Jurisprudentie

  • De rechtbank Noord-Holland heeft op 12 januari 2021 in de zaak HAA 19 / 4072
    geoordeeld ter zake van de indeling in de GN van puffy stickers en letter stickers.
    Naar het oordeel van de rechtbank zijn beide stickers plat en is bij beide sprake van
    drukwerk in de zin van post 49.11.

  • De Rechtbank Noord-Holland heeft op 28 december 2020 uitspraak gedaan in de zaak HAA
    18/5054. Het geschil betrof een invoercertificaat ingediend voor de invoer van tarwe.
    Abusievelijk is Oekraine vermeld als land van uitvoer en oorsprong, terwijl dit
    Kazachstan moet zijn. Gestelde zekerheid is terecht geheel verbeurd verklaard. Geen
    kennelijke fout.

  • Het gerechtshof Amsterdam heeft op 29 september 2020 in de zaaknrs. 18/00494 tot en
    met 18/00497 met betrekking tot de ontvankelijkheid bezwaarschrift en
    douaneschuldenaar in verband met onttrekking en het douanetoezicht doordat bevroren
    knoflook meerdere malen werd gebruikt voor de aanzuivering van T1-documenten voor
    verse knoflook.

  • De rechtbank Noord-Holland heeft op 16 september 2020 uitspraak gedaan in zaaknummer:
    HAA 18/2506 over de indeling van reflectors (signaalplaten). De reflectors zijn niet
    aan te merken als deel van een aanhangwagen. De mechanische of elektrische werking
    van de aanhanger hangt niet noodzakelijkerwijs af van de aanwezigheid van de
    reflectors. Naar het oordeel van de rechtbank worden de reflectors aangemerkt als
    ‘andere artikelen van kunststof’ onder GN-code 3926 90 97 90, nu de reflectors
    volledig bestaan uit kunststof. Het gelijk is derhalve aan verweerder.

  • Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 21 februari 2017 in de gevoegde zaken 16/00167 tot
    en met 16/00174 geoordeeld dat voor de toepassing artikel 121, eerste lid, CDW het
    enkel van belang is of belanghebbende op het moment van plaatsing van de goederen
    onder de regeling actieve veredeling voor toepassing van het preferentiële tarief in
    aanmerking had kunnen komen, indien zij de goederen op dat moment voor het vrije
    verkeer zou hebben aangegeven en om preferentie zou hebben verzocht. De Hoge Raad
    heeft op 18 december 2020 arrest gewezen in de zaak 17/01695 bis arrest gewezen op
    het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 21
    februari 2017, nrs. 16/00167 tot en met 16/00174, na beantwoording van de door de
    Hoge Raad aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde vraag.