Verbruiksbelastingen

  • Op de website van de Kennisgroepen van de Belastingdienst is recent de vraag beantwoord wanneer drukmeetsets van arteriële druk kwalificeren als steriele medische hulpmiddelen voor eenmalig gebruik in de zin van de Toelichting op Tabel I, post a.6, behorende bij de Wet op de omzetbelasting 1968. Het begrip “drukmeetset” is opgenomen in een goedkeurende bepaling van deze Toelichting. De bewoordingen waarin een goedkeuring is omschreven moet strikt worden uitgelegd, aangezien zij een afwijking is van het algemene beginsel dat het algemene btw-tarief wordt geheven over elke levering en/of dienst die door een belastingplichtige onder bezwarende titel wordt verricht. Een set die meer functies heeft dan het meten van druk, kan naar het oordeel van de Belastingdienst daarom niet worden beschouwd als drukmeetset als bedoeld in de Toelichting Tabel I. De toelichting op de website van de Kennisgroepen van de Belastingdienst treft u onderstaand aan.

  • Minister Van Weyenberg van Financiën heeft de geannoteerde agenda voor de vergadering van de Eurogroep en Ecofinraad op 13 en 14 mei 2024 naar de Tweede Kamer gezonden. Hieruit blijkt onder meer dat de Ecofinraad een besluit zal nemen over het Commissievoorstel “VAT in the digital age” (VIDA), teneinde het gehele pakket aan te nemen. Het Belgisch voorzitterschap heeft VIDA als prioriteit benoemd en streeft naar een akkoord. De Nederlandse inzet hierop is beschreven in deze geannoteerde agenda. Nederland is voornemens om in te stemmen met de drie voorliggende teksten en onderdelen. In de basis steunen alle lidstaten de doelen van het voorstel, op een enkele lidstaat na. De toelichting op dit agendapunt in de geannoteerde agenda treft u hieronder aan.

  • Staatssecretaris Van Rij (Fiscaliteit en Belastingdienst) heeft onlangs antwoord gegeven op schriftelijke vragen over de Kamerbrief van 11 maart 2024 inzake het rapport 'VAT gap in the EU, report 2023'. De Tweede Kamerleden Idsinga (NSC) en Van Eijk-Nagel (VVD) hebben hierover vragen gesteld. In de beantwoording van de vragen wordt onder meer aangegeven dat op basis van een inmiddels oude inschatting door de Europese Commissie een kwart van het btw-gat wordt toegerekend aan btw-fraude en driekwart aan andere oorzaken zoals belastingoptimalisatie, administratieve fouten of faillissementen. De btw-fraude kan verschillende vormen omvatten, bijvoorbeeld door minder dan de verschuldigde btw aan te geven, meer btw terug te vragen dan waarop een recht is ontstaan, zwarte omzet en carrouselfraude. Administratieve fouten hebben betrekking op toepassing en verwerking van de btw-regels in de administratie van de ondernemer. Naar de mening van de staatssecretaris zijn bijvoorbeeld nagenoeg alle btw-vrijstellingen technisch lastig. Een grote stap naar verbetering van de naleving en vermindering van fouten hangt naar zijn verwachting samen met het voorstel van de Europese Commissie betreffende het VIDA-pakket (VAT in the digital age) dat vereenvoudigingen doorvoert voor ondernemers zodat zij minder geconfronteerd worden met registratie en afdrachten inzake btw-verplichtingen over de EU-grenzen heen. De integrale beantwoording van de diverse vragen treft u onderstaand aan.

  • Op de website van de Kennisgroepen van de Belastingdienst is de vraag beantwoord of de levering van een gebitsbeschermer is vrijgesteld van btw. Naar het oordeel van de Belastingdienst is dat niet het geval. Een gebitsbeschermer om het gebit te beschermen in sportsituaties is namelijk niet bestemd voor zogeheten rechtstreeks therapeutisch gebruik. De toelichting op de website van de Kennisgroepen van de Belastingdienst treft u onderstaand aan.

  • Staatssecretaris Van Rij van Financiën (Fiscaliteit en Belastingdienst) heeft afgelopen week met een brief aan de Tweede Kamer gereageerd op het onderzoeksrapport ‘VAT Gap in the EU, report 2023’ d.d. 24 oktober 2023 van de Europese Commissie. Dit rapport van de Europese Commissie biedt een overzicht van het btw-gat in zowel de Europese Unie als de individuele lidstaten. De brief van de staatssecretaris behandelt de bevindingen van het rapport met betrekking tot zowel de EU als Nederland, de werkwijze van de Belastingdienst in Nederland, en werpt een blik op toekomstige ontwikkelingen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen het btw-nalevings-gat en het btw-beleids-gat.