Rechtbank oordeelt over antidumping bevestigingsmiddelen (1)

De rechtbank Noord-Holland heeft op 28 februari 2020 uitspraak gedaan in de zaaknummers HAA 15/2343 en HAA 19/3924. Daarbij heeft de rechtbank vastgesteld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de bevestigingsmiddelen de oorsprong China hebben. Omdat niet aan de voorwaarden voor toepassing van het lagere tarief is voldaan, heeft verweerder het juiste (algemene) tarief aan antidumpingrecht toegepast. Omdat verweerder bij de berekening van de verschuldigde antidumpingrechten is uitgegaan van een onjuiste douanewaarde (gebaseerd op CIF in plaats van op DDP) is het beroep in zoverre gegrond.