Jurisprudentie

  • Op 15 mei 2019 heeft het Hof van Justitie arrest gewezen in de zaak C‑306/18
    betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing ter zake van de uitlegging van
    de posten 73.07 en 73.22 van de gecombineerde nomenclatuur. Het Hof heeft daarbij
    geoordeeld dat een gelast stuk staal voor niet-elektrisch verwarmde radiatoren als
    een „deel voor algemeen gebruik” in de zin van aantekening 2 bij afdeling XV van de
    GN worden aangemerkt, en meer in het bijzonder als een „hulpstuk voor buisleidingen”
    als bedoeld in GN-post 73.07.

  • In de zaak C-76/19 Direktor na Teritorialna direktsiya Yugozapadna Agentsiya Mitnitsi
    zijn prejudiciële vragen gesteld met betrekking tot op de rechtmatigheid van de door
    de douaneautoriteiten verrichte aanpassing van de aangegeven douanewaarde van
    ingevoerde goederen die worden geïntegreerd in eindproducten die worden vervaardigd
    en gedistribueerd met gebruikmaking van knowhow waarvoor royalty’s of licentierechten
    verschuldigd zijn. Partijen twisten over de vraag of deze royalty’s of
    licentierechten aan de aangegeven douanewaarde van de goederen moeten worden
    toegevoegd en, zo ja, onder welke voorwaarden.

  • Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 12 februari 2019 uitspraak gedaan in zaaknummer

    17/00403 betreffende de indeling scheepscasco’s onder de GN-onderverdelingen 8901 20
    10 en 8901 90 10 voor zeeschepen. Het Hof heeft gerede twijfel met betrekking tot op
    welk deel van de zee een schip lading moet kunnen vervoeren bij meergenoemde zware
    weersomstandigheden, om aangemerkt te kunnen worden als ‘zeeschip’ in de zin van
    Hoofdstuk 89 van de GN. Het Hof stelt de prejudiciële vraag wat dient te worden
    verstaan onder “de vaart in volle zee zoals opgenomen in de aanvullende aantekening
    1(GN) op hoofdstuk 89.

  • Op 2 mei 2019 heeft het Hof van Justitie in de zaak C 268/18 geoordeeld dat een
    multifunctioneel toestel met vier functies (radionavigatie, weergave van geluid en
    video, ontvangst voor radio-omroep en een beeldscherm) van de soort die in
    motorvoertuigen wordt gebruikt en dat, in dezelfde behuizing, als hoofdfunctie,
    dankzij voorgeïnstalleerde toepassingen van gps‑navigatie een monitor voor
    radionavigatie combineert met, als bijkomende functies, een toestel voor
    radio-omroep, een toestel voor de weergave van geluid en video en een beeldscherm met
    een doorsnede van ongeveer 5 inch (12,7 cm), moet worden ingedeeld in
    postonderverdeling 8526 91 20 van deze nomenclatuur.

  • De Rechtbank Noord-Holland heeft op 3 december 2018 uitspraak gedaan in zaaknummer:
    HAA 17/904. In geschil is of voor bepaalde visolie de BTI voor de juiste GS-post is
    afgegeven. De rechtbank stelt vast dat de door eiseres uitgevoerde bewerkingen van de
    ruwe visolie genoemd worden in de bewoordingen van GS-post 1516. Naar het oordeel van
    de rechtbank beperken de bewoordingen van GS-post 1516 de wijze van verestering niet.
    Op grond van de bewoordingen van de post is ook veresteren van olie aan ethanol
    toegestaan. De rechtbank komt tot het oordeel dat de BTI niet voor de juiste
    goederencode is afgegeven. Ook als het product voor menselijke consumptie geschikt
    is, is indeling onder GS-post 2106 niet aan de orde nu het product elders, te weten
    onder GS-post 1516, is genoemd. Het gelijk is derhalve aan eiseres.