Algemeen douanetarief

  • In zaak C‑249/18 betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend
    door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 6 april 2018, heeft het Hof van
    Justitie op 10 juli 2019 arrest gewezen ingediend in het kader van een geding tussen
    de Staatssecretaris van Financiën en CEVA Freight Holland BV (hierna: „CEVA Freight”)
    over de rechtmatigheid van bepaalde uitnodigingen tot betaling van douanerechten die
    aan haar waren gericht. Het Hof heeft daarbij geoordeeld dat artikel 78 CDW aldus
    moet worden uitgelegd dat de aangever, indien hij de mogelijkheid heeft voor de voor
    uitvoer naar het grondgebied van de Europese Unie verkochte waren de prijs te kiezen
    die in aanmerking kan worden genomen als grondslag voor het bepalen van hun
    douanewaarde en uit een controle achteraf blijkt dat de betrokken goederen in zijn
    douaneaangifte onder een onjuiste post zijn ingedeeld, waardoor een hoger douanerecht
    van toepassing wordt, op grond van dat artikel 78 kan verzoeken om herziening van
    deze aangifte om de aanvankelijk aangegeven prijs, met het oog op het verlagen van de
    douaneschuld, te vervangen door een lagere transactieprijs.

  • De Europese Commissie heeft bij Uitvoeringsverordening 2019/1082 van 20 juni 2019 de
    indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur vastgesteld van een zogenoemde "inpersbout
    van staal”. Het artikel is ontworpen om door middel van een hydraulische of
    pneumatische pers te worden gemonteerd in platen van metaal met een geringe dikte en
    is voorzien van schroefdraad en wordt gebruikt om goederen te monteren of te
    bevestigen zodat deze zonder schade gemakkelijk uit elkaar kunnen worden genomen. Het
    artikel heeft de objectieve kenmerken van een schroef zoals bedoeld bij post 73.18.
    Het artikel moet daarom worden ingedeeld onder GN-code 7318 15 95 als andere
    schroeven van staal.

  • De Europese Commissie heeft bij Uitvoeringsverordening 2019/928 van 3 juni 2019 de
    indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur vastgesteld van een zogenoemde "box voor
    optische vezels zonder verbindingsstukken”. Binnenin bevindt zich een van kunststof
    vervaardigd lasdienblad, bevestigd aan de basis van het artikel. Dit dienblad bevat
    specifieke groeven. Op het moment van de presentatie is het artikel niet voorzien van
    verbindingsstukken. Het artikel is in zijn geheel bedoeld voor de bescherming van
    kabels. Het artikel moet worden ingedeeld naar het materiaal waaruit het is
    vervaardigd (kunststof), onder GN-code 3926 90 97 als "andere artikelen van
    kunststof".

  • De Europese Commissie heeft bij Uitvoeringsverordening 2019/927 van 3 juni 2019 de
    indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur vastgesteld van een mand van staaldraad met
    papier. Het artikel moet worden ingedeeld onder GN-code6307 90 98 als andere
    geconfectioneerde artikelen van textiel.

  • De Europese Commissie heeft bij Uitvoeringsverordening 2019/925 van 3 juni 2019 de
    indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur vastgesteld van een zogeheten
    "activiteitenriem". Het artikel is ontworpen om rond de taille te worden gedragen,
    bijvoorbeeld tijdens sportactiviteiten. In de zakken/openingen kunnen kleine
    voorwerpen zoals sleutels, kredietkaarten en dergelijke worden opgeborgen. De
    activiteitenriem heeft de objectieve kenmerken van een geconfectioneerd artikel in de
    zin van post 63.07 en op grond van aantekening 7, onder f), op afdeling XI. Het
    artikel is niet bedoeld om een bepaald voorwerp te bevatten. Het is niet speciaal
    gevormd, noch van binnen afgewerkt. Het is niet vergelijkbaar met de bergingsmiddelen
    die zijn ingedeeld onder post 42.02. Indeling onder post 42.02 is derhalve
    uitgesloten. Het artikel moet daarom worden ingedeeld onder GN-code 6307 90 10 als
    andere geconfectioneerde artikelen van breiwerk.