Jurisprudentie

  • Op 9 september 2021 heeft de Advocaat Generaal in de zaak C-213/19 een conclusie opgesteld ter zake van een inbreukperiode met betrekking tot bepaalde invoer van textiel en schoeisel uit China waarbij niet de correcte bedragen aan douanerechten heeft geboekt en evenmin het correcte bedrag aan traditionele eigen middelen en eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde (btw) ter beschikking is gesteld en, ten tweede, niet alle informatie heeft verstrekt waarom de Commissie had gevraagd om de hoogte van het verlies aan traditionele eigen middelen te vast te stellen.

  • Belanghebbende heeft aangifte ten invoer gedaan voor een partij airco’s. Daarbij is een beroep gedaan op de toepassing van onderdeel 8 van het begunstigend beleid, waarbij onder bepaalde voorwaarden met betrekking tot de Energie Efficiency Ratio (EER) van de airco’s, het tarief van 2% (in plaats van 22%) wordt toegepast voor de invoer van energiezuinige producten.

    Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft op 6 augustus 2021 in de zaak AUA2019H00236 geoordeeld dat het bewijsmateriaal voldoet aan de eisen van onafhankelijkheid. Daarmee is op de in geschil zijnde airco’s een invoertarief van 2% van toepassing. Het hoger beroep van de inspecteur is ongegrond.

  • Het gerechtshof Amsterdam heeft op 5 augustus 2021 uitspraak gedaan in de gevoegde zaken 19/00954 tot en 19/00957, waarbij is geoordeeld dat de over ontvankelijkheid ingediende bezwaren tegen de ‘Mededelingen financiële aansprakelijkheid’ terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard. Een 'Mededeling financiële aansprakelijkheid' kwalificeert niet als beschikking in de zin van artikel 4, sub 5, CDW. Belanghebbende wordt niet rechtstreeks geraakt door de UTB’s die zijn uitgereikt aan de GmbH, voor wie belanghebbende als direct vertegenwoordiger aangiften heeft gedaan, ook al heeft zij kenbaar gemaakt dat zij voornemens is de uit die aangiften voortvloeiende douaneschulden te betalen en heeft zij voor die douaneschulden zekerheid gesteld door middel van een borgstelling.

  • Het gerechtshof Amsterdam heeft op 4 mei 2021 in de zaaknummers 19/00705, 19/00706, 19/00707 met betrekking tot de indeling producten voor tandheelkundig gebruik geoordeeld dat producten die worden gebruikt voor het bevestigen van ‘brackets’ voor beugels op tanden onder post 35.06 moeten worden ingedeeld. Indeling in postonderverdeling 3006 40 00 uitgesloten, omdat geen sprake is van een tandcement voor tandvulling of een ander product voor tandvulling.

  • Het gerechtshof Amsterdam heeft op 27 mei 2021 uitspraak gedaan in de zaaknrs. 20/00395 en 20/00396 ter zake van de aanvullende invoerrechten voor ingevoerd pluimveevlees op de communautaire markt met verlies doorverkocht onder de representatieve prijs en de verwerping cif-invoerprijs. Nu vaststaat dat belanghebbende de onderhavige zendingen alle met verlies heeft verkocht rust op haar de last om aan de hand van de afzetvoorwaarden aannemelijk te maken dat de cif-invoerprijs juist was. Het Hof concludeert dat belanghebbende niet heeft voldaan aan de op haar rustende last voor de onderwerpelijke 705 zendingen de juistheid van de cif-invoerprijs aannemelijk te maken aan de hand van de afzetvoorwaarden waaronder zij de goederen in de Unie heeft doorverkocht.