Jurisprudentie

  • Het gerechtshof Amsterdam heeft op 6 oktober 2022 uitspraak gedaan in zaaknr. 21/00164 in het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van 30 december 2020 in de zaak met kenmerk HAA 18/5445 van de rechtbank Noord-Holland. Het Hof heeft onder meer geoordeeld dat - ter zake van de indeling van de betrokken producten - zij de inspecteur geslaagd acht in de op hem rustende bewijslast dat Light Cycle Oil voor meer dan 50 gewichtspercenten bestond uit aromatische bestanddelen. Bij deze stand van het geding is tussen partijen niet in geschil dat de inspecteur de Light Cycle Oil terecht heeft ingedeeld onder GN-code 2707 99 99 (3,5%). Het incidenteel hoger beroep van belanghebbende faalt ook in zoverre. Nu belanghebbende niet beschikte over een vergunning voor de actieve veredeling van goederen van post 27.07, voor de Light Cycle Oil de douaneschuld reeds is ontstaan op het moment van plaatsing van de goederen onder de regeling actieve veredeling in het derde kwartaal 2015 (vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden voor de plaatsing van de goederen onder de regeling) en niet (pas) op 2 februari 2016 als gevolg het niet naleven van de verplichting tot inlevering van een aanzuiveringsafrekening. Het plaatsen van goederen onder de regeling actieve veredeling zonder te beschikken over een geldige vergunning actieve veredeling is geen ‘verzuim’ dat wordt genoemd in de limitatieve opsomming in de Uitvoeringsverordening CDW, zodat voor de LCO reeds om die reden geen sprake kan zijn van een verzuim zonder werkelijke gevolgen voor de juiste werking van de betrokken douaneregeling.

  • Het gerechtshof Amsterdam heeft op 28 juni 2022 in de zaaknummers 20/00397 tot en met 20/00407 geoordeeld ter zake van de indeling in de GN van servers, de mediablocks en 'integrated media servers'. Het Hof deelt de servers in onder post 84.71, in GN-onderverdeling 8471 4100, de mediablocks worden ingedeeld onder post 85.43, in GN-onderverdeling 8543 7090, de IMS’s dienen onder dezelfde tariefpost te worden ingedeeld als de mediablocks, dus onder post 85.43, in GN-onderverdeling 8543 7090.

  • Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 20 september 2022 in de zaak onder nr. 21/00094 geoordeeld dat - gelet op de opeenvolgende maatregelen ter verzekering van een gunstige tariefbehandeling voor tonijnconserven van preferentiële oorsprong uit Ecuador - de rechtbank met juistheid heeft vastgesteld, dat voor deze goederen onafgebroken een begunstigend tarief - van 0% - heeft gegolden: tot en met 2014 op grond van het SAP, in 2015 en 2016 op grond van de overgangsregeling en vanaf 2017 op grond van voornoemde handelsovereenkomst. De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is.

  • Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 20 september 2022 in de zaak onder nr. 21/00111 geoordeeld dat verweerder het verzoek om terugbetaling terecht heeft afgewezen. Op het moment van aangifte voor de invoer van tonijnconserven heeft eiseres geen aanspraak gemaakt op een preferentieel tarief. Deze vis zou worden belast tegen een nul-recht indien bij de aangifte ten invoer op voorgeschreven wijze aanspraak zou zijn gemaakt op toepassing van een preferentieel tarief met preferentiële oorsprong Ecuador. Het Hof ziet in deze zaak geen aanleiding af te wijken van zijn oordeel in een eerdere uitspraak uit 2017. Evenmin ziet het Hof aanleiding prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie. De slotsom is dat het hoger beroep van belanghebbende ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.

  • Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 6 september 2022 in zaak met het kenmerk nr. 21/00501 geoordeeld op het hoger beroep van de inspecteur tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland over de indeling van banners en daarbij horende bergings- en verpakkingsmiddelen. De inspecteur is er in zijn beschikking op het verzoek om terugbetaling van het nagevorderde belastingbedrag met juistheid vanuit gegaan dat de banners dienen te worden ingedeeld onder post 76.16, zodat voor terugbetaling geen aanleiding bestaat.