Jurisprudentie

  • De Rechtbank Noord-Holland komt op 4 juni 2021 in zaaknummer HAA 19/75 tot de conclusie dat eiseres recht heeft op toepassing van de vrijstelling en verweerder dan ook ten onrechte de aanvraag om terugbetaling heeft afgewezen. Het beroep zal gegrond worden verklaard, de uitspraak op bezwaar zal worden vernietigd. De rechtbank draagt verweerder op binnen vier weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming van deze uitspraak opnieuw een beslissing te nemen.

  • De Rechtbank Noord-Holland heeft op 7 juni 2021 in de zaaknummers: HAA 19/697 en HAA 19/698 geoordeeld dat de verzoeken om terugbetaling terecht zijn afgewezen. Eiser heeft niet aangetoond dat de goederen het douanegebied van de Unie hebben verlaten. De rechtbank toetst het standpunt van de belastingdienst inzake artikel 124 van het DWU marginaal.

  • De Rechtbank Noord-Holland heeft op 15 december 2020 in zaaknummer HAA 19/4697 geoordeeld dat het verzoek om terugbetaling terecht is afgewezen. Het achteraf ingediende FORM A, dat buiten de geldigheidsduur is ingediend, is niet aanvaard.

  • Op 11 juni 2021 heeft de Hoge Raad in zaaknummer 20/02229 arrest gewezen op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 16 juni 2020, nrs. 19/00940 tot en met 19/00944, betreffende ten aanzien van belanghebbende gegeven bindende tariefinlichtingen ter zake van de tariefindeling van grote lcd-beeldschermen. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

  • De Rechtbank Noord-Holland heeft op 20 mei 2021 in zaaknummer HAA 21/592 onder meer geoordeeld dat het zorgvuldigheids- en vertrouwensbeginsel niet geschonden en dat de verlengde navorderingstermijn, nu onjuiste aangifte kwalificeert als strafrechtelijk vervolgbare handeling, geen bezwaar ontmoet. Beroep op verjaring faalt. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de douanewaarde op de juiste wijze heeft berekend door de relevante facturen steeds bij elkaar op te tellen.