Jurisprudentie

  • De Hoge Raad heeft op 29 november 2019 arrest gewezen in de zaak 18/01048 ter zake
    van de tariefindeling van vloeistof, bereid van melk, geschikt en bestemd voor
    onmiddellijke consumptie door (jonge) kinderen en daarmee de reikwijdte van post
    19.01 van de GN als restpost. Anders dan het middel aanvoert moet de wijziging van
    postonderverdeling 1901 10 van de GN met ingang van 2017 niet worden opgevat als een
    uiting van de Uniewetgever om het toepassingsbereik van het arrest Ritter te wijzigen
    in die zin dat vloeibare baby- en kindervoeding in de vorm van een gebruiksklare
    drank niet langer in post 22.02 van de GN worden ingedeeld.

  • Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 14 november in de zaak 18/00383 geoordeeld dat de
    UTB terecht is opgelegd voor de invoer van een horloge uit Zwitserland, omdat
    onterecht het groene kanaal is gebruikt . Het horloge was rechtstreeks vanuit
    Zwitserland in Nederland binnengebracht via Schiphol. Het horloge was eerder in
    Duitsland ingevoerd, maar er waren geen invoerrechten en omzetbelasting betaald.
    Beroep op vrijstelling terugkerende goederen faalt. Beroep ongegrond

  • De Hoge Raad heeft op 22 november 2019 arrest gewezen in de zaak 17/02038 m.b.t de
    uitbreiding van antidumpingrechten op stalen of ijzeren bevestigingsmiddelen van post
    73.18 van de GN van oorsprong uit China tot invoer van dezelfde producten verzonden
    uit Maleisië. De Vo. (EU) 723/2011 was ongeldig verklaard omdat de Commissie bij de
    totstandkoming ervan procedurevoorschriften niet heeft nageleefd. De Hoge Raad
    verklaart het beroep van belanghebbende in cassatie gegrond.

  • Op 21 september 2017 heeft het Hof van Justitie arrest gewezen in zaaknummer
    C-686/17, waarbij het Hof van Justitie van de Europese Unie onder meer is gevraagd is
    om uitlegging van het begrip „land van oorsprong” met betrekking tot de
    gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een
    aantal landbouwproducten. Het Hof heeft daarbij geoordeeld dat voor de vaststelling
    van de betekenis van het begrip „land van oorsprong”, dat in die bepalingen wordt
    gebezigd, moet worden uitgegaan van de verordeningen inzake douane voor de bepaling
    van de niet-preferentiële oorsprong van goederen.

  • De Hoge Raad heeft op 8 november 2019 arrest gewezen in de zaak 16/01523. Het middel
    faalt. Uit het arrest van het Hofvan Justitie (zaak C‑249/18) volgt dat het Hof bij
    de beoordeling van de vraag of de opgegeven transactiewaarde voor de toepassing van
    artikel 78, lid 3, van het CDW als een ‘onjuist gegeven’ mocht worden aangemerkt,
    mocht betrekken het feit dat belanghebbende zich bij de tariefindeling van de
    mediaspelers had vergist. Dit betekent dat juist is het oordeel van het Hof dat in
    een geval als dit de opgegeven transactiewaarde mag worden herzien. Het door het
    middel bestreden oordeel van het Hof is verder feitelijk en niet onbegrijpelijk.