Verbruiksbelastingen

  • Staatssecretaris Snel van Financiën heeft de Tweede Kamer schriftelijk geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot nieuwe Europese btw-voorstellen. Tevens wordt de Kamer in deze brief geïnformeerd over de huidige stand van zaken van het richtlijnvoorstel voor een digitaledienstenbelasting. Nederland is verheugd dat de Commissie met nieuwe btw-voorstellen is gekomen op het gebied van e-commerce. Ook de doelstellingen van de voorstellen van de Commissie van december 2018 over btw-relevante betaalgegevens worden ondersteund. Deze voorstellen bevatten maatregelen ter versterking van de administratieve samenwerking op het gebied van de btw. Nederland is voorstander van effectieve maatregelen tegen btw-fraude. Het standpunt van de regering wordt opgenomen in het BNC-fiche dat spoedig zal worden toegestuurd. Voor wat betreft de digitaledienstenbelasting wordt aangegeven dat Nederland zich constructief blijft opstellen tijdens discussies in de Raad over het richtlijnvoorstel. Nog onder het Oostenrijkse voorzitterschap is een compromistekst uitgewerkt en is de naam van het richtlijnvoorstel gewijzigd van een digitaledienstenbelasting naar een digitale-advertentiebelasting. Uit het impact assessment dat door de Commissie is opgesteld bij het oorspronkelijke richtlijnvoorstel, kan worden afgeleid dat de opbrengst voor een digitale-advertentiebelasting tussen de € 800 miljoen en € 1,1 miljard oplevert voor de EU als geheel. Op basis van deze Commissie-schatting, is een heel grove schatting dat de opbrengst voor Nederland circa € 40 miljoen bedraagt. Uit de eerste Raadsvergadering onder het Roemeense voorzitterschap bleek dat het krachtenveld grotendeels ongewijzigd is; alle lidstaten hebben nog steeds de voorkeur voor een mondiale oplossing. Wat betreft de EU-oplossing, gaven veel lidstaten die eerder positief waren over de digitaledienstenbelasting, aan bereid te zijn in te stemmen met de digitale-advertentiebelasting. Een klein aantal lidstaten gaf aan nog steeds principiële bezwaren te hebben bij het richtlijnvoorstel. De volledige tekst van de brief treft u onderstaand aan.

  • Staatssecretaris Snel van Financiën heeft mede namens de minister voor Basis- en
    Voortgezet Onderwijs en Media, antwoorden gegeven op de Kamervragen van de leden
    Sneller en Van Weyenberg (beiden D66) over de btw-behandeling van langs elektronische
    weg verstrekte boeken, kranten en tijdschriften. In de beantwoording wordt onder meer
    aangegeven dat het kabinet positief staat tegenover het verlaagde btw-tarief op
    e-publicaties. Daarbij is het wel van belang een goede definitie en afbakening te
    hebben die nu en in de toekomst relevant, duidelijk en goed uitvoerbaar is voor zowel
    de sector als de Belastingdienst. De Staatssecretaris is voornemens om een
    conceptwetsvoorstel in de eerste helft van 2019 breed te consulteren via een
    internetconsultatie. De beoogde inwerkingtredingsdatum van de maatregel is 1 januari
    2020. De vragen en antwoorden treft u hieronder aan.

  • Op de website van de Belastingdienst is met het bericht van 10 januari 2019 antwoord
    gegeven over het toepasselijke btw-tarief als een museumwinkel aan een museumbezoeker
    een giclee of ‘canvas’ levert van een schilderij dat op dat moment in het museum
    wordt tentoongesteld. Naar het oordeel van de Belastingdienst is die levering dan
    geen prestatie die nauw samenhangt met het verlenen van toegang tot het museum. De
    levering is daarom belast met 21% btw. De toelichting op de website van
    Belastingdienst treft u onderstaand aan.

  • Staatssecretaris Snel van Financiën heeft Kamervragen van het lid Lodders (VVD)
    beantwoord over de regels van de btw-aangifte. In de beantwoording wordt onder meer
    ingegaan op de uiterlijke termijn van indiening van de aangifte en de betaling van de
    verschuldigde btw. Ook wordt toegelicht binnen welke termijn de Belastingdienst
    normaliter beslist op een verzoek om teruggaaf via de ingediende aangifte. Daarnaast
    wordt onder meer nog ingegaan op het opleggen van verzuim- of vergrijpboetes, op de
    tijdigheid van de suppletieaangifte en welke termijnen de Belastingdienst hanteert
    als een btw-aangifte wordt geselecteerd voor controle. De vragen en antwoorden treft
    u hieronder aan.

  • De datum 1 januari van een jaar is veelal een datum waarin ook accijnstarieven
    aangepast worden Zo ook op 1 januari 2019. Hier een overzicht.