Jurisprudentie

  • Gerechtshof Amsterdam heeft in zaaknummer 19/00047 op 10 december 2019 uitspraak
    gedaan met betrekking tot een vergunning AV en aanzuiveringsafrekening. Het te laat
    indienen van de aanzuiveringsafrekening leidt niet tot verzuim zonder werkelijke
    gevolgen, omdat sprake is van nalatigheid. Belanghebbende heeft geen omstandigheden
    aangevoerd ter verklaring van de te late indiening van de aanzuiveringsafrekening.
    Dat belanghebbende deze werkzaamheden heeft overgedragen aan een
    douanevertegenwoordiger, doet hier niet aan af. Hoger beroep van de inspecteur
    gegrond.

  • Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 17 december 2019 uitspraak gedaan in de in het
    hoger beroep ter zake van de oorsprong van aluminiumwielen. In de aanvragen van de
    Form A’s door de exporteur is ten onrechte opgegeven dat de goederen geheel en al in
    Maleisië zijn verkregen terwijl de exporteur wist of had moeten weten dat de goederen
    niet van oorsprong uit Maleisië waren niet van Maleisische maar van Chinese
    preferentiële oorsprong. De Maleisische autoriteiten hebben zich in deze gevallen
    klaarblijkelijk vergist, doch boeking van de onderhavige douanerechten behoeft niet
    achterwege te blijven, nu sprake is van misleiding door de exporteur.

  • In zaak C‑391/17 heeft de Europese Commissie het Hof verzocht vast te stellen dat het
    Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland de verplichtingen niet is
    nagekomen die op hem rusten krachtens het Verdrag betreffende de Europese Unie door
    niet te hebben voorzien in de compensatie van het verlies aan eigen middelen die
    hadden moeten zijn vastgesteld en voor de begroting van de Europese Unie beschikbaar
    gesteld. Het Hof van Justitie heeft op 31 oktober 2019 geoordeeld dat het Verenigd
    Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland de op hem rustende verplichtingen
    niet nagekomen door het verlies aan eigen middelen niet te compenseren dat is
    ontstaan wegens de onregelmatige afgifte door de autoriteiten van Anguilla van
    EXP‑certificaten voor de wederuitvoer van zendingen van uit derde landen afkomstig
    aluminium die in Anguilla waren overgeladen met de Unie als bestemming.

  • Op 19 december 2019 heeft het Hof van Justitie in de zaak C‑677/18 arrest gewezen
    betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing over de tariefindeling van
    postoperatieve bustehouders. Bij het onderzoek van de prejudiciële vragen is niet
    gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van uitvoeringsverordening
    (EU) 2017/1167 van de Commissie van 26 juni 2017 tot indeling van bepaalde goederen
    in de gecombineerde nomenclatuur kunnen aantasten. De indeling van de in de bijlage
    bij verordening 2017/1167 bedoelde goederen onder GN‑post 62.12, meer bepaald onder
    GN‑postonderverdeling 6212 10 90, is gerechtvaardigd, zodat het er niet op lijkt dat
    de Commissie door die indeling de inhoud of draagwijdte van GN‑post 62.12 heeft
    gewijzigd.

  • Belanghebbende heeft op in 2016 in verband met diens vestiging in Aruba een verzoek
    gedaan om vrijstelling van invoerrecht voor zijn verhuisboedel, waaronder een
    quadracer. Ter zitting bij het Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
    van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft belanghebbende verklaard dat hij slechts
    verwaarloosbaar gebruik heeft gemaakt . Nu niet wordt voldaan aan de voorwaarde dat
    de quadracer in Nederland is gebruikt, oordeelt het Hof dat de
    verhuisboedelvrijstelling niet kan worden verleend. De Hoge Raad verklaart het beroep
    in cassatie ongegrond.