Jurisprudentie

  • Met zijn hogere voorziening verzoekt de Raad van de Europese Unie om vernietiging van
    het arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 9 juni 2016, Growth Energy en
    Renewable Fuels Association/Raad (T‑276/13, EU:T:2016:340; hierna: „bestreden
    arrest”,), waarbij het Gerecht het door Growth Energy en Renewable Fuels Association
    ingestelde beroep tot nietigverklaring van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 157/2013
    van de Raad van 18 februari 2013 tot instelling van een definitief antidumpingrecht
    op bio-ethanol van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika (PB 2013, L 49, blz.
    10; hierna: „Uitvoeringsverordening (EU) nr. 157/2013”) ontvankelijk heeft verklaard,
    en het Gerecht die verordening bovendien nietig heeft verklaard voor zover deze
    betrekking had op Patriot Renewable Fuels LLC, Plymouth Energy Company LLC, POET LLC
    en Platinum Ethanol LLC, producenten van bio-ethanol die lid zijn van Growth Energy
    en Renewable Fuels Association. Het Hof van Justitie heeft op 28 februari 2019 in de
    zaak C‑465/16 P het arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 9 juni 2016,
    Growth Energy en Renewable Fuels Association/Raad (T‑276/13, EU:T:2016:340),
    vernietigd, behalve voor zover daarbij het beroep dat Growth Energy en Renewable
    Fuels Association op individuele basis als belanghebbende partijen in de procedure
    hebben ingesteld, is verworpen.

  • Met zijn hogere voorziening verzoekt de Raad van de Europese Unie om vernietiging van
    het arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 9 juni 2016, Marquis Energy/Raad
    (T‑277/13,, niet gepubliceerd) waarbij het Gerecht het door Marquis Energy LLC
    ingestelde beroep tot nietigverklaring van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 157/2013
    van de Raad van 18 februari 2013 tot instelling van een definitief antidumpingrecht
    op bio-ethanol van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika (PB 2013, L 49,
    www.inenuitvoer.nl 2013-229) ontvankelijk
    heeft verklaard, en het Gerecht die verordening bovendien nietig heeft verklaard voor
    zover deze betrekking had op Marquis Energy LLC. Het Hof van Justitie heeft op 28
    februari 2019 in de zaak C‑466/16 P het arrest van het Gerecht van de Europese Unie
    van 9 juni 2016, Marquis Energy/Raad vernietigd.

  • Belanghebbende heeft aangifte ten invoer gedaan voor twee e-bikes. De douanewaarde
    kan niet met toepassing van de transactiewaarde worden bepaald. Evenmin kan de
    transactiewaarde van identieke of soortgelijke goederen worden gehanteerd. Dan
    resteert de methode van redelijke middelen. Aan de hand van die methode - waarbij
    meer soepelheid wordt betracht in de bewijsvoering - is het Gerecht in eerste aanleg
    van Curaçao op 13 februari 2019 van oordeel dat de Inspecteur niet erin is geslaagd
    aannemelijk te maken dat hij de douanewaarde van de e-bikes niet te hoog heeft
    vastgesteld.

  • De Hoge Raad heeft op 22 februari 2019 in zaaknr. 18/01264 arrest gewezen op
    het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de
    uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 13 februari 2018, nr. 17/00433,
    betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op een verzoek om
    terugbetaling van douanerechten. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie
    ongegrond.

  • De Rechtbank Noord-Holland heeft op 17 januari 2019 in de zaak onder nr. HAA 16/3076
    geoordeeld dat de antidumpingrechten niet wettelijk verschuldigd zijn. Gelet op
    overweging 30 van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 18
    januari 2017 in zaak C-365/15 (Wortmann KG Internationale Schuhproduktionen) heeft
    eiseres recht op vergoeding van wettelijke rente vanaf de datum van betaling van het
    antidumpingrecht.