Jurisprudentie

  • In de zaak C-775/19 5th AVENUE Products Trading is het Hof van Justitie verzocht de
    prejudiciële vragen te beantwoorden betreffende betalingen die de koper van een goed
    gedurende vier jaar, eens per jaar, naargelang van zijn verkoopopbrengst bovenop de
    betaling van de koopprijs verricht om dat goed in een bepaald gebied, in alle
    opzichten voor het eerst, als enige en over een lange periode te mogen verkopen. De
    vraag is in hoeverre deze moeten worden aangemerkt als royalty’s en licentierechten.

  • In de zaak C-772/19 Bartosch Airport Supply Services is het Hof van Justitie gevraagd
    de prejudiciële vraag te beantwoorden in hoeverre post 87.05 van de gecombineerde
    nomenclatuur aldus moet worden uitgelegd dat stangloze motorvoertuigen met een van
    een riemspanningsmeter voorziene hijslier om vliegtuigen te trekken en met een
    elektrohydraulische hefinrichting om vliegtuigen voort te duwen, onder deze post
    vallen

  • Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van
    Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft op 12 februari 2020 in de zaak AUA201903144
    geoordeeld ter zake van een In geschil in hoeverre de teruggaaf van invoerrechten
    terecht ten name van belanghebbende is gesteld. Zowel de importeur als de aangever
    zijn ‘belanghebbende’. Dit brengt mee dat belanghebbende als aangever gerechtigd is
    teruggaaf van invoerrechten te vorderen. Nu belanghebbende rechtmatig teruggaaf heeft
    gevorderd, heeft de Inspecteur de teruggaaf van invoerrechten terecht ten name van
    belanghebbende gesteld.

  • Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van
    Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft op 12 februari 2020 in de zaak AUA201903144
    geoordeeld ter zake van een In geschil in hoeverre de teruggaaf van invoerrechten
    terecht ten name van belanghebbende is gesteld. Zowel de importeur als de aangever
    zijn ‘belanghebbende’. Dit brengt mee dat belanghebbende als aangever gerechtigd is
    teruggaaf van invoerrechten te vorderen. Nu belanghebbende rechtmatig teruggaaf heeft
    gevorderd, heeft de Inspecteur de teruggaaf van invoerrechten terecht ten name van
    belanghebbende gesteld.

  • Belanghebbende heeft een partij industriële koeltorens ingevoerd. De vraag is onder
    welke tariefindeling de koeltorens vallen. Belanghebbende betoogt dat de koeltorens
    bestemd zijn om gezamenlijk met chillers een koelfunctie te verrichten, dat chillers
    vallen onder post 84.15 en dat de koeltoerens op grond van de indelingsregels van het
    Geharmoniseerd Systeem dan ook vallen onder post 84.15. Het Gemeenschappelijk Hof van
    Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
    heeft op 12 februari in de zaak onder nummer AUA201900090 geoordeeld dat chillers
    onder post 84.18 vallen. De vraag of de koeltorens bestemd zijn om gezamenlijk met de
    chillers een koelfunctie te verrichten, behoeft dan geen beantwoording meer. Ook de
    vraag of de koeltorens onder het begunstigend beleid vallen, behoeft dan niet te
    worden beantwoord. Het beroep is ongegrond.