Jurisprudentie

  • In zaak C-592/17 heeft het Hof van Justitie op 15 november 2018 arrest gewezen
    betreffende de uitlegging van de posten 4421 en 7326 alsook de postonderverdelingen
    7318 15 90, 7318 19 00 en 9403 90 10 van de gecombineerde nomenclatuur. Eveneens
    heeft het Hof geoordeeld aangaande de geldigheid van verordening (EG) nr. 91/2009 van
    de Raad van 26 januari 2009 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op
    bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de
    Volksrepubliek China. Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen het
    Skatteministerium (ministerie van Financiën, Denemarken) en Baby Dan A/S betreffende
    de tariefindeling van een product waarmee veiligheidshekken voor kinderen kunnen
    worden bevestigd aan een muur of kozijn

    . Het Hof heeft daarbij geoordeeld dat een artikel als in het hoofdgeding, waarmee
    afneembare veiligheidshekken voor kinderen aan een muur of kozijn kunnen worden
    bevestigd, geen onderdeel van deze hekken vormt en onder postonderverdeling 7318 15
    90 van de gecombineerde nomenclatuur moet worden ingedeeld. Voorts is niet gebleken
    van feiten of omstandigheden die de geldigheid kunnen aantasten van verordening (EG)
    nr. 91/2009 van de Raad van 26 januari 2009 tot instelling van een definitief
    antidumpingrecht op bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van
    oorsprong uit de Volksrepubliek China.

  • Op 16 oktober 2018 heeft het Hof van Justitie besloten de zaak C-593/17 betreffende
    de indeling van instant noedel gerechten te schrappen uit het register van het Hof
    van Justitie. Een en ander naar aanleiding van de uitspraak van het Hof in een
    soortgelijke zaak (zaak C 471/17 van 6 september 2018.

  • De Rechtbank Noord-Holland heeft op 22 oktober 2018 in de zaak onder nummer HAA
    16/5504 geoordeeld dat de resultaten van het monsteronderzoek kunnen dienen als basis
    voor de indeling van de rijst. Daarvan uitgaande heeft verweerder de rijst terecht
    ingedeeld onder GN-code 1006 30 98.

  • De Rechtbank Noord-Holland heeft op 12 oktober 2018 in de zaak HAA 16/5651 geoordeeld
    dat een beroep op toepassing van artikel 347 van de Uitvoeringsverordening (EU)
    2015/2447 dient te geschieden op het moment waarop de aangifte voor het brengen in
    het vrije verkeer wordt gedaan. Op grond van artikel 173, tweede lid, van het DWU is
    een wijziging van de aangiftegegevens niet meer mogelijk nadat de douaneautoriteiten
    de goederen hebben vrijgegeven.

  • In de zaak C-559/18 TDK-Lambda Germany is het Hof van Justitie van de Europese Unie
    verzocht om een prejudiciële beslissing ter zake van de indeling in de Gecombineerde
    Nomenclatuur van statische omvormers. Daarbij ligt de vraag voor in hoeverre
    statische omvormers slechts dan onder onderverdeling 8504 4030 vallen indien zij
    hoofdzakelijk worden gebruikt voor telecommunicatietoestellen, automatische
    gegevensverwerkende machines en eenheden daarvoor. Of is reeds aan het kenmerk „van
    de soort gebruikt voor” voldaan indien de statische omvormers, gelet op hun
    objectieve eigenschappen, naast voor andere toepassingen ook kunnen worden gebruikt
    voor telecommunicatietoestellen, automatische gegevensverwerkende machines en
    eenheden daarvoor.