucht gevulde zak van kunststof die bedekt is met een dunne laag silicone.

Het kussen is aan te passen aan de mate waarin de twee kamers zijn opgeblazen, waardoor de positie van de zak van kunststof in elke kamer verschuift wanneer de gebruiker op het kussen zit.
Het kussen heeft een verwijderbare antisliphoes van textielstoffen waaraan aan de onderzijde twee klittenbandsluitingen zijn vastgemaakt.
Het artikel is bedoeld om te voorkomen dat de gebruiker drukletsels ontwikkelt. Het ontlast de zitbotten en verbetert het comfort van de gebruiker.
De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1, 3 b en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.
Indeling van het artikel onder post 94.04 (artikelen voor bedden en dergelijke) is uitgesloten, omdat pneumatische kussens uitgezonderd zijn van deze post in de zin van Aantekening 1 a IDR op hoofdstuk 94; pneumatische kussens van kunststof moeten daarom worden ingedeeld onder post 39.26 (zie ook de toelichting IDR, laatste alinea, onder b, op post 94.04).
Indeling onder onderverdeling 8714 2000 als delen en toebehoren van invalidenwagens is eveneens uitgesloten, omdat het artikel niet identificeerbaar is als zijnde uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd voor invalidenwagens in de zin van Aantekening 3 IDR op afdeling XVII. Gezien de objectieve kenmerken ervan kan het artikel op tal van zitmeubelen en stoelen en ook op rolstoelen worden gebruikt. Het artikel is bijvoorbeeld niet ontworpen voor gebruik met een specifiek zitmeubel, omdat het geen specifieke middelen heeft waarmee het zou kunnen worden vastgemaakt, die erop wijzen dat het met een specifiek zitmeubel moet worden gebruikt. De antisliphoes en de klittenbandsluitingen kunnen aan veel verschillende soorten zitmeubelen worden vastgemaakt. Er is dus niets waaruit blijkt dat het artikel ontworpen is voor gebruik met een specifiek soort zitmeubel (zie ook de toelichting IDR, eerste alinea, onder i, op post 87.14).
Indeling onder onderverdeling 8714 2000 als delen en toebehoren van invalidenwagens is bovendien uitgesloten, omdat het artikel noch onmisbaar is voor de werking van de rolstoel, noch de rolstoel geschikt maakt voor een bijzondere werkzaamheid of er extra mogelijkheden aan geeft of geschikt maakt voor een bijzondere dienst in verband met de hoofdfunctie waardoor de persoon met een handicap kan bewegen (zie arrest van het Hof van 16 juni 2011, Unomedical, C-152/10, ECLI:EU:C:2011:402, punten 29, 30 en 36). Een rolstoel werkt zonder het kussen op dezelfde manier. Het kussen maakt de rolstoel voor de gebruiker louter comfortabeler en draaglijker.
Hoewel het artikel uit verschillende bestanddelen bestaat (het kussen van kunststof en de hoes van textielstoffen), moet het artikel worden ingedeeld alsof het uit het kussen van kunststof bestaat, omdat het kussen het artikel zijn wezenlijke karakter geeft in de zin van algemene bepaling 3 b voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur. Het bestanddeel van textiel is alleen bedoeld als hoes die het wezenlijke bestanddeel beschermt en op zijn plek houdt. Het artikel moet daarom, naar het materiaal waarvan het is vervaardigd, onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld als ‘andere artikelen van kunststof’. Verordening (EU) 12 april 2018, 2018/603 (PbEU 2018, nr. L 101).
De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een zogenoemde ‘veterorthese’, zoals hierna omschreven, moet onder post 63.07 worden ingedeeld. Het betreft een artikel vervaardigd uit verschillende stukken aan elkaar genaaide textielstof, met openingen voor de hiel en de tenen en afgezet met een zoom rond de openingen en de randen. De wreefpartij is afgedekt met een tong van textiel haakwerk. De andere delen van textiel bestaan uit verschillende lagen van elastisch textiel haakwerk.
Aan de textielstof is een plaat van elastische kunststof bevestigd, die aan de buitenzijde van het artikel slechts ten dele zichtbaar is. De kunststof plaat omsluit de zool en is voorzien van veterogen op de wreefpartij en rijghaken op de schacht om het artikel met veters van textiel te kunnen vastrijgen rond de voet en de kuit.
De kunststof plaat geeft het artikel een zekere mate van stabiliteit. Zij is niettemin flexibel en oefent, wanneer ze met de veters is aangespannen, druk uit op de voet en de kuit.
Dit artikel dient om te worden gedragen in een schoen en te worden gebruikt als een enkelbandage bij verstuikte en gekneusde enkels, gescheurde en beschadigde ligamenten, alsook het voorkomen van dergelijke kwetsuren, en bij instabiliteit van de ligamenten. Het kan een specifieke beweging van het gebrekkige lichaamsdeel evenwel niet volledig verhinderen.
Bij postoperatieve revalidatie maakt dit artikel het mogelijk dat het gebrekkige lichaamsdeel sneller opnieuw het volledige lichaamsgewicht kan dragen.
De gewenste drukuitoefening wordt zowel door de kunststof als door de textielstof gerealiseerd. Het artikel ontleent zijn wezenlijke karakter in de zin van algemene bepaling 3 b voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur derhalve in dezelfde mate aan beide materialen en voor de indeling moet van de gelijkelijk in aanmerking komende posten (posten 39.26 en 63.07) de post worden toegepast die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst. Zie Verordening (EU) 2018/787 in aant. 3 op post 63.07.

Een bepaald rechthoekig artikel, vervaardigd uit kunststof, dat ongeveer 18 × 5 × 2 mm meet, moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Het artikel is voorzien van een kunststof koord om het vast te maken aan een mobiele telefoon, en van een rubber lipje.

Het artikel is ontworpen om de USB-poorten van een specifiek model van mobiele telefoon af te dekken en te beschermen.
Het artikel beschermt de mobiele telefoon tegen water en stof.
De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1, 3 b en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.
Het artikel is geen deel van een mobiele telefoon in de zin van Aantekening 2 IDR op afdeling XVI omdat de mechanische of elektrische werking van de mobiele telefoon niet afhankelijk is van dit artikel (zie arresten van het Hof van Justitie van 15 mei 2014, Data I/O, C-297/13, ECLI:EU:C:2014:331, punt 35, en 20 november 2014, Rohm Semiconductor, C-666/13, ECLI:EU:C:2014:2388, punt 46).
Het artikel dient uitsluitend om de mobiele telefoon te beschermen. Indeling onder post 85.17 als een deel dat uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd is voor telefoontoestellen voor cellulaire netwerken, is daarom uitgesloten.
Het artikel moet worden ingedeeld naar het samenstellende materiaal waaraan het zijn wezenlijke karakter ontleent. Het artikel ontleent zijn wezenlijke karakter aan de kunststof, omdat de aanwezigheid ervan naar hoeveelheid gemeten overheersend is en deze stof een doorslaggevende rol speelt met betrekking tot het gebruik van het artikel.
Het artikel moet daarom onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld als andere artikelen van kunststof. Verordening (EU) 10 oktober 2018, 2018/1530 (PbEU 2018, nr. L 257).
De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een plat, soepel artikel, vervaardigd van noppenfolie, rond van vorm, met een diameter van ongeveer 305 cm (zie ook afbeelding 31 hierna), moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld.
 
Afb. 31

Het artikel wordt aangeboden als een afdekking voor een zwembad of speelbadje om het water op een optimale temperatuur te houden en het bad schoon te houden.
De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.
Indeling van het artikel onder post 95.06 als deel of toebehoren van een zwembad of een speelbadje is uitgesloten, omdat het artikel niet identificeerbaar is om uitsluitend of hoofdzakelijk te worden bestemd voor zwembaden of speelbadjes in de zin van Aantekening 3 IDR op hoofdstuk 95. Het artikel kan daarnaast evenmin worden beschouwd als deel of toebehoren van een zwembad of een speelbadje van post 95.06, omdat het niet onmisbaar is voor de werking van een zwembad of een speelbadje, het deze baden evenmin geschikt maakt voor een bijzondere werkzaamheid of er extra mogelijkheden aan geeft, of maakt dat zij geschikt zijn voor een bijzondere dienst in verband met de hoofdfunctie ervan, namelijk zwemmen of pootjebaden (zie het arrest van het Hof van Justitie van 16 juni 2011, Unomedical, C-152/10, ECLI:EU:C:2011:402, punten 29 en 36). Het zwembad of speelbadje kan niet worden gebruikt als het afgedekt is.
Indeling als ‘platen, vellen, foliën, stroken en strippen’ onder post 39.20 of 39.21 is uitgesloten op grond van Aantekening 10 IDR op hoofdstuk 39, omdat het artikel in een ronde vorm is versneden in plaats van niet versneden of vierkant of rechthoekig versneden.
Het artikel moet daarom, naar het materiaal waarvan het is vervaardigd, worden ingedeeld onder onderverdeling 3926 9092 als ‘andere artikelen van kunststof, vervaardigd van vellen’. Verordening (EU) 10 oktober 2018, 2018/1531 (PbEU 2018, nr. L 257).
De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een artikel dat de achterzijde en de zijkanten van een mobiele telefoon bedekt (zie ook afbeelding 33 hierna) moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld.

Afb. 33


Het betreft een rechthoekig artikel met afgeronde randen, vervaardigd uit voorgevormde kunststof (polycarbonaat), met afmetingen van ongeveer 7 × 14 × 0,8 cm.
De buitenkant van de achterzijde is bekleed met een lederlaag en de binnenkant, die in aanraking komt met de achterzijde van de mobiele telefoon, is synthetisch gevoerd (microvezels).
Het artikel is bedoeld om de achterzijde en de zijden van een mobiele telefoon te omvatten en te beschermen. De voorzijde van de mobiele telefoon wordt niet bedekt.
De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1, 3 b en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.
Overeenkomstig de objectieve kenmerken van het artikel is dit bedoeld om de achterzijde en de zijden van een mobiele telefoon te omvatten en te beschermen. De bescherming wordt geboden door de stof waaruit het omhulsel is vervaardigd (polycarbonaat).
De lederlaag op de buitenkant van de achterzijde van het artikel verbetert het uitzicht ervan maar draagt slechts in ondergeschikte mate bij aan het hoofddoel, namelijk bescherming bieden. Bijgevolg is het polycarbonaat dat het beschermende omhulsel vormt, de stof waaraan het artikel zijn wezenlijke karakter ontleent in de zin van algemene bepaling 3 b voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur.
Indeling van het artikel onder post 42.05 als andere werken van leder is derhalve uitgesloten.
Indeling van het artikel onder post 63.07 als andere geconfectioneerde artikelen is eveneens uitgesloten omdat de synthetische vezels uitsluitend in de voering zijn gebruikt.
Het artikel moet daarom onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld als andere artikelen van kunststof. Verordening (EU) 15 mei 2019, 2019/830 (PbEU 2019, nr. L 137).
De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een zogenoemde ‘box voor optische vezels zonder verbindingsstukken’ (zie ook afbeelding 34 hierna) moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. 

Afb. 34


 
Het artikel is cilindrisch van vorm, met een diameter van ongeveer 140 mm en een hoogte van 400 mm. Het artikel weegt ongeveer 2,5 kg. Het artikel is voornamelijk vervaardigd van kunststof, met dien verstande dat enkele kleine elementen (klemmen en schroeven) van metaal zijn vervaardigd.
De basis van het artikel is voorzien van vier toegangspunten voor kabels. Wanneer het artikel volledig is gemonteerd, wordt de basis van het artikel aan de cilindrische kunststof omhulling van het artikel vastgemaakt met een afneembare ronde sluiting.
Binnenin bevindt zich een van kunststof vervaardigd lasdienblad, bevestigd aan de basis van het artikel. Dit dienblad bevat specifieke groeven. Op het moment van de presentatie is het artikel niet voorzien van verbindingsstukken.
Het artikel is in zijn geheel bedoeld voor de bescherming van kabels.
De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.
Indeling onder onderverdeling 8536 7000 als ‘verbindingsstukken voor optische vezels, optischevezelbundels of optischevezelkabels’ of onder onderverdeling 8536 9010 als ‘aansluittoestellen en contactverbindingen voor draad en kabels’ (dat zijn namelijk elektrische toestellen voor het maken van verbindingen) is uitgesloten, aangezien het desbetreffende artikel slechts een box is. Het is niet uitgerust met verbindingsstukken voor optische vezels, optischevezelbundels of optischevezelkabels, en beschikt ook niet over ‘aansluittoestellen en contactverbindingen voor draad en kabels’.
Indeling onder post 85.38 als ‘delen waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor de toestellen bedoeld bij post 85.35, 85.36 of 85.37’ is ook uitgesloten omdat het artikel als gevolg van de afwezigheid van verbindingsstukken, contacten of voorzieningen daarvoor niet kan worden beschouwd als een toestel als bedoeld bij post 85.36, noch als een identificeerbaar onderdeel daarvan.
Het artikel moet daarom naar het materiaal waaruit het is vervaardigd (kunststof), onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld als ‘andere artikelen van kunststof’. Verordening (EU) 3 juni 2019, 2019/928 (PbEU 2019, nr. L 148).
De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een zogenoemde ‘connectorbehuizing’ (zie ook afbeelding 36 hierna) in de vorm van een rechthoekige holle doos van kunststof, met afmetingen van ongeveer 60 × 190 × 170 mm, moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld.

Afb. 36


Het artikel is ontworpen voor gebruik als behuizing voor elektronische besturingsmodules in verschillende soorten voertuigen of machines ten behoeve van de fysieke bescherming van elektronische contacten tegen vuil en vocht.
De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.
Indeling onder post 85.36 als ‘toestellen voor het inschakelen, uitschakelen, omschakelen, aansluiten of verdelen van of voor het beveiligen tegen elektrische stroom’ is uitgesloten, aangezien het betreffende artikel slechts een behuizing is en geen verbindingsstukken, contacten of voorzieningen daarvoor bevat (zie ook de toelichting IDR, deel III, letter C, op post 85.36).
Het artikel wordt niet aangemerkt als deel van een machine in de zin van Aantekening 2 b IDR op afdeling XVI, omdat de aanwezigheid ervan niet noodzakelijk is voor het functioneren van het verbindingsstuk, het contact of de voorzieningen daarvoor, maar het functioneren slechts verbetert. Indeling onder post 85.38 als deel waarvan kan worden onderkend dat het uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd is voor de toestellen bedoeld bij post 85.36, is daarom uitgesloten.
Het product wordt niet aangemerkt als isolerend werkstuk voor elektrische toestellen van post 85.47, aangezien het niet speciaal is gemaakt om voor isolatiedoeleinden te worden gebruikt, maar wel voor het beschermen van elektrische verbindingen (zie ook de toelichting IDR, letter A, op post 85.47).
Het artikel moet daarom naar het materiaal waaruit het is vervaardigd (kunststof) worden ingedeeld onder onderverdeling 3926 9097 als ‘andere artikelen van kunststof’. Verordening (EU) 9 september 2020, 2020/1291 (PbEU 2020, nr. L 302).
De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een rechthoekige tas bestaande uit een lichaam van gevormd siliconen-elastomeer (zie ook afbeeldingen 37 t/m 39 hierna) moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld.

Afb. 37Afb. 38Afb. 39

Het artikel is ongeveer 16,5 cm lang, 10 cm hoog en 2,5 cm breed. Het is voorzien van een lus van hetzelfde materiaal en e en sluitsysteem (ritssluiting).
Het artikel wordt in één stap vervaardigd, met geïntegreerde onderdelen (lus en ritssluiting), en heeft geen inwendige delen.
Het artikel is ontworpen om verschillende kleine voorwerpen in te dragen en deze te beschermen.
De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.
Indeling onder post 42.02 is uitgesloten omdat die post uitsluitend artikelen die in de tekst van de post zijn genoemd en soortgelijke bergingsmiddelen omvat (zie ook de toelichting IDR, eerste alinea, op post 42.02).
Gezien zijn objectieve kenmerken (met name de eenvoudige binnenkant en de geringe afmetingen) wordt het artikel niet aangemerkt als reiskoffer of valies, koffer voor toiletbenodigdheden, documentenkoffertje, aktetas, school- of boekentas of dergelijk bergingsmiddel van het eerste deel van post 42.02. Het artikel wordt niet als dergelijk bergingsmiddel van het eerste deel van post 42.02 aangemerkt, aangezien het niet speciaal is gevormd of aan de binnenkant is uitgerust voor het erin opbergen van bijzonder gereedschap, met of zonder toebehoren (zie ook de toelichting IDR, derde alinea, en negende alinea, onder f, op post 42.02). Het artikel valt derhalve niet onder de tekst van het eerste deel van post 42.02.
De artikelen bedoeld bij het tweede deel van post 42.02 mogen uitsluitend zijn vervaardigd van de stoffen die in de omschrijving zijn opgesomd of moeten geheel of voor het grootste deel met deze stoffen of met papier zijn bekleed (zie ook de toelichting IDR, vierde alinea, op post 42.02).
Aangezien het artikel bestaat uit gevormd siliconen-elastomeer, kan het niet worden aangemerkt als handtas met een buitenkant van kunststof in vellen. Het artikel valt derhalve niet onder de tekst van het tweede deel van post 42.02.
Het artikel is niet van de soort die gewoonlijk in de zak of handtas wordt meegedragen, zoals brillenkokers, portefeuilles, portemonnees, sleuteletuis, sigaretten- of sigarenkokers, pijpetuis en tabakszakken (zie ook de aanvullende toelichting IDR op de onderverdelingen 4202.31, 4202.32 en 4202.39).
Het artikel kan daarom niet onder de onderverdelingen 4202.31, 4202.32 en 4202.39 worden ingedeeld. Verordening (EU) 16 december 2020, 2020/2179 (PbEU 2020, nr. L 433).
De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een zogenoemde ‘zwemnoodle' (zie ook afbeeldingen 40 en 41 hierna), moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld.

Afb. 40Afb. 41

Het flexibele artikel is vervaardigd van kunststof met celstructuur (kunststofschuim) in de vorm van een holle buis met een lengte van ongeveer 1 m en een diameter van ongeveer 8 cm. Het artikel drijft op water en wordt aangeboden om te worden gebruikt als drijfhulpmiddel dat voldoet aan een Europese norm voor drijfhulpmiddelen voor zwemles (EN 13138-2:2014). Het artikel is ook schokdempend en thermisch isolerend.
De indeling is vastgesteld op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en de teksten van post 39.26 en de onderverdelingen 3926.90 en 3926 9097.
Indeling onder post 95.06 als artikelen en materieel voor lichaamsoefening, voor gymnastiek, voor atletiek, voor andere sporten of voor openluchtspelen is uitgesloten, omdat het artikel vanwege zijn eenvoudige, gangbare vorm niet kan worden geïdentificeerd als artikel dat is ontworpen voor lichaamsoefening of sporten bedoeld bij post 95.06, hoewel het artikel vanwege zijn drijfeigenschappen voldoet aan de norm voor drijfhulpmiddelen voor zwemles. Bovendien kan het artikel, vanwege zijn eenvoudige vorm en het gangbare materiaal, voor verschillende doeleinden worden gebruikt (bijvoorbeeld als schokdempende beschermende producten die rond palen worden aangebracht, thermische isolatieproducten die rond buizen worden aangebracht, producten voor het amusement van kinderen).
Indeling onder post 95.03 als ander speelgoed is eveneens uitgesloten, omdat het artikel op basis van het ontwerp niet duidelijk kan worden geïdentificeerd als artikel voor het amusement van kinderen of volwassenen.
Bijgevolg moet het artikel worden ingedeeld naar het materiaal waarvan het is vervaardigd (kunststof). Verordening (EU) 31 mei 2021, 2021/909 (PbEU 2021, nr. L 199).
De integrale tekst van de verordening is opgenomen in onderdeel VI.

Een ovaal artikel met een lengte van ongeveer 180 cm en een breedte van ongeveer 95 cm op het breedste punt moet onder post 63.06 worden ingedeeld. Het artikel bestaat uit losjes gehaakte textielstof die een netachtige structuur vormt die is bevestigd aan een opblaasbare buis van kunststof die de textielstof omvat. Aan één zijde van de buis is een opblaasbaar kussen van kunststof bevestigd. De buis en het kussen zijn volledig omhuld door textielweefsel van synthetisch filamentgaren. De buitenzijde van het artikel is volledig van textielstoffen, die een groter volume hebben dan de kunststof. Met name de netachtige structuur waarin de gebruiker ligt, is uitsluitend van textielstoffen. Wat betreft gewicht en waarde heeft de kunststof echter een groter aandeel dan de textielstoffen. Het artikel is ontworpen om op water te drijven, zoals een luchtmatras.
Indeling onder post 39.26 als andere artikelen van kunststof is uitgesloten omdat het artikel de objectieve kenmerken heeft van een artikel van textiel wanneer het wordt bekeken, aangeraakt of erop wordt gelegen, aangezien het materiaal aan de buitenzijde uitsluitend uit textiel bestaat. Hoewel de kunststof een belangrijke rol speelt bij het gebruik van het artikel als drijfmiddel, zijn de netachtige textielstoffen in het midden van essentieel belang om een persoon in staat te stellen op het middel te liggen en te drijven. Over het geheel genomen verlenen textielmaterialen (materiaal aan de buitenzijde, gehaakte netachtige textielstof) daarom het artikel zijn wezenlijke karakter in de zin van algemene bepaling 3 b voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur. Zie Verordening (EU) 2021/957 in aant. 3 op post 63.06.


 

4
Jurisprudentie

Een beschermhoes (zie de afbeelding) vervaardigd uit één enkel vel gekleurde en bedrukte kunststof dat is dubbelgevouwen waarna de randen van de twee helften met elkaar zijn verbonden zodat een hoes voor het onderste deel van het been wordt gevormd, moet onder onderverdeling 3926.20 worden ingedeeld. Dit artikel wordt over gewoon schoeisel gedragen, bijvoorbeeld op natte of modderachtige grond (IDR). Tarifering IDR 3926.20/1.

Een beschermhoes (zie de afbeelding) gemaakt van twee doorzichtige vellen kunststof van gelijke afmetingen, min of meer in de vorm van een voet gesneden en zodanig met elkaar verbonden dat aan de bovenkant een opening overblijft waardoor de hoes over de voet, inclusief schoeisel, kan worden aangetrokken, moet onder onderverdeling 3926.20 worden ingedeeld (IDR). Tarifering IDR 3926.20/2.

Een beschermhoes (zie de afbeelding) vervaardigd uit een enkel vel kunststof dat is dubbel gevouwen en waarvan de zijden met elkaar zijn verbonden, moet onder onderverdeling 3926.90 worden ingedeeld. De opening aan de bovenkant is voorzien van elastiek. Het vormt een soepele hoes die over schoeisel kan worden gedragen (IDR). Tarifering IDR 3926.90/5.


Netten van kunststof
die rechtstreeks door extrusie aan het stuk of in buisvorm zijn verkregen, moeten onder onderverdeling 3926.90 worden ingedeeld (IDR). Tarifering IDR 3926.90/1.


Kabelklemmen
(zie afbeelding 8) voor het ondersteunen of het vastleggen van geïsoleerde elektrische kabels en buizen, bestaande uit een beugel van kunststof en een metalen pin, moeten onder onderverdeling 3926.90 worden ingedeeld (IDR). Tarifering IDR 3926.90/2.

 

Afb. 8.


Driehoekige signaalplaten voor reflectors
, niet gemonteerd, moeten onder onderverdeling 3926.90 worden ingedeeld. Zij zijn vervaardigd uit rode kunststof waarin in reliëf, kleine piramides – dienende voor het verhogen van het reflecterend vermogen – zijn geperst (IDR).

Zie eveneens tarifering IDR 8716.90/1 op post 87.16 in aant. 4 op die post. Tarifering IDR 3926.90/3.

Bedieningsknoppen van kunststof die zonder onderscheid kunnen worden gebruikt voor radio- of televisietoestellen of toestellen voor het opnemen of weergeven van geluid, bedoeld bij afdeling XVI, dan wel voor meetinstrumenten, enz. bedoeld bij afdeling XVIII, moeten onder onderverdeling 3926.90 worden ingedeeld (IDR). Tarifering IDR 3926.90/4.

Drijfriemen bestaande uit een strook (samengesteld uit een laag of uit verscheidene opeengelijmde lagen) van kunststof die aan een of aan beide zijden is bekleed met chroomleder (dat enkel tot doel heeft het slippen van de drijfriemen op de riemschijf e.d. te voorkomen), moeten onder onderverdeling 3921.90 of 3926.90 worden ingedeeld (IDR). Tarifering IDR 3921.90/1 of 3926.90/1.

Diaraampjes, bestaande uit een raamwerk van kunststof, waartussen twee glasplaatjes zijn gevat en dienende voor het stofvrij bewaren en het projecteren van diapositieven, moeten onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld.

De raampjes ontlenen hun wezenlijke karakter aan de kunststof en zijn geen delen van projectietoestellen. TC 28 mei 1962, nr. 8729 T (UTC 1962/114). OT.

Van soepele kunststof vervaardigde permanentkappen, die ongeveer de vorm hebben van zeer grote ruime badmutsen en bestemd zijn om door kappers te worden gebezigd bij het aanbrengen van een ‘cold wave permanent’, moeten onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld.

Deze permanentkappen hebben slechts ten doel de werking van de permanentvloeistof door broeien te bevorderen en worden als zodanig slechts als hulpmiddel gebruikt bij het aanbrengen van permanent wave in het haar. De onderwerpelijke kappen kunnen, ongeacht het feit dat zij in grove trekken de vorm van badmutsen bezitten, niet op een lijn worden gesteld met de in post 65.05 bedoelde hoofddeksels. TC 10 november 1964, nr. 9767 T (UTC 1965/40). OT.

Schijnvuren, bestaande uit een grondplaat van onedel metaal, waarop een fitting met een oranje- rode kooldraadlamp is aangebracht, en een holle kap van kunststof, moeten onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld.

De kap, die aan de buitenzijde lijkt op opgestapelde, halfverbrande houtblokken, bepaalt het wezenlijke karakter van de schijnvuren. De aanwezigheid van een elektrische lamp is van onvoldoende belang om het geheel als een elektrisch toestel of als verlichtingstoestel aan te merken. TC 24 september 1968, nr. 10 664 T (UTC 1969/24). OT.

Zelfoprollende geperforeerde vellen van polyester, moeten onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Het betreft zelfoprollende geperforeerde vellen van polyester in verschillende afmetingen, die worden gebezigd als gordijnen bij het afdekken van open koel- en vriesvitrines waarin vlees, vis, groenten en dergelijke worden uitgestald, met het doel om, na winkelsluiting, de in de bedekte ruimte bestaande temperatuur binnen bepaalde grenzen te houden door de hogere buitentemperatuur buiten te sluiten. De onderhavige gordijnen vervullen geen enkele functie in de werking van de koelvitrine en worden slechts uit economische, arbeid- en stroombesparende overwegingen gebezigd. De gordijnen zijn naar hun aard geen delen van koelvitrines, doch moeten worden aangemerkt als toebehoren daarvan. TC 17 december 1973, nr. 11 146 T (UTC 1975/17). OT.


Uit geledingen bestaande scharnierende banden van kunststof
bestemd voor transportinrichtingen, moeten onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. De samenstellende geledingen van kunststof hebben aan de bovenzijde een glad plateau en zijn aan de onderzijde voorzien van verhogingen waarin de tanden van een tandwiel passen, het laatste dienende voor de aandrijving.

Aan de onderzijde van elk plateau bevindt zich een askoker, waardoor een stalen aspen wordt geschoven voor de verbinding van de geledingen. Door deze verbindingswijze kunnen de plateaus, casu quo platen, ten opzichte van elkaar scharnieren en kunnen banden van deze plateaus tot elke lengte worden samengesteld. Deze banden zijn bestemd voor transportinrichtingen voor het verplaatsen van goederen. TC 12 januari 1976, nr. 11 263 T (UTC 1976/14) en TC 12 januari 1976, nr. 11 269 T. OT.


Ponskaarten
van kunststof, die zijn bestemd om de daarin gecodeerde gegevens in te brengen in het in de – tegelijkertijd aangeboden – verfmengmachine ingebouwde besturingsorgaan ter verkrijging van een zodanige menging van verven dat de juiste kleur wordt verkregen, moeten onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. De onderhavige kunststof ponskaarten zijn geen delen van de verfmengmachines waarmee ze worden aangeboden. Zij zijn te vergelijken met verwisselbare hulpstukken voor gereedschapswerktuigen, die eveneens hun eigen indeling volgen en dienen als toebehoren van de machines te worden aangemerkt, hetgeen indeling naar eigen aard en samenstelling met zich meebrengt. TC 22 mei 1978, nr. 11 422 T (UTC 1978/46). OT.


Tennissnaren
vervaardigd uit een omwikkelde polyamidemonofil met een siliconen-‘coating’ moeten onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. De snaren hebben de volgende kenmerken:

- de diameter van de monofil (kern) bedraagt meer dan 1 mm;

- de kern is spiraalsgewijze omwikkeld en verlijmd met een laagje polyamidevezels met een dikte van 0,2 mm;

- het geheel is bekleed met een laagje kunststof.

De bewerkingen die in het productieproces hebben plaatsgevonden, zijn te vergaand geweest om het product aan te merken als een ‘monofil’. TC 29 juli 1989, nr. 12 368 T (UTC 1988/46). OT.


Urinedrainagezakken
, steriel verpakt, bestaande uit een urinezak van kunststof in vellen, voorzien van een volume-aanduiding, slangen en beenbanden om de zak aan het been te bevestigen moeten onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld (EG). Statement 322e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.

Urinedrainagezakken, steriel verpakt, bestaande uit een urinemeter van voorgevormde kunststof, een urinezak van kunststof in vellen voorzien van een volumeaanduiding en slangen moeten onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld (EG). Statement 322e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.

Bloedzakken, zoals hierna omschreven, moeten onder post 90.18 worden ingedeeld. Het betreft niet-steriele zakken van doorzichtige kunststof met een inhoud van ongeveer 1000 ml, bestemd voor eenmalig gebruik in een transfersysteem bij het bewerken, bewaren en toedienen van bloedcomponenten. Zie DK 9 november 2004, nr. 02/7122 DK, in aant. 4 op post 90.18.

Ringbanden, zoals hierna omschreven (zie afbeelding 9), moeten onder onderverdeling 3926.90 worden ingedeeld. Het betreft ringbanden (3×13 ×19 cm), vervaardigd uit vellen van kunststof en verstevigd met een binnenlaag van karton (behalve de rug), voorzien van een spiraal met drukknopsluiting en aan de binnenzijde van vakjes voor het opbergen van geld, kaarten en dergelijke, alsmede een lusvormige penhouder van kunststof (IDR). Tarifering IDR 3926.90/6.

Afb. 9. 

Een niet-zelfklevende tape, zoals hierna omschreven, moet onder onderverdeling 3926.90 worden ingedeeld. Het betreft niet-zelfklevende stroken (105 cm×27 mm×1,8 mm) van kunststof met celstructuur verbonden met een eenkleurig gebonden textielvlies van synthetische textielvezels dat aan één zijde de strook bedekt en waarbij het gebonden textielvlies slechts als drager dient.

Deze stroken zijn aan de uiteinden spits toelopend versneden en zijn bestemd voor het bekleden van de handvatten van tennisrackets, maar zijn eveneens bruikbaar ter verbetering van de greep op de handvatten van gereedschap, fietssturen, enz. (IDR). Tarifering IDR 3926.90/7.


Dierfiguren
(onder meer kikkers, egels en vogeltjes) en een appel met een kern van kunststof en een buitenkant van gelijmd gedroogd gras, moeten onder onderverdeling 3926 4000 worden ingedeeld. De artikelen zijn vervaardigd van niet-duurzaam materiaal en voorzien van een lusje waaraan zij kunnen worden opgehangen. De TC overwoog onder meer dat de naar objectieve maatstaven te bepalen verwijzingen naar het kerstfeest van doorslaggevende betekenis zijn voor de vraag of een goed als kerstartikel onder post 95.05 kan worden ingedeeld. Ten aanzien van de in het geding zijnde producten zijn deze verwijzingen onvoldoende. Zij overwoog eveneens dat de artikelen gedurende het gehele jaar te verkrijgen zijn en dat zij geen verwijzing naar kerstfeest bevatten. TC 24 augustus 1999, nr. 0078/97 TC (UTC 2000/5).


Membraanfilters van kunststof
moeten onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Zij worden (vierkant versneden of in ronde vorm) gebruikt in filterhouders van filters voor laboratoriumgebruik. Zij zijn slechts voor eenmalig gebruik geschikt. Zij zijn verkregen uit vellen kunststof die worden beschoten met elektronenbundels en daarna uitgespoeld in een speciale vloeistof, waardoor een regelmatige poriëngrootte en dichtheid wordt verkregen. Vervolgens worden zij op maat gesneden.

De TC overwoog onder meer dat de membranen niet kunnen worden aangemerkt als delen, doch dat zij veeleer als toebehoren moeten worden aangemerkt, die naar eigen aard en samenstelling moeten worden ingedeeld. Verder is de TC van mening dat het filtermateriaal een verdere behandeling heeft ondergaan dan hetgeen volgens Aantekening 10 IDR op hoofdstuk 39 is toegestaan. TC 8 mei 2001, nr. 0176/96 TC (UTC 2001/45).


Pipetten, stripetten en tips voor pipetten, van kunststof
, moeten onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. De pipetten hebben met het oog op hun gebruik een aangepaste vorm; ze zijn voorzien van een luchtfilter en een aflopende schaalverdeling. De tips zijn conisch toelopende afsluitdoppen voor pipetten. Zij zijn slechts voor eenmalig gebruik geschikt.

De TC overwoog onder meer dat de functie van de pipetten en stripetten zich wezenlijk onderscheidt van de eigenlijke pompfunctie. Derhalve is indeling met toepassing van Aantekening 2 IDR op afdeling XVI, zoals voorgestaan door belanghebbende, niet mogelijk. Zij moeten als toebehoren naar eigen aard en samenstelling worden ingedeeld. TC 8 mei 2001, nr. 0176/96 TC (UTC 2001/45).

Een flexibel versterkingsraster, zoals hierna omschreven (zie afbeelding 7), moet onder onderverdeling 3926.90 worden ingedeeld.

Afb. 7.

Het betreft een flexibel versterkingsraster, op rollen, vervaardigd uit polyester vezels (of garen) met een hoge sterktegraad, geweven en volledig bedekt met een beschermende laag poly(vinylchloride) die met het blote oog kan worden waargenomen, gebruikt ter versterking van grondwerken. Elk element van het raster heeft de vorm van een smal weefsel gemaakt van parallelle garens, met de inslagen in loodrechte hoeken op de ketting, met maasopeningen ter grootte van 35 × 40 mm. De polymeerbedekking fixeert (versterkt) de elementen van het raster en beschermt het garen tegen UV en mechanische beschadigingen.

Toepassing van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de nomenclatuur (IDR). Tarifering IDR 3926.90/8.

Een hoesje van doorzichtig kunststof (‘Sani-Shield’), zoals hierna omschreven, moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Het betreft een hoesje van ongeveer 220 mm lang en 55 mm breed, dat aan een zijde is dichtgelast en aan de andere zijde over de volledige breedte open is. De dichtgelaste zijde is zodanig bewerkt (geperforeerd) dat een pijpje dat samen met het hoesje wordt aangeboden, er doorheen kan worden geduwd.

In geding was of 250 hoesjes gezamenlijk verpakt met 1500 pijpjes (‘Sani-Tip’) in één verpakking en aldus aangeboden voor de verkoop in het klein, onder post 90.18 konden worden ingedeeld met toepassing van algemene bepaling 3 b van de gecombineerde nomenclatuur. De DK concludeerde dat de goederen tarieftechnisch moesten worden gesplitst en deelde de hoesjes in onder post 39.26 en de pijpjes onder post 90.18. DK 15 juni 2004, nr. 02/6335 DK (Douanerechtspraak 2004/87).

Een dialyse-uitrusting bestaande uit twee steriele zakken van kunststof, met elkaar verbonden door slangen en bevestigd in een overzak, moet onder post 39.26 worden ingedeeld. Op het moment van invoer bevindt zich geen vloeistof in een der zakken.

Het artikel wordt, naar aard en samenstelling, ingedeeld in post 39.26 (EG). Statement 333e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.

Een fotoalbum, zoals hierna omschreven, moet onder onderverdeling 3926.90 worden ingedeeld. Het betreft een fotoalbum (afmetingen: ongeveer 14 cm × 17,5 cm × 8 cm) (zie de afbeeldingen 10 en 11), met aan de achterzijde een omslag van karton dat met imitatie suède is overtrokken en, aan de voorzijde, een omslag die bestaat uit een fotolijst van hout, voorzien van een beschermende glasplaat, gelijmd op karton dat eveneens met imitatie suède is overtrokken. Een opening aan de voorzijde maakt het voor de gebruiker mogelijk een foto in de fotolijst te steken. Het album bevat 50 hoesjes van kunststof. Deze hoesjes zijn bevestigd aan de rug van het album met behulp van twee schroeven van kunststof, die ook de omslag aan de voorzijde vasthouden.

Afb. 10.Afb. 11.

 Toepassing van algemene bepaling 3 b voor de toepassing van de nomenclatuur (IDR). Tarifering IDR 3926.90/9.

Een fotoalbum, zoals hierna omschreven, moet onder onderverdeling 3926.90 worden ingedeeld. Het betreft een (afmetingen: ongeveer 16 cm × 18,5 cm × 6,5 cm) (zie de afbeeldingen 12 en 13), met aan de achterzijde een omslag van karton dat met imitatie suède is overtrokken en, aan de voorzijde, een omslag die bestaat uit een fotolijst van metaal, voorzien van een beschermende glasplaat, gelijmd op karton dat eveneens met imitatie suède is overtrokken. Een opening aan de voorzijde maakt het voor de gebruiker mogelijk een foto in de fotolijst te steken. Het album bevat 50 hoesjes van kunststof. Deze hoesjes zijn bevestigd aan de rug van het album met behulp van twee schroeven van kunststof, die ook de omslag aan de voorzijde vasthouden.

Toepassing van algemene bepaling 3 b voor de toepassing van de nomenclatuur (IDR). Tarifering IDR 3926.90/10.

Afb. 12.Afb. 13.

 

Een partytent met een weefsel van kunststof en met een opvouwbaar harmonicaframe moet onder post 66.01 worden ingedeeld. Zie TC 12 mei 1997, nr. 0259/95, in aant. 4 op die post.

Een partytent met een overkapping van polyester weefsel van 3 m × 3 m, zonder zijwanden, die wordt gespannen over een uit een buizenframe bestaand 'geraamte' op vier poten, moet onder post 66.01 worden ingedeeld. Zie DK 12 oktober 2004, nr. 02/4264 DK, in aant. 4 op post 66.01.

Noot. Gelet op Verordening (EU) 2019/1391 kan de uitspraak niet langer kan worden gevolgd, indeling onder onderverdeling 6306 2200 kan worden overwogen.

Een windsurfzeil van doorzichtige kunststof en textiel moet onder post 95.06 worden ingedeeld. Zie DK 4 juli 2006, nr. 04/348 DK, in aant. 4 op post 95.06.

Motorhoezen van gebonden textielvlies van synthetische textielvezels van polyester voorzien van een deklaag van kunststof van poly(vinylchloride), zonder celstructuur, die met het blote oog kan worden waargenomen, moeten onder post 63.07 worden ingedeeld. Het gebonden textielvlies is niet in de kunststof ingebed. Zie DK 13 juni 2006, nr. 04/0455 DK, in aant. 4 op post 63.07.

Setjes kunstnagels met toebehoren, onder andere lijm en/of vijl, moeten onder post 33.04 worden ingedeeld. Zie DKH 26 januari 2007, nr. AWB 06/191 DKH, in aant. 4 op post 33.04.
Noot: Naar het voorkomt kan bovenstaande uitspraak niet langer worden gevolgd gelet op Verordening (EG) nr. 1417/2007, punt 1, en HvJ 28 juli 2011, nr. C-215/10, beide opgenomen op post 39.26.

Polydimethylsiloxaan dat bestaat uit steriele vlokjes en speciaal is ontwikkeld en uitsluitend is bestemd om ter behandeling van een aandoening in het lichaam te worden ingeplant, moet onder post 90.21 worden ingedeeld. Zie HvJ nr. C-514/04 in aant. 4 op post 90.21.

Decoratieartikelen in de vorm van een hoofdje als ijsfiguur moeten onder post 95.05 worden ingedeeld. Zie HR 10 april 2009, nr. 44030 en aant. 4 op post 95.05.

Een steriele urinedrainagezak, met volumeaanduiding (zie afbeelding 14), vervaardigd van kunststof, voor het opvangen, het meten en het rechtstreeks nemen van monsters van de urineafscheiding via een katheter, moet onder onderverdeling 3926.90 worden ingedeeld.

Afb. 14. 

De zak is aan de ene zijde ondoorzichtig wit en aan de andere zijde transparant en voorzien van een opgedrukte graadverdeling voor volume. De zak is voorzien van een draineerbuis, een katheteraansluiting, een urine-afname punt met ventiel en aftapkraan voor het nemen van urinemonsters en een haak voor het bevestigen aan een bed of aan een verplaatsbare houder.

Toepassing van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de nomenclatuur (IDR). Tarifering IDR 3926.90/11.

Een steriele urinemeter, met volumeaanduiding (zie afbeelding 15), vervaardigd van kunststof, voor het opvangen, het meten en het rechtstreeks nemen van monsters van de urineafscheiding via een katheter, moet onder onderverdeling 3926.90 worden ingedeeld.

Afb. 15.

Hij bestaat uit een steriele zak en een verzamelbak van stijve kunststof. De zak is aan de ene zijde ondoorzichtig wit en aan de andere zijde transparant en voorzien van een opgedrukte graadverdeling voor volume. De doorzichtige verzamelbak van stijve kunststof heeft een eigen opgedrukte graadverdeling. Het artikel is voorzien van een op de verzamelbak van stijve kunststof aangesloten draineerbuis, een katheteraansluiting, een urine-afname punt met ventiel en aftapkraan voor het nemen van urinemonsters en een haak voor het bevestigen aan een bed of aan een verplaatsbare houder.

Toepassing van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de nomenclatuur (IDR). Tarifering IDR 3926.90/12.

Bepaalde afdeklakens werden door de DK onder post 39.26 ingedeeld (DK 4 september 2007, nr. 05/18 DK (IUN 2007/547)). In uitspraak op beroep in cassatie heeft de HR deze producten onder post 90.18 ingedeeld. Zie HR 9 oktober 2009, nr. 07/12605, in aant. 4 op post 90.18.

Luchtledige buisjes voor het afnemen en vervoeren van bloed, die chemische additieven bevatten, moeten onder post 90.18 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 9018.39/1 in aant. 4 op post 90.18.

Luchtledige buisjes voor het afnemen en vervoeren van bloed, die geen chemische additieven bevatten, moeten onder post 90.18 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 9018.39/2 in aant. 4 op post 90.18.

Opblaasbare buizen van kunststof in vellen met verschillende lengten, bijvoorbeeld ongeveer 60 cm, voorzien van een rietje om de buizen op te blazen (zie ook afbeelding 17), moeten onder post 39.26 worden ingedeeld.

Afb. 17.


De buizen mogen zijn bedrukt (bijvoorbeeld, de naam van een club, logo’s, slogans (bijvoorbeeld ‘zet ’m op’, ‘Goal!’), reclames, enzovoort).
De buizen worden meestal gebruikt bij sportevenementen. De toeschouwers gebruiken ze om te zwaaien of voor het maken van lawaai door ze tegen elkaar aan te slaan.
Indeling onder post 95.05 als ontspanningsartikel is uitgesloten omdat het maken van lawaai tijdens sportevenementen en dergelijke niet kan worden aangemerkt als een ontspanning als bedoeld bij die post. Zie de toelichting IDR op post 95.05.
Daarom moet het artikel worden ingedeeld naar eigen aard en samenstelling onder post 39.26 als een ander artikel van kunststof (EG). Statement 467e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.

Twee aanwijspennen van kunststof die samen met ander toebehoren bij een videospeleenheid in een enkele verpakking worden aangeboden, moeten onder post 39.26 worden ingedeeld. Zie statement 17e vergadering op post 42.02 in aant. 4 op die post.

Rijhandschoenen, zoals hierna omschreven, moeten onder onderverdeling 3926 2000 worden ingedeeld. Het betreft handschoenen ontworpen voor de ruitersport vervaardigd uit een materiaal bestaande uit stof en een kunststoflaag. Voor de vervaardiging ervan wordt de dragerlaag van textiel aan een kant geruwd en wordt de geruwde kant vervolgens volledig bedekt met een laag polyurethaanschuim. De op de huid van de drager van de handschoen gerichte kant van de stof wordt niet geruwd.

Het Hof oordeelde dat de rijhandschoenen uit verschillende materialen bestaan en er geen specifieke tariefpost bestaat waaronder zij kunnen worden ingedeeld. Deze handschoenen kunnen derhalve enkel worden ingedeeld met toepassing van algemeen bepaling 3 b voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur.

De handschoenen zijn ontworpen om de ruitersport te beoefenen. Deze handschoenen dienen er voornamelijk toe om op soepele wijze en met goede grip de teugels vast te houden en het paard te mennen. Het bestanddeel waardoor deze handschoenen die functie kunnen vervullen en dat speciaal daartoe is ontworpen, is juist het polyurethaanschuim dat de volledige buitenkant van deze handschoenen bedekt en dat in contact met de teugels is. Het textielweefsel aan de binnenkant van de handschoen wijzigt de eigenschappen van dit polyurethaan niet fundamenteel, maar zorgt enkel voor een grotere doeltreffendheid ervan, door de grip en het comfort voor de gebruiker te verhogen. De rijhandschoenen ontlenen hun wezenlijke karakter niet aan het textielweefsel, maar aan de polyurethaanlaag. HvJ 29 april 2010, nr. C-123/09 (PbEU 2010, nr. C 161).

Bergingsmiddelen in de vorm van een tube, met dop, moeten onder post 39.23 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 3923.90/1 op post 39.23 in aant. 4 op die post.

Een van een schaalverdeling voorziene pipet, vervaardigd uit twee verschillende componenten, samengevoegd voor het in afgepaste hoeveelheden toedienen van producten zoals vloeibare medicijnen, moet onder post 40.14 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 4014.90/1 op post 40.14 in aant. 4 op die post.

Urineopvangzakken voor catheters, zijnde zakken voor bedlegerige patiënten moeten onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Het betreft urineopvangzakken vervaardigd uit kunststoffolie en gespuitgiete kunststofcomponenten. De zakken zijn ontworpen om met een standaardballoncatheter te worden gebruikt, maar worden zonder catheter geïmporteerd en verkocht. Zij dienen voor het opvangen van urine, verzekeren tegelijk een steriel milieu rond de catheter en zijn zodanig ontworpen dat observatie, meting en urinemonsterafname mogelijk is. De zakken worden geregeld geleegd en in beginsel ten minste eenmaal per week vernieuwd.

Ook opvangzakken voor dialysemachines zijnde zakken voor hemodialyse moeten onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Het zijn zakken die speciaal zijn ontworpen om te passen op een dialysemachine die tot doel heeft het bloed van de patiënt te zuiveren en te scheiden van overbodig lichaamsvocht wanneer de eigen nieren van de patiënt zulks niet meer kunnen. Deze kunststofzakken met 2 liter inhoud vangen het door de dialysemachine gefilterde overbodige vocht op. Deze zakken hangen tijdens het gebruik aan een haak onderaan de dialysemachine en worden via een slangetje aan het uiteinde waarvan een aansluitstuk komt, aangesloten op het apparaat zelf.

Het Hof kwam tot de conclusie dat geen van de producten kan worden gekwalificeerd als ‘deel of toebehoren’ van een catheter respectievelijk een dialysemachine (kunstnier) van post 90.18. Noch de urineopvangzak voor catheters noch de opvangzak voor dialysemachines zijn onmisbaar voor de werking van deze instrumenten of apparaten. De werking van een catheter lijkt namelijk niet af te hangen van de aanwezigheid van een unineopvangzak net als die van een dialysemachine niet afhangt van de aanwezigheid van een opvangzak voor dialyse aangezien het bloedzuiveringsproces is voltooid wanneer de zak gebruikt wordt die alleen dient om afvalvocht op te vangen. Ze dienen te worden ingedeeld onder post 39.26 als ‘artikelen van kunststof’. HvJ 16 juni 2011, nr. C-152/10 (PbEU 2011, nr. C 232).

Een kunstnagelset moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Verordening (EG) nr. 1417/2007 van de Commissie van 28 november 2007 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur (opgenomen in aant. 3 hiervoor), is geldig voor zover daarin kunstnagels, en daarmee ook kunstnagelsets, als omschreven in de bijlage daarbij, worden ingedeeld onder postonderverdeling 3926 9097 van de gecombineerde nomenclatuur. HvJ 28 juli 2011, nr. C-215/10 (PbEU 2011, nr. C 298).

Gelet op de overwegingen van de Hoge Raad in zijn uitspraak van 10 april 2009, nr. 44030 (opgenomen in aant. 4 op post 95.05), komt de DKH tot de volgende conclusies:

1. niet alleen goederen die gelet op hun objectieve kenmerken en eigenschappen rechtstreeks een specifiek verband houden met het kerstfeest kunnen als kerstfeestartikel worden aangemerkt, ook een meer verwijderd verband met het kerstfeest sluit de goederen niet van indeling als kerstfeestartikel in de zin van onderverdeling 9505.10 uit;

2. onder als kerstfeestartikelen te rangschikken kerstboomversieringen kunnen naast dierfiguren en nabootsingen van andere voorwerpen ook artikelen worden begrepen die winterfiguren (sneeuwmannen en dergelijke) uitbeelden en voorts, gelet op hun afmetingen en de omstandigheid dat zij daartoe een voorziening hebben, geschikt zijn om zonder meer ter versiering bevestigd te worden in een kerstboom.

De DKH deelt aan de hand van deze criteria de navolgende producten in.

1. Kunststof met lusje en slingers

a. een box met drie hangers van acryl met grote kralen, ieder 19 cm lang: post 39.26;

b. drie (niet-werkende) koekoeksklokken als hanger: post 95.05;

c. duo glitterster met veer en hanger: Post 39.26.

2. Engelenfiguren en elfjes

a. drie in een verschillende stand zittende beertjes met truitje en een paar vleugels: post 39.26;

b. drie in verschillende standen zittende engeltjes: post 39.26;

c. twee figuren met vleugels spelend op een dwarsfluit, staand en geknield bij een glazen bol, met daarin een bloem: post 39.26.

3. Kunststof overig

a. een ijsblokman van acryl met verlichting, zonder hanger: post 39.26;

b. een ijsblokman van acryl op een plateau met twee bomen, zonder hanger: post 39.26;

c. drie bollen met water en kunstsneeuw gevuld: post 95.05;

d. vier polyester carolsingers, man, vrouw, meisje en jongen op een voet onder een lantaarn: post 95.05.

4. Een huisje van polyester in de sneeuw op een plateau: post 95.05.

Zie DKH 21 maart 2012, nr. 09/1947, in aant. 4 op post 95.05.

In hoger beroep (ingesteld door zowel belanghebbende als de inspecteur) komt de DK tot de volgende indelingen met betrekking tot de vorengenoemde artikelen:
artikel 1 a: post 95.05 (indeling met toepassing van algemene bepaling 3 a voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur)
artikel 1 c: post 95.05 (indeling met toepassing van algemene bepaling 3 a voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur)
artikel 2 a: post 95.05 (indeling met toepassing van algemene bepaling 3 a voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur)
artikel 3 a: post 95.05
artikel 3 b: post 95.05.

Zie DK 16 januari 2014, nr. 12/00317 en 12/00353 in aant. 4 op post 95.05.

Nylon stelringen die worden gebruikt als deel van industrie- of garagedeuren (overheaddeuren) zijn delen voor algemeen gebruik. Gelet op de objectieve kenmerken en eigenschappen moeten de stelringen worden aangemerkt als andere artikelen van kunststof als bedoeld onder post 39.26 onderverdeling 3926 9097. Zie DKH 30 augustus 2012, nr. 11/3101 en 11/3102 in aant. 4 op post 84.79.

Noot. Zie ook de uitspraak in hoger beroep DK 15 mei 2014, nrs. 12/00773 en 12/00774, in aant. 4 op post 76.10.

Bepaalde drinkflessen van kunststof, ontworpen om in een flessenhouder op rijwielen te worden geplaatst, moeten onder post 39.24 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 3924.90/2 op post 39.24 in aant. 4 op die post.

Bepaalde drinkflessen van kunststof, bestaande uit twee eenheden, moeten onder post 39.24 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 3924.90/3 op post 39.24 in aant. 4 op die post.

Een recipiënt van kunststof, met een driehoekige prismavorm moet onder post 39.24 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 3924.90/4 op post 39.24 in aant. 4 op die post.

Canisters met een daaraan onlosmakelijk verbonden een vacuüm slang, die dienen als deel van een wondgenezingssysteem, moeten onder post 90.18 worden ingedeeld. Zie DKH 14 april 2015, nr. AWB 13/4700, in aant. 4 op post 90.18.

Een stankafsluiter van kunststof (sifon) moet onder meer met toepassing van algemene bepaling 3 c, onder post 39.22 worden ingedeeld. Het product komt overeen met de formulering van deze post, rekening houdend met zijn specifieke kenmerken en functies van sanitair van kunststof. Conclusie 173e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.

Kunstnagels voor vingers, van kunststof, ook bekend als ‘valse nagels’ (zie ook afbeelding 27), moeten onder onderverdeling 3926.90 worden ingedeeld.

Afb. 27

De kunstnagels hebben verschillende of dezelfde afmetingen, zijn opgemaakt in stellen of assortimenten en ontworpen om direct te worden toegepast op de natuurlijke nagel door middel van een kleefstof, waarna zij worden bijgeknipt en in de juiste vorm worden gebracht. De kunstnagels kunnen een natuurlijk voorkomen hebben of zijn versierd en blijven ongeveer 7 tot 10 dagen zitten, voordat ze worden verwijderd.
Toepassing van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de nomenclatuur (IDR). Tarifering IDR 3926.90/13 (PbEU 2017, nr. C 128).

Figuurtjes gemaakt van kunststof moeten onder post 39.26 worden ingedeeld. De figuurtjes hebben afmetingen variërend van 20 tot 36 cm en bootsen karakters van videospellen na. De producten zijn door hun ontwerp, grootte en aard van een overwegend decoratieve/sierwaarde. Hun decoratieve waarde is hoger dan hun recreatie/vermaak (van kinderen en volwassenen) functie bedoeld bij post 95.03. Zij moeten derhalve met toepassing van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur naar hun aard en samenstelling (kunststof) worden ingedeeld onder post 39.26 (EG). Conclusie 178e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.

Een zogenoemde vogelvoeder of zaadvoeder moet onder post 39.26 worden ingedeeld. Het product heeft een gepolijst stalen deksel en stalen voet. Het zaad wordt op zijn plaats gehouden door een plastic koker. In het algemeen moeten vogelvoeders van geval tot geval worden ingedeeld naar hun aard en samenstelling van het overheersende materiaal. De vogelvoeder in deze zaak moet met toepassing de algemene bepalingen 1, 3 b en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur worden ingedeeld naar de aard en samenstelling, in dit geval onder onderverdeling 3926 9097. Andere ‘vogelvoeders’ moeten van geval tot geval worden ingedeeld (EG). Conclusie 178e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.

Zogenoemde handgrepen voor fietsen, in de vorm van holle buizen van verschillende materialen die aan een zijde zijn gesloten, moeten onder post 87.14 worden ingedeeld. De handgrepen zijn vaak gemaakt van kunststof, rubber of textiel, soms met een binnenlaag van een schuimmateriaal. Normaal gesproken worden de producten per twee stuks verkocht.
Dergelijke handgrepen die als zodanig kunnen worden onderkend dat zij bij bepaalde goederen worden gebruikt, moeten overeenkomstig de bepalingen voor de indeling van delen voor die goederen worden ingedeeld. Multifunctionele handgrepen worden echter naar de aard en samenstelling ingedeeld. Zie conclusie 180e vergadering Comité douanewetboek op post 87.14 in aant. 4 op die post.
Noot: zie tevens tarifering IDR 3926.90/7.

Voer- en drinkbakken van kunststof voor pluimvee en knaagdieren werden door de DKH onder post 39.26 ingedeeld. De DKH was van mening dat de producten zijn vervaardigd van kunststof en geen bewegende delen bevatten. Er is geen sprake van een mechanische werking, nu de producten zo zijn vervaardigd dat de zwaartekracht het water en het voer op het gewenste niveau houdt. De DKH is van oordeel dat de producten gelet op hun objectieve eigenschappen en kenmerken onder post 39.26 moeten worden ingedeeld, als andere artikelen van kunststof en niet als andere machines en toestellen voor de pluimveeteelt van post 84.36. DKH 21 augustus 2017, nr. 15/2176 (Douanerechtspraak 2017/71).

Muurpluggen van kunststof moeten onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. In de logica van de nomenclatuur zijn artikelen van post 83.02 (bevestigingsmiddelen van metaal) vergelijkbaar met de producten van post 39.25. Aangezien het product in kwestie in metaalvorm niet onder post 83.02 valt, kan het, wanneer het van kunststof is, niet onder post 39.25 worden ingedeeld. Dientengevolge moeten de onderhavige (muur) pluggen van kunststof onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld (EG). Conclusie 185e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.

Een kunststof omhulsel van een achteruitkijkspiegel voor auto’s moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld naar de aard en samenstelling dat het product zijn wezenlijke karakter verleent (kunststof).
Het product bestaat uit twee stukken kunststof ontworpen om te worden bevestigd door middel van clips aan de behuizing van een spiegel. Het artikel vertoont niet de essentiële kenmerken van het complete of het afgewerkte goed in de zin van algemene bepaling 2 a voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, noch kan de meest specifieke post voor de achteruitkijkspiegel (post 70.09 of post 83.06 afhankelijk van het materiaal van de spiegel) in de zin van algemene bepaling 3 a voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur worden vastgesteld.
De complete autospiegel zou moeten worden ingedeeld onder onderverdeling 7009.10 (glazen achteruitkijkspiegel voor voertuigen) of onder onderverdeling 8306.30 (achteruitkijkspiegel van onedel metaal (zie de toelichting IDR, letter C, vierde alinea, op post 83.06) en wordt uitgesloten van afdeling XVII (zie de toelichting IDR, algemeen, punt 9, op afdeling XVII) (EG). Conclusie 187e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.

Bepaalde peddels, zoals hierna omschreven (zie ok afbeelding 32 hierna), moeten onder onderverdeling 3926.90 worden ingedeeld.
 
Afb. 32


De peddels zijn voor tweeërlei gebruik voor kajaks en zogenoemde ‘Stand Up Paddleboards’ (SUP), en bestaan uit 3 stukken van kunststof: twee uit elkaar geplaatste peddels en één handvat. Zij kunnen worden gebruikt met een enkel blad om een SUP te peddelen en kunnen worden omgezet in een peddel met twee bladen om te worden gebruikt om met een kajak te peddelen.
Toepassing van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de nomenclatuur (IDR). Tarifering IDR 3926.90/14 (PbEU 2018, nr. C 385).

Een hoes van kunststof, ontworpen voor een bepaald model mobiele telefoon moet onder post 42.02 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 4202.32/1 op post 21.06 in aant. 4 op die post.

Zogenoemde ‘bijtringen’ van zacht kunststof, bedoeld om door baby's te worden gebruikt om het tandvlees deels af te breken, ter bevordering van de groei van tanden, moeten onder de onderverdeling 3926 9097 als andere artikelen van kunststof worden ingedeeld. Er zijn verschillende modellen: sommige hebben de vorm van een dier, met handvatten. Ze kunnen ook een bel hebben. Ze kunnen een interne vloeistof bevatten die, wanneer gekoeld in de koelkast, fungeert als een koud kompres voor het tandvlees van een baby en helpt bij het verminderen van kinderziektes.
Deze onderverdeling is niet van toepassing op speelgoed (bijvoorbeeld met handgrepen, rammelaars) dat als bijkomende functie door de baby ook als bijtring zou kunnen worden gebruikt, vanwege de aanwezigheid van zachte elementen in de structuur ervan (post 95.03) (EG). Conclusie 192e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.

 Decoratieve artikelen van kunststof, voor bevestiging op het centrale console, het dashboard of deurpanelen, moeten onder post 39.26 worden ingedeeld. Zij kunnen niet worden aangemerkt als delen in de zin van post 87.08 (EG). Conclusie 195e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur. 

Een zogenoemde frisbee van kunststof, voor honden moet onder post 95.06 worden ingedeeld. Zie conclusie 195e vergadering op post 95.06 in aant. 4 op die post.

 Een armsteun die dienst doet als afdekking van een opbergvak van een motorvoertuig moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Dergelijke steunen kunnen niet als delen in de zin van post 87.08 worden aangemerkt (EG). Conclusie 197e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.

Een draagbare documentenkoffer van kunststof met verschillende binnenvakken moet onder post 42.02 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 4202.12/1 op post 42.02 in aant. 4 op die post.

Een draagbare documententas met een enkel compartiment met een sluiting aan de voorzijde om de tas dicht te doen (knoop en rubberen band) moet onder post 42.02 worden ingedeeld. Zie tarifering IDR 4202.12/2 op post 42.02 in aant. 4 op die post.

Een bepaalde kunststof kast moet onder post 94.03 worden ingedeeld. De kast is ontworpen om aan een muur te worden gemonteerd, of verticaal te worden bevestigd op een plat oppervlak. De kast is bedoeld voor uitbreiding of distributie van kabellijnen en kan ook als meterkast worden gebruikt. De kast is bestand tegen chemische middelen en thermische en ultraviolette (UV) stralen. Zie tarifering IDR 9403.70/2 op post 94.03 in aant. 4 op die post.

Een bepaalde kunststof kast moet onder post 94.03 worden ingedeeld. De kast is ontworpen om aan een muur te worden gemonteerd, of verticaal te worden bevestigd op een plat oppervlak. De kast is bedoeld voor uitbreiding of distributie van kabellijnen en kan ook als meterkast worden gebruikt. De kast is bestand tegen chemische middelen en thermische en ultraviolette (UV) stralen. Zie tarifering IDR 9403.70/3 op post 94.03 in aant. 4 op die post.

Een wiel van kunststof, bedoeld om te worden gebruikt als hulpmiddel bij verschillende fysieke oefeningen, moet onder post 95.06 worden ingedeeld. Zie conclusie 197e vergadering Comité douanewetboek op post 95.06 in aant. 4 op die post.

Steunen voor zogenoemde tabletcomputers (‘tabletsteunen’) bestaande uit een samenvoeging van verschillende materialen zoals kunststof of metaal (vaak aluminium), verkrijgbaar in verschillende modellen, vormen en afmetingen, soms met een kantelmechanisme, moeten onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld, dat wil zeggen naar de aard en samenstelling van het materiaal waarvan de steunen zijn vervaardigd.
De tabletsteunen zijn bedoeld voor bureaus en kunnen draaien om de gebruiker tegemoet te komen. Sommige modellen kunnen worden vastgemaakt aan de hoofdsteunen van de auto.
Indeling onder post 84.73, als delen of toebehoren (andere dan hoezen, koffers en dergelijke) geschikt om uitsluitend of hoofdzakelijk te worden gebruikt met de machines bedoeld bij de posten 84.70 tot en met 84.72 is uitgesloten, omdat het artikel niet onmisbaar is voor de functie van die tabletcomputers.
Indeling als een toebehoren van een tabletcomputer is ook uitgesloten omdat het artikel de tablet niet voor een bepaalde bewerking aanpast, noch het operatiegebied verhoogt, noch in staat stelt om een bepaalde service uit te voeren die verband houdt met zijn hoofdfunctie (zie arrest HvJ nr. C-152/10 (betreffende de indeling van opvangzakken voor dialysemachines), Unomedical, ECLI: EU: C: 2011: 402, paragrafen 29 en 36, opgenomen in aant. 4 hiervoor). De toelichting IDR, tweede alinea, op post 84.73 sluit ook de indeling van de producten in kwestie uit als toebehoren (EG). Conclusie 199e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.

Zogenoemde verticale slingers, zijnde artikelen bestaande uit een draad die vleermuizen, skeletten, spinnen, geesten e.d., van kunststof verbindt (zie ook afbeelding 35 hierna), moeten onder onderverdeling 3926 4000 worden ingedeeld.

Afb. 35


 
Bedoelde slingers kunnen niet onder post 95.05 worden ingedeeld, omdat de artikelen van die post ontworpen en herkenbaar moeten zijn als artikelen bedoeld voor een bepaald festijn, bijvoorbeeld Halloween. De slingers zijn niet herkenbaar als een karakteristiek symbool voor Halloween, noch hebben zij opdrukken, ornamenten of dergelijke die daarop zouden wijzen (EG). Conclusie 205e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.

Hoezen voor de bescherming van tabletcomputers moeten onder post 42.02 worden ingedeeld. De hoezen bestaan uit een kunststof hoes in de vorm van een hard omhulsel (zonder bedieningsknoppen of dergelijke), die de achterkant en de zijkanten van het apparaat bedekt, behalve het scherm, en een afzonderlijke, doorzichtige zogenoemde ‘screen protector’ die het gebruik van het apparaat mogelijk maakt en tegelijkertijd bescherming biedt. De screenprotector is aangepast aan de hoes en samen omhullen ze de tabletcomputer. Zie conclusie 205e vergadering Comité douanewetboek op post 42.02 in aant. 4 op die post.

Een zogenoemde ‘carport’, zijnde een afdak voor een auto, bestaande uit verschillende materialen, bijvoorbeeld een constructie met aluminium palen en een dak van polycarbonaatplaten, moet met toepassing van algemene bepaling 3 c onder de post 76.10 worden ingedeeld, zijnde de post die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst. Het materiaal of de component waaraan het product zijn wezenlijke karakter ontleent, kon niet worden bepaald. Zie conclusie 205e vergadering Comité douanewetboek op post 76.10 in aant. 4 op die post.

Afdichtingen van kunststof voor kabels moeten onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Het betreft afdichtingen van methylvinylsiliconenrubber, bestemd om de binnenzijde van elektrische verbindingen te beschermen tegen stof of vochtigheid. Een type heeft een ronde opening waardoor een geïsoleerde kabel kan worden gevoerd, terwijl een ander type 22 ronde openingen heeft waardoor individuele, geïsoleerde draden kunnen worden gevoerd.

De functie van de afdichtingen is bescherming van elektrische aansluitingen tegen stof en vochtigheid. Indeling onder post 85.47 als artikelen voor elektrische isolatie is derhalve uitgesloten (EG). Conclusie 207e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.

Opblaasbare stoelen van kunststof vellen, bestemd om op het water te drijven, moeten onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Opblaasbare artikelen zijn gemakkelijk te vervoeren, omdat ze licht zijn en gemakkelijk en snel opgezet en ingepakt kunnen worden.

Meubelen als bedoeld bij hoofdstuk 94 zijn producten die in het algemeen zijn ontworpen om in woonruimten of tuinen te blijven. De stoelen zijn ontworpen om op verschillende plaatsen zoals een camping, het strand of het zwembad te worden gebruikt. Bovendien zijn zij ontworpen om op het water te drijven en niet om op de grond te worden geplaatst. Zij kunnen derhalve niet worden aangemerkt als meubelen in de zin van post 94.01 (EG). Conclusie 207e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.

Een uit kunststeen vervaardigde bloempot moet onder post 68.10 worden ingedeeld. Zie DKH 30 juni 2020, nrs. 18/00853; 18/00887; 18/00888; 18/00889; 18/00890 en 18/00891, in aant. 4 op post 68.10.

Een zogenoemde kauwgomballenmachine, die dient voor de opslag en afgifte van snoepgoed, moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Het apparaat is volledig van kunststof vervaardigd en bestaat uit een houder, die op een standaard is geplaatst, en een mechanische zwengel die, wanneer er met de hand aan wordt gedraaid, een kauwgombal of ander snoepgoed afgeeft.
Het apparaat werkt met een simpele mechanische zwengel, die als een draaiende afsluiting functioneert. Indeling onder post 84.79 is derhalve uitgesloten (EG). Conclusie 213e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.

Retro-reflectors van kunststof, waarin, in reliëf, kleine piramides zijn geperst, moeten onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Het betreft de volgende uitvoeringen:
– een driehoekige signaalplaat, kleur rood met twee gaten;
– een rechthoekige signaalplaat, kleur oranje met een gat;
– een ronde signaalplaat, kleur oranje, zelfklevend.
Het doel van de kleine piramides is om het reflecterende vermogen te verhogen. De reflectors zijn niet voorzien van bevestigingsbouten en worden als toebehoren op de markt gebracht.
In geschil was of de reflectors als deel of toebehoren van een voertuig konden worden beschouwd of niet.
Belanghebbende stond oorspronkelijk indeling voor onder onderverdeling 9405 5000. Naar aanleiding van een fysieke controle is door de inspecteur een voornemen uitgebracht om de aangegeven onderverdeling te corrigeren naar 8714 9990. Belanghebbende heeft hierop aangegeven dat de reflectors bedoeld zijn voor gebruik op aanhangwagens en dat de correcte onderverdeling 8716 9090 zou moeten zijn, waarop de inspecteur de voorgestelde indeling heeft gecorrigeerd naar indeling onder onderverdeling 3926 9097.
Belanghebbende stelt dat de reflectors dienen te worden ingedeeld onder post 87.16 als ‘onderdelen van aanhangwagens’ omdat de reflectors uitsluitend voor aanhangwagens zijn gemaakt, wettelijk verplicht op de aanhangwagen aanwezig dienen te zijn en daartoe zijn goedgekeurd. Zonder de wettelijk verplichte reflectors mag een aanhangwagen niet de openbare weg op en is sprake van een onveilige aanhanger, aldus belanghebbende. Zonder reflectors is voor een aanhanger ook geen EC Certificate of Conformity (COC) af te geven door de fabrikant, waardoor de aanhanger geen kenteken en/of chassisnummer kan verkrijgen. Dat leidt tot de conclusie dat de reflectors noodzakelijk zijn om een aanhangwagen veilig op de weg te kunnen laten functioneren, en de reflectors vormen daarom essentiële en wezenlijke (onder)delen daarvan zoals in post 87.16 genoemd. De reflectors zijn daarom niet als toebehoren aan te merken.
De inspecteur stelt dat de reflectors ingedeeld dienen te worden onder post 39.26 als ‘artikelen van kunststof’. Gelet op de functie en werking van de reflectors, zijn deze niet als een deel van de aanhangwagen aan te merken, omdat de werking van het geheel niet afhangt van de aanwezigheid van de reflectors. De aanhangwagen functioneert namelijk goed zonder dat de reflectors op de aanhangwagen zijn bevestigd. Dat sprake is van veiligheidsreglementen, maakt dit niet anders. De onderhavige reflectors zijn reflectors zoals omschreven in de toelichting IDR op post 39.26. Ze voldoen niet aan de omschrijving als weergegeven in de toelichting IDR op post 87.16, omdat ze niet zijn voorzien van bevestigingsbouten.
De DKH overwoog onder meer dat, voor indeling onder post 87.16, het noodzakelijk is dat elk van de onderhavige reflectors kan worden aangemerkt als deel van een aanhangwagen als bedoeld in post 87.16. Uit aangehaalde rechtspraak van het HvJ volgt dat de signaalplaten (driehoekig, rechthoekig en rond, van rode en oranje kunststof), om deze als deel van een aanhanger in de zin van post 87.16 te kunnen beschouwen, voor de mechanische en elektrische werking van de aanhanger als geheel noodzakelijk dienen te zijn. Naar het oordeel van de DKH is dat niet het geval. De reflectors moeten worden aangemerkt als ‘andere artikelen van kunststof’, bedoeld bij post 39.26, aldus de DKH. DKH 16 september 2020, nr. 18/02506 (Douanerechtspraak 2021/4).

Een bepaald, van een flap voorzien beschermhoesje voor mobiele telefoons (zogenoemde ‘flipcase’) moet onder post 42.02 worden ingedeeld.
De DKH is van oordeel dat de onderhavige flipcases vallen onder het tweede gedeelte van post 42.02. Zie DKH 29 oktober 2020, nr. 17/05675, in aant. 4 op post 42.02.

Een van relatief harde kunststof gemaakt diertje voorzien van een ingebouwd ledlampje dat van stroom wordt voorzien door een verwisselbaar knoopbatterijtje (‘led rabbit’), moet onder onderverdeling 3926 4000 worden ingedeeld. Het artikel is uitgevoerd in een witte of enigszins transparante kleur; de oortjes zijn roze. Het diertje kent drie varianten: zittend, staand en op de rug liggend.
De kleur van het licht verandert doorlopend van rood naar groen, blauw en paars. Het licht is echter te zwak om er een ruimte mee te verlichten. Partijen zijn het erover een dat de led rabbit daarom niet als verlichtingstoestel onder onderverdeling 9405 4231 kan worden ingedeeld en dat deze goederencode waaronder de led rabbit in de aangifte voor het vrije verkeer is aangegeven, niet juist is.
Eiseres handhaaft niet langer haar eerdere stelling dat de led rabbit onder post 95.03 had moeten worden ingedeeld, als een nabootsing van een dier in de vorm van een konijntje.
Volgens de verweerder moet de ledverlichting worden gezien als bijkomend effect dat het versieringseffect verhoogt en enkel het decoratieve effect versterkt. De led rabbit heeft een vlakke onderzijde en is daarom bestemd om te worden neergezet. Gelet op het vorenstaande is verweerder van mening dat de led rabbit als versieringsvoorwerp van kunststof voor decoratieve doeleinden moet worden aangemerkt.
De led rabbit kwalificeert volgens verweerder niet als feestartikel. Het product is een konijn. Er valt geen haas in te zien. De led rabbit is niet uitsluitend ontworpen als een feestartikel. De led rabbit kan het hele jaar door als een decoratief artikel worden gebruikt.
De DKH is van mening dat, gelet op de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product, geen sprake van een feestartikel. De led rabbit heeft – met name gezien de relatief korte lengte van de oren en de afwezigheid van zichtbaar relatief lange achterpoten – de vorm van een konijn en niet van een haas. Naar het oordeel van de DKH is de led rabbit daarom niet te beschouwen als uitsluitend ontworpen, vervaardigd en te herkennen als feestartikel en op grond van constructie en ontwerp bedoeld voor gebruik voor een specifieke festiviteit. De led rabbit heeft dan ook geen speciale relatie met het paasfeest, ook niet in een meer verwijderd verband. DKH 1 december 2020, nr. 19/01271 (Douanerechtspraak 2020/143).

Verschillende soorten bedrukte stickers van kunststof, omschreven als ‘puffy stickers’ en ‘letter stickers’ moeten onder post 49.11 worden ingedeeld. Zie DKH 12 januari 2021, nr. 19/04072, in aant. 4 op post 49.11.

Kunststof behuizingen van elektronische netwerktoegangsmechanismen (zogeheten one-time-password-items of password tokens) moeten onder post 85.43 worden ingedeeld.

De behuizingen van kunststof die exclusief bedoeld zijn voor de toegangssleutels, worden nog niet samengesteld met de toegangssleutels ingevoerd, dit om naar wens van de afnemers op kleur, eventueel na bedrukking van de behuizing, te kunnen worden samengesteld, en om de afnemers de keuze te kunnen laten voor een behuizing met of zonder sleutelhangerring. Na het assembleren van de toegangssleutel met de kunststof behuizing blijven deze onafscheidelijk met elkaar verbonden totdat de levensduur van de token (in feite: de levensduur van de batterij) is bereikt.
Niet in geschil is dat de kunststof behuizing een functionele eenheid vormt met de toegangssleutel en is ontworpen om samen met de toegangssleutel de functie van passwordtoken te vervullen.
Vastgesteld dient te worden of het ‘deel’ noodzakelijk, en dus onmisbaar is voor de elektronische of mechanische werking van het geheel. Genoemde werking van het geheel moet afhankelijk zijn van het desbetreffende deel. Bij de beantwoording komt betekenis toe aan wat in meer inhoudelijke zin onder ‘werking’ van het geheel op zichzelf beschouwd moet worden verstaan.
Uit de overwegingen in samenhang met de feitelijke vaststellingen leidt de DKH af dat het een goede werking van een machine of apparaat, gedurende een langere periode (‘blijft werken’) moet betreffen. Tevens leidt de DKH uit jurisprudentie van het HvJ af dat de goede werking betrekking kan hebben op veiligheidsaspecten en de bescherming van de werking van de machine of het apparaat tegen negatieve invloeden van buitenaf (het verhinderen van het indringen van stof en vocht).
Genoemd beschermingsaspect komt bij de onderhavige beoordeling van de kunststof behuizing van de tokens betekenis toe. De DKH acht aannemelijk gemaakt dat de goede werking van een toegangssleutel, een onbedekt/onbeschermd elektronisch circuit met een spanningsbron op een printplaat met schakelingen en chips als gevolg van de inwerking van vocht en stof, alsook door aanrakingen van gebruikers, met niet ondenkbare risico’s op kortsluiting, gedurende een langere gebruiksperiode niet zal zijn gegarandeerd.
Uit het vorenstaande volgt dat de kunststof behuizingen als deel aangemerkt moeten worden en dat de indeling daarvan, net als de toegangssleutel van de passwordtokens, dient plaats te vinden onder post 85.43. Zie DKH 20 november 2020, nr. 17/04739 in aant. 4 op post 85.43.

Een puntig voorwerp met een buis van kunststof (zogenoemde spike), met een gedeelte om de punt vast te houden met aan het uiteinde een Luer-sluiting en een verwijderbare afdekking, moet onder post 39.26 worden ingedeeld. Het artikel wordt gebruikt om in zakken, flessen of injectieflacons te prikken en daarmee toegang te krijgen tot bloed, zoutoplossing, medicijnen en water. Het artikel kan deel uitmaken van een set om vloeistof in verschillende apparaten over te brengen (bevochtiger, dialysesysteem, bloedcentrifuge enz.) of kan samen met andere medische instrumenten worden gebruikt bij intraveneuze infusie of handmatige bereiding van medicijnen.
Bij aanbieding is het artikel niet alleen herkenbaar als onderdeel van een medisch instrument van hoofdstuk 90, omdat het ook kan worden gebruikt met andere artikelen dan die voor specifiek medisch gebruik van hoofdstuk 90, met inbegrip van centrifuges voor het scheiden van bloed in de bestanddelen daarvan, ingedeeld onder post 84.21. Daarom kan het artikel niet worden aangemerkt als een deel of accessoire van een instrument of apparaat van hoofdstuk 90 in de zin van Aantekening 2 IDR op hoofdstuk 90.
Bovendien zijn de apparaten waarmee het voorwerp wordt gebruikt niet afhankelijk van de aanwezigheid van de spike om hun functies uit te voeren, noch breidt de ‘spike’ hun functies uit. Daarom kan de spike volgens de jurisprudentie van het Hof (bijvoorbeeld het arrest in zaak C-152/10 (Unomedical)) niet worden aangemerkt als een deel of toebehoren van de artikelen waarin hij wordt gebruikt. Als gevolg daarvan moet de indeling worden gebaseerd op de aard en samenstelling van het product (EG). Conclusie 220e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.

Een luchtmatras, zoals hierna omschreven, moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Het betreft een opblaasbaar artikel van kunststof met een ingebouwde elektrische pomp, dat niet in verschillende compartimenten is verdeeld. Aan de kant van de pomp zit aan de bovenzijde een iets verhoogd deel, dat dienst doet als hoofdkussen. Aan de onderzijde heeft het artikel een uitstekende rand waardoor het middendeel van het matras in opgeblazen toestand de grond niet raakt. Het wordt aangeboden in een eenpersoonsversie en in een tweepersoonsversie.
Het artikel wordt zelfstandig gebruikt als luchtmatras en maakt geen deel uit van een bed, hetgeen indeling onder post 94.03 uitsluit. Indeling onder post 94.04 is evenmin mogelijk omdat Aantekening 1 a IDR op hoofdstuk 94 matrassen die met lucht of water worden gevuld, uitdrukkelijk uitsluit van indeling onder een der posten van hoofdstuk 94. DK 13 juli 2021, nr. 21/00085 (Douanerechtspraak 2021/106).

Een bepaald artikel van kunststof, zoals hierna omschreven, moet onder onderverdeling 3926 9097 worden ingedeeld. Het betreft een artikel dat op de uiteinden van geïsoleerde elektrische kabels wordt geplaatst en dat bij verwarming krimpt. Het heeft een grotere toegangsbuis en vier kleinere en wordt vervaardigd in diverse maten, afhankelijk van de afmeting van de kabel. Het wordt gebruikt als een bescherming van geïsoleerde elektrische kabels teneinde dichtheid en weerstand tegen externe omstandigheden te verzekeren.
Het artikel is uitgesloten van indeling onder post 39.17 omdat het geen buis of pijp is, noch een hulpstuk daarvoor. Indeling onder post 85.47 is eveneens uitgesloten omdat het artikel dient om kabels mechanisch te beschermen en niet om deze te isoleren (EG). Conclusie 223e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.

Een artikel van kunststof gepresenteerd als een antislipmateriaal voor algemeen gebruik, moet met toepassing van de algemene bepaling 1 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, onder post 39.18 worden ingedeeld. Het kan worden gebruikt als badkamermatten maar ook voor andere doeleinden, zoals de bescherming van keukenvloeren, dashboards van auto's, enz. Zie conclusie 224e vergadering Comité douanewetboek op post 39.18 in aant. 4 op die post.

 

 

 

 

5
Nadere verwijzing

Zie voor de indeling van haarbanden en hoofdbanden eveneens de toelichting EG, punt f, op post 96.15, opgenomen in aant. 2 op die post.

Zie voor de indeling van ‘informatiedisplays’de toelichting EG op post 94.03, opgenomen in aant. 2 op die post.