Algemeen douanetarief

  • De Europese Commissie heeft bij Uitvoeringsverordening 2020/1279 van 9 september 2020
    de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur vastgesteld van artikel in de vorm van
    een medaille van onedel metaal, niet geplatineerd met edel metaal, in verschillende
    vormen en maten. In Pb EU 310 van 24 september is een rectificatie van de publicatie
    bekend gemaakt.

  • De Europese Commissie heeft bij Uitvoeringsverordening 2020/1317 van 9 september 2020
    de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur vastgesteld van twee vormen van poreuze
    korrels, hoofdzakelijk gebaseerd op ammoniumnitraat. Indeling als meststof is
    uitgesloten omdat beide producten specifiek zijn bereid en samengesteld om te worden
    gebruikt als basismateriaal voor springstoffen. De producten moet derhalve worden
    ingedeeld onder GN-code 3602 00 00 als bereide springstoffen, andere dan buskruit.

  • De Europese Commissie heeft bij Uitvoeringsverordening 2020/1291 van 9 september 2020
    de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur vastgesteld van een connectorbehuizing.
    Het artikel moet naar het materiaal waaruit het is vervaardigd (kunststof) worden
    ingedeeld onder GN-code 3926 90 97 als “andere artikelen van kunststof.

  • De Europese Commissie heeft bij Uitvoeringsverordening 2020/1290 van 9 september 2020
    de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur vastgesteld van houten latten van
    meerdere lagen beuken- of berkenfineer. De latten moeten naar het materiaal waarvan
    ze zijn vervaardigd en worden ingedeeld onder GN-code 4421 99 99 als andere
    houtwaren.

  • Op 16 september 2020 heeft het Hof van Justitie in de zaak C‑674/19 arrest gewezen
    betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing betreffende de uitlegging van
    de richtlijn 2011/64/EU betreffende de structuur en de tarieven van de accijns op
    tabaksfabrikaten, alsmede van bepaalde bepalingen van de gecombineerde nomenclatuur.
    Volgens het Hof moet de richtlijn 2011/64/EU aldus worden uitgelegd dat
    waterpijptabak die voor 24 % uit tabak bestaat en daarnaast bestaat uit andere
    stoffen zoals suikersiroop, glycerine, aromastoffen en een conserveermiddel, moet
    worden aangemerkt als een „product dat gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak
    bestaat” en als „rooktabak” in de zin van deze bepalingen. En dus in zijn geheel, en
    ongeacht de andere stoffen dan tabak waaruit hij bestaat, moet worden beschouwd als
    rooktabak die aan de accijns op tabak is onderworpen.