Jurisprudentie

  • Op 19 december 2019 heeft het Hof van Justitie in de zaak C‑677/18 arrest gewezen betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing over de tariefindeling van postoperatieve bustehouders (inenuitvoer.nl 2019-6886). Bij het onderzoek van de prejudiciële vragen is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van uitvoeringsverordening (EU) 2017/1167 van de Commissie van 26 juni 2017 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur kunnen aantasten. De indeling van de in de bijlage bij verordening 2017/1167 bedoelde goederen onder GN‑post 62.12, meer bepaald onder GN‑postonderverdeling 6212 10 90, is gerechtvaardigd, zodat het er niet op lijkt dat de Commissie door die indeling de inhoud of draagwijdte van GN‑post 62.12 heeft gewijzigd. Bij Beschikking van 3 september 2021 heeft het Hof naar aanleiding van vragen nadere uitleg van het arrest gegeven.

  • In geschil is de indeling van een motorvoertuig dat beschikt over een laadbak van maximaal 1085 x 1363 x 279 mm met een laadvermogen van maximaal 453 kg. In cassatie komt de Hoge Raad tot de slotsom dat – na beoordeling van het middel -de uitkomst hiervan is dat dit middel niet kan leiden tot vernietiging van die uitspraak.

  • In de gevoegde zaken C 197/20 en C 216/20 heeft het Hof van Justitie op 28 oktober 2021 geoordeeld dat bijenwas, die is gesmolten en daarbij op mechanische wijze deels van vreemde stoffen is ontdaan, waarna hij is gestold tot blokken of platen, moet worden in gedeeld onder onderverdeling 1521 90 99 van deze nomenclatuur, die betrekking heeft op „andere” was, en niet onder onderverdeling 1521 90 91 van die nomenclatuur, die betrekking heeft op „ruwe” was.

  • In de zaak C‑825/19 heeft het hof van Justitie op 21 oktober 2021 arrest gewezen betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing betreffende de omvang van de terugwerkende kracht van een aan BWF verleende vergunning houdende schorsing van de douanerechten op de invoer van goederen onder de regeling bijzondere bestemming. Volgens het Hof is artikel 211, lid 2, DWU (bepalingen met betrekking tot het verlenen met terugwerkende kracht een vergunning) niet van toepassing is op een aanvraag voor verlenging van een vergunning met terugwerkende kracht die vóór 1 mei 2016 – de datum waarop dit artikel van toepassing is geworden – is ingediend, ook al is het besluit over deze aanvraag na deze datum vastgesteld.

  • In de zaak C- 542/21 is het Hof van Justitie verzocht uit te leggen in hoeverre postonderverdeling 8517 70 11 van de gecombineerde nomenclatuur antennes kan omvatten voor routers die zijn geconfigureerd voor gebruik in lokale netwerken (LAN) en/of in wide area networks (WAN).