Hoofdstuk 77

Aanvullend douanerecht op producten van oorsprong uit de verenigde staten van amerika

AANVULLEND DOUANERECHT OP PRODUCTEN VAN OORSPRONG UIT DE VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA

1. Aanvullend douanerecht op producten van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika

a. Aanvullend douanerecht ingaande 1 mei 2017
Het aanvullend douanerecht is m.i.v. 1 mei 2017 gewijzigd naar4,3%. Het betreft de volgende producten waarop het aanvullend recht van toepassing is:

0710400020 maiskolven (Zea Mays Saccharata), ook indien gesneden, met een diameter van 10 mm of meer maar niet meer dan 20 mm,

bestemd voor gebruik bij de vervaardiging van producten van de levensmiddelenindustrie, om een andere behandeling te ondergaan dan het enkel opnieuw verpakken

0710400090 andere

6204623110 volgens het 'batik'-procédé met de hand bedrukt

6204623190 andere

8705100000 kraanauto's

9003190020 bestemd om te worden gebruikt bij de vervaardiging van glas voor het verbeteren van de gezichtsscherpte

9003190030 andere

b. Aanvullend douanerecht ingaande 1 mei 2018Het aanvullend douanerecht is m.i.v. 1 mei 2018 gewijzigd naar 0,3% (was vanaf 1 mei 2017 4,3%). De producten waarop de aanvullende rechten worden toepast, zijn ongewijzigd.

c. Aanvullend douanerecht is m.i.v. 1 mei 2019
Het aanvullend douanerecht is m.i.v. 1 mei 2019 gewijzigd naar 0,001% (was vanaf 1 mei 2018 0,3%). De producten waarop de aanvullende rechten worden toepast, zijn:

0710400020 maiskolven (Zea Mays Saccharata), ook indien gesneden, met een diameter van 10 mm of meer maar niet meer dan 20 mm,
bestemd voor gebruik bij de vervaardiging van producten van de levensmiddelenindustrie, om een andere behandeling te ondergaan dan het enkel opnieuw verpakken
0710400090 andere
6204623110 volgens het 'batik'-procédé met de hand bedrukt
6204623190 andere
8705100000 kraanauto's
9003190040 monturen van onedele metalend.

d. Aanvullend douanerecht ingaande 1 mei 2020.
Het aanvullend douanerecht is m.i.v. 1 mei 2020 gewijzigd naar 0,012% (was vanaf 1 mei 2019 0,001%). De producten waarop de aanvullende rechten worden toepast, zijn ongewijzigd.e.

e. Aanvullend douanerecht ingaande 1 mei 2021.
Het aanvullend douanerecht is m.i.v. 1 mei 2021 gewijzigd naar 0,1% (was vanaf 1 mei 2020 0,012%). De producten waarop de aanvullende rechten worden toepast, zijn:

0710400020 maiskolven (Zea Mays Saccharata), ook indien gesneden, met een diameter van 10 mm of meer maar niet meer dan 20 mm,
bestemd voor gebruik bij de vervaardiging van producten van de levensmiddelenindustrie, om een andere behandeling te ondergaan dan het enkel opnieuw verpakken
0710400091 in kolven met een diameter van 8 mm of meer doch niet meer dan 12 mm
0710400099 andere
6204623110 volgens het 'batik'-procédé met de hand bedrukt
6204623190 andere
8705100000 kraanauto's
9003190040 monturen van onedele metalen.

2. Oorsprong
De oorsprong van elk product waarop de verordening van toepassing is, wordt vastgesteld overeenkomstig de voorschriften vanVerordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (DWU).

3. Achtergrond

De wereldhandelsorganisatie (WTO) heeft de Europese Unie toestemming gegeven sancties te treffen tegen de VS in het conflict over de wet voortzetting van dumping en handhaving van subsidie (Continued Dumping and Subsidy Offset Act (‘CDSOA’)). Deze wet bepaalt dat de in de VS tijdens het vorige boekjaar geïnde antidumping- en compenserende rechten ieder jaar moeten worden uitbetaald aan de ondernemingen die de klacht, die heeft geleid tot de antidumping- of anti- subsidiemaatregel, hebben ingediend of ondersteund.
Het Byrd-amendement geeft sinds 2000 de opbrengst van extra heffingen van de overheid op buitenlandse producten door aan Ame¬rikaanse bedrijven. Het gaat om heffingen op producten waarvan wordt vastgesteld dat ze tegen extreem lage prijzen gedumpt wor¬den op de Amerikaanse markt.

De WTO heeft de regeling herhaaldelijk veroordeeld als strijdig met de internationale handelsregels. De Amerikanen kregen tot
27 december 2004 de tijd het amendement in te trekken, maar hebben dat nog steeds niet gedaan.

De EU had bij de klacht de steun van Brazilië, Canada, Chili, India, Japan, Mexico en Zuid-Korea. Ook deze landen mogen nu sancties treffen in de vorm van strafheffingen op Amerikaanse producten. De WTO heeft bepaald dat die 72 procent mogen belopen van het geld dat op basis van het Byrd-amendement naar Amerikaanse bedrijven is gegaan. Tot nu toe is dat om¬streeks zevenhonderd miljoen dollar (580 miljoen euro).

De EU heeft besloten met ingang van 1 mei 2005 sancties in te instellen. De Raad zal de verordening echter intrekken zodra de VS de aanbevelingen van het orgaan voor geschillenbeslechting (DSB) van de WTO volledig hebben uitgevoerd.

Wanneer de VS volharden en het besluit en de aanbeveling van de DSB niet uitvoeren, zal de Commissie van de EG het niveau van de schorsing jaarlijks aanpassen aan de mate waarin de voordelen voor de Gemeenschap op dat moment door de CDSOA worden te¬niet gedaan of uitgehold. De Commissie zal de hoogte van het aanvullende douanerecht of de lijst van producten die aan dit recht zijn onderworpen overeenkomstig de criteria en procedures van de basisverordening van de Raad aanpassen.


4. Vindplaats van Verordening (EG) nr. 673/2005 en van de verordeningen houdende wijziging van die verordening

 

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/886 van 20 juni 2018 (PbEU L 158 van 21 juni 2018) heeft de Commissie bepaalde handelspolitieke maatregelen gepubliceerd met betrekking tot bepaalde producten van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika.
De maatregelen betreffen de uitbreiding van reeds eerder genomen maatregelen en die daarmee leiden tot de wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/724.
www.inenuitvoer.nl - zoekterm 2018/886Verordening (EU) 2018/196 van het Europees Parlement en de Raad van 7 februari 2018 betreffende aanvullende douanerechten op de invoer van bepaalde producten van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika (codificatie)
Gewijzigd bij:
Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/632 van de Commissie (PBEU L 105 van 25 april 2018)
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/673van de Commissie (PBEU L 114 van 30 april 2019)
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/578 van de Commissie (PBEU L 133 van 28 april 2020)
Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/704 van de Commissie (PBEU L 146 van 29 april 2021)

 

 


 

 

AANTEKENINGEN

 

1. Deze afdeling omvat niet:

 

a. verf, inkt en dergelijke producten, bereid met metaalpoeder of met metaalschilfers, alsmede stempelfoliën (posten 32.07 tot en met 32.10, 32.12, 32.13 en 32.15);

 

b. ferrocerium en andere vonkende legeringen (post 36.06);

 

c. hoofddeksels en delen daarvan, van metaal, bedoeld bij de posten 65.06 en 65.07;

 

d. geraamten van paraplu's en andere artikelen bedoeld bij post 66.03;

 

e. producten bedoeld bij hoofdstuk 71 (bij voorbeeld legeringen van edele metalen, onedele metalen geplateerd met edele metalen, fancybijouterieën);

 

f. artikelen bedoeld bij afdeling XVI (machines, toestellen en elektronisch materieel);

 

g. sporen (post 86.08) en andere artikelen bedoeld bij afdeling XVII (vervoermaterieel);

 

h. instrumenten en toestellen, bedoeld bij afdeling XVIII, veren voor uurwerken daaronder begrepen;

 

ij. hagel (post 93.06) en andere artikelen bedoeld bij afdeling XIX (wapens en munitie);

 

k. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 94 (bij voorbeeld meubelen, matrassen, verlichtingstoestellen, lichtreclames, geprefabriceerde bouwwerken);

 

l. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 95 (bij voorbeeld speelgoed, spellen, sportartikelen);

 

m. handzeven, knopen, penhouders, vulpotloden, schrijfpennen, statieven met één, twee of drie poten en dergelijke artikelen, alsmede andere artikelen bedoeld bij hoofdstuk 96 (diverse werken);

 

n. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 97 (bij voorbeeld kunstvoorwerpen).

 

2. In de nomenclatuur worden als 'delen voor algemeen gebruik' aangemerkt:

 

a. artikelen bedoeld bij de posten 73.07, 73.12, 73.15, 73.17 en 73.18, alsmede dergelijke artikelen van andere onedele metalen;

 

b. veren en veerbladen, van onedele metalen, andere dan veren voor uurwerken (post 91.14);

 

c. artikelen bedoeld bij de posten 83.01, 83.02, 83.08 en 83.10, alsmede lijsten en spiegels van onedel metaal bedoeld bij post 83.06.

 

Waar in de hoofdstukkken 73 tot en met 76 en 78 tot en met 82 (behalve in post 73.15) 'delen' worden genoemd, slaat zulks niet op 'delen voor algemeen gebruik' in bovenbedoelde zin.

 

Met inachtneming van het bepaalde bij het voorgaande lid en bij aantekening 1 op hoofdstuk 83, zijn de artikelen bedoeld bij de hoofdstukken 82 en 83 uitgezonderd van de hoofdstukken 72 tot en met 76 en 78 tot en met 81.

 

3. In de nomenclatuur worden als 'onedele metalen' aangemerkt : ijzer en staal, koper, nikkel, aluminium, lood, zink, tin, wolfraam, molybdeen, tantaal, magnesium, kobalt, bismut, cadmium, titaan, zirkonium, antimoon, mangaan, beryllium, chroom, germanium, vanadium, gallium, hafnium (celtium), indium, niobium (columbium), rhenium en thalium.

 

4. In de nomenclatuur worden als 'cermets' aangemerkt producten bevattende een microscopische, heterogene samenstelling van een metallische component en een keramische component. De term 'cermets' omvat eveneens hardmetalen (gesinterde metaalcarbiden), zijnde metaalcarbiden gesinterd met een metaal.

 

5. Regels betreffende de legeringen (andere dan ferrolegeringen en toeslaglegeringen, omschreven in de hoofdstukken 72 en 74):

 

a. legeringen van onedele metalen worden ingedeeld als legeringen van het metaal, waarvan het gewichtspercentage dat van elk der andere metalen van de legeringen overtreft;

 

b. legeringen van onedele metalen bedoeld bij afdeling XV met elementen niet bedoeld bij afdeling XV worden ingedeeld als legeringen van onedele metalen bedoeld bij afdeling XV, indien het totale gewichtspercentage van de onedele metalen gelijk is aan of groter is dan het totale gewichtspercentage van de overige elementen;

 

c. gesinterde mengsels van metaalpoeders, heterogene mengsels verkregen door samensmelten (andere dan cermets) en intermetallische verbindingen, worden eveneens als legeringen aangemerkt.

 

6. Waar in de nomenclatuur een onedel metaal met name is genoemd, slaats zulks - voorzover niet anders is bepaald - eveneens op de legeringen, die op grond van het bepaalde bij aantekening 3 hiervoor, als legeringen van dat metaal worden aangemerkt.

 

7. Regel betreffende de samengestelde artikelen:

 

Voorzover in de tekst van de posten niet anders is bepaald, worden werken van onedel metaal, die uit twee of meer onedele metalen samengesteld zijn, ingedeeld als werken van het metaal, waarvan het gewichtspercentage dat van elk der andere metalen overtreft. Hetzelfde geldt ten aanzien van de werken die moeten worden aangemerkt als werken van onedel metaal.

 

Voor de toepassing van die regel worden:

 

a. gietijzer, ijzer en staal als een en hetzelfde metaal aangemerkt;

 

b. legeringen voor hun totaalgewicht geacht te bestaan uit het metaal, waarvan zij de indeling op grond van het bepaalde bij aantekening 3 hiervoor volgen;

 

c. cermets bedoeld bij post 81.13 aangemerkt als een enkel onedel metaal.

 

8. In deze afdeling worden aangemerkt als:

 

a. resten en afval:

 

resten en afval, van metaal, verkregen bij de vervaardiging of de mechanische bewerking van metaal, alsmede werken van metaal die als zodanig definitief onbruikbaar zijn geworden door breuk, versnijden, slijtage of dergelijke;

 

b. poeder:

 

producten die voor 90 of meer gewichtspercenten door een zeef met een maaswijdte van 1 mm gaan.