Verbruiksbelastingen

  • Op de website van de Belastingdienst is met het bericht van 28 februari 2019 antwoord
    gegeven over het toepasselijke btw-tarief op de levering van colloïdaal
    edelmetaalwater. Naar het oordeel van de Belastingdienst is colloïdaal
    edelmetaalwater geen drinkwaar of drinkwater voor menselijke consumptie. De levering
    is daarom belast met 21% btw. De toelichting op de website van Belastingdienst treft
    u onderstaand aan.

  • Staatssecretaris Snel van Financiën heeft onlangs gereageerd op de vragen en
    opmerkingen van de fracties in het kader van het schriftelijk overleg van de vaste
    commissie van Financiën. Dit naar aanleiding van het eerder toegezonden besluit en de
    daarbij behorende nota van toelichting van 18 oktober 2018 tot wijziging van het
    Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 (aanpassing btw-regeling voor waardebonnen).
    In de brief gaat de staatssecretaris onder meer in op de btw-heffing bij gratis
    verstrekte vouchers. Tevens worden de btw-gevolgen geschetst van enkele op de
    werkelijkheid gebaseerde voorbeelden, zowel wanneer de voucher/waardebon wordt
    ingewisseld als wanneer deze wel wordt verstrekt, maar niet wordt ingewisseld. De
    volledige tekst van brief aan de Tweede Kamer treft u onderstaand aan.

  • Minister Hoekstra van Financiën heeft de geannoteerde agenda voor de vergadering van
    de Eurogroep en de Raad Economische en Financiële Zaken (Ecofin) op 11 en 12 maart
    2019 in Brussel naar de Eerste en Tweede Kamer gezonden. Hieruit blijkt dat het
    Roemeense voorzitterschap streeft naar consensus over de voorgestelde wijzigingen van
    (uitvoeringsbepalingen over e-commerce. Nederland is verheugd over de nieuwe
    voorstellen en steunt de voorgestelde wijzigingen. De toelichting op dit agendapunt
    in de geannoteerde agenda treft u hieronder aan.

  • Staatssecretaris Snel van Financiën heeft de Tweede Kamer schriftelijk geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot nieuwe Europese btw-voorstellen. Tevens wordt de Kamer in deze brief geïnformeerd over de huidige stand van zaken van het richtlijnvoorstel voor een digitaledienstenbelasting. Nederland is verheugd dat de Commissie met nieuwe btw-voorstellen is gekomen op het gebied van e-commerce. Ook de doelstellingen van de voorstellen van de Commissie van december 2018 over btw-relevante betaalgegevens worden ondersteund. Deze voorstellen bevatten maatregelen ter versterking van de administratieve samenwerking op het gebied van de btw. Nederland is voorstander van effectieve maatregelen tegen btw-fraude. Het standpunt van de regering wordt opgenomen in het BNC-fiche dat spoedig zal worden toegestuurd. Voor wat betreft de digitaledienstenbelasting wordt aangegeven dat Nederland zich constructief blijft opstellen tijdens discussies in de Raad over het richtlijnvoorstel. Nog onder het Oostenrijkse voorzitterschap is een compromistekst uitgewerkt en is de naam van het richtlijnvoorstel gewijzigd van een digitaledienstenbelasting naar een digitale-advertentiebelasting. Uit het impact assessment dat door de Commissie is opgesteld bij het oorspronkelijke richtlijnvoorstel, kan worden afgeleid dat de opbrengst voor een digitale-advertentiebelasting tussen de € 800 miljoen en € 1,1 miljard oplevert voor de EU als geheel. Op basis van deze Commissie-schatting, is een heel grove schatting dat de opbrengst voor Nederland circa € 40 miljoen bedraagt. Uit de eerste Raadsvergadering onder het Roemeense voorzitterschap bleek dat het krachtenveld grotendeels ongewijzigd is; alle lidstaten hebben nog steeds de voorkeur voor een mondiale oplossing. Wat betreft de EU-oplossing, gaven veel lidstaten die eerder positief waren over de digitaledienstenbelasting, aan bereid te zijn in te stemmen met de digitale-advertentiebelasting. Een klein aantal lidstaten gaf aan nog steeds principiële bezwaren te hebben bij het richtlijnvoorstel. De volledige tekst van de brief treft u onderstaand aan.

  • Staatssecretaris Snel van Financiën heeft mede namens de minister voor Basis- en
    Voortgezet Onderwijs en Media, antwoorden gegeven op de Kamervragen van de leden
    Sneller en Van Weyenberg (beiden D66) over de btw-behandeling van langs elektronische
    weg verstrekte boeken, kranten en tijdschriften. In de beantwoording wordt onder meer
    aangegeven dat het kabinet positief staat tegenover het verlaagde btw-tarief op
    e-publicaties. Daarbij is het wel van belang een goede definitie en afbakening te
    hebben die nu en in de toekomst relevant, duidelijk en goed uitvoerbaar is voor zowel
    de sector als de Belastingdienst. De Staatssecretaris is voornemens om een
    conceptwetsvoorstel in de eerste helft van 2019 breed te consulteren via een
    internetconsultatie. De beoogde inwerkingtredingsdatum van de maatregel is 1 januari
    2020. De vragen en antwoorden treft u hieronder aan.