Verbruiksbelastingen

  • De staatssecretaris van Financiën heeft d.d. 14 juli 2020 het wetsvoorstel ingediend
    dat strekt tot de implementatie van de richtlijn elektronische handel en de
    aanvullende richtlijn. Beide richtlijnen zijn gericht op de modernisering en
    vereenvoudiging van de heffing en inning van btw op grensoverschrijdende
    internetverkopen (zowel goederen als diensten). Deze nieuwe regels hebben vooral
    betrekking op de verkopen aan particuliere consumenten. De memorie van toelichting
    maakt melding van inwerkingtreding per 1 januari 2021, maar naar alle
    waarschijnlijkheid zal de wet pas (gedeeltelijk) in werking treden op 1 juli 2021. De
    Europese Commissie heeft namelijk voorgesteld om de inwerkingtreding van het gehele
    pakket elektronische handel uit te stellen tot 1 juli 2021. In antwoord op
    Kamervragen werd eerder ook al aangegeven dat Nederland één van de landen is die op 1
    januari 2021 niet gereed is om het e-commercepakket naar behoren te laten
    functioneren.

  • Op de website van de Belastingdienst is met het bericht van 1 juli 2020 duidelijkheid
    gegeven over het toepasselijke btw-tarief op de levering van een ligorthese. Naar het
    oordeel van de Belastingdienst is een ligorthese geen antidecubitusmatras of
    maatkorset. De levering hiervan wordt daarom belast met 21% btw. De toelichting op de
    website van Belastingdienst treft u onderstaand aan.

  • Staatssecretaris van Financiën Vijlbrief (Fiscaliteit en Belastingdienst) heeft, mede
    namens de minister van Financiën en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn
    en Sport, de Kamervragen beantwoord van het lid Van Kooten-Arissen (Groep Krol/Van
    Kooten-Arissen), over de btw-verlaging op o.a. groente en fruit in Duitsland, alsmede
    die van het lid Van Otterloo (50PLUS), over de berichten dat in België en Duitsland
    de btw op korte termijn omlaag gaat. Met de beantwoording worden ook een tweetal
    toezeggingen aan de Kamer – lees: een analyse over de verlaging van de btw-tarieven
    in buurlanden (AO Ecofin, 8 juni) en de beantwoording van de schriftelijke vragen
    over de btw (AO Ecofin, 30 juni) – als afgedaan beschouwd.

    Uit de beantwoording blijkt onder meer dat het kabinet niet voornemens is de
    btw-tarieven in Nederland tijdelijk te verlagen. Nut en noodzaak lijken beperkt,
    gezien de naar verwachting beperkte effecten. Een tijdelijke verlaging zou ongericht
    zijn in het compenseren van de ondernemers in de grensstreek en leiden tot veel
    administratieve kosten voor bedrijven voor aanpassing van prijzen in de winkels en
    ict-systemen. De introductie van een nieuw, nog niet bestaand tarief is bovendien op
    korte termijn IT-technisch niet mogelijk voor de Belastingdienst. De huidige
    IT-ondersteuning kan maximaal drie tarieven bevatten: de geldende tariefcombinatie en
    de twee voorafgaande tariefcombinaties. Een tariefcombinatie moet tot 10 jaar na zijn
    geldigheid beschikbaar blijven in het systeem. Als gevolg hiervan is het op korte
    termijn niet mogelijk het algemene of het verlaagde tarief voor de omzetbelasting aan
    te passen. De vragen en antwoorden treft u onderstaand aan.

  • Op de website van de Belastingdienst is met het bericht van 23 juni uni 2020
    duidelijkheid gegeven over het toepasselijke btw-tarief op de levering en de verhuur
    van een kniedistractor met toebehoren (een kniedistractorset). Naar het oordeel van
    de Belastingdienst zijn deze prestaties belast met 9% btw. De toelichting op de
    website van Belastingdienst treft u onderstaand aan.

  • Mede namens de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, hebben
    de staatssecretarissen van Financiën Vijlbrief (Fiscaliteit en Belastingdienst) en
    Van Huffelen (Toeslagen en Douane) de Kamervragen beantwoord van het Haga (Van Haga)
    over het voorgenomen uitstel van nieuwe btw-regels voor e-commerce van de Europese
    Commissie. Hieruit blijkt onder meer dat Nederland één van de landen is die 1 januari
    2021 niet gereed is om het e-commercepakket naar behoren te laten functioneren. Daar
    komt bij dat sommige Nederlandse ondernemers hebben aangegeven meer
    voorbereidingstijd nodig te hebben. Ook worden geen mogelijkheden gezien om het
    oneerlijke speelveld tussen Nederlandse (web)winkels en Chinese webwinkels recht te
    trekken en de btw-vrijstelling per 1 januari 2021 af te schaffen. Het IT-systeem van
    de Belastingdienst is per die datum niet gereed om de forse toename aan btw-aangiftes
    te kunnen verwerken. De antwoorden op de Kamervragen treft u onderstaand aan.